Posts tonen met het label 2004 Marokko. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2004 Marokko. Alle posts tonen

vrijdag 7 november 2014

Een eerste kennismaking met Marrakech

Vrijdag 21 mei 2004
Om 6.30 uur loopt de wekker af. In tegenstelling tot de vorige dagen die heel mooi voorjaarsweer brachten, regent het. Maar voor ons maakt het niet veel uit, want wij vertrekken naar de Marokkaanse zon en hopelijk is het ginder in deze tijd van het jaar niet al té heet. Onderweg naar de luchthaven is er nauwelijks verkeer, want dit is de dag na hemelvaartsdag, dus voor de meesten een brugdag. We geven de auto in bewaring in Air Parking Zaventem, op een boog-scheut van de luchthaven en worden met een shuttlebusje naar de vertrekhal gebracht. Een handige, maar dure oplossing. Alhoewel, ik heb berekend dat als je voor minstens 10 dagen gaat, dit voordeliger is dan de luchthavenparking. 
Alles verloopt bijzonder vlot en we checken onmiddellijk in zodat we van die lastige reiskoffers verlost zijn. We hebben ruim 2 uren de tijd voor we moeten instappen. In ons enthousiasme over het vlotte verloop, ben ik vergeten extrageld uit de bankautomaat te halen en die bevindt zich in de vertrekhal buiten de transitzone. Er blijkt evenwel een weg te bestaan die ons uit en daarna weer in de transitzone brengt. Je moet weliswaar opnieuw de politie passeren, maar dit lijkt me toch een handige weg om taxfree koopwaar naar buiten te smokkelen. De vlucht van Royal Air Maroc zit voor ongeveer tweederden vol en verloopt vlekkeloos... op de landing na. Na veel gewiebel komen we met een schok neer op de Marokkaanse bodem van Casablanca en... de zon is niet van de partij! De hemel is grijs en de temperatuur ligt slechts net boven de 20 graden Celsius. Hier hebben we een uurtje de tijd om te acclimatiseren vooraleer we vertrekken naar Marrakech. Alles en iedereen is mooi op tijd klaar en we zitten precies op schema op onze plaatsen. En dan blijkt er geen piloot te zijn! Zo komt het dat we uiteindelijk toch met een vertraging van 30 minuten terug de lucht in gaan. 
Na een vlucht van 40 minuten landen we in Marrakech, waar het iets warmer is, maar toch ook niet zonnig. Het is nu precies 6 uren geleden dat we uit Brussel zijn vertrokken. We houden nog even ons hart vast bij de pascontrole want een week voor ons vertrek stelde ik vast dat onze reispassen niet lang genoeg meer geldig zijn! Gelukkig valt geen kat daar over, laat staan een Marokkaanse douanebeambte of politieman. Een half uurtje na de landing stappen we al in een klein autootje waarmee iemand van Pampa Voyages, ons lokale reisbureau, ons komt ophalen en een kwartiertje later staan we aan Hotel Imperial Holiday in Guéliz, het moderne stadsgedeelte. Het is een modern maar stijlloos viersterrenhotel, dat ondanks zijn indrukwekkende façade en lobby, toch eerder eenvoudig is. Het zwembad achter het hotel ligt in een Las Vegas-achtig decor met kitscherige namaakrotsen. We checken natuurlijk eerst de kaart van het restaurant maar besluiten onmiddellijk naar de stad te trekken. Hier staat voor vanavond biefstuk met frieten op het menu en daarvoor zijn we niet zo ver gekomen! 
Na enige navraag aan de desk van het hotel, lijkt het ons toch haalbaar om te voet naar de oude stad te trekken. Het is amper 20 minuten wandelen maar de drukte en de stank van de auto’s overvalt ons. Vooral het oversteken van de brede straten valt niet mee. Het is onduidelijk wie voorrang heeft en het duurt een tijdje voor we door hebben hoe het hier met de verkeerslichten in elkaar zit. En dan nog moeten we leren onze voorrang op te eisen. Daarenboven is de zon er door gekomen en is het inmiddels al behoorlijk warm geworden. Het verkeer is zeer druk en Marokko 1tussen de vele auto’s en brommers laveren schamele paardenkarretjes en vooral talrijke groene koetsen die toeristen de stad rondrijden. De Koutoubiamoskeeis een baken dat al van heel ver zichtbaar is en ons feilloos via de Avenue Mohammed V de stad inloodst. De omgeving van de moskee valt wat tegen: druk en rommelig en het vlakbij gelegen wereldberoemde Jemaa-el-Fna plein gonst op dit uur helemaal nog niet. Toch vallen er al mooie videobeelden te maken: kraampjes en winkeltjes, maar vooral kleurrijke mensen: mannen in witte djellaba en allerlei rare hoofddekseltjes, vrouwen in djellaba's van alle mogelijke kleuren, velen van hen helemaal of gedeeltelijk gesluierd. Maar filmen en fotograferen is hier helemaal niet leuk! Je moet iedereen die je wilt fotograferen om toestemming vragen en die krijg je meestal slechts mits het betalen van enkele dirhams.
Marokko 2
Als je het stiekem doet en ze merken het, dan protesteren en dreigen ze tamelijk agressief. Sommigen durven het aan tot 100 Dirham (10 Euro) te vragen, maar 10 Dirham is een correctere prijs. Aan een groep dansende muzikanten, die zich zeer graag laten filmen, moet ik zelfs 150 Dirham betalen. Ik weiger en wanneer ik ze “slechts” 50 Dirham in hun mandje leg, blijft één van hen me zelfs een tijdje scheldend en dreigend achtervolgen.
 
We duiken dan maar de soeks in en komen terecht in een nogal toeristisch aandoend overdekte wirwar van trappen en gangetjes met niets dan brolwinkeltjes en luidruchtige elektronica. Ook hier moet elke foto betaald worden als er mensen op staan. Ik had me eerlijk gezegd Marrakech anders voorgesteld: exotischer, zonniger, kleurrijker, vriendelijker. Het wordt iets beter als we de soeks verlaten, in de hoek van het plein onder een Marokko 3poort doorgaan en in de smalle straatjes van de medina terechtkomen. We volgen een pijltje naar restaurant “Dar Mimoun”. De kaart ziet er aantrekkelijk uit en het kleine oude toegangsdeurtje wekt onze nieuwsgierigheid. We stappen naar binnen en komen op een mooi vierkant binnentuintje met rondom arcaden met prachtig beschilderde oude plafonds. Dit is dé Marrakech-sfeer waarnaar we op zoek waren. Mooie bloemen, fonteintje, tafeltjes met kleurrijk aardewerk. Langs de wand zijn er lage tafels en dito zetels met dikke kussens. Een dar is een huis en een kasba is een versterkt huis, meestal met vier hoektorens, maar beide zijn vaak zeer rijkelijk versierd met stuc- en schilderwerk en gekleurde tegeltjes. We hebben echt honger gekregen want ook al is het nog maar half zes, voor ons is het al half acht en we hebben sinds de sandwich op het vliegtuig niets meer gegeten. Het wordt ook gastronomisch meteen een schot in de roos: pastilla van duif en tajine van kip met citroen en roze olijven. Lekker en zeer sfeervol, ook al zijn we nagenoeg de enige gasten. Een eerste muntthee, zoals het hoort met een lange straal uitgeschonken in kleine glaasjes, rondt de maaltijd af. Vooraleer verder te trekken, breng ik nog een bezoek aan het toilet. Voor de deur staan twee mooie antieke lavabootjes in blinkend geel koper. Een piepklein deurtje geeft toegang tot het toilet zelf, dat weliswaar een moderne wc is, maar het kamertje is zó klein dat ik met mijn knieën tegen de deur zit die ik moet vasthouden om ze enigszins dicht te houden. Christiane doet nadien ook een poging, maar moet onverrichterzake terugkeren wegens te weinig ruimte... 
Als we terug langs Jemaa-el Fna komen, is het er duidelijk veel drukker geworden. De helft van het plein is inmiddels omgetoverd tot één groot openluchtrestaurant met lange tafels met witte tafellakens en koks eveneens in het wit uitgedost. Er hangen slierten rook over het plein, afkomstig van de vuurtjes waarop vooral brochettes worden gebakken. Het geroezemoes van honderden mensen vermengt zich met het tromgeroffel en de fluitgeluiden van de muzikanten. We wandelen tussen de eettafels en langs de kraampjes waar vooral hele bergen sinaasappels voor de kleur zorgen.
Marokko 4
Als ik even verder een slangenbezweerder wil filmen, ontsnap ik niet vooraleer ik zelf ook een reptiel rond mijn nek heb laten leggen en... nog maar eens 50 Dirham heb betaald. Mijn pogingen om andere artiesten, vertellers, goochelaars of gewoonweg kaartlegsters, hennaschilderende vrouwen, of wat dan ook te filmen, laat ik al gauw varen. De sfeer is er te onvriendelijk voor en we komen hier volgende week nog terug. We zullen dan wel zien. Misschien nemen we dan maar beter een gids. Tegen 8 uur zijn we terug in ons hotel. Een verkwikkende douche om alle stof van ons af te spoelen, mijn dagboek invullen en... slapen! Morgenvroeg hebben we afspraak met onze chauffeur en begint ons grote Atlasavontuur.


Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT

Via smalle en steile pistes door de Atlas

Zaterdag 22 mei 2004
We hebben allebei zeer goed geslapen en voelen ons volledig uitgerust en benieuwd wat de nieuwe dag ons zal brengen. We zien vooral nieuwsgierig uit naar de kennismaking met onze chauffeur met wie we uiteindelijk toch 6 dagen van heel dicht zullen moeten leven. Het is toch belangrijk dat dat een beetje klikt. Stel je maar eens voor... Mieke van D&D-reizenheeft ons beloofd haar best te doen opdat we een zeer goede gids zouden hebben, Marokko 5die zijzelf ooit heeft leren kennen en die ze fantastisch vond. Zijn naam was Stiti  Brakiou, maar ze kon ons niets verzekeren. We wachten af en duimen ervoor. Na een zeer uitgebreid en lekker ontbijt - dit hotel verrast ons dan toch nog in de goede zin – staan we al om kwart voor negen gepakt en gezakt klaar in de lobby en... hij is er al. Voor de deur staat een blinkende zwarte Mitsubishi Pajeero en een vriendelijk lachende chauffeur: dertiger, zwarte snor, aan de mollige kant. Hij stelt zich voor als Brahim. Het is dus toch niet gelukt om die fameuze supergids te hebben. Maar deze vinden we ook ok want bij onze eerste indruk voelen we aan dat dit zal klikken. 
Het is opnieuw bewolkt als we vertrekken, maar we zijn nog maar net buiten Marrakech als de zon er doorbreekt. Brahim vertelt onderweg dat hij Berber is en noemt ons “les Berbers du Nord”. Hij heeft veel ervaring met Vlaamse toeristen en verrast ons regelmatig met een woordje Nederlands. Hij is zeer leergierig naar onze taal en vertelt ons dat sommige Vlaamse woorden bijna hetzelfde zijn in het Berbers, zoals bv. “ja, aarde, eekhoorn”. Ik denk er het mijne van maar thuis vertelt Karien mij dat beide talen inderdaad in hun oorsprong gemeenschappelijke wortels hebben als Indogermaanse taal. Het weer wordt mooi. Achter de bergketens klimt de zon steeds hoger en de temperatuur is aangenaam. Brahim vraagt of wij akkoord gaan om de airco (waarvoor we extra bijbetaald hebben notabene...) uit te laten en de vensters open te laten. Wij stemmen in en de airco zal de hele verdere reis uit blijven.  
Eerst rijden we kilometers langs de stadsmuren van Marrakech en als we de stad achter ons hebben gelaten, wordt het landschap ronduit schitterend: alle kleuren van bergen en opvallend groene en vruchtbare valleien en vlakten. Overal staan palmen en olijf-, amandel-, vijgen- en granaatappelbomen maar we zien ook hele velden met rogge en tarwe. De tocht loopt over de Tizi-n-Tichka-pas (2260 meter hoogte) en is indrukwekkend. Langs de weg bieden kleine jongetjes overal rotsstenen te koop aan die in een fluorescerend groen zijn geverfd. Hiermee willen ze de indruk geven dat het echte mineralen zijn, maar de kleuren zijn net iets te fel om er in te trappen. Tegen de bergflanken zijn de dorpen nauwelijks te zien omdat de lage huizen opgetrokken zijn in blokken van gedroogde leem en stro die exact dezelfde roodbruine kleur hebben als de bodem. Aan de leem wordt trouwens ook zout toegevoegd zodat ze bij vorst in de wintertijd niet zouden kapotvriezen. Wanneer het regent daarentegen “smelten” de muren steeds een beetje af zodat er een modderstroom ontstaat en men verplicht is om ongeveer om de vijf jaar nieuwe leem te strijken.
 Marokko 6
Tegen de middag bereiken we de eerste bezienswaardigheid: de Kasba van Telouet. Zoals eerder gezegd is een kasba een versterkt huis, maar dit lijkt bijna een ksar of versterkte stad, althans de ruïnes daarvan. Rondom het centrale gebouw staan namelijk heel wat resten van huizen met binnenpleintjes en poorten en... bij nader toezien blijken die nog bewoond te zijn. Voor we de kasba bezoeken, brengt Brahim ons eerst naar een restaurantje. Het is zeer warm en we verkiezen buiten te eten, op het terras. Dat blijkt in Marokko het dak te zijn en in de volle zon. Gelukkig zijn we hier helemaal alleen en kunnen we met ons tafeltje tegen de muur kruipen zodat we toch in de schaduw blijven. Het is een zeer eenvoudig restaurantje en dat geldt ook voor het eten: een salade marocaine (crudités) en een vleesbrochette met... frieten!  We laten het ons smaken. Brahim is niet te bespeuren, hij zal gedurende de hele reis trouwens bijna altijd afzonderlijk eten.
 
Aan de kasba worden we opgewacht door een oude man die ons met behulp van een reuzengrote sleutel binnen laat. Hij is onze gids en samen met ons glipt nog een jong Mexicaans koppel mee naar binnen. Het gebouw is in slechte staat en nog slechts gedeeltelijk toegankelijk. Sommige kamers zijn echter nog goed bewaard en we bewonderen het prachtige stucwerk, de kleurrijke tegelmotieven tegen de muur,  het sierlijke smeedwerk van de erkers,  de ebbenhouten plafonds en de vloeren in carrara-marmer. De oude gids vertelt ons dat niet minder dan 300 man gedurende 3 jaar aan deze kasba gewerkt hebben. Ik denk dat ze dan toch wel vaker op hun gat gezeten hebben of langere periodes van collectief verlof hadden dan wij...Op de hoogste punten van de ruïnes hebben talloze ooievaars hun grote nesten gebouwd en staan er hun jongen te voeden of luid klepperend met hun snavel te discussiëren.
Na Telouet verlaten we de grote weg en volgen de oude karavaanroute dwars door de bergen en de vallei van de Ounila. De weg is ruw, loopt langs diepe ravijnen. Het Mexicaanse koppel is heel blij dat ze ons kunnen volgen want de piste is niet altijd makkelijk te herkennen. Op sommige plaatsen kruipen we echt wiel per wiel over de rotsblokken en door de putten om vervolgens dwars door de rivier te rijden. De piste is in totaal 34 kilometer lang en werkelijk schitterend. Marokko 7Ze brengt ons ook dwars door kleine bergdorpen waar onmiddellijk horden kleine kinderen op ons afgestormd komen, bedelend om snoep. We hebben vooraf een grote zak snoepgoed gekocht en Brahim deelt ze maar al te graag uit. Hij schept telkens een zichtbaar genoegen in de gelukkige kindergezichtjes en kan niet nalaten iedere keer een babbeltje te doen. Ik vertel hem dat we ook een pak balpennen hebben meegebracht, maar hij vindt het beter dat we die later ergens in een schooltje afgeven zodat de leerkracht ze oordeelkundig kan uitdelen. Het is werkelijk een unieke gelegenheid om het echte leven van deze bergbewoners van heel dichtbij te zien: de huizen, de kledij van de mensen, de vele ezeltjes. De mensen zijn zeer vriendelijk en ondanks de armoede en de primitieve woningen en straten, lijkt alles zeer proper en netjes. Dit is dé ideale reisformule: dank zij onze gids vinden we de weg, geraken we zonder problemen over de pistes en hebben we toch enig contact met de mensen. We hoeven ons nergens zorgen over te maken en voelen ons als prinsen. 
Als we de piste verlaten en Aït Benhaddou bereiken, is de zon al bijna aan het ondergaan. Deze stad is één van de belangrijkste bezienswaardigheden van Zuid-Marokko en geklasseerd als werelderfgoed door Unesco. Marokko 8Hij ligt aan een brede rivierbedding die zo goed als droog staat en waar we dus makkelijk te voet (van de ene zandzak op de andere) kunnen oversteken. Vanaf de oever heb je een prachtig overzicht over de imposante ksar, die er uit ziet als een reusachtig zandkasteel met versterkte torens die met eenvoudige geometrische figuren zijn versierd. De okerkleurige zandsteen gaat helemaal op in de kleur van de omgeving. Een groot gedeelte van de gebouwen is door Unesco gerestaureerd, maar er blijft nog heel wat werk te doen. Overigens is het onmogelijk om de gedeelten te onderscheiden die er als filmdecor zijn aan toegevoegd. Hier werden namelijk talloze films opgenomen zoals bv. Lawrence of Arabia, Ben Hur, Le Vol du Sphinx, The Diamond of the Nile en Sodoma en Gomorra. In totaal zouden hier meer dan 50 films zijn opgenomen. Een plaatselijke gids staat ons op te wachten en dat geeft Brahim niet alleen de kans om even uit te blazen, maar ook om zich terug te trekken voor zijn dagelijks gebed. De gids geeft weinig of geen uitleg en beperkt zich ertoe ons de weg te tonen doorheen de steile straatjes en ruïnes. Het kan voor hem blijkbaar niet snel genoeg achter de rug zijn, want hij loopt meestal een tiental meter voor ons uit. We zijn hier overigens bijna de enige toeristen en hebben de hele stad voor ons alleen. Deze eenzaamheid en rust, samen met de ondergaande zon geven een apart en hallucinant gevoel. 
Onze eindbestemming voor vandaag is Ouarzazate. Dit is de streek waar Brahim vandaan komt en vannacht gaat hij dan ook bij zijn moeder logeren, ergens in een klein bergdorpje in de buurt. Wij verblijven in Hotel Le Zat, een mooi en modern hotel maar totaal karakterloos. Ouarzazate is trouwens helemaal een moderne stad die pas in de laatste 20 jaar van de 20e eeuw gebouwd is en dank zij de filmindustrie is groot geworden is. Met zijn twee grote filmstudio’s is Ouarzazate het centrum van de niet onbelangrijke Marokkaanse filmindustrie.  
Het was een prachtige rit vandaag! Als alle dagen van dezelfde intensiteit zullen zijn, dan wordt het waarschijnlijk téveel om alles op te nemen en te verwerken. En vooral... te filmen. Ik zal mijn batterijen een beetje moeten sparen, vrees ik. Intussen is er wat bewolking opgekomen en is het een beetje frisser geworden. We hebben hoofdzakelijk in de auto gezeten vandaag, maar toch zijn we lichtjes verbrand door de zon. We zijn ook een beetje moe en om halftien zijn we op onze kamer waar we al heel snel in een diepe slaap verzinken.

Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT

Dwars door de zuidelijke oases

Zondag 23 mei 2004
Er staat een stralende zon aan een staalblauwe hemel als we opstaan. Brahim verschijnt op het appel in zijn berberkleren: Marokko 9een lang blauw kleed (gandora) met witte tekeningen geborduurd en een witte hoofddoek (sjasj) om zijn hoofd. Hij ziet er een hele andere uit, maar hij is zo mogelijk nog vriendelijker en nog beter gezind. Hij draagt deze kledij uit fierheid om zijn afkomst, maar ook omdat zijn moeder hem niet graag in westerse kledij ziet rondlopen. In ieder geval is het zeker ook behulpzaam gemakkelijker contacten te leggen met de lokale bevolking, zoals later zal blijken. Onze eerste stop volgt al snel: de Kasba Taourirt in Ouarzazate. Het is een zeer mooi bewaard gebleven grote kasba, eveneens door Unesco gerestaureerd. Een ander gedeelte is echter op historisch niet-verantwoorde manier gerestaureerd voor een film van Bernardo Bertolucci, maar wél mooi... Ook hier krijgen we een privé-rondleiding met deze keer een zeer goed geïnformeerde gids, die écht zijn best doet. We moeten hem dan ook een officiële fooi van 50 Dirham betalen. We worden door een labyrint van kamers geleid waarvan sommige met kleurrijk stucwerk zijn versierd en waar hier en daar doorheen vensters met fijn smeedwerk een prachtige doorkijk geven op de omgeving. Zeer opmerkelijk zijn de plafonds die bestaan uit een vlechtwerk van bamboe- en andere stokken die in verschillende kleuren zijn geschilderd. De gids wijst ons op “le téléphone arabe”. Het zijn gewoon gaten in de vloer waardoor de verschillende verdiepingen met elkaar in verbinding staan en waarlangs door handgeklap boodschappen werden doorgegeven. Op de binnenplaats en op de torens van de kasba hebben ook hier ooievaars hun nesten gebouwd. Ze komen hier overwinteren en hun jongen uitbroeden om in de zomer naar het Noorden terug te keren. 
We blijven nog de hele voormiddag in en om Ouarzazate rondtoeren. Het is immers de streek van Brahim. Onderweg vertel ik hem dat we eigenlijk een andere chauffeur hadden verwacht maar dat we heel gelukkig zijn hém te treffen. Hij heeft nooit van Setiki Brakiougehoord, maar als ik hem de naam van Bostoen (een reisbureau in België) vernoem,  moet hij lachen en valt zijn frank: hij is tóch onze man! Zijn juiste naam is Stiti Brahim en wij hadden dus een beetje een verbastering ervan doorgekregen. Brahim is zijn voornaam en is berbers; in het Arabisch is het Ibrahim.
Marokko 10
We rijden om de stad heen en houden even halt aan de Kasba Tifoultoute, wat een zeer mooie foto oplevert, temeer omdat er een prachtige berber mét dromedaris bij heeft postgevat, die uiteraard door alle toeristen wordt gefotografeerd. Daarvoor staat hij er trouwens en... voor de 10 Dirham die elke foto hem oplevert. We rijden langs deAtlasfilmstudio’s waar hele paleizen in hout staan opgebouwd maar waar vooral reusachtige Egyptische beelden zijn achtergebleven van de opnames van Asterix en Obelisk. De studio’s zijn helaas niet te bezichtigen. Vervolgens brengt Brahim ons naar het Maison Saharienne.Marokko 11Blauwe berbermannen ontvangen ons met hete muntthee en leggen ons uit hoe de handel met de karavaannomaden in zijn werk ging en nog gaat: zij ruilen tapijten voor voeding, thee en andere levensnoodzakelijke producten. We leren dat er 5 soorten tapijten zijn met elk hun eigen kleuren en motieven die uiteraard stuk voor stuk een betekenis hebben. De tapijten hebben slechts aan één kant franjes. Dat is om het begin van het verhaal aan te duiden. Wij hebben geen tapijt nodig en kopen dus niets, ook niet van de mooie stukken ambachtswerk op de bovenverdieping. Ik voel me een beetje gegeneerd om de tijd die deze mensen aan ons besteed hebben, maar ze zullen dat wel gewoon zijn zeker? Volgende halte is een herborist of “Ancienne Pharmacie”. Hier leren we alles over kruiden, geneeskrachtige crèmes en drankjes, zalven, oliën, enz. C neemt hier uiteraard haar kans waar om haar assortiment keukenkruiden aan te vullen: saffraanpoeder, ras-el-hamout, curry met citroen, 4-kruidenmengsel. 
 
Intussen is de hemel bewolkt als we door een groot stuk keienwoestijn richting Skoura rijden. Een keienwoestijn is een ‘reg’ en een zandwoestijn een ‘erg’. In Skoura rijden we door de Palmeraie en langs de mooie Kasba Amridil. Daarna volgt een piste van 52 kilometer in de bergen  die ons langs talloze kleine dorpjes brengt. Onderweg zien we veel spelende kinderen, mensen te voet en op ezeltjes. Zij komen van een marktje dat, wanneer wij er aan komen, pas ten einde blijkt te zijn. De verkopers zijn volop bezig hun Marokko 12ezels en een schaarse stokoude vrachtwagen te laden. Koopwaar is in grote doeken gewikkeld of in houten kratten die torenhoog op de vrachtwagen gestapeld worden of op de rug van de geduldige ezels. Langs de bergpaden trekken vooral oude mannen eenzaam met hun ezeltje terug naar hun dorp, soms tot 15 of 20 kilometer ver. Brahim koopt op de markt bij een oud vrouwtje een plat brood voor zijn picknick. Voor ons heeft hij in het hotel een lunchpakket meegekregen. Alles is ingepakt in kleine pakjes in aluminiumfolie: een kippenbout, gebakken lamsvlees, worst, kaas, tomaat, brood, een ei en zelfs een beetje peper en zout. Voor dessert is er een appel, een appelsien en een potje yoghurt. We stoppen in een droge rivierbedding en zoeken een geschikt rotsblok. Brahim zondert zich opnieuw af om ons niet te storen of om zelf wat privacy te hebben. Het duurt niet lang of hij heeft een horde kinderen rond zijn auto verzameld met wie hij uitbundig praat en lacht en... kwistig onze snoepen uitdeelt. 
Op de verdere tocht door het Atlasgebergte is het voortdurend genieten van het landschap, dat een onverwachte afwisseling biedt van groene valleien, dorre vlakten en bergen met ongekende kleurschakeringen waarin rood en lichtgroen de bovenhand hebben. In sommige bergflanken zijn holen uitgehouwen, waar nog steeds mensen in wonen. Bij één ervan stoppen we en Brahim kondigt onze komst aan door met een kei tegen de rots te kloppen. Er komt geen reactie, er is niemand thuis en we kunnen dus jammer genoeg niet even gaan kijken hoe primitief deze mensen hier leven. Af en toe ontmoeten we schaapskuddes die verschrikt links en rechts van de weg de heuvels invluchten. De herders komen steevast naar onze auto en Brahim laat nooit na een kort praatje te maken. Ook zij lusten trouwens wel een snoepje. Op een rotsblok, op een honderd meter van de weg zit een jonge vrouw met een baby. Als we stoppen, komt ze naderbij, voorafgegaan door twee vervaarlijk blaffende honden. Brahim houdt de beesten op een afstand door er stenen naar toe te gooien en van zodra ze zien dat hun bazin een praatje met ons slaat, gaan ze rustig liggen toekijken. De jonge vrouw draagt een prachtig glanzend bruin kleed met bloemen en een even mooie doek op het hoofd. Haar kledij zou bij ons niet misstaan op een chique feest.
Marokko 13
Ze is alleen thuis achter gebleven terwijl haar familie naar een bruiloft is. Ze zit nu op uitkijk want ze denkt dat ze vandaag zullen terugkeren. Helemaal zeker is dat niet, want een huwelijksfeest kan één tot meerdere dagen duren. Ik schenk een miniatuurautootje dat ik thuis nog inderhaast had meegenomen aan het kleintje en we nemen afscheid. Zij keert terug naar haar uitkijkpost en even later zien we een hele familie op een lange rij te voet door de bergen trekken. De vrouw zal vanavond niet meer alleen zijn. Bij het volgende dorpje houden we halt aan een schooltje waar we een eerste pakketje van onze balpennen aan de onderwijzeres schenken. Ze is zeer blij en het meest nog omdat ze Brahim nog eens terug ziet. Hij kent haar omdat hij ooit met toeristen bij haar is blijven overnachten toen de weg door overstromingen versperd was. 
Tegen vier uur steekt er een wind op die hele wolken stof doet opwaaien en begint het te regenen. Het landschap wordt er echter alleen maar indrukwekkender door want het natte zand en rotsen geven meer dan ooit hun kleurschakeringen prijs. Sommige stukken doen me zelfs denken aan Artist Pallet in Death Valley. Zelfs Brahim toont zich onder de indruk. Ik film en fotografeer bijna onophoudelijk; in twee dagen heb ik al evenveel cassettes vol! Als we stoppen om een theetje te drinken in een simpel cafeetje (het is eigenlijk een kleine kasba mét binnentuin), zien we Brahim opnieuw met een klein emmertje water naar binnen trekken. Marokko 14Eerst denken we dat hij naar het toilet moet, maar later realiseren we ons dat het is voor zijn dagelijks gebed. Het emmertje is voor de rituele reiniging en niet voor wat we eerst dachten... We zijn nu op weg naar de Vallée du Dadès. Brahim vraagt ons waarom we onder elkaar het voortdurend hebben over Dadès? Hilariteit wanneer blijkt dat hij het heeft over “dat is...”, wat wij inderdaad ettelijke keren per dag blijken te zeggen. In de Vallée du Dadès komen we terug op de hoofdweg, maar die ligt er eigenlijk slechter bij dan sommige stukken van de bergpiste. Het is prachtig! De felrode rotsen hebben onwaarschijnlijk grillige vormen en dragen originele namen zoals bv ‘pattes de singe’.Het is zeven uur wanneer we ons hotel bereiken dat aan de ingang van de Dadéskloof ligt: de ‘Kasba de la Vallée’, een tamelijk groot hotel langs de rand van de weg, dat zich volgens mij ten onrechte de naam kasba toeeigent. Het doet meer aan een oud hotelletje in de Belgische Ardennen denken, alhoewel het interieur toch wel mooie Marokkaanse elementen bevat. De zon is inmiddels terug, maar het is ronduit koud en we zijn blij dat we ook een pull-over hebben meegebracht. Een goede warme douche kikkert ons op vóór we aan tafel gaan voor een eenvoudige, typische berbermaaltijd die bestaat uit een fletse soep, rijstsalade en couscous met kip. En natuurlijk geen wijn, enkel water; Niets bijzonders dus, maar in dit kader had eigenlijk niets anders gepast en we laten het ons smaken. Twee jonge Franse toeristen denken er anders over; zij laten bijna alles onaangeroerd. Brahim komt ons vertellen dat hij het traject voor morgen moet wijzigen omdat de piste door de regenval onbruikbaar is geworden. En er wordt voor morgen meer regen voorspeld. Tijdens het eten gaat de lichtsterkte voortdurend op en af. Hier moeten ze hun elektriciteit zelf maken en bij het verlaten van het restaurant worden we gewaarschuwd dat er na 22.30 uur zelfs helemaal geen elektriciteit meer zal zijn. Geen nood, want om halftien liggen we al onder de warme wol.

Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT

Twaalf euro om ons te laten fotograferen

Maandag 24 mei 2004
Als we opstaan, is er nog steeds geen elektriciteit. Dat hoeft ook niet want het is klaar en de zon schijnt volop. Toch moeten we ons wassen en scheren in een halfduister badkamertje. Daarenboven duurt het ruim 5 minuten voor er warm water uit de kraan komt. Het ontbijt is nóg soberder dan het diner van gisterenavond: enkele droge stukken brood, confituur en een La-Vache-qui-Rit-kaasje. We vertrekken al vóór negen uur met een blinkende jeep; Brahim heeft hem al mooi gewassen en dat was wel nodig na de deels stoffige en deels modderige tocht van de voorbije dagen. Hijzelf draagt vandaag zijn berberkleed niet.
Marokko 15c

We zijn onmiddellijk in de Dadèskloof en het landschap is ronduit sensationeel de rivier vindt haar weg tussen steile hoge rotswanden en van op de hoogten ontvouwt zich een indrukwekkend landschap met grillige rotsformaties die ons doen denken aan Canyonlands. Vooral “la Tortue du Dadès” – een rotsplateau in de vorm van een schildpad waarrond de rivier kronkelend meandert – zou evengoed in de natuurparken van de Verenigde Staten kunnen liggen. De weg is breed en goed bereidbaar maar hier en daar overspoeld door modder die door de regen van gisteren naar beneden is meegesleurd. Er is zo goed als geen verkeer. Op een parkeerplaats waar we stoppen voor het mooie panorama, hebben twee oude berbermannen hun koopwaar uitgestald: eenvoudige ambachtelijk gemaakte voorwerpen zoals je ze in alle winkeltjes aantreft, maar volgens Brahim ben je er hier tenminste zeker van dat ze echt zijn. Het zal wel waar zijn zeker? Ik zwicht voor een mooi oranjekleurig flesje in aardewerk met een lange sierlijke hals in metaal en dat dient om rozenwater te sprenkelen. De man vraagt er 400 Dirham (ongeveer 40 Euro) voor en ik betaal uiteindelijk 250 Dirham. Zoals altijd heb ik het gevoel toch nog veel te veel betaald te hebben, maar Brahim vindt dat ik een goede onderhandelaar ben. Ik hou er tóch geen goed gevoel aan over. 
 
We volgen de vallei tot in Msemco, waar normaal de piste begint. We moeten echter rechtsomkeer maken, want de piste is door de regenval onbruikbaar. Via een omweg langsBoumaine Dadès vangen we de lange rit aan naar Tinerhir of Tineghir (‘gh’ wordt immers uitgesproken als ‘r’). Bij het binnenrijden van de stad stoppen we bij een plaatselijke markt, die jammer genoeg op een einde loopt. Het is er toch nog behoorlijk druk. Je stapt binnen in een groot ommuurd terrein via een grote ingangspoort en je staat voor een intrigerend schouwspel van armzalige kraampjes, grote pakken en zakken, karren, één enkele vrachtwagen en vooral veel ezeltjes en mensen, hoofdzakelijk oude mannen. Naar het schijnt is in Marokko inkopen en vooral onderhandelen een mannenzaak. Er lopen echter ook heel wat gesluierde vrouwen. Het filmen verloopt voorzichtig en een beetje angstig, maar ik slaag er wel in enkele mooie tafereeltjes vast te leggen. We laten Tinerhir voorlopig links liggen en rijden een flink stuk verder door naar de Gorges du Todra. Dit is één van de grote toeristische trekpleisters en het is er dan ook aanzienlijk drukker dan wat we gewoon zijn.
Marokko 16
In de smalle kloof staan zelfs twee autocars het mooie zicht te belemmeren. De toeristen zijn hoofdzakelijk Fransen. Brahim noemt hen “les Zolalas” omdat ze voortdurend “Ohlala!” zeggen; de autocarreizigers noemt hij “le Tribu des Tamalos” omdat het meestal oude mensen zijn die je vaak hoort zeggen: “T’as mal au dos?”, “J’ai mal aux jambes” of dergelijke. Midden in de kloof staat aan de overkant van de rivier (die Brahim niet zonder enige zin voor sensatie met de jeep oversteekt) een restaurant. Hier gebruiken we de lunch in een grote zaal die aangekleed is als een nomadentent: plafond en wanden zijn gedrapeerd met groen-rood gestreept doek met goudgele versieringen. Het heeft wel iets, ook al zitten we er alleen. De Franse toeristen zitten blijkbaar in een andere zaal, want de een na de ander moet even in “onze tent” komen binnenkijken. Het eten is zeer verzorgd en vooral zeer copieus en ondanks het late uur eten we ons buikje vol. Bij het vertrekken steekt Brahim met plezier nog eens de rivier over en doet het water extrahoog opspatten terwijl ik van op de andere oever film. Helaas zal later blijken dat de opname mislukt is: ik heb de camera af in plaats van aan gezet.
 
De Todrakloof is zeer mooi: hoge rotswanden omsluiten een grillig kronkelende rivier en hier en daar maakt een eenzame palmboom het plaatje compleet. We rijden er enkele kilometer in tot aan een eenzaam klein wit gebouwtje. Het is een ‘marabout’ die diende om zieken in afzondering te verzorgen zodat ze geen besmetting konden overzetten op anderen. Hier draaien we terug richting Tinerhir en na 10 kilometer bereiken we de Palmeraie van Tinerhir waar we door een jonge kerel worden opgewacht die ons in de palmentuin zal rondleiden.
Marokko 17
Dit is paradijselijk: grote dadel- en andere palmen, oleanders, granaatappel- en amandelbomen en frisgroene tuintjes waarin allerlei groenten en fruit wordt gekweekt. We zien prachtige bloemen en mooie kleurige vogels. Overal klatert het water in de rivier en in de talloze irrigatiekanaaltjes die de Palmeraie doorkruisen. En dit alles tegen een achtergrond van bergen en een helblauwe hemel. Af en toe kom je vriendelijke mensen tegen die in alle rust en sereniteit in hun moestuin aan het werken zijn. De hectische wereld is ver weg... dit  is zalig. Onze gids geeft uitleg bij alle planten en gewassen en als souvenir vlecht hij voor C uit een palmblad een heus dromedarisje.  We blijven er in totaal een uur en we zouden er gerust nog veel langer kunnen blijven maar de tijd dringt. Het is halfzes als we ons hotel bereiken: Hotel Tomboctou in Tinerhir. Het is een eenvoudig hotel in een authentieke oude kasba. Via een smal toegangspoortje en een donkere gang kom je op een ruime binnentuin met zwembad en sta je voor de imposante gevel van het hoofdgebouw.  De inrichting is sober maar authentiek: lemen vloeren en muren in de typisch roodbruine kleur, echte antieke deuren met grendel en hangslot; eenvoudig aangepast meubilair. Alle kamers dragen de naam van een stad op de oude karavaanroute. Onze kamer noemt “Gao” naar een stad op ongeveer 400 kilometer van Timbouctou, nu in Mali gelegen.
 
Ondanks de dreigende onweerswolken besluit Brahim om nog eens naar het stadscentrum te rijden. Ik had onderweg al gevraagd welke muziek ik kon kopen voor mijn videofilm. Brahim zal mij helpen om in een cd-winkel de geschikte muziek uit te kiezen. Het stadje is zeer levendig en wij voelen opnieuw, terecht of ten onrechte, een beetje een dreigende sfeer. We volgen onze gids op de hielen uit schrik hier verloren te lopen of door een of andere onvriendelijke Arabier aangesproken te worden. Nochtans is niemand onvriendelijk maar onveiligheid is een subjectief en niet te ontkennen gevoel.  In een piepklein ateliertje toont een man ons hoe hier de houten blaasbalgen worden vervaardigd waarvoor Tinerhir gekend blijkt te zijn. Het zijn onooglijke, ruw afgewerkte en in een blekkend rood geverfde tuigen van alle formaten. In het cd-winkeltje beluistert Brahim een tiental cd-tjes (meer hebben ze er niet...) en lijkt niet helemaal zijn zin te vinden. De muziek die we in de wagen onderweg voortdurend te horen kregen, en waarmee we intussen heel erg vertrouwd zijn, is er wél bij. Ik koop uiteindelijk twee cd’s aan 25 Dirham per stuk of 2,50 Euro. 
Bij het Marokko 18avondmaal in het hotel is de patron, een rondbuikige Zwitser met grote snor en dito bakkebaarden,  én het personeel druk in de weer met een fototoestel. Er worden foto’s gemaakt voor een nieuwe hotelbrochure. De man heeft het hotel recent overgenomen van een Spaans schrijver-dichter en wil duidelijk een nieuwe start nemen. De ober, de chef-kok, ja zelfs de klanten moeten één voor één poseren voor een aantal scènes uit het drukke leven in het hotel-restaurant. Ook de patron zelf neemt plaats aan een tafeltje zodat het restaurant toch wat gevuld is en dus ook wij ontsnappen niet aan onze figurantenrol. Als beloning voor bewezen diensten besluit de patron onze fles wijn niet aan te rekenen. Drie dagen geleden vroeg men ons in Marrakech nog 100 Dirham om een foto te maken; we betaalden tegen onze zin 50 Dirham en vandaag incasseren we zelf 120 Dirham om gefotografeerd te worden. Voorwaar een straffe toer, vind ik.


Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT

Een ommetje langs de zandduinen van de Sahara

Dinsdag 25 mei 2004                                                           
Vandaag moeten we wat vroeger opstaan want we hebben Brahim gevraagd of hij een omweg wil maken langs de woestijn. De zandduinen van de Sahara staan niet op ons programma, maar ze liggen niet zo ver van onze route verwijderd. Na ruggespraak met Pampa Voyages krijgt hij de toestemming om het te doen zonder dat het ons extra wordt aangerekend. Een mooie geste, als je weet dat dit ommetje niet minder dan 2 uren en dus wellicht meer dan 100 kilometer zal duren. We hebben goed geslapen ondanks het feit dat we vannacht om 2.45 uur werden opgeschrikt door het gezang van een muezzin. We ontbijten in een tent in de binnentuin met lage tafeltjes en dito zetels. Een eerder karig, maar lekker ontbijt bestaande uit Frans brood, confituur, een schijfje cake en opnieuw een La-Vache-Qui-Rit-kaasje. De rit naar de woestijn is lang en loopt door een eentonige vlakke steenwoestijn. Het landschap vertoont veel gelijkenis met Jordanië. Ook de talrijke onafgewerkte huizen waarvan het gelijkvloers nochtans bewoond is, doet ons deze vergelijking maken. Brahim legt ons uit dat de aanzet tot een tweede verdieping een manier is om te laten merken dat men zich dit “kan permitteren”. In de dorpen Marokko 19
die we voorbijrijden valt het grote aantal schoolkinderen op dat te voet op weg is naar school, evenals de vele vrouwen in het zwart en helemaal gesluierd. Verschillenden hebben slechts één oog vrij en sommigen zelfs niet één. Net voorbij Erfoud doorkruisen we de mooie en uitgestrekte Palmeraie van Tafilalt, maar er is geen tijd om te stoppen. 
Tegen de middag komen in Merzouga de enorme zandduinen van Erg Chebbi in zicht. Ze strekken zich uit over 30 kilometer en zijn met hun 250 meter de hoogste van Zuid-Marokko. Marokko 20Via een onzichtbare piste doorkruist onze 4X4 de enorme zandvlakte en eens te meer bewijst Brahim een zeer ervaren chauffeur te zijn. Hier zouden we zelf nooit de weg vinden. We stoppen in een hotel-restaurant aan de voet van de duinen. Van hieruit vertrekken echte plezierritjes per 4X4 in en over de duinen en in de verte zien we ze inderdaad als kinderen in het mulle zand stoeien. Een zwarte in blauwe djellaba tracht ons te overhalen tot een tochtje, maar we hebben er niet de tijd voor. We kunnen enkel de duinen van op afstand bewonderen en zien hoe de kleur ervan constant verandert naargelang de wolken de zon meer of minder bedekken. Hier zien we deSahara voor onze ogen zoals we ze ons altijd hebben voorgesteld: gele zandheuvels, blauwe hemel, dromedarissen, een nomadentent en hier en daar een ommuurde kasba. Ik ben heel blij dat we deze omweg hebben gemaakt, want dit is een totaal ander facet van Marokko waarvan we nu toch een heel klein beetje hebben kunnen proeven. Ik heb opnieuw een beetje spijt dat we niet gekozen hebben voor de tocht mét bivak in de woestijn.  
Op de terugweg houden we halt in Erfoud, hét centrum van de fossielen. We bezoeken een atelier waar de fossielen uit de ruwe rotsblokken worden geslepen en waar grote stukken marmer worden gepolijst die werkelijk een overvloed van oude fossielen bevatten. Hier kan je een groot marmeren tafelblad vol fossielen kopen voor 40.000 oude Belgische franken, transport naar België inbegrepen. Wij beperken ons tot een paar kleine stukjes als souvenir. Vandaag zullen we opnieuw laat lunchen, want het is al kwart na twee als we in Errachidia komen, waar we halt houden bij een hotel. Na het eten koop ik in de shop van het hotel een roestkleurige sjaal die C wel mooi vindt, althans mooier dan elders. Ik kan amper afbieden van 90 naar 60 Dirham maar we vinden het toch een koopje. Als Brahim de sjaal ziet, onderzoekt hij hem kritisch en vraagt hoeveel we betaald hebben. “Veel te duur” zegt hij, “il ne vaut pas plus que 20 Dirham et puis... ça déteint!”.  Vanaf 15 uur regent het, of liever stortregent het. De rivieren zwellen en het roestbruine water stroomt hier en daar over de weg. Het is mistig en de zichtbaarheid is zeer beperkt. Zo krijgen we van de ongetwijfeld mooie Gorges du Ziz niet veel te zien. In een bocht ligt een grote vrachtwagen vol frisdrank omgekanteld in de berm. Het wordt een lange rit zonder onderbreking en we slaan zelfs de voorziene stop aan de “Source Bleue de Meski“ over. Het enige waar we deze namiddag van genieten is een zeer lekkere espresso bij een sanitaire stop aan een benzinestation. Om 18.15 uur en na een rit van 430 kilometer komen we aan in hotel“Kasbah Asmaa” in Midelt. Hier zijn we aan de poort van de Hoge Atlas en dat voel je aan de temperatuur.
 Marokko 21
Hier hebben we onze pull-over echt nodig want ik schat dat het hier nauwelijks meer is dan 10° Celsius. Het hotel is een zeer indrukwekkende ommuurde kasba. Ook wanneer je binnenkomt geraak je onder de indruk van het luxueus ogende interieur met een centrale fontein, een blauw en een rood restaurant en heel wat mooie lantaarns en ander antiek. De hemel blijft dreigend grijs tot zwart, maar wanneer de zon er even doorkomt, is het licht zo fel dat de hele omgeving hallucinant verlicht wordt. Een stortbui blijft dan ook niet uit, maar we blijven voorlopig wel gespaard van onweer. Na de regen moet op de binnenplaats een bediende het modderwater wegtrekken dat van de lemen muren is afgelopen. Onder het terras genieten we van een lekker sinaasappelsap en geraken in gesprek met een Franse toeriste uit Marseille. Samen met haar echtgenoot is ze hier net aangekomen met hun eigen 4X4 na een tocht door Spanje, de overtocht naar Tanger en door Noord-Marokko. Nu willen ze door het Atlasgebergte trekken langs de bergpistes die haar echtgenoot ieder jaar per moto doorkruist. Hij wil zijn vrouw eens laten zien hoe mooi het land wel is, maar het weer verontrust hen. Terecht denk ik, want met dit weer zijn de pistes waarschijnlijk voor enkele dagen onberijdbaar. Overigens hebben zij via de barometer die ze in hun auto hebben ingebouwd, gezien dat de weersvooruitzichten allesbehalve goed zijn. 
’s Avonds in het hotel krijgen we een zeer lekker diner voorgezet: salade mechouia (met gestoofde tomaat en paprika) en een heerlijk dampende tajine. Ik vind vooral het dessert bijzonder lekker in al zijn eenvoud: heerlijk zure en sappige schijfjes appelsien met wat kaneelpoeder over gestrooid. Marokko 22Het dinner wordt opgeluisterd door een Gnoua-zanger die zichzelf begeleidt op een oud en primitief snaarinstrument waarbij hij monotoon en klaaglijk zingt. De Gnoua-muziek stamt af van de zwarte slaven uit Mali en Ghana, die zichzelf met deze muziek in een soort trance zongen en dansten. Hij draagt de traditionele klederdracht en laat het trosje op zijn hoofddeksel voortdurend ronddraaien. Wij zijn nagenoeg de enige klanten in het grote restaurant dat rondom met rode pluche en kussens is versierd en in een echt oosterse sfeer baadt. De bediening is ongedwongen en zeer vriendelijk. Onze ober spreekt Frans, maar ook hij is bijzonder geïnteresseerd in talen. We moeten hem voortdurend vertellen hoe bepaalde woorden in het Engels of zelfs in het Nederlands klinken. Het is een sfeervolle avond en we genieten ervan.

Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT

Sneeuw in de bergen en een weggespoelde brug

Woensdag 26 mei 2004
We hebben het de hele nacht horen stortregenen en als ik ’s ochtends door het raam kijk, zie ik dat er op de omringende bergtoppen sneeuw is gevallen. Dit heeft men hier nog maar zelden meegemaakt in de 5e maand (zo noemt men de maanden hier). 
Marokko 23
Intussen regent het niet meer, maar de lucht is grijs, er hangen lage dikke wolken en het is koud. Via de Fransen van gisterenavond vangen we de eerste geruchten op van de gevolgen van het noodweer: op de weg naarMeknès zouden tientallen auto’s geblokkeerd staan omdat er een brug door de gezwollen rivier finaal is weggespoeld. Verschillende mensen zouden zelfs de nacht in hun auto hebben doorgebracht. Brahim reageert nauwelijks op het nieuws en we vertrekken richting... Meknès. Al snel is de weg afgesloten, maar Brahim rijdt toch tot aan de plek van het onheil om zich zelf van de situatie te vergewissen en inderdaad, aan de rivier gaapt een diepe kloof over de hele breedte van de bedding en er is nergens nog een spoor van de brug. Een zieke man wordt op een brancard van de ene oever naar de andere gebracht door vier ambulanciers die op blote voeten en opgestroopte broek door de wilde rivier waden. In een klaarstaande ambulance kan hij op de andere oever zijn reis naar het ziekenhuis verder zetten. Op beide oevers staan tientallen mannen met de handen in de zakken toe te kijken. Er wordt niets gedaan en er wordt zelfs nauwelijks gepraat. Het is alsof iedereen aan het nadenken is over een originele manier om aan de overkant te geraken, waaraan niemand anders al gedacht heeft. Maar er is geen manier. De weg herstellen zal wel enkele dagen in beslag nemen en de kortste omweg bedraagt meer dan 100 kilometer. Ook Brahim zegt geen woord en schijnt na te denken. Plots stapt hij terug in de auto en vertrekt. Hij heeft vernomen dat er iets verderop een piste is die het proberen waard is. Even verder duikt hij met onze 4X4 inderdaad de berm af en na een tijdje zien we inderdaad iets wat op een piste gelijkt. We zijn trouwens niet alleen. Vooral kooplieden op weg naar de markt wagen hun kans, zelfs met gewone auto’s en bestelwagens. Moeizaam kruipen ze door de diepe plassen maar velen rijden zich hopeloos vast in de modder. Onze 4X4 is, mede dank zij de vaardigheid van Brahim, wel voor de klus bestand en na een klein uurtje komt de weg in zicht. Bij een nomadentent op enkele tientallen meter van de piste staan enkele nomadenvrouwen en kinderen toe te kijken.
 Marokko 24

Brahim stopt en wenkt de kinderen voor een snoepje. De grootste, een meisje van ongeveer twaalf jaar, komt op ons af maar blijft op een tiental meter van de auto staan. Ze durft niet dichterbij komen en dan wordt haar jongere zus maar gestuurd. Vastberaden nadert ook zij maar blijft eveneens op vijf meter staan. Beiden zijn zo weinig menselijk contact gewoon dat ze niet durven naderbij komen en uiteindelijk moet een oude vrouw de snoepjes in ontvangst komen nemen. Ze wisselt een paar woorden met Brahim en we vertrekken. Brahim zegt dat ze ons uitnodigde voor een thee, maar we hebben geen tijd te verliezen; er wacht ons nog een lange rit. Jammer! 
Het weer is intussen nog niet veel verbeterd maar het regent slechts af en toe een beetje. Het landschap is schitterend en overal bloeien bloemen die de berm en hele velden kleur geven: geel, rood, blauw, zo veel dat het er ondanks het slechte weer zeer zomers uitziet. Dit heb ik nog nergens gezien. Net vóór Azrou komen we echter in een dichte mist terecht zodat we uiteindelijk van het (ongetwijfeld mooie) Cederbos van de Atlas nauwelijks iets te zien krijgen. We zien wél de silhouetten van de reusachtige cederbomen die tot 50 meter hoog kunnen zijn. We stoppen toch even voor de apen die hier nog in het wild leven, maar die schijnen met dit slechte weer ook liever ergens in het bos te blijven. Brahim laat niet af en blijft zoeken en... met succes. Marokko 25Plots duikt de ene makaak na de andere op en grijpt schichtig de apenootjes mee die we hen toegooien. De makaak is de enige nog overgebleven aap in Noord-Afrika. Tegen de middag stoppen we bij een benzinestation waar ook gegeten kan worden. Brahim komt ons vragen wat we willen eten. Niet dat er veel keuze is: tajine de veau of poulet?  Terwijl dit voor ons wordt klaargemaakt maken we nog een toertje, maar wegens de mist heeft dat niet veel zin; er is zo goed als niets te zien. Dan maar terug en geduldig wachten in een koude, kale eetzaal waar drie schrale katten voortdurend om een hapje komen bedelen. Na de middag doorkruisen we een groen berglandschap dat weinig indrukwekkend is en eerder aan Europa (Frankrijk of Zwitserland) doet denken dan aan Afrika. Wellicht komt dat ook door de regen en de mist. Toch klaart het een beetje op en probeert de zon af en toe door te breken. Nu en dan valt er nog een beetje regen. 
Even vóór Khenifra bereiken we Mrirt. Hier is er markt vandaag. Onze attente chauffeur, die al lang begrepen heeft waarin wij geïnteresseerd zijn, houdt halt. Ook hier heeft het gebeuren plaats op een groot ommuurd terrein en bij het binnenkomen aan de grote poort zit een soort bewaker met wie Brahim een klein gesprekje voert. Hij knikt en het ziet ernaar uit dat we “toestemming” hebben. Ik vrees nog steeds voor kwade reacties als ik mijn camera boven haal, maar toch tracht ik, weliswaar van op afstand, zo veel mogelijk beelden te maken. Dank zij mijn telelens lukt dat behoorlijk, maar de echt mooie close-ups zijn er toch niet bij. Na een vrij kort oponthoud trekken we verder, richting Kasba Tadla en vervolgens Marokko 26Beni Mellal, een moderne en vrij grote stad aan de voet van de Midden-Atlas. Hier is het moment voor de evaluatie aangebroken: Brahim overhandigt ons de documenten waarop wij niet alleen de hotels maar ook onze chauffeur-gids moeten beoordelen. Hij is duidelijk opgelucht als ik hem vertel wat ik over hem geschreven heb: ik geef hem 10 op 10 want we vonden hem niet alleen een bekwame chauffeur en goede gids maar vooral ook een toffe en vriendelijke kerel. Het is misschien wel uit dankbaarheid dat hij ons nog eens vergast op een extraatje: we rijden om langs de borj (d.w.z. burcht) van Ras-el-Ain, die hoog op een bergtop uitkijkt over de stad en de aangrenzende uitgestrekte vlakte. Het is een panorama als uit een vliegtuig. 
Marokko 27
Tegen 19 uur bereiken we ons hotel in Afourer, het luxueuze Hotel Le Tazarkount. Bij aankomst oogt het in ieder geval zeer indrukwekkend met zijn brede façade en hoge beschermende muren en ingangspoort. De oprit leidt doorheen een tuin met schitterende bougainvillas en andere exotische planten en aan de achterkant is de tuin nog imposanter, vooral dank zij het exotische paviljoentje midden het grote azuurblauwe zwembad. Onze kamer is zeer ruim en comfortabel en heeft een balkonnetje met uitzicht op al dat moois. Dit is écht een verademing en zeker het mooiste hotel tot nu. Maar de rust is van korte duur: er arriveren twee bussen luidruchtige toeristen. Eén ervan blijkt zelfs een groep Vlamingen te zijn en we houden ons op een afstand. ’s Avonds slaan we ze geamuseerd gade in het restaurant, dat overigens niet veel voorstelt: we krijgen een internationale keuken voorgeschoteld met een klein vleugje Marokkaanse invloed, maar de (Franse) patisserie is zeer lekker. Via Brahim reserveren we een restaurant in Marrakech voor vrijdagavond. Morgenavond zullen we door iemand vanPampa Voyages worden opgevangen en naar ons hotel gebracht. Met haar kunnen we dan ook afspreken voor verdere begeleiding in Marrakech. Gezien de sfeer die we eerder deze week proefden én de chaotische structuur van de binnenstad, gaan we dat zeker doen. Om 22.15 uur kruipen we onder de wol na alweer een zeer gevulde dag. Het weer is intussen veel beter geworden, maar vandaag hebben we toch de hele dag een fleece nodig gehad.

Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT

Einde van onze tocht door het Atlasgebergte

Donderdag 27 mei 2004
Vandaag is de laatste dag van onze rondrit door het Atlasgebergte. Eindelijk is het mooi weer: een staalblauwe hemel en een brandende zon. In het vroege ochtenduur is de temperatuur zeer aangenaam. We verlaten het gebergte maar moeten nog één keer een bergkam over om dan door de vlakte naar Marrakech te rijden. Onderweg laten we het uitgestrekte stuwmeer van Bin-el-Ouidane links liggen en zo bereiken we via een lange en smalle weg de Cascades d’Ouzoud.
 Marokko 28

Het is snikheet en wanneer we aan de top van de waterval komen en diep in de vallei kijken, staat er een schitterende regenboog in het bruisend geweld van de waterval. Eigenlijk zijn er verschillende watervallen diep zich op een tussenverdiep verenigen in één grote waterval. Alles bij elkaar stort het water meer dan 100 meter naar beneden met enorm gedruis, zeker nu het de laatste dagen zoveel geregend heeft. Boven aan de rand van de vallei brengen we een kort bezoek aan een klein gebouwtje waarin een watermolen is ondergebracht, een zeer primitief systeem dat door een oude molenaar wordt bediend. Fier toont hij ons hoe ingenieus het hele systeem in elkaar zit en demonstreert hoe het graan gemalen wordt. We dalen te voet af om de watervallen vanuit een lager gelegen punt te bewonderen en komen langs een rij toeristenwinkeltjes die onvermijdelijk op elke toeristische topplaats aanwezig zijn. Vandaag kunnen ze zich blijkbaar niet in veel publiek verheugen en dus zijn wij dankbare prooien. We worden door elke verkoper aangeklampt en durven nauwelijks hun koopwaar bekijken. We zijn nochtans nog steeds op zoek naar schaaltjes en kommetjes in aardewerk en volgens Brahim is dit een betere plaats om ze te kopen dan in de soeks van Marrakech. Op de terugweg stappen we dus toch maar een van de kraampjes binnen en vinden wat we zoeken. Maar... we moeten weer marchanderen en dat gaat ons niet goed af. Ik kan de prijs terugdringen van 360 naar 250 Dirham maar ik vind dat toch nog veel voor 4 kleine kommetjes en schaaltjes. Brahim heeft alles geamuseerd gevolgd en vindt dat ik het spel zeer goed speel. Ik ben een echte Berber, zegt hij en “aussi le monsieur sera content.” Dat zal wel! Zijn dag is goed volgens mij.
Even buiten Ouzoud stoppen we bij een klein schooltje. We hebben nog een pakje kogelpennen. Een jonge onderwijzer staat voor een klas van een twintigtal leerlingen van verschillende leeftijden. 
Marokko 29Stuk voor stuk mooie, frisse kinderen met prachtige ogen, de meisjes met kleurrijke hoofddoeken en allemaal met een stralende glimlach. Prachtig voor de video en ze poseren al giechelend. De onderwijzer tracht ze “bonjour monsieur” te laten zeggen, maar het kinderkoor schalt totaal andere klanken uit. Mooi! De rest van de namiddag is niet veel zaaks meer. We laten de Midden-Atlas achter ons en het wordt zo’n beetje afhaspelen van de laatste 120 kilometer. We kunnen nog nauwelijks wachten op Marrakech, maar in Azilal is er... markt, en die kunnen we natuurlijk niet voorbijrijden. En wat voor een markt! Veruit de mooiste, drukste en meest schilderachtige die we gezien hebben. Het krioelt er echt van het volk en we volgen in het spoor van Brahim langs de kraampjes.
Marokko 30
Het gedeelte met voeding is het grootste: groenten en fruit, vlees, dode en levende kippen. Ik film er op los en vergeet de mogelijke dreigende reacties. Na een hele tijd stel ik vast dat niemand mij lijkt op te merken en dat de sfeer hier zelfs eerder vriendelijk is. Bij een oude vrouw kopen we een stukje kohl, een zware klomp zilverkleurige steen die door de vrouwen tot fijn stof verpulverd wordt om als oogschaduw te gebruiken. Brahim brengt ons even buiten de muren naar de ezelsparking. Dit is een onvergetelijk schouwspel: honderden ezels van alle formaten lopen er kriskras door elkaar. Hier laten de kooplui tegen betaling (het is dus een echte parking) hun ezel achter en wanneer ze terug vertrekken moeten ze uit de massa hun eigen beest zien terug te vinden. Zoals wij onze auto, maar het verschil is natuurlijk dat die braaf op zijn plaats blijft staan en dat kan van de ezels niet gezegd worden. Onder luid gebalk stampen ze regelmatig met de achterpoten naar elkaar want het blijkt dat de vrouwtjes de grootste moeite hebben om de opdringerige en bronstige mannetjes van zich af te houden en wie niet uit de weg gaat, deelt in de brokken. Maar het is een schitterend en onvergetelijk tafereel. Ik vraag me af hoe lang dit nog zal blijven bestaan.  
Vóór we vertrekken doet Brahim nog zijn voorraad groenten in want vanavond eet hij samen met zijn vrouw thuis in Marrakech. Aangezien we straks moeten afscheid nemen, is het deze namiddag, bij onze laatste stop voor een muntthee, het moment om Brahim zijn fooi te geven, maar... we weten niet hoeveel we hem moeten geven om redelijk te zijn en anderzijds ook niet te overdrijven. We houden het uiteindelijk op 10 Euro per dag en ronden af naar boven tot 70 Euro omdat we zeer tevreden waren van zijn werk, Marokko 31maar ook een beetje omdat ik maar één biljet van 50 en 20 Euro heb en 100 Euro zou wat veel zijn, vind ik.Hij toont zich alleszins zeer tevreden. Als we in Marrakech aankomen, stappen we eerst even binnen bij Pampa Voyages op de Boulevard Mohammed V om onze begeleiding in Marrakech te regelen. We spreken af voor telkens een bezoek mét gids in de voormiddag zodat we ’s namiddags alleen op verkenning kunnen trekken. Zo reserveren we voor morgen een bezoek aan de stadsmuren en de tuinen en voor vrijdag een geleid bezoek aan de Medina en de soeks. Voor morgenavond reserveren we een Diner Spectacle in een oud paleis in de binnenstad; ook daarvoor zullen we worden afgehaald en teruggebracht. Alle bij elkaar kosten deze extraatjes ons een 250 Euro. 
Het is 17 uur als we ons hotel bereiken in het hartje van de Medina, vlak bij de Mosquée du Kasbah: Les Jardins de la Médina. De ingang in een klein straatje is een klein onopvallend deurtje, maar dan treedt je binnen in een schitterend gerestaureerde prinselijke riad. In de binnentuin rond het aanlokkelijke zwembad staan allerhande exotisch bloemen, planten en palmen maar de grote bloeiende jacaranda met zijn blauwe kruin trekt de aandacht evenals een fontein met zacht borrelend water.
Marokko 32


Op het wateroppervlak drijven veelkleurige rozenblaadjes. Heel sfeervol. Hier moeten we definitief afscheid nemen van Brahim, die we ons zullen blijven herinneren als een bekwame gids maar vooral zeer aangenaam gezelschap. We worden natuurlijk verwelkomd met een muntthee bij het zwembad. Aan de fontein is intussen een Franse televisieploeg bezig de directeur van het hotel te interviewen. Om het nog wat mooier te maken komt een ober met een grote doos nieuwe rozenblaadjes aanzetten en strooit ze, onder het oog van de camera, overvloedig uit in de fontein. Op de achtergrond profiteer ik natuurlijk mee met mijn videocamera. En dan is het tijd om onze kamer te betrekken. Langs een trap komen we op een terrasje met tuinmeubels en zicht op het zwembad. Hier is onze kamer. Bij het binnenkomen is er eerst een salonnetje met open haard, rechts een zeer groot dubbel bed en links een ruime badkamer. Alles is luxueus en smaakvol ingericht en met veel zin voor detail. Het is nu al duidelijk: we hebben een uitstekend hotel uitgekozen.
Er blijft vóór het eten nog ruim de tijd voor een eerste wandeling in de Medina. Het is zaak om goed op de weg te letten want in de wirwar van kleine straatjes zou het wel eens moeilijk kunnen zijn om de weg naar het hotel terug te vinden. Het is druk in de smalle straatjes waar honderden mensen, karretjes, brommers, fietsen, auto’s en zelfs koetsen door elkaar wriemelen en allemaal de voorrang opeisen. Toch verloopt dat vlot en de sfeer aan deze kant van de stad is veel aangenamer dan vorige vrijdag.
Marokko 33Geen sprake van een onveiligheidsgevoel. Intussen gaat de zon onder en is de temperatuur gezakt tot een aangename 22 à 23 graden. Het was heet vandaag en mijn armen zijn helemaal door de felle zon verbrand. ’s Avonds steekt er een stevige wind op, maar de hemel blijft helder. We dineren in ons hotel op het terras bij het zwembad. Luxueus en zeer sfeervol. Het eten is voortreffelijk en origineel: de kok probeert de Marokkaanse en de Oosterse keuken met elkaar te verzoenen, voorwaar een goede poging tot wereldkeuken. Maar bij ons in België ken ik toch heel wat beter geslaagde voorbeelden.

Terug naar 2004 Marokko OVERZICHT