Posts tonen met het label 1996 USA-Westkust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1996 USA-Westkust. Alle posts tonen

woensdag 29 oktober 2014

Motorpech op JFK in New York

Banner USA West.gif.jpg
Dinsdag 16 Juli 1996 
Het is nauwelijks 8 uur ‘s morgens als H ons naar Zaventem brengt. Dit is de langverwachte dag! We vertrekken eindelijk naar de Verenigde Staten. Een reis waarop we ons al maanden aan het voorbereiden zijn. In Zaventem vertrekken we samen met een deel van de  olympische delegatie, die onze kleuren zal verdedigen op de spelen van Atlanta. Het wordt een lange dag van wachten, lezen, eten, drinken, snoepen,...en vooral: vervelen!  We vliegen met American Airlines eerst 8,5 uren naar New York en dan nog eens 5 uren en 40 minuten naar Los Angeles. American Airlines blinkt duidelijk niet uit in service en vriendelijkheid! Dit ondervinden we vooral op JFK in New York, waar we zowaar motorpech krijgen. Alles gaat goed (zelfs zéér vlot) tot we klaar staan voor de start. Dan stelt de piloot vast dat er met één der motoren iets aan de hand is. Hij stopt de take off procedure en taxiet terug naar de gate, wat op de zeer drukke luchthaven niet meevalt! Eerst wacht iedereen geduldig af. We mogen zelfs het toestel verlaten en op de luchthaven iets gaan drinken. Achteraf blijkt dat men ons dit eigenlijk niet had mogen toestaan, waardoor heel wat discussie ontstaat tussen de veiligheidsmensen en onze crew. Er ontstaat meer en meer nervositeit bij het AA-personeel en ongenoegen onder de passagiers. Sommigen proberen om te boeken op een andere vlucht, doch  de gate daarvoor ligt helemaal aan de andere kant van JFK (kilometers) en onze tickets dienen overgebracht te worden... Uiteindelijk krijgen we toch toestemming onze handbagage uit het toestel te halen en slagen ook wij erin om te boeken naar de vlucht van 18u00: 3 uren vertraging dus.
Wanneer we in LA aankomen, staan onze koffers reeds te wachten, weliswaar onbewaakt! De gids van Sunair had geen geduld en is inmiddels vertrokken. We trekken onze plan en na enig zoeken komen we  om 22u00 aan in ons hotel. Voordien hebben we de huurwagen afgehaald. We laten ons overhalen tot een upgrading en het wordt een Dodge Intrepid: 3.5 liter, 6 cylinder, 24 kleppen. We zullen het ons niet berouwen. Er zijn 23 uur verstreken sinds we deze morgen thuis vertrokken.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Hollywood en de kust van Southern-California

Woensdag 17 juli 1996
Ondanks de vermoeiende dag van gisteren, zijn we vroeg uit de veren. We zijn ongeduldig om eraan te beginnen. Van jet-lag nauwelijks sprake! ‘s Voormiddags toeren we wat rond in Hollywood: langs de kilometerslange Sunset Boulevard en in de heuvelachtige villawijken van Beverly Hills. We komen vooral onder de indruk van Rodeo Drive, het eerste deel met zéér luxueuse villa’s en het tweede deel met zijn grand chique: alle meest exclusieve winkels ter wereld zijn er vertegenwoordigd. Het is al tegen de middag wanneer we de kust bereiken en aan de lange tocht van Los Angeles naar San Francisco beginnen. ‘s Middags belanden we in een heel leuk visrestaurantje (eigenlijk meer een grote comfortabele strandhut) aan de pier van Malibu. We eten er levendverse zalm, terwijl we ons zitten te vergapen aan de vele surfers op de metershoge golven.
De rit langs de kust brengt ons in de namiddag in Solvang: een stadje dat bijna volledig is opgetrokken in (pseudo-)Deense stijl. Er is zelfs een “Belgian Café”. Eigenaardig... Het zijn er solden en ik koop twee shorts voor slechts $ 32.25, dat is slechts 500 Bfr per stuk! Voor de rest genieten we van het Californische kustlandschap, alhoewel we de zee niet zo veel te zien krijgen. De heuvels, met hier en daar een meer, zijn echter ook heel mooi. En ... de zon is volop van de partij! In San Luis Obispo is het verrassend stil. We lopen nagenoeg alleen in het stadje en ook het restaurant is leeg: we zijn er de enige gasten.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Een zeer gevulde dag

Donderdag 18 Juli 1996
Vandaag rijden we het grootste deel van de dag heel dicht langs de kust. Alhoewel hier en daar de (bijna onvermijdelijke) mist het zicht beperkt, genieten we van het ongelooflijk mooie landschap: grillige rotsen, diepblauwe zee met schuimend witte golven, witte zandstranden en de typische Monterey Cypress. Het is een prachtige rit. Even voorbij Morro Bay stoppen we in Harmony, een stadje met amper 32 inwoners, waar de tijd is blijven stilstaan. Vooral het postkantoor, dat in zeker honderd jaar onveranderd is gebleven, is de moeite waard. Het is een museumpje op zichzelf. Bij de ingang van het dorpje zegt een groot spandoek dat het hele stadje te koop is: “Town for Sale”. Big Sur heet het mooiste stukje van de kust te zijn. Het is alleen niet duidelijk waar het begint en eindigt, maar we rijden inderdaad kilometers langs kronkelende banen boven de kust, met schitterende 'vista points'. Tegen de middag bereiken we Café Kevah. Het café maakt deel uit van het Nepenthe Restaurant, een paradijselijk gelegen complex (café, restaurant, shop, tuinen) hoog boven de baai. Op het druk bevolkte terras heerst er een zalige, zomerse sfeer. We eten er een lekkere salade. Bij het bestellen wordt je voornaam gevraagd, die dan luidkeels afgeroepen wordt wanneer je bestelling klaar is.
Na de middag spijt het ons dat we de plek zo vroeg reeds moeten verlaten. Er rest ons immers nog heel wat vooraleer we in San Francisco zijn. Zelfs voor Carmel, een heel mooi kunstenaarsstadje, ontbreekt ons de tijd. We nemen vrede met een kort bezoek aan de befaamde 'mission'. En dan beginnen we de fameuze “17 mile Drive”, een betalend stukje weg doorheen het mooiste stukje van de Amerikaanse Westkust: bossen, rots- en zandstrandjes, grillig gevormde levende en dode pijnbomen, schitterende villa’s en verschillende golfterreinen, die tot op het strand doorlopen en waar de herten vrij rondlopen. Hier ligt de meest exclusieve golfclub ter wereld: Pebbles Rock. Er is evenwel één schaduw die de pret enigszins bederft: de batterijen van mijn video zijn allemaal leeg... dus nauwelijks videobeelden om mee te nemen naar huis!  Naderhand kan ik ze nog wel heropladen in de wagen, doch dan zijn de mooiste zichten voorbij.
We spoeden ons verder naar Monterey. Ondanks het  reeds ver gevorderde uur slenteren we toch vrij lang langs de gezellige Fisherman’s Wharf en bezoeken we de befaamde Cannery Row, waarover John Steinbeck zijn gelijknamige roman schreef. En dan, terwijl de zon langzaam ondergaat, de highway nr 1 op naar San Francisco. Vanaf San José staan we in de file, zodat het bijna donker is als we San Francisco bereiken. We beschikken over geen gedetailleerd stadsplan en onze wegbeschrijving van Travalco blijkt niet te kloppen... We doorkruisen de inmiddels donkere straten in het  hartje van  San Francisco en bereiken pas om 21u30 ons hotel. Ondanks het feit dat we telefonisch hadden verwittigd dat we laat zouden zijn, hebben ze onze kamer niet vrijgehouden en moeten we verhuizen naar een ander hotel. Als we tenslotte na 22u00 op zoek gaan naar een restaurant, blijken de meeste al gesloten te zijn. Toch vinden we nog een Italiaan, die daarenboven nog prima blijkt te zijn ook. Oef! Als alle dagen zo zullen zijn, halen we nooit het einde.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Waar ooit de Flower Power heerste

 Vrijdag 19 Juli 1996
Vandaag zullen we proberen in één dag zoveel mogelijk van San Francisco te zien. Alles aandoen zal immers niet mogelijk zijn: Ghirardelli Square, Filbert Steps, Coit Tower, het Conservatory in Golden Gate Park, Alcatraz, Sausolito, Berkeley, een rit over de Golden Gate Bridge,... zullen we vandaag overslaan en laten voor een hopelijke volgende keer. Voor het gemak kiezen we voor een stadsrondrit met een mini-busje van ‘Tower Tours’ aan $25 per persoon. Het wordt een rit van ongeveer 4 uur en we worden om 10u30 aan het hotel afgehaald. Voordien dus nog de tijd om de binnenstad rond Union Square (ons hotel ligt vlakbij) af te doen. De grote magazijnen, zoals Macy’s (één voor mannen en één voor vrouwen...) bekoren ons onmiddellijk en we besluiten er vanavond terug te keren om kleren te kopen.
De busrit laat ons de verscheidenheid van San Francisco zien: we rijden eerst door het handelscentrum rond Union Square om dan via enkele typische wijken met Victoriaanse huizen de voet van de wereldberoemde Golden Gate Bridge te bereiken. We houden er halt en bezoeken de vesting onder de indrukwekkende brug. Er is jammer genoeg geen tijd om de brug over te steken. De volgende halte is de Japanese Tea Garden in het Golden Gate Park. Hier krijgen we een halfuurtje de tijd om de prachtige Japanse tuin met talloze Japanse bouwwerken en tempeltjes  te bezoeken. Van hier gaat het naar Cliff House, op een rots boven de felle golven van de Stille Oceaan. De zeeleeuwen hebben de rotsen verlaten en zijn (althans volgens onze gids) verder in zee gaan paren. We zien toch hele groepen zeevogels, die de rotsen als pleisterplaats hebben gekozen. De bedelende eekhoorns doen aan ratten denken en stoten ons eerder af dan ze ons aantrekken. Nog een kort bezoekje aan het “Musée Méchanique”, waar allerlei mechanische muziekautomaten staan te djingelen en dan naar Twin Peaks. Vanop dit hoogste punt van de stad krijgen we een ongelooflijk panorama over San Francisco. Het busje brengt ons verder doorheen de “gay area” (Castro Street, e.a.), waar vlaggen met regenboogkleuren de huizen van de homo’s aanduiden. Er straalt echt vrolijkheid en levensvreugde uit van de huizen en de hele buurt. De bochtige en supersteile Lombard street zien we slechts even vanuit de verte. In de buurt van het Civic Centre bezoeken we de ultramoderne Saint Mary’s Cathedral, opgetrokken in travertinsteen en binnenin rijkelijk voorzien van carraramarmer.
Het is ruim 14u30 als we Fisherman’s Wharf bereiken, het eindpunt van de busrit en het beginpunt van onze namiddag. Maar eerst besluiten we de innerlijke mens te versterken in één van de typische visrestaurantjes, waar we ons te goed doen aan een sandwich met een  ruime portie heerlijk verse krab. De chowder (iets tussen dikke soep en pap) valt niet erg in de smaak. Fisherman’s Wharf is zeer druk, maar gezellig. Er is weinig moois te zien, maar de sfeer is uniek: veel volk, zon, muziek, winkeltjes, terrasjes, een gezellige vissers- en jachthaven. Vlakbij vertrekt de fameuze cable car , die we absoluut niet willen missen, naar het stadscentrum. We moeten er ruim een uur in de rij aanschuiven vooraleer het onze beurt is om in een overvolle tram geduwd te worden. Toch is het iets speciaals en je hebt San Francisco niet echt beleefd, als je niet met de cable car hebt gereden! Het wachten wordt gelukkig gevuld door (hoofdzakelijk zwarte) straatartisten. In de stad wandelen we, stilaan vermoeid door het voortdurend opklimmen tegen de steile voetpaden, een deel van China Town. We eindigen evenwel waar we deze morgen begonnen: Macy’s op Union Square, waar we geluk hebben: de kleren die we wensen te kopen, blijken tamelijk goedkoop en zijn bovendien in solden.
‘s Avonds vinden we een restaurant met, behalve een voortreffelijke keuken, een speciale sfeer: John’s Grill in Ellis Street. Het is een oud, donker, druk, maar gezellig restaurant, dat als decor blijkt gediend te hebben voor een roman van een zekere Samuel Hammet, een voor de Amerikanen blijkbaar bekend schrijver, over wiens leven Francis Ford Coppola een film maakte. We versturen vanuit het hotel een fax naar ma met het relaas van onze eerste dagen. Achteraf zal blijken dat we bedrogen zijn: we hebben wél $7 betaald, maar de fax is nooit verstuurd!  En dat is nog niet alles: hetzelfde hotel stuurt ons later via Eurocard een rekening  van $123 (Bfr 3.800) voor uitgaven die we niet hebben gedaan! Gelukkig zal Eurocard ons later alles prompt terugbetalen.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

En nu… het binnenland in

Zaterdag 20 juli 1996 
We verlaten ‘s morgens al vrij vroeg San Francisco via de verrassend lange, twee verdiepingen tellende Oakland Bridge over de San Francisco Bay. Hier werden bij de aardbeving in 1988 verschillende wagens tussen de ingestorte wegen verpletterd. Aan de overkant volgen we de Interstate 580 tot Livermore.  Voorlopig weinig te zien, maar wanneer we de autostrade verlaten richting Modesto, wordt het landschap meer en meer heuvelachtig en doorkruisen we een landbouwstreek, waar veel fruit en groenten worden gekweekt. Ook daarvoor is California gekend en geroemd. Aan het eerste fruitstalletje langs de weg kopen we dan ook  enkele heerlijke perziken. We zijn slim en kopen er slechts 2 per persoon om er aan de volgende stalletjes telkens frisse bij te kopen. Helaas! Hierna zien we geen enkel fruitstalletje meer... We geraken niet uitgekeken op een grote parkeerplaats met tientallen reuzevrachtwagen, volgeladen met tomaten. Het is de parking van  een conservenfabriek. Een zeer ongewoon zicht! 
Bij Sonora bezoeken we het Columbia State Historic Park. Het is een openluchtmuseum à la Bokrijk: een verzameling van Wild West toestanden: een vervallen goudmijn (inclusief een cursus goudzoeken voor de geïnteresseerden), winkeltjes, houten gebouwen en dito overdekte voetpaden, een authentieke postkoets met 4 paarden, een paardenranch, enz. De winkeltjes en straten zijn daarenboven bevolkt door figuren in klederdracht, die uit cowboy-films lijken te zijn geplukt. Zéér dankbaar voor de video. Dus, ... filmen maar! Als we na de middag door Coulterville rijden, ontdekken we dat dit alles ook nog in de werkelijkheid bestaat. Het is een dorpje dat niet veel meer is dan een kruispunt met een hotel, een general store met gas station, enkele huizen en winkels en een achtergelaten stoomlocomotiefje dat als monument dienst doet. Het mooiste is echter de lokale sherif: een goedlachse zwarte, gorillaformaat, in een smetteloos wit uniform, die gretig poseert met de dames van een bus Franse toeristen terwijl hij voortdurend uit een  zak chips staat te smullen. Prachtig beeld!  In een van de winkeltjes kopen we een stuk petrified wood en een 'orthoceras',  een zwarte gepolijste steen met een fossiel in. Hij zou 450 miljoen jaar oud zijn. Dit lijkt me echt iets typisch, maar later lees ik ergens dat die dingen uit Marokko komen...
Intussen rijden we door de vallei van de Merced River. Het is een fameus bergachtige weg met kronkelende wegen en diepe valleien. Zo’n mooie landschappen hadden we hier nog niet verwacht.  Deze streek staat in de gidsen niet eens vermeld. Dat belooft voor de rest. We hebben inmiddels ook al kennis gemaakt met het heerlijke Californische weer: aan een helder blauwe lucht staat heel de dag een stralende zon en het is meer dan 100° Fahrenheit (38° Celsius), maar door de lage vochtigheid is dit zeer goed te verdragen. Trouwens, onzeDodge met zijn airconditioning is waarlijk comfortabel. Vandaag  zoeken (en vinden) we ook een frigobox, die voor de rest van de reis een absoluut noodzakelijk attribuut zal blijken te zijn. We overnachten in Oakhurst. Het stadje heeft niet veel te bieden, maar het is ideaal gelegen om morgen onze rit naar en door Yosemite National Park te beginnen.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Een van de mooiste Nationale Parken

Zondag 21 juli 1996
Vandaag bezoeken we ons eerste National Park. Voor sommigen is het Yosemite National Park één van de mooiste parken in de Verenigde Staten, hoewel bij ons de naam veel minder bekend klinkt dan Monument Valley, Death Valley, Zion National Park en zeker Grand Canyon. We zijn benieuwd. We rijden het park binnen langs de zuidelijke ingang en kopen er een Golden Eagle pass ($ 25), waarmee we alle volgende parken binnen kunnen. Kort na de ingang van het park stoppen we aan Mariposa Grove, één van de giant sequoia-bossen, die California rijk is. Met een vrachtwagenbus rijden we ongeveer een uur door het bos. De reuzebomen zijn indrukwekkend en in geen enkele foto of video-opname is hun omvang op ware grootte weer te geven. De grootste, de Grizzly Giant is 2.700 jaren oud, 73 meter hoog, en heeft een omtrek van 12 meter. Volgende halte is Glacier Point, waar we een machtig berglandschap voor ons zien, waarbij Zwitserland zelfs bekrompen en klein lijkt. Vooral de grootsheid en weidsheid zijn een verrassing. Tussen de immense rotsmassa’s storten zich elegante watervallen in de diepte. Onvergetelijk! Vervolgens volgen we de vallei van de Merced River tot in Yosemite Village. Het is vrij druk (want zondag) op de éénrichtingslus van en naar de Village, die eigenlijk geen dorp, maar enkel een groep hotels en grote parking blijkt te zijn. Onderweg hebben we te weinig tijd en gelegenheid om op de talloze mooie plekjes te stoppen. Toch blijven we even hangen op een paar plaatsen, om ofwel de kolossale rotsbergen (The Half Dome, El Capitan) ofwel één van de watervallen van dichtbij  te bewonderen. Sommige plekjes langs de rivier lijken wel het paradijs! ‘s Middags moeten we het stellen met een hamburger of hot dog uit het vuistje, aangezien we in Yosemite Village geen parkeerplaats vonden. Waar we eten, waarschuwt een bordje ons voor het gevaar van beren.
Wanneer we in de namiddag het park verlaten, denken we het mooiste van de dag gehad te hebben. Maar we blijken de Tioga Pass onderschat te hebben. Dit is een prachtige rit, doorheen een afwisseling van landschappen, zoals we die tot nu toe nog maar alleen gezien hadden op van die mooie kalenders. Het is opnieuw vrij laat wanneer we ons hotel in Mammoth Lakes bereiken. Mammoth Lakes is een wintersportcentrum, dat veel gelijkenis vertoont met de (modernere) skiplaatsen in Europa. Ons hotel valt tegen, maar om te eten vinden we een gezellig restaurant in onvervalste Zwitserse stijl:  restaurant “Matterhorn” in hotel “Alpenhof”!  Een beetje absurde situatie, maar toch wel leuk.

dinsdag 28 oktober 2014

Onvoorstelbare temperaturen


Maandag 22 juli 1996
Het hotel in Mammoth Lakes viel zo tegen dat we besluiten het ontbijt in het Zwitserse hotel van gisterenavond te gebruiken. Vanuit Mammoth Lakes volgen we een hele tijd de US 395, één van die typische wegen, die kaarsrechte en eindeloze lijnen trekken door het Californische heuvelend landschap. In het begin zien we in de verte zelfs nog regelmatig besneeuwde toppen liggen. We doorkruisen de typische Amerikaanse stadjes, zoals we ze uit talloze films kennen: Bishop, Lone Pine en stilaan liggen de lange rechte banen er meer en meer verlaten bij. We bereiden ons voor op Death Valley, dat ons toch wel een beetje afschrikt. Je leest er allerlei waarschuwingen over aangezien de extreem hoge temperaturen zowel voor de mens als voor de auto niet zonder gevaren zijn. We laten de auto nog eens nakijken in een service station en voorzien ons goed  van ijs en drinkwater. Vanaf nu proberen we regelmatig te drinken. Mochten we zonder koelwater voor de motor vallen, dan nog geen nood: geregeld staan er langs de weg waterreservoirs. Wanneer het landschap ruwer en kleurrijker begint te worden, vermoeden we dat we Death Valley zijn binnengereden (tevergeefs zoeken we een bord dat dit zou bevestigen), doch wanneer we plots aan Stovepipes Wells komen, zijn we het zeker. Wanneer ik uitstap om bij te tanken, val ik bijna achterover van de hitte! Het is hier meer dan 120° Fahrenheit in de schaduw... Ik heb geen enkel omzettingstabelletje dat ver genoeg gaat om mij te vertellen hoeveel dit is in graden Celsius. Het moet iets zijn van 45 à 50 !! We rijden door naar het Visitor Center, en zien de fameuze zandduinen slechts in de verte liggen. Ook vandaag hebben we eigenlijk te weinig tijd om alles gezien te krijgen.
‘s Middags zijn we aan Furnace Creek: een oase in de woestijn met een riviertje en een heus bos van palmbomen. Het is er echter niet minder warm om!  We eten een lekker lunch buffet in de Wrangler Saloon. Wanneer C haar handen wil verfrissen aan de kraan, blijkt ze zich lelijk  misrekend te hebben: uit de kraan komt enkel warm water! Na het eten trekken we de eigenlijke valley in. We volgen de scenic route, die wegens de gevarieerde kleuren de naam “Artists Drive” heeft gekregen. In de auto stijgt de temperatuurmeter van het water tot in het rood! We kunnen niet anders dan de airconditioning uitzetten. De route is ongelooflijk! Dit is een fascinerende wereld, die tegelijk aantrekt en afschrikt. We bereiken “Artists Pallet”, waar de kleuren van de vulkanische bodem inderdaad variëren van rood, oranje, geel, groen, turquoise tot zwart, grijs en wit. De route is 15 km lang en brengt ons terug tot aan Zabriskie Point, waar we een laatste halte houden. Het is een uniek panorama op een geelgekleurde bergketen, die door haar rimpelig oppervlak doet denken aan de getekende reliëfkaarten, zoals we ze in Europa kennen van ski-gebieden. Hierna verlaten we enigszins opgelucht Death Valley. Meteen dalen de temperaturen naar meer “normale” hoogten: amper 35 à 40 graden... We blijven in de woestijn en rijden laat in de namiddag de staat Nevada binnen, op weg naar Las Vegas.
Wanneer we Las Vegas bereiken, hebben we 587 km afgelegd, en dat in die hitte! Maar de dag is nog helemaal niet om! We hebben nog een nacht(je) Las Vegas te goed. Zonder veel moeite vinden we ons hotel. Het ligt aan Fremont Street in Downtown Vegas, wat het oude, oorspronkelijke centrum van de stad is. Nu heeft alles zich verlegd naar 'The Strip', een kilometerslange boulevard waarlangs alle luxe-hotels en casino’s gelegen zijn. We logeren in het Golden Nugget Hotel: zéér luxueus met marmer, koper en op maat gemaakt vast tapijt. We vergapen ons aan zoveel luxe: zo’n hotel hebben we nog nooit gehad! We doen een korte verkenning in Fremont street, waar bij klaarlichte dag de sfeer een beetje raar is, maar de casino’s zijn ook op dit moment van de dag al druk bezocht. Overal rinkelen de munten in de jackpots of de slots, zoals ze die hier noemen. Als we buiten komen, valt de hitte werkelijk op ons. Het is alsof  je een oven opentrekt. Ongelooflijk, maar waar: Fremont street is zowaar airconditionned!
Tegen de avond laten we ons per taxi naar het eindpunt van the Strip brengen. Aan het Excalibur Hotel beginnen we onze wandeling langs de immense hotels, die mekaar naar de kroon steken in omvang, maar vooral in sensatie, show en glitter: het MGM Grand, Flamingo, Caesar’s Palace, Alladins, Treasure Island, The Mirage, enz. De bouwwerken van 'New York, New York' zijn bijna voltooid: de hotelgevels vormen de skyline van New York en het zal het grootste hotel van Las Vegas worden. Dit is werkelijk een speciale wereld, met een vreemde mengeling van onbeperkte luxe, kitsch, decadentie, sensatie, opgewektheid, enz. Gewoonweg crazy! Dit moet je gezien hebben om het je te kunnen voorstellen. En zeggen dat dit midden in de woestijn ligt... We keren even op onze stappen terug om te gaan eten in het Monte Carlo Resort & Casino, een superdeluxe hotel met voor de deur zuilengalerijen en reusachtige fonteinen. Het  buffet is uitgebreid en kost bijna niets: $ 18.19 per persoon (560 Bfr). Veel bijzonders is het echter ook niet. Op de terugweg is de vulkaanuitbarsting vóór het Mirage Hotel het hoogtepunt! We zijn zo moe, dat we aan Treasure Island beslissen ermee op te houden en de rest voor morgenavond te laten. We besluiten de bus te nemen om naar ons hotel terug te keren. Ons stadsplannetje is echter zo beperkt, dat we ons aan de afstand serieus mispakken! We stappen af op een donker kruispunt, waar we ons blijkbaar toch nog op enkele kilometer van Downtown bevinden. We voelen er ons helemaal niet op ons gemak en zijn blij vrij snel een taxi te vinden, die ons naar het hotel brengt. Niettegenstaande het intussen reeds middernacht is, willen we toch nog even ons geluk beproeven in het casino van ons hotel. We nemen plaats aan één van de 25 cent-jackpots en wisselen $5 per persoon. We slagen er toch in hiermee een halfuurtje te spelen. Veel leuker dan we dachten en we moeten ons inhouden om niet nog eens $10 om te wisselen! Maar, we hebben een sterk karakter en... het is al zeer laat!

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Red Rock Canyon

Dinsdag 23 juli 1996

Vandaag hebben we een volledige dag vrij in Las Vegas. We hebben echter de indruk dat deze stad ons geen hele dag meer kan boeien en trekken de woestijn in, richting Red Rock Canyon State Park. Op amper 25 km van de stad ligt dit natuurgebied in volle woestijn. De rotsen zijn er vuurrood en sommige hebben daar bovenop een witte laag, alsof er slagroom werd opgespoten. Opmerkelijk is ook de vrij gevarieerde plantengroei, met allerlei cactussoorten. Vooral de Yoshua trees vallen op in het landschap. Jammer genoeg treffen we geen enkele van de wilde ezels, die hier nochtans vrij veel schijnen voor te komen. Op de terugweg bezoeken we “Bonnie Springs Old Nevada”. Hier is (op eerder primitieve manier) een cowboydorp opgebouwd. We beleven plezier aan het zeer amateuristische toneelstukje, dat er in een grote saloon wordt opgevoerd en vooral de actieve en enthousiaste betrokkenheid van het handjevol toeschouwers valt ons op. Daarna wordt in openlucht, onder een brandend hete zon, een heuse cowboy-scene opgevoerd,  met opknoping van de bandiet incluis. Ik maak er zowaar video-opnames van een (bijna) echte western! Wanneer we terugrijden naar Vegas, zien we in de verte kleine windhoosjes die het woestijnzand hoog doen opwaaien. Het is de voorbode van een hevig onweer dat vanavond de omgeving zal teisteren. Het is snikheet: 119° Fahrenheit.
We hebben nog even de tijd om in Las Vegas wat te shoppen, maar al vlug blijkt dat hier niets anders dan kitsch te koop is. Dan nog maar even een bezoek aan de nieuwste attractie : de 402 meter hoge Stratosphere Tower. De lift brengt mij (C blijft beneden...) in enkele seconden naar boven tegen een snelheid van 630 meter per minuut of ...38 km per uur. Boven heb je uiteraard een schitterend panorama op de stad en de omgeving, maar het kriebelt pas echt in mijn buik, wanneer ik zie hoe in een soort kermisattractie de mensen, gezeten op een bank, in de lucht omhoog gecatapulteerd worden. Gezien het dreigende onweer besluiten we ‘s avonds niet meer naar de Strip te gaan en in het Golden Nugget te blijven voor de show. Vooraf gaan we echter lekker eten in “Stefano’s”, het luxe Italiaans restaurant van ons hotel. Dit wordt een prettige belevenis: zeer lekker eten, maar wat vooral in ons geheugen zal geprent blijven is dat af en toe alle personeel samen een liedje begon te zingen, dat dan prompt door de meeste gasten uit volle borst werd meegezongen. Heel plezant! Om 9u45 gaan we naar de show “Country Fever”. Het is een spetterend spektakel met country muziek, die ons in deze sfeer meer bekoort dan we hadden verwacht. De show duurt 1 uur en 10 minuten en intussen krijgen we (in de prijs inbegrepen) elk een mandje chips, scampi’s en dipsausjes met elk 2 (!) grote bekers cola.  Na onze uitgebreide Italiaanse maaltijd, kunnen we er nog amper iets van snoepen. Vooraleer in bed te kruipen, toch nog even $10 op de jackpot wagen. Maar behalve één kortstondig succesje van 80  kwartjes, worden we opnieuw niet rijk…


Twee Parken in Utah

Woensdag 24 juli 1996
Vandaag reizen we alweer naar een andere staat: Utah. En dat betekent meteen de klok 1 uur vooruit. We verliezen dus een uur en toch hebben we 2 Nationale Parken te bezoeken. Deze morgen schittert de zon en is het opnieuw snikheet. Nog voor de middag bereiken we Zion National Park. We volgen er de scenic drive doorheen de vallei van de Virgin River. Dit is het paradijs voor de wandelaars: overal in de vallei vertrekken paadjes voor meerdaagse tochten door de vallei. Op de wegen is het minder druk dan in Yosemite. Het landschap is prachtig en de bruin-rode asfaltwegen harmoniëren mooi met de kleur van de rotsen. Wanneer ik op een plaats stop voor enkele mooie videobeelden, schrik ik me rot wanneer vanonder de rots waarop ik sta, plots een muildierhert wegspringt. Ik heb nog nooit in het wild op 2 meter gestaan van zo’n groot dier! Ik weet niet wie van de twee het meest schrok. Bij het verlaten van het park zien we boven de toppen de zwarte rookpluim van een bosbrand. Gelukkig moeten we die kant niet uit. Opnieuw geen tijd (maar ook weinig gelegenheid) om te middagmalen. Dus maar een hot dog en een coke. We zijn al goed 'ver-amerikaniseerd' lijkt me!
We spoeden ons verder naar Bryce Canyon, maar vallen onderweg van de ene verwondering in de andere. We dachten in Zion het mooiste gehad te hebben, maar wat we nadien te verwerken krijgen, is zo mogelijk nog mooier: de rotsen zijn als gestolde, uitgelopen pasta en in de kleinste spleten groeien kleine en grotere dennebomen. De Checker Board Mesa is een hoge rotsberg die door wind en erosie zowel horizontale als vertikale kloven vertoont en dus in ruitjes is verdeeld. Vandaar de naam. Even verder rijden we in  de vuurrode Red Canyon onder en tussen de rode rotsen door en stilaan beginnen we de voorbodes te zien van wat ons te wachten staat. We besluiten eerst onze intrek te nemen in ons hotel, zodat we in Bryce Canyon de zonsondergang kunnen meemaken. Nochtans hebben we in de loop van de namiddag meer en meer bewolking gekregen en zowaar enkele regendruppels. Gelukkig is tegen de avond de zon er terug. En dit wordt inderdaad één van de hoogtepunten van de reis. Vanop Sunset Point overschouwen we het'amphitheater' van de canyon. Het is een onwaarschijnlijk spektakel van rotssculpturen in rood, roze, oranje en wit. We staan er ongeveer een uur ademloos naar te kijken! Eigenlijk zouden we een dag meer moeten hebben om te voet in de canyon te kunnen afdalen. Ik beperk me tot een korte wandeling van een paar honderd meter. Na elke bocht sta ik voor een totaal nieuw decor. Zoals de grote meerderheid van de toeristen zijn we voor het avondeten aangewezen op Ruby’s Inn. We riskeren het niet om er te laat te komen, want reserveren op voorhand kan niet. Daardoor kunnen we niet naar de rodeo, die vlakbij elke avond wordt georganiseerd. Misschien krijgen we daar elders nog wel de kans toe.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Onverwacht twee uren gewonnen

Donderdag 25 juli 1996
Vroeg uit de veren vandaag! We willen immers de zonsopgang meemaken in Bryce Canyon en die is voorzien om 6u30. Wanneer we de weg naar Sunrise Point inrijden, loopt vlak bij de weg een familie muildierherten met jongen. Een buitenkans voor de video. Daardoor missen we echter de echte zonsopgang met een 10-tal minuten. Maar geen nood! Wat we te zien krijgen, is absoluut schitterend: de opkomende zon kleurt de rotspieken alsof ze in vlam staan. Het is niet te geloven welk een kleurverschil met gisterenavond. Na het ontbijt in Ruby’s Inn trekken we verder. Vandaag moeten we ons niet zo haasten: we hebben slechts een 200 miles te doen. Onze reisvoorbereiding zegt ons echter dat we bij het binnenrijden van Arizona onze klok opnieuw één uur vooruit moeten zetten, wat we dan ook prompt doen. We doen een klein ommetje naar Panguitch, een Mormonen-stadje. Tamelijk armtierig, maar Amerikaanser kan niet! Op straat staan zelfs een paar schitterende oldtimers geparkeerd en de reclameborden zijn vele decennia oud. Even verder, maar nog steeds in Utah, houden we halt aan de Coral Pink Sand Dunes, een grote massa roze-oranje zand, samengewaaide erosie uit de canyons. De plantengroei in en rond het park is opmerkelijk. Tegen de middag bereiken we Kanab, waar we  een klein aantrekkelijk hotel-restaurantje vinden. Het is er nog zeer stil en men lijkt zelfs verrast dat we zo vroeg al willen lunchen. De chef’s salad smaakt echter voortreffelijk.
Na de middag rijden we door een prachtig ruw en dor landschap de staat Arizona binnen. De bergen en rotsen hebben hier alle kleuren en soms zeer bizarre vormen. In de verte zien we constant bliksemschichten en af en toe vallen er enkele regendruppels. Wanneer we Page bereiken, ligt het Lake Powell in de grijze wolken en heeft het water helemaal niet de turquoise kleur, die we verwachtten. Het is 17u00 als we ons hotel betrekken: een nieuwbouw in Mexicaanse stijl, met een gelijkvloerse kamer, die uitgeeft op de tuin en het zwembad. Op Golden Nugget na, het mooiste van onze reis tot nu toe. Dat komt goed uit, want hier blijven we 2 nachten. Op de wekker in onze kamer is het nog maar 15 uur. We denken dat die verkeerd staat, maar aan de receptie krijgen we bevestiging dat we onze klok geen uur vooruit, maar een uur achteruit haden moeten zetten... Zo winnen we plots niet minder dan 2 uren! Grote hilariteit bij de  receptioniste, die ons aan Margriet Hermans doet denken. Zij adviseert ons toch een boottocht te maken op het meer, want volgens haar blijven wolken in Page nooit hangen. Wij verkiezen echter te wachten tot morgenavond en maken van de twee extra uren gebruik om nog een bezoek te brengen aan de Wahweap Marina en de fameuze Glen Canyon Dam. Intussen is de zon toch weer van de partij, alhoewel de bergen in de verte in de nevel blijven gehuld. We hopen op beter weer voor morgen, want de boottocht op het Lake Powell (een ondergelopen canyon) willen we in optimale omstandigheden doen, zodat de kleurenpracht volledig tot haar recht komt.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Met een Indiaan in de jeep

Vrijdag 26 juli 1996

Dit is de dag, waarvoor we extra hebben bijgeboekt. We wilden immers persé ook Monument Valley zien. Dit wordt een tocht van 400 kilometer doorheen het reservaat van de Navajo indianen. Het is een desolaat woestijngebied, met hier en daar een armtierige indianen-nederzetting: meestal niet veel meer dan enkele barakken of caravans. Langs de weg worden de stalletjes, waar Navajo’s hun sieraden te koop aanbieden, talrijker. Het is een prachtige dag. Rond het Visitor Center van Monument Valley is het drukkend heet en tot overmaat van ramp zijn alle toiletten er buiten gebruik! We zijn aangewezen op een rij cabines met 'chemische toiletten', waarvan ik u de beschrijving bespaar. In het center bemerken we tot onze verbazing affiches van de verdwenen Belgische meisjes Julie en Mélissa... Voor de rit doorheen de vallei kiezen we  een diepblauwe jeep uit, die op de video heel mooi zal uitkomen. Maar dat kan niet volgens onze Indiaan. Hij brengt ons in vliegende vaart tot bij een pas vertrokken andere jeep, waarin  nog 2 plaatsen vrij zijn. We doen dus de rest (of althans het grootste gedeelte) van de rit in het gezelschap van een bijzonder zwijgzame Duitse familie. We worden op de hobbelige paden verschrikkelijk door elkaar geschud, maar het is een onvergetelijke belevenis. Het landschap is zéér speciaal: een uitgestrekte vlakte waaruit hier en daar monumentale bergen hoog oprijzen. Het  zijn net grote dozen die er door een reus  zijn neergezet. Dit is het echte landschap van beroemde westerns zoals “How The West Was Won”, “Back To The Future”, en vele andere. Kort voor het einde van de rit begeeft de sputterende motor van onze jeep het uiteindelijk toch. We moeten nog maar eens overstappen. Zo hebben we 3 verschillende voertuigen nodig gehad voor de rit van anderhalf  uur.
Onderweg hebben we bij een Navajo-vrouw een ketting met hanger gekocht met een steen in de typische turquoise kleur. Als ik betaal met een 100-dollarbiljet, heeft de vrouw het zeer moeilijk om uit te tellen hoeveel dollars ze ons moet teruggeven. Nog even grote paniek bij het einde van de rit: wanneer ik mijn portefeuille wil nemen voor de gebruikelijke fooi, vind ik ze niet! Ongetwijfeld door het schokken in de jeep of bij het in- en uitstappen uit mijn achterzak gegleden. De verhuurders worden gealarmeerd en zullen navraag doen bij hun collega, die nog steeds bij de defecte jeep in de woestijn staat. Plots voel ik echter in een van mijn broekzakken toch nog iets hards, en... jawel: het is mijn portefeuille! Ons hartje blijft toch nog een tijdje nakloppen van de emotie. Op de terugweg eten we in een echt Indiaans (Anasazi) restaurant een typisch gerecht: een taco met bonen, vlees, kaas, tomaat en olijven. Niet slecht, maar véél te véél! In het restaurant zitten enkele zeer fotogenieke oude Indianen, maar ik durf ze niet te filmen. Intussen is de bewolking zodanig toegenomen dat er zelfs een kort, maar vrij hevig onweer uitbarst en de regen enkele minuten uit de hemel gutst. ‘s Avonds in Page blijkt het weer nog slechter dan gisterenavond, zodat we opnieuw de boottocht mogen vergeten. Hiermee missen we wat we verwachtten één van de hoogtepunten van onze reis  te worden. Jammer.

Terug naar 1996 USA Westkust OVERZICHT

Grand Canyon

Zaterdag 27 juli 1996
We verlaten Page en trekken naar een volgend hoogtepunt, zo niet hét hoogtepunt van onze reis: de wereldberoemde Grand Canyon. Onderweg is het landschap voortdurend boeiend, vooral wanneer we Painted Desert (de naam zegt het zelf) doorkruisen. Het weer is niet slecht, maar hier en daar dreigen toch enkele wolken. In Cameron draaien we de vallei van de Colorado River in en bij de Little Colorado Gorge krijgen we al een voorsmaakje van wat ons te wachten staat. We vinden dit reeds behoorlijk indrukwekkend. Ook hier zijn er heel wat Navajo-kraampjes, maar alles lijkt prul en kitsch. Dat is anders wanneer we aan Desert View de uitkijktoren bezoeken, die er ooit door de Indianen gebouwd is. Hier verkopen ze inderdaad echte kunstwerkjes van diverse Indianenstammen. De prijs is echter navenant. We nemen vrede met een (klein) kleurrijk vaasje en betalen er 40 dollar voor. Hier staan we tevens voor het eerst oog in oog met de immense canyon. Het is inderdaad groots en zeer indrukwekkend. De zon kleurt de rotsen in alle mogelijke tinten en in de verte zorgt de nevel voor evenveel schakeringen. De Colorado River slingert zich als een blauw lint door de vallei. Toch voel ik een klein beetje ontgoocheling: had ik er mij té veel van voorgesteld of zijn we door al het voorgaande wat verwend geworden? Ik had gedacht meer onder de indruk te zijn... Wat vooral anders is, dan ik mij had voorgesteld, is dat je eigenlijk op een tamelijk vlak en bebost plateau rijdt, waar niets bijzonders te zien is en dat je voor de canyon zelf hier en daar een zijbaantje in moet om vanop een uitkijkpunt,  telkens vanuit een ietwat andere hoek de vallei vanuit de hoogte in te kijken. Wanneer we het eerste punt bereiken, krijgen we plots een onweersbui, waarbij de regen werkelijk neerplenst en in kanaaltjes over het asfalt loopt.
Aangezien de regen voorlopig toch niet ophoudt,brengen we eerst een bezoek aan het Visitor Center en daarna nemen we onze intrek in ons hotel. Het ligt een paar kilometer buiten het park in Tusayan, vlak naast het Imax-filmtheater. In de late namiddag heeft het opgehouden met regenen en kunnen we toch nog van enkele schitterende vista points genieten: Lipan Point, Moran Point, Grandview Point en Yaki Point. De zon is er terug en nu pas genieten we ten volle van de kleurenpracht van de Grand Canyon.  In de vooravond bezoeken we het Imax-theater. Dit is een echte sensatie! Op een reusachtig scherm maken we kennis met de Grand Canyon en zijn geschiedenis. Het scherm is zo groot, dat het je hele horizon vult, waardoor je het gevoel hebt écht in het landschap te zitten. Wanneer we boven de canyon vliegen in een delta-vliegertje, is het alsof we met de hele zaal in de diepte storten…