Posts tonen met het label 2002 Sicilië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2002 Sicilië. Alle posts tonen

woensdag 5 november 2014

Meteen in de sfeer

banner sicilie

Zondag 7 Juli 2002
  
Onze reis begint wel uitzonderlijk vroeg dit jaar: we moeten al om 3.15 uur op om tijdig bij H te zijn. We laten immers onze auto bij hem achter en hij zal ons naar Zaventem brengen. Hij is speciaal voor ons opgestaan en keert onmiddellijk naar huis terug, waar hij ongetwijfeld terug onder de veren kruipt. We zijn gewoon van nogal ruime tijdsmarges te nemen en zijn dus, zoals meestal, veel te vroeg op de luchthaven. Om 5 uur al en onze Alitaliavlucht naar Milaan gaat pas om 7 uur. Er is al verrassend veel volk. Dit is duidelijk hoogseizoen. Ook voor onze vlucht is het aanschuiven. We staan in de rij met een Nederlander uit Bergen-op-Zoom die voor zijn werk naar Tunis moet, maar dit enkel nog kon via Milaan omdat alle andere vluchten vol zitten. Na het inchecken hebben we een zeer lange wandeling naar de splinternieuwe Pier A, die nog maar enkele weken oud is. Het is onze eerste kennismaking en we staan in bewondering voor de nagelnieuwe, moderne en enorm ruime hall. Zaventem mag weer gezien worden en is eindelijk weerom de Europese hoofdstad waardig. Er valt heel wat te verkennen en uiteindelijk belanden we in de stijlvolle lounge van Diners Club waar we in alle rust een koffie kunnen drinken. Op die manier is de wachttijd al bij al snel om en om 7:15 uur, met een kwartier vertraging, kiest onze MD80 het luchtruim. 
Na een vlucht van 1 uur 25 minuten komen we stipt op tijd aan op Malpensa, de nieuwste en meest bekende van de Milanese luchthavens. De vlucht is zeer rustig verlopen. Boven de Alpen hebben we een schitterend zicht op de besneeuwde toppen, maar daarna is het toch helemaal bewolkt tot we plots, het is echt een abrupte overgang, in de volle zon komen. We krijgen een verzorgd (mini)ontbijt en de fauteuils zijn opvallend ruim: slechts vier zetels op één rij. Op de vlucht naar Catania hebben we nadien precies hetzelfde vliegtuigtype, doch hier staan vijf stoelen op één rij en dat is voelbaar minder comfortabel. Daar moeten we het trouwens stellen met een drankje en een koekje. De vlucht is ruim 40 minuten vertraagd, maar ook nu weer halen we de achterstand bijna volledig in. We doen er slechts 1 uur 20 minuten over in plaats van 1 uur 30 en zijn op Siciliaanse bodem om 11:20 uur. Het is er 31° celsius en een beetje nevelig, niet de verhoopte blauwe lucht. 
We halen meteen onze huurauto op in het Aviskantoor en, zoals blijkbaar meestal het geval is, krijgen we niet de beloofde Renault Clio maar een Opel Corsa toegewezen. Geen probleem, maar… de koffer blijkt net iets te klein voor onze bagage. We ruilen voor een auto uit een hogere categorie: een grijsblauwe Fiat Stilo. Nooit van gehoord. Het is blijkbaar een nieuw model, een 16-klepper, 1500 cc en een beetje ogend als een Volkswagen Golf. Ziet er echt leuk uit, maar bij een nadere controle blijkt hij rondom gekrast en gedeukt. Dus nog maar eens terug naar het kantoortje om dit te laten noteren. Door dit alles is het 13:00 uur als we eindelijk kunnen vertrekken. 

Catania is een grote, industriële stad, druk en vuil en de wegen rond de luchthaven vormen één wirwar. We vinden met moeite de goede richting want de bewegwijzering is allesbehalve duidelijk. Na enig zoeken vinden we dan toch de Tangentiale richting Messina en zetten koers naar Aci Castello en Aci Trezza. De weg langs de kust is druk maar biedt hier en daar een mooi zicht op de diepblauwe zee en overal staan prachtige bloeiende bomen en struiken. Ons doel zijn de Isole dei Ciclope, een groep zwarte lavarotsen die hoog en scherp uit de zee opsteken. De legende wil dat de cycloop Polyphemos deze rotsen naar Ulysses gooide Sicilie 1toen deze laatste hem een stok in zijn enig oog plantte. Aci Trezza is een tamelijk groezelig maar pittoresk strandstadje. Er is een schilderachtige oude scheepswerf, er liggen kleurrijke bootjes op het strand en vooral op zee heerst er een gezellige drukte: talloze bootjes varen er door elkaar op en af. Dit is meteen de Siciliaanse sfeer zoals ik me die had voorgesteld en we zijn nog maar een paar uur op het eiland. Nu nog een goed restaurantje vinden, want stilaan beginnen onze magen te grollen. En er is keuze, hoewel ze allemaal zo goed als leeg zijn. We kiezen er Trattoria da Nitto uit en dat blijkt een goede keuze. Er is een zeer gevarieerd buffet van antipasti en dat volstaat voor deze middag. Meer nog, er is zóveel, dat we niet eens van alles kunnen proeven. Sicilië lost vanaf het eerste moment al onze verwachtingen in. De ober is vriendelijk en zeer spraakzaam. Vooral als hij hoort dat wij Belgen zijn, want hij heeft enkele jaren in Brussel gewerkt. We genieten van het schaduwrijk terras en wanneer ik even binnen wip om naar het toilet te gaan, val ik in een echt typisch tafereeltje: de tv staat afgestemd op een of andere Formule 1 Grand Prix en eist luidruchtig alle aandacht op van iedereen: de patroon, de obers en de enige eenzame klant, die in een hoekje zijn spaghetti zit te verorberen. Wanneer ik binnen kom, stopt de klant zijn maaltijd om mij goedendag te zeggen en alle ogen zijn even op mij gericht. Héél even maar, want vandaag zijn voor de Italianen de prestaties van Schumacher en Ferrari zo wat het belangrijkste van de hele wereld. 
We blijven nog wat rondhangen in Aci Trezza, maar kunnen toch ons ongeduld niet weerstaan om ons eerste hotel te gaan opzoeken, de Villa Paradiso dell’Etna in San Giovanni della Punta. Sicilie 2Het valt niet mee om de weg te vinden, want de wegwijzers zijn schaars en allesbehalve consequent. Daarenboven hebben we nog geen gedetailleerde wegenkaart kunnen vinden en zo komt het dat we niet zonder moeite en met ongetwijfeld heel wat omwegen pas laat in de namiddag ons hotel vinden. Het is een prachtig hotel, mooi gelegen in een goed verzorgde tuin en met uitzicht op de Etna. Deze laatste valt wat tegen: geen sneeuw, geen rookpluim en voor een groot deel in nevel gehuld. Achteraf zullen we begrijpen dat die nevel de zwavel- en stofwolk is die constant uit de centrale krater wordt gestuwd. We beginnen met een frisse duik in het zwembad waar we kennis maken met een Nederlands echtpaar en hun zoontje. Zij hebben al een flink deel van onze reis achter de rug en hebben voor een groot deel dezelfde hotels gehad. Ze voorspellen ons een schitterende vakantie en aan hun donkerbruine kleurtje te zien, mogen we ook mooi weer verwachten. Het hotel nodigt ons uit voor een diner aan het zwembad en verontschuldigt zich op voorhand voor de mogelijke lawaaihinder van een fuif die vanavond in de tuin plaats heeft. Een diner bij kaarslicht in de zwoele avondlucht rond het zwembad zegt ons wel iets en we zien af van onze plannen om een leuk restaurantje te zoeken in het dorpje. We reserveren prompt een tafel.  
Het is amper 5 uur en, hoe mooi en rustig de tuin van het hotel ook is, nog tijd genoeg om nog even op verkenning te trekken. We rijden in noordoostelijke richting naar Acireale, zo’n 10 kilometer verder aan de Ionische kust. Sicilie 3Ook nu weer is het even zoeken, maar het loont de moeite want het is een stemmig, sympathiek stadje dat er op deze zondagnamiddag bijzonder rustig bij ligt. Er zijn een paar schitterende kerken, mooie pleinen en smalle straatjes. Het is heerlijk flaneren en we nemen er meteen deel aan de passeggiata, de obligate avondwandeling van de Sicilianen waarbij het er vooral op aan komt gezien te worden. Dit wordt op dit uur van de dag het vaste scenario voor de rest van de reis, in elk stadje waar we zullen komen. Ook dit behoort tot de Siciliaanse cultuur. Vooral in het park van de Villa Belvédère, met zijn geurende bloemen en bomen, zijn mooi gebeeldhouwde fontein en zijn spierwitte ganzen, heerst een zondagse sfeer. De datum is er met kleine buxushaagjes aangeplant en wordt alle dagen aangepast. Behalve op zondag blijkbaar, want ze lopen een dag achter. Je hebt er ook een mooi uitzicht op de kust,. Mijn videocamera heeft nog niet stilgestaan. 

Om half zeven zijn we terug in het hotel en kunnen we ons klaarmaken voor het avondeten. Onze kamer biedt een mooi uitzicht op de Etna, waar we de zon zien ondergaan. Ze is uitgerust met enkele mooie antieke meubelen. Vooral het met hout en parelmoer ingelegde hoofdeinde van het bed lijkt me een prachtig stuk tot ik er per ongeluk tegenaan stoot. Het blijkt geen hout, maar een beschilderde metalen plaat te zijn in een gietijzeren frame, maar misschien is ze daarom niet minder waardevol. Om half negen nemen we plaats aan een tafeltje aan de rand van het zwembad. De avond is inderdaad zwoel en de sfeer is prima. Plots kondigt vuurwerk, of beter gezegd enkele luide knallen want vuur is er niet te zien, het begin van de party aan. In de tuin is inmiddels een immens drankbuffet, een enorme hoeveelheid flessen van allerhande vorm en kleur, klaargezet en zijn een orkestje en zangeres zich aan het warm spelen/zingen. Het diner is lekker maar niet erg origineel en eerder aan de karige kant. We eten carpaccio van zwaardvis en daarna deegwaren met garnalen en gebakken vis. Vanaf halftien stromen de Italianen toe, uitgedost als filmsterren. Het lijkt wel de gala-avond van het filmfestival van Cannes. Eerst gaan ze aan tafel en inmiddels heeft het orkestje ingezet. De muziek staat keihard en verpest eigenlijk wel een beetje de sfeer. Voor ons is de dag lang genoeg geweest en we zoeken om 23 uur onze kamer op. We zijn pas in onze kamer wanneer een tweede, dit keer heus vuurwerk de feestvierders naar de party en dus de dansvloer in de tuin roept. Het lawaai van het feestje is niet in staat onze vermoeidheid te overstemmen en we vallen algauw in een diepe slaap.

Terug naar 2002 Sicilië OVERZICHT

De grootste vismarkt van Sicilië

Maandag 8 juli 2002  

Voor onze eerste dag staat Catania op het programma. Het is een grote stad met een half miljoen inwoners, die in de loop van de geschiedenis niet van rampspoed gespaard is gebleven. In 121 vóór Christus is de stad volledig onder de lava van de Etna bedolven en in 1169 door een aardbeving totaal verwoest. In 1689 vielen er 16.000 doden bij de grootste eruptie uit de geschiedenis van de Etna. Nu nog is de lavastroom, die tot in de zee is gevloeid, zichtbaar. Vandaag is Catania een drukke havenstad met industriële en vervuilde buitenwijken en druk verkeer, en veel toeristen laten het dan ook links liggen. Ten onrechte denk ik, want ik heb gelezen dat hier ook de mooiste, de grootste en de meest levendige vismarkt van Sicilië te vinden is en die willen we absoluut gezien hebben. En druk is het inderdaad! In het centrum is geen parkeerplaats te vinden tot we op een plein één enkel klein plekje ontdekken. Een behulpzame Siciliaan gidst ons met grote gestes en na ettelijke pogingen krijgen we de Stilo in het kleine gaatje gestationeerd.Sicilie 4 De man is ervan overtuigd dat het zonder zijn hulp niet zou gelukt zijn maar ik heb eerder de indruk dat hij het mij alleen maar moeilijker heeft gemaakt. In ieder geval claimt hij parkeergeld in ruil voor zijn hulp en voor het bewaken van onze auto gedurende de parkeertijd. Ik ben nogal argwanend en beloof hem te betalen als we terugkomen. Voor de zekerheid vraag ik toch maar aan een politieagent of het parkeren op het pleintje betalend is en dat blijkt niet het geval te zijn. We staan mooi dicht bij het centrum en de mooie Piazza Duomo met de prachtige Sant’ Agata-kathedraal en de gekende fontein met de olifant in zwarte lavasteen. Het plein is jammer genoeg één grote bouwwerf en we kunnen de imposante gevel van de  kathedraal met zijn vele barokke beelden enkel van dichtbij vanop het voetpad bewonderen. De fontein zien we enkel in de verte tussen de bouwmachines. De straten worden omzoomd met talrijke prachtige huizen met barokgevels en –balkons. Alles is wat verwaarloosd en vervallen maar het is toch groots en hier en daar geven de palmbomen de stad een echt exotisch karakter. Daar draagt ook de temperatuur toe bij. Het is nauwelijks 10 uur en al 31 graden. 
We gaan zo snel mogelijk op zoek naar de vismarkt. Naast de kathedraal stappen we onder een poort door en onmiddellijk staan we in de oude wijk midden tussen de viskramen. Wat een schouwspel!
Sicilie 5

Zoveel soorten vis hebben we nog nooit gezien: van klein als wormpjes tot reuzengrote zwaardvis die vakkundig met vlijmscherpe messen in moten wordt gehakt. Rood is de overheersende kleur, niet alleen door de grote stukken verse tonijn, maar de zon die door de rode afdekzeilen straalt, geeft alles een warmrode schijn. Geroep en geschreeuw alhier, gebabbel en gelach aldaar. Gewriemel in de smalle straatjes van het vele volk, en daartussen wij die onze ogen en die van de camera de kost geven. Opletten voor een indigestie. 
De vismarkt strekt zich uit over talrijke straatjes en pleintjes en loopt vloeiend over in een vleesmarkt en daarna een groenten- en fruitmarkt. Op de vleesmarkt zien we een vijftal mannen rond een tafel en dampende kookpotten staan. De verkoper haalt af en toe een stuk maag, darmen (sommige zelfs gevuld met bloed) of hersenen uit de kokende ketel, legt die op tafel en snijdt er kleine kubusjes van. De rest gaat weer in de pot. De omstanders kiezen er een portie uit die ze vervolgens bestrooien met enkele snuiven zout uit een grote pot en dan smakelijk opeten. Een raar en eerlijk gezegd weinig smakelijk gezicht. De groenten- en fruitmarkt is nóg kleurrijker door de grote diversiteit van de uitgestalde waren: heerlijk mooie aubergines, tomaten, courgettes en alle soorten kruiden, perziken, sinaasappelen, citroenen... noem maar op. Ook deze markt overtreft alle markten die we in het zuiden ooit zagen. We kunnen niet weerstaan aan de verleiding van een grote blozende perzik en kopen ook twee kleine platte perzikjes die een fantastische fluweelzoete smaak hebben en een pit zo klein als van een kers. Het sap loopt ons langs de vingers en de kin. Heerlijk! In de grote kruidenierswinkels is er een onvoorstelbare keuze uit pasta’s, rijstsoorten, olies, kazen, bonen, noten, gekonfijt fruit, kruiden en nog veel meer. Hier heeft de naam kruidenier nog een betekenis. Er is ook heel wat merkwaardigs te zien: zwartgeblakerde grote uien, casareggia di fichudindia (gedroogde cactusvijgen?), mostarda, cotognate… dingen die we nog nooit gezien hebben en waarvan we ons ook de smaak niet kunnen voorstellen. We lopen intussen al bijna twee uren op de markt en wanneer we denken het ongeveer gehad te hebben, komen we op een pleintje dat zo mogelijk nog schilderachtiger is. Hier geen grote kramen, maar kleine groepjes mannen die enkel een paar kuipen met vis, en soms zelfs maar één bakje, te koop hebben. Hier wordt gekeurd, gediscussieerd en onderhandeld. Er staan en lopen prachtige typen tussen: verweerde en getaande gezichten, sigaret in de mondhoek; opvallend veel mannen. Ik heb ergens gelezen dat op Sicilië de vis aangekocht wordt door de mannen. Vis kopen is namelijk een té belangrijke zaak om ze aan de vrouwen over te laten… 
Het is al flink over de middag als we de laatste marktstraat verlaten. Dit heeft ons niet alleen de adem afgesneden, maar zelfs onze honger doen vergeten, ondanks de overdaad aan lekker eten. We staan terug aan de bouwput van de Piazza Duomo en wandelen de 3 kilometer lange Via Etnea in, de centrale boulevard die kaarsrecht door de stad loopt. We komen langs het Teatro Romano en wandelen door langs het standbeeld van operacomponist Vincenzo Bellini, die in deze stad geboren is. We komen aan bij het mooie park van de Villa Bellini, waar op het op het middaguur zeer heet is en de tropische palmbomen nauwelijks schaduw verschaffen. We zijn er trouwens zo goed als alleen. Kort voor de middag stuiten we op nog een grote markt die op zijn einde loopt en waar de marktkramers aan het opkrassen zijn. Sicilie 6Alles wordt op een gammele kar gestouwd en met vereende krachten afgevoerd. Een schilderachtig tafereel. Het is uiteindelijk al over 2 uur als we na enig zoeken iets te eten vinden: een authentieke, oude wijnbar (bij ons zouden we het een bruin café noemen). De Italiaanse sfeer druipt er van de muren en we laten ons de panini met kaas en ham goed smaken. Het is heet en vooraleer terug naar de auto te gaan, eten we nog een lekker ijsje; caffè voor mij, fragola voor C. Wanneer we op de parking komen staat de man van deze ochtend nog steeds in de buurt van onze auto. Hij heeft een groot karton op onze voorruit geplaatst tegen de hitte en hij doet zeer enthousiast als hij ons ziet. Ik geef hem 1 euro en hij lijkt er zeer tevreden mee. Al gekscherend loodst hij ons uit onze enge parkeerplaats en wuift ons lachend na.
Het is nog maar 3 uur en dus nog te vroeg om naar het hotel te gaan. We zakken dus nog maar even af naar Acicastello en Aci Trezza. Om half zes zijn we terug in de Villa Paradiso dell’Etna en nemen meteen een frisse duik in het zwembad. We trekken nog even het dorp van San Giovanni La Punta op zoek naar een restaurant voor vanavond, maar er is niet veel zaaks te vinden. We boeken dus maar opnieuw een tafeltje voor een diner aan het zwembad van het hotel. Deze keer is er live pianomuziek en dat geeft toch een veel rustiger sfeer dan de Italiaanse popmuziek van gisterenavond. Het is dus een zeer stemmige avond en het eten is voortreffelijk: ‘pauro’, een rode vis uit de streek die verwant is aan de ‘dentice’, en daarbij een heerlijk frisse Siciliaanse chardonnay. Nu weten we waar dit hotel zijn mooie naam vandaan haalt.

Terug naar 2002 Sicilië OVERZICHT

In het hoofdkwartier van de maffia

Dinsdag 9 juli 2002

Tijdens het ontbijt op het dakterras kunnen we onze ogen niet van de indrukwekkende Etna afhouden. Tegen de flank ligt een stadje onder de zwavelpluim die constant uit de berg opstijgt. De Nederlanders zijn gisteren op de Etna geweest en vonden het een indrukwekkende ervaring die we niet mogen missen. De sporen van de grote uitbarsting van vorig jaar zijn nog zeer duidelijk zichtbaar. De man vertelt dat hij in Chili op de rand van een krater geweest is en er ziek geworden is van de dampen. Ze zijn beiden zeer enthousiast over Chili. Zij waren op een enorm groot wijngoed in Villa Santa Rita, in de buurt van Santiago. Dát was pas het paradijs, zeggen ze. Te noteren voor later, wie weet?
Om 10 uur vertrekken we voor een rit van bij de 300 kilometer naar Sicilie 7Palermo. De autosnelweg is aanvankelijk zeer druk – in Catania staan we zelfs even in de file – maar daarna is het zeer rustig: een mooie weg, weinig verkeer, overal bloeiende oleanders in de middenberm. We houden een korte stop in Enna, hoofdstad van de provincie Zuid-Oost Sicilië, op 900 meter hoogte gelegen en met een mooi uitzicht op de heuvels van het binnenland. Vooral het uitzicht op het tegenovergelegen bergdorp Calascibetta, dat als het ware over de heuvelrug gedrapeerd ligt, is de moeite waard. Tegen de middag zijn we in Cefalù, dat prachtig gelegen is aan de Tyreense Zee, geplakt tegen een hoge rotswand en in de groene Michelin twee sterren kreeg en dus een omweg waard is. Sicilie 8We moeten onze Fiat werkelijk door de smalle straatjes wringen en dat gaat niet zonder minstens één keer met de zijspiegel langs de muur te schuren. We gaan meteen op zoek naar een restaurant. La Brace, dat een Michelinster heeft, is jammer genoeg gesloten maar in een smal straatje vinden we toch een aantrekkelijk terrasje: Ristorante Kentia. Het is er niet alleen mooi zitten, maar het eten is ook lekker. In het stadje bezoeken we verder de kathedraal met haar Byzantijns geïnspireerde mozaïeken en een middeleeuwse Arabische wasplaats waar op een ingenieuze manier het zuivere water van een riviertje door een reeks wasbekkens wordt geleid. Tot voor enkele jaren deden de huisvouwen hier nog hun was. De smalle hoofdstraat, de Corso Ruggero, biedt enkele leuke winkeltjes en vooral mooie barokke balkonnetjes en kapelletjes met heiligenbeelden. 
Vanuit Cefalù is het nog slechts 60 kilometer naar Palermo. Op de autostrade word ik voorbijgevlogen en trekken ze achter mij hun lichten en claxonneren agressief om uit de weg te gaan. Eentje gaat mij zelfs op de pechstrook voorbij. Ik rijd nochtans 120 waar ik eigenlijk maar 80 mag. In de late namiddag bereiken we de buitenwijken van de Siciliaanse hoofdstad. De zon is bijna volledig achter de nevel verdwenen, maar toch is het nog steeds 30 graden warm. We gaan op zoek naar Grand Hotel Villa Igiea, een vijfsterrenhotel in Jugendstil-stijl dat met zijn groot park als een van de historische bezienswaardigheden van Palermo geboekt staat. Het verkeer is zeer druk en temidden van getoeter en gedrum op de grote boulevard trachten we de wegbeschrijving van Caractère te volgen. Na een kwartier zijn we elk aanknopingspunt kwijt en weten we niet meer welke richting we uit moeten. We belanden in buitenwijken waar we niet durven stoppen, laat staan uitstappen om de weg te vragen. Er is geen wegwijzer of welke aanduiding dan ook te vinden en we zijn op ons instinct aangewezen. We zijn ten volle ondergedompeld in het Palermitaanse verkeer, zoals alles op Sicilië het kwadraat van de rest van Italië. Snelheidsbeperkingen, verkeersborden, rode lichten… niets wordt gerespecteerd. In het centrum van de stad is er zeer veel politie en zien we mensen met gele vlaggen. Een betoging? Voetbalsupporters? Het is niet duidelijk, maar het verkeer is hoe dan ook ernstig verstoord. Aan de Porta Nuova kunnen we daardoor niet rechtdoor en een politieagent stuurt ons tegen de stroom van 4 files in; we komen ze zowel links als rechts van ons tegen… 
Het zal uiteindelijk een vol uur duren voor we ons hotel, dat even buiten de stad aan de haven gelegen is, bereiken. De opluchting is groot en we parkeren de auto op de parking waar hij twee dagen onaangeroerd zal blijven staan.Sicilie 9 Het hotel heeft gelukkig om het uur een gratis shuttle-busje naar de stad. De Villa Igiea is een echt palace. Hier logeerden vele staatshoofden en andere beroemdheden, wiens foto’s in de indrukwekkende gangen aan de muur hangen. Vooral de Spaanse koning schijnt hier vaak te gast te zijn geweest, maar ik lees dat hier ook heel wat maffiabazen hun zaakjes afhandelden. We hebben een zeer ruime kamer met een prachtig uitzicht op de tuin en de haven. De meubels zijn echt antiek en de grote kleerkast onderstreept dat door telkens luidruchtig te kriepen als we ze open of dicht doen. Het is heet op de kamer en wat ik ook probeer, de airco blijkt het niet te doen. De badkamer is nòg ouderwetser en nòg groter. We verkennen de grote tuin vol exotische planten en bomen. Men is er volop alles in gereedheid aan het brengen voor een trouwpartij: er is een immense tafel opgesteld op het terras en overal worden zilveren schalen en verse bloemstukken klaargezet. Het is inmiddels te laat geworden om nog van het zwembad gebruik te maken. Wanneer we naar de lobby terugkeren, ontmoeten we het Vlaamse koppel dat we al eerder in San Giovanni La Punta én in Enna gezien hebben. Ze blijken van Landegem te zijn en grotendeels dezelfde reis te maken als wij; we zullen ze dus nog vaker ontmoeten waarschijnlijk. Ze hebben al evenveel moeite gehad om het hotel te vinden als wij. Ze blijven evenwel weinig spraakzaam en tamelijk afstandelijk. 
Palermo is natuurlijk berucht om de Cosa Nostra of de Siciliaanse maffia. Die zou alomtegenwoordig zijn, maar voor toeristen zoals wij uiteraard onzichtbaar. We hebben er dan ook geen last van, maar als je weet dat er in sommige jaren 150 en meer mensen door de maffia werden vermoord, is er toch ook bij ons een zwijmpje van ongerustheid aanwezig. Vooral in de zeventiger jaren zijn talloze rechters, journalisten en iedereen die de maffia maar een strootje in de weg legde, meedogenloos en vaak op gruwelijke wijze ‘koud gemaakt’. De moord op de rechters Falcone en Borsellino in 1992 en het blootleggen van de banden van de maffia met de politiek, hebben voor gevolg gehad dat de maffia hardnekkiger werd bestreden. Sinds het monsterproces in 1985 tegen niet minder dan 450 maffiosi, is de strijd tegen de maffia toch reëel geworden en hun macht wellicht al wat ingedijkt. Toch verneem ik dat op dit eigenste moment op Sicilië, gezien de uitzonderlijke droogte, het leger de controle over de waterbedeling in handen heeft genomen om te verhinderen dat de maffia dat zou doen en aldus de macht naar zich zou toetrekken. Dus... ze zijn er ongetwijfeld nog steeds. 
De conciërge wijst ons een restaurantje aan voor vanavond en doet de reservatie; hier in het hotel dineren is namelijk écht te duur. We laten er ons met een taxi heen brengen en het restaurant (Lo Scudiero) valt mee: mooi antiek interieur, stijlvol ingericht, druk bezocht door plaatselijken en een meer dan behoorlijke keuken. De ober presenteert ons de verse vis van de dag op een grote schotel en we kiezen er elk een aanlokkelijk ogende zeebaars uit. Vooraf maken we voor het eerst kennis met een bijzondere Siciliaanse delicatesse: bottarga di tonno, gedroogde kuit van tonijn. Het ziet er wat uit zoals foie gras, heeft dezelfde smeuïge structuur en een zeer fijne, doordringende vissmaak. Dit kenden we niet en we nemen ons voor hiervan op het einde van de reis een flinke portie te kopen om mee te nemen naar huis. Na het eten nemen we een taxi op het stemmige grote plein voor de opera. Honderden minuscule lichtjes zijn er over het plaveisel gespreid zodat je bijna de indruk hebt dat het sterrenfirmament hier onder je voeten ligt in plaats van boven je hoofd. De taxi is een klein Fiatje en de vriendelijke chauffeur is zeker 70 jaar oud. Hij is zeer vriendelijk en brengt ons vlot en veilig terug naar ons hotel. Vóór het slapen gaan wensen we toch nog wat te genieten van de mooie en vooral luxueuze sfeer van ons hotel en we nemen plaats op het terras met schitterend uitzicht op de haven en de baai van Palermo, die la Conca d’Oro of de Gouden Schelp wordt genoemd. We drinken een grappa (ik) en een Marsalawijn (C). Er speelt live pianomuziek, of beter gezegd muzak, en de temperatuur is zwoel. Om kwart na elf gaan we naar bed. Zo’n enorm bed heb ik nog maar zelden gezien. Het zijn eigenlijk 2 tweepersoonsbedden naast elkaar en ze hebben blijkbaar geen matras gevonden die breed genoeg is: aan weerszijden is het bed ruim 20 cm breder dan de matras. Zonder rechtop te gaan zitten kan ik trouwens niet bij het nachtkastje.

Terug naar 2002 Sicilië OVERZICHT

De Sixtijnse Kapel van Sicilië

Woensdag 10 juli 2002  

Het lawaai van de haven zorgt ervoor dat ik al vòòr 7 uur wakker ben: een loeiende sirene, gebonk van containers, af- en aanvarende motorbootjes en een stem door een luidspreker. Daarenboven is het nog altijd zeer warm op de kamer. Het ontbijt wordt geserveerd op het terras waar alles een zeer luxueuze indruk maakt: superstijlvolle obers in het zwart, ruime tafels met bloemen, zilveren couverts, comfortabele stoelen. Het buffet is uiteraard navenant en biedt een grote variatie. We laten het ons smaken en trachten even niet aan de weegschaal te denken: ik eet eieren met spek, parmaham, een broodje met kaas, een croissant en een potje yoghurt met kiwi. Het potje “Maci Abicocchio” (abrikozenmoes) laat ik staan want het smaakt precies hetzelfde als appelmoes uit dozen… 
Vandaag laten we dus de auto een hele dag staan. Wanneer we met het shuttlebusje van 10 uur naar de stad vertrekken is de zon helemaal verdwenen achter de wolken, maar toch is duidelijk dat ze geleidelijk het pleit zal winnen en we hopen op een zonnige dag. Onze wandeling doorheen Palermo zal de hele dag duren en ons langs zo goed als alle bezienswaardigheden brengen. Aan het Teatro Massimo, worden we geconfronteerd met alweer een betoging (Palermo heeft er naar het schijnt dagelijks). Al gauw bereiken we La Vucciria , een typische volkse markt die zich over slechts enkele straatjes in het stadscentrum uitstrekt. Niet te vergelijken met die van Catania, maar toch zeer pittoresk. Hier is de bottarga, ook uovo di tonno genoemd, ruim aanwezig. Ik leer dat het inderdaad de eieren van tonijn zijn die met zout en look in een soort pasta verwerkt worden en daarna gedroogd. Ze zijn niet alleen qua structuur met foie gras te vergelijken, maar ook qua prijs! We zien dus algauw af van het idee om er mee te nemen naar huis, het zou immers zonde zijn van het geld als ze bij thuiskomst door de warmte zouden blijken bedorven te zijn. Aan de Piazza Pretoria, Sicilie 10waar de beroemde fontein met de grote barokke beelden helemaal in de steigers staat voor restauratie, lopen we even binnen in 2 kerken. De San Cataldo is een zeer oude kerk (1160) en vooral als bouwwerk opmerkelijk door de 3 rode koepeltjes die haar een Arabisch karakter geven. De binnenkant heeft een uiterst sobere, bijna minimalistische stijl. Wat een contrast met La Martorana, de Noormannenkerk met haar kleurrijke barokke interieur en vooral schitterende mozaïeken uit de 12e eeuw. Hier hadden in 1282 de Siciliaanse Vespers plaats die veel gelijkenis vertoonden met de Brugse Metten en waarbij de rebellen van het gewone volk de machtige Franse heren in de pan hakten. We trekken verder langs de Piazza Bellini en bezoeken nog de Chiesa Maria Joseph en de Chiesa San Salvatore, waarvan het interieur meer doet denken aan een theater dan aan een kerk.  
Tegen de middag zijn we aan de indrukwekkende kathedraal. Het is een immens gebouw met heel verscheiden stijlen naast en door elkaar. Dat komt omdat ze zowel als christelijke basiliek en Sicilie 11Normandische kerk heeft dienst gedaan als als Arabische moskee. Daarenboven heeft ze een Catalaans-gotisch voorportaal en een barokke koepel. Tegenover de kathedraal is een klein steegje versierd met grote borden met honderden lichtjes. De mensen hebben de tapijten uit hun huizen gehaald en midden op straat op de grond gelegd zodat ze een lange loper vormen naar een Mariabeeld dat op het einde van het doodlopende steegje op een met bloemen versierd altaar staat uitgestald. Vóór de kathedraal zijn de voorbereidingen bezig voor de viering van Santa Rosalia, de patrones van de stad. Het feest (U Fistinu), dat morgen begint en vijf dagen duurt, is het grootste feest van het jaar in Palermo. Er zal een grote processie door de stad trekken met metershoge praalwagens. Onderweg naar het Palazzo dei Normanni wandelen we door een mooi park. De schaduw en het frisse groen doen deugd, maar wanneer we daarna aan de Porta Nuova terug in de volle zon komen, valt de hitte nog zwaarder. Het Noormannenpaleis is groots, maar van buitenuit niets bijzonders. Binnenin is er echter één van de mooiste bezienswaardigheden van Sicilië te zien: de Capella Palatina die vergeleken wordt met de Sixtijnse Kapel in Rome, alleen zijn de plafonds hier niet weelderig versierd met schilderijen, maar met prachtige mozaïeken. Ze is echter op de middag gesloten en gaat pas terug open om 3 uur. We hebben dus ruim de tijd voor een lekker middagmaal op een rustig terrasje, maar… dat blijkt in de buurt niet te vinden. We nemen plaats op een terras op het voetpad dat enkel van de drukke weg afgeschermd is door planten in grote bakken. Het is er warm, stoffig, allesbehalve rustig en bovendien is de bediening slecht (driekwartier wachten voor we bediend worden!) en het eten niets bijzonders: dagenoud brood maar de pasta’s zijn ok. Na het eten houden we nog genoeg tijd over om eerst de San Giovanni degli Emeriti te bezoeken. Het ligt wat verscholen in een klein straatje achter een hoge muur waar de rode koepeltjes van het oude kerkje bovenuit steken. De toegangsprijs ligt hoog (4,5 euro per persoon) en het is niet echt zijn prijs waard, vinden we. Het is weliswaar een merkwaardig kerkje, heel eenvoudig en binnenin helemaal leeg, maar de verwachte tropische tuin ontgoochelt ons: hij is zeer klein en ligt er wat vervallen bij, net als de kloostergang met zuilengalerij. 
Als we tenslotte aan de ingang van het Noormannenpaleis komen is het nog altijd maar kwart over twee en kunnen we nog niet binnen. Er staan al een paar groepen toeristen te wachten aan het hek, dat door een politieman bewaakt wordt.  Stipt om halfdrie laat hij ons binnen en we schuiven gratis mee met een groep Franse toeristen. Bij het binnentreden van de Capella Palatina wordt ons de adem letterlijk afgesneden door de overweldigende aanblik van de overdadig met mozaïeken beklede muren en plafonds. 
Sicilie 12Vooral de grote hoeveelheid goudkleur geeft een rijke en tezelfdertijd warme indruk. In de centrale koepel domineert een grote afbeelding van de Christus Pantocrator met daaronder de bijna even grote afbeeldingen van apostelen, heiligen, engelen en allerlei taferelen uit het leven van Christus. Maar al even mooi en vooral verfijnd zijn de vele kleine geometrische mozaïektekeningen met vooral gotische rozetten die vaak nogal Moors aandoen. Prachtig en alleen hiervoor mag je Palermo niet voorbijrijden. 
 
Bij het buitenkomen is het zeer heet. Werkmannen van de stad zijn bezig met het onkruid te verwijderen van de hoge muren van het Noormannenpaleis. Er vallen onvermijdelijk vele en soms vrij grote brokken steen mee naar beneden en dat er een eenzame auto is blijven geparkeerd staan, daar kunnen de werkmannen geen rekening mee houden. De arme eigenaar zal er bij zijn terugkomst waarschijnlijk niet kunnen mee lachen, maar ja… hij had de waarschuwende borden maar moeten zien. Of zouden de Sicilianen dan zo weinig met hun auto inzitten? Verder is het verkeer in de stad ook een zicht waard en één groot claxonconcert. De rode lichten lijken niet te gelden voor de scooterrijders: allemaal rijden ze erdoor. Op een druk kruispunt, midden het gekrioel van auto’s, scooters en bromfietsen staat een oude man met een karretje waarop twee bakken tomaten. Hij blijft er heel rustig bij en de automobilisten al evenzeer. Anders gaat het er aan toe wanneer een jong dametje met haar autootje in een éénrichtingsstraat tegen het verkeer in rijdt. Voorbijgangers schreeuwen haar verbolgen toe, maar het dametje schreeuwt al even luid en opgewonden terug.  
In de oude stad gaan we op zoek naar de Antica Focacceria San Francesco gelegen aan de gelijknamige kerk. Nik Balthazar deed er heel enthousiast over in Sicilie 13Vlaanderen Vakantieland en we hopen er een koffie met een of andere zoete lekkernij te eten. Na lang zoeken in een tocht door smalle straatjes en steegjes, vinden we het pittoreske pleintje aan de chiesa San Franceso maar de oude broodjeszaak blijkt jammer genoeg gesloten en het grote terras is helemaal verlaten. Toch krijgen we van de ober – zij het duidelijk tegen zijn zin – een caffè freddo. Even later vinden we toch onze zin op een ander pleintje: een overheerlijk stuk taart met bosaardbeitjes en een piepkleine, ijzersterke ristretto. Aan de opera nemen we het Villa Igiea-busje van 17.30 uur. Het was een lange dag. Echt moe zijn we niet maar toch te lui om nog het zwembad in te duiken. Na een verkwikkende douche besluiten we een aperitiefje te nemen op het terras van het hotel. Een glas witte wijn is het enige betaalbare. In de tuin zijn opnieuw de voorbereidselen bezig voor een trouwfeest. Er wordt een grote tafel klaargezet met zilverwerk en prachtige bloemstukken. De gasten arriveren een voor een in schitterende toiletten; de meesten hebben echte filmsterallures.  We besluiten ook vanavond niet in het hotel te eten wegens veel te duur, maar we hebben eigenlijk de hele dag in de stad geen enkel aantrekkelijk restaurant gezien. Dus maar opnieuw een beroep gedaan op de receptionist. Deze keer stuurt hij ons naar de Trattoria a Cuccagna, een eenvoudig restaurant dat vooral gekend is om zijn streekgerechten en waar zeer veel plaatselijken komen eten. Dat klinkt aantrekkelijk. Van zodra we binnenkomen zien we echter al dat het een ontgoocheling wordt: groot, druk, smaakloos en kitscherig ingericht en stampvol toeristen. Als we onze pasta met tonijn krijgen, weten we het zeker: de pasta is niet gaar en de tonijn komt uit blik. Ooit kwamen de koning en de koningin van Spanje hier eten. Hun bedankingsbrief hangt ingekaderd aan de muur. Zij zullen wel iets anders gegeten hebben dan wij, denk ik. Vooraleer de taxi terug te nemen, likken we nog een cono gelato op straat. De taxichauffeur is dezelfde oude man van gisterenavond en ook hij herkent ons nog. Er is wat bewolking komen opzetten en daardoor is het lekker koel geworden, maar op onze kamer is de airco nog steeds stuk en is het snikheet.

Nog meer mozaïeken

Donderdag 11 juli 2002

Ik ben opnieuw vroeg wakker en tracht me zolang mogelijk stil te houden om C niet te wekken. Aangezien het venster is open gebleven wegens de hitte, klinkt het havenlawaai luider dan gisteren en het is ook vroeger begonnen. Al van vóór 6 uur klinken sirenes en doffe knallen die op kanonschoten lijken. Het ontbijt is heerlijk en we genieten een laatste keer van het mooie uitzicht op de baai en de haven én van de schitterende tuin van de Villa Igiea. Om 9.15 uur vertrekken we met een beetje schrik voor de verkeersdrukte in Palermo, vandaag begint trouwens het grote feest van Santa Rosalia. We hebben het stadsplan goed bestudeerd en ontdekt dat we in één rechte lijn naar de stadsring moeten kunnen rijden. Zonder veel problemen vinden we de weg, die we overigens eergisteren bij het binnenkomen al hadden moeten vinden. We zijn algauw de stad uit en om 10 uur staan we in Monreale. Het is moeilijk om een parkeerplaatsje te vinden maar toch is er nog maar weinig volk. De kerk is indrukwekkend groot maar de grootste overweldiging overvalt ons pas als we ze binnentreden. De mozaïeken overtreffen nog die van gisteren. Niet minder dan 6.000 m² oppervlakte is versierd met mozaïeken en ook hier weer overheerst de gouden kleur. Ze zijn in de twaalfde eeuw in amper 10 jaar tijd aangebracht.


Ik ben het helemaal eens met Fred Van Leeuwen, ex-journalist van de VRT, die in zijn boek “Sicilianissimo” schrijft dat het geheel zo weelderig en overdadig is dat het bijna van het goede teveel is en daardoor bijna kitscherig wordt. Nochtans zijn alle individuele mozaïeken stuk voor stuk pareltjes. Daarna bezoeken we het klooster en ook hier staan we sprakeloos. De vierkante kloostergang is voorzien van een prachtige colonnade die bestaat uit niet minder dan 208 zuiltjes. Ze staan telkens in duo en zijn versierd met telkens andere motiefjes in mozaïek. Elk paar zuiltjes draagt een verschillend kapiteel met kunstig gebeeldhouwde mensen-, dieren- of bloemenafbeeldingen. Hier kan je gemakkelijk een paar uur doorbrengen en genieten van de rust, de kunst en de speciale sfeer. Natuurlijk krijg ik hier niet genoeg van het filmen en C laat zich met haar fototoestel ook niet onbetuigd. 
Om half twaalf trekken we verder. Langs binnenwegen gaat het richting Segesta waar een van de best bewaarde Griekse tempels ter wereld staat. We rijden door een mooi berglandschap met brede valleien en een prachtige begroeiing: palmen, cactussen, frisgroene agaven met een bloeiende stengel van wel 4 à 5 meter hoog; en dan is er nog de kleurenpracht van de rijkelijk bloemende oleanders en bougainvilleas. De wegen zijn zeer rustig, nauwelijks verkeer. We voorzien om tegen de middag in Segesta te zijn en daar het middagmaal te gebruiken. Sicilie 17Nog net op tijd realiseren we ons dat Segesta geen dorpje is, en dat daar dus ook geen restaurants zijn. We verlaten de weg en komen terecht in Castellamare del Golfo aan de Tyrreense Zee. Het is een klein vissersdorpje, vredig en rustig gelegen aan de Golf van Castellamare en er zijn een paar restaurantjes. We kiezen er een uit met een mooi overdekt terras, vlakbij de visserskaai en waar nog al wat Italianen toekomen voor de lunch. Het blijkt een uitstekende keuze te zijn. Al gauw loopt het terras vol met hoofdzakelijk zakenmensen. De vangst van de dag, een vijftal mooi blinkende vissen, wordt ons op een schotel gepresenteerd. We kiezen er een ‘orata’ of dorade uit van niet minder dan 850 gram en laten die in de oven bakken. Met niets anders dan lekker vers gebakken brood, wordt dit een Sicilie 18overheerlijke maaltijd, van het soort dat je eigenlijk enkel in Italië vindt en waarvan we er het liefst elke middag eentje zouden vinden. Dit is genieten in het kwadraat en we zijn helemaal niet gehaast. Nog nagenietend zwerven we door het inmiddels verlaten stadje dat kreunt onder de hete middagzon. Bij de parking is er een schilderachtige groentewinkel waar de rijpe tomaten, aubergines, courgettes en andere groenten en fruit in tientallen ronde manden uitgestald staan. Wanneer ik begin te filmen, komen 3 mannen luidruchtig voor de camera staan. Als kleine kinderen staan ze te giechelen en te zingen en wensen op het beeld. Het is de baas van de zaak die de grootste mond opzet en het voortdurend heeft over een verbroedering tussen Castellamare en … Londen. Als hij uitgepraat is, zegt een klein mannetje dat eerst stilletjes op de achtergrond bleef, met een glunderend gezicht: “io sono il postino”, “ik ben de postbode”. Hij had gerust de hoofdrol kunnen spelen in de beroemde gelijknamige film van Michael Radford, die niet ver hiervandaan, op het Eolische eiland Salina, gedraaid werd. Uit dankbaarheid willen we enkele lekkere perziken kopen, maar ze worden enkel per mand verkocht en dat is ons toch wat teveel! 
Tegen drie uur bereiken we Segesta en inderdaad de tempel staat eenzaam op een heuvel, midden de verzengende Sicilie 19hitte van de dorre velden. Er is in de verste verte geen huis, laat staan een dorp te bespeuren. We parkeren op de grote parking, waar slechts een paar auto’s staan en trekken te voet verder. Na enkele honderden meters klimmen onder een brandende zon, stellen we vast dat we compleet de verkeerde richting uitlopen. We zijn op weg naar het theater, dat we na een bocht inderdaad in de verte ontwaren. Dat is zeker nog wel een half uur klimmen en dalen en we keren op onze stappen terug en beperken ons oponthoud tot een bezoek aan de tempel. En dat is absoluut al de omweg waard: indrukwekkend groot, gaaf bewaard en in de eenzaamheid en met zijn geweldig uitzicht op de vruchtbare vallei een unieke sfeer uitstralend.  
Het laatste stukje van vandaag (we zullen ongeveer 130 kilometer gedaan hebben) brengt ons in Valderice Mare. We zijn hier op de Westkust, niet ver van Trapani, ter hoogte van de Egadische Eilanden. We logeren in de Tonnara di Bonnagio, een oude tonijnfabriek in een gerestaureerde Saraceense toren. Het geheel is omgebouwd tot een complex met vakantiewoningen en een luxueus hotel. Een wandeling langs het haventje brengt ons bij een hele rij vervallen vissersboten die op het droge liggen te vergaan en waar de netten van de tonijnvangst nog op hangen. Daarnaast ligt een immense stapel van wat wij eerst dachten verroeste scheepsankers te zijn, maar het blijken bij nader inzien tientallen oude harpoenen.
Allemaal stille getuigen van de legendarische tonijnvangst die hier nauwelijks 10 jaar geleden nog jaarlijks een onvoorstelbaar bloederig schouwspel bood. Toen werden de grote scholen tonijnen met deze boten samengedreven om vervolgens zó massaal afgeslacht te worden dat de hele zee rood kleurde van het bloed. Daarna wandelen we nog even door het kleine dorpje maar daar valt weinig te beleven. Dus maar naar het zwembad. Het ligt in een prachtig decor van zee, rotsen en palmbomen maar de idyllische rust wordt schaamteloos verstoord door de luide discomuziek van het “animazione”-team dat aan enkele piepjonge meisjes de knepen van het discodansen tracht bij te brengen. Het zwembad zelf is drukbevolkt en het zwemmen is er allesbehalve ontspannend, evenmin als het zonnebaden. We blijven er dus niet lang en trekken naar onze kamer met zicht op zee, waar we de resterende tijd vóór het avondeten doden met lezen en schrijven. 
Het restaurant van het hotel is volledig afgestemd op het ruime terras op de binnenkoer, onder het venster van onze kamer. Er heerst een gezellige, zomerse sfeer. Het publiek in de tonnara bestaat duidelijk uit twee soorten mensen: die van het restaurant en het hotel en die van de appartementen en het zwembad. De eerste soort is niet alleen duidelijk ouder dan de tweede, maar gelukkig ook veel rustiger. De obers zijn échte Italiaanse charmeurs, die de sympathie van vooral de dames handig weten te verwerven. Ze zijn opgewekt, enthousiast, vriendelijk en snel. Eén van hen is van het Cipollini-type en blijkt nog Mario te heten ook. Een beetje buiten verwachting is het eten zéér goed, vooral de couscous met vis, een Siciliaanse specialiteit, en het bord met diverse tonijnspecialiteiten. Ik leer er alle varianten van de bottarga kennen: licht- en donkerbruin, tot zelfs bijna zwart gekleurde dunne schijfjes delicate pasta van tonijnkuit. Een ontdekking! Bij een lekkere Santagostino, een lokale chardonnay, genieten we nog wat na van het eten en van de heerlijke koelte van de avond. Wanneer we op onze kamer komen is de glazen deur van ons balkon bedampt. Het blijkt aan de buitenkant te zijn, dus hier werkt de airconditioning wel degelijk.

Terug naar 2002 Sicilië OVERZICHT

Vissen in alle kleuren

Vrijdag 12 juli 2002 
Het ontbijtbuffet bevat vooral lekkere zoetigheden en we laten het ons smaken. Om 10 uur vertrekken we voor een uitstap naar Trapani, de Via del Sale en Erice. De zee en de hemel zijn diepblauw. Het is de bedoeling om Trapani voorbij te rijden en eerst de zoutontginningen tussen Trapani en Marsala te bezoeken. We volgen de kust zo dicht mogelijk en in Trapani botsen we op een prachtige vismarkt, de derde in vier dagen! Dat kunnen we niet links laten liggen en we houden dus toch maar even halt. 


Gelukkig maar, want deze markt heeft een totaal ander karakter dan de twee voorgaande en zelfs de vissen zijn anders. Hier ligt een ongelooflijke variëteit aan vissen in alle mogelijke kleuren: groene, bruine, blauwe, gele maar vooral rode. Er zijn natuurlijk ook veel tonijnproducten, zoals ik ze gisterenavond gegeten heb. Behalve de koopwaar –er is ook een mooie groentemarkt– bieden ook hier weer de mensen een kleurrijk en pittoresk beeld. Zelfs het geluid is boeiend: schreeuwende verkopers, discussiërende klanten, keuvelende huisvrouwen en een verkoper die met volle en heldere stem een aardig stukje belcanto ten gehore geeft. Wanneer hij mijn camera ziet, doet hij er nog een schepje bovenop. 
We verlaten Trapani en zoeken de Via del Sale op. Sicilie 22Al gauw zien we de grote waterbassins van de zoutontginningen glinsteren in de zon. Het water kleurt van diepblauw tot roze naargelang de hoeveelheid zout die zich heeft neergezet. Het principe is eenvoudig: langs kleine kanaaltjes wordt zeewater in de ondiepe bassins geleid waarna de zon haar werk doet en het water laat verdampen zodat het zout overblijft. Dan wordt er opnieuw zeewater in gelaten en zo stapelt de hoeveelheid zout zich gaandeweg op. Tussen de waterbekkens staan hier en daar nog enkele typische windmolens; de meeste zijn echter niet meer in gebruik en staan er vervallen bij. In Nubio bezoeken we het Museo de Saline, niet groot maar interessant.  
Het is ruim na de middag als we Nubio verlaten en we besluiten eerst naar Erice te rijden en daar een kleinigheid te eten, hopelijk in een klein, gezellig restaurantje. Sicilie 23De weg is langer dan verwacht en kronkelt 8 kilometer de bergen in op zoek naar Erice. Het lijkt eindeloos klimmen en je krijgt het stadje pas te zien als je er vlak vóór staat. De ligging is werkelijk sensationeel, het panorama adembenemend. De stad ligt 751 meter boven de zeespiegel en je hebt er een schitterend zicht op Trapani en de Egadische Eilanden. Het is als zat je in een vliegtuig. Erice is wat we gehoopt en verwacht hebben: een klein, schilderachtig stadje met smalle straatjes, pleintjes, prachtige balkonnetjes en zeer veel kerken. We volgen de wegwijzers naar Ristorante Ulisse. Sicilie 24Door een klein poortje komen we op een binnenkoertje met veel bloemen en een leuk schaduwterras. Het is echter té warm en we gaan binnen zitten waar prompt de grote ventilator aan het plafond in werking wordt gezet. Er komt een man op ons af met een schoudertas, een ambtenaar voor een of andere controle, schat ik maar het blijkt de ober te zijn met een computer-rekenmachine op zijn rug. Op de kaart staat een verleidelijke specialiteit: cuscus con zuppa de pesce en ik bezwijk ervoor. C neemt papardelle con funghi freschi. Ze hebben geen huiswijn, dus bestellen we maar een hele fles bianco; daar hebben we immers geen enkele moeite mee. Die ‘kleinigheid’ zal dan maar voor een andere keer zijn…. Het wordt een prima en vooral een rustig en gezellig dineetje. 
Daarna trekken we door de smalle straatjes naar de Giardino del Balio vanwaar we een ander mooi panorama voorgeschoteld krijgen, de andere richting uit. We zien er zelfs ons hotel in Valderice liggen. In de schaduw en met een fris briesje is het hier heerlijk koel. We dalen terug af naar het centrum van Erice en hebben enige moeite om ons recht te houden want de grote straatstenen zijn door de vele schoenzolen die er dagelijks over schuren, zodanig geboend dat ze vervaarlijk liggen te glanzen en inderdaad glibberig zijn. Het stadje is echter zo schilderachtig dat mijn videocamera andermaal niet stilstaat. Tegen  16 uur komen we aan een kerk waar de voorbereidingen bezig zijn voor alweer een huwelijksplechtigheid. Vele gasten staan aan de poort van de kerk al hun opwachting te maken. Deze keer gaat het duidelijk om een eenvoudiger familie dan in Palermo en het publiek is dan ook volkser, maar daarom niet minder maffioso, integendeel. De mannen hebben nóg meer gel in het pikzwarte haar, nóg grotere zonnebrillen en de hemden met grote kraag staan nog iets verder open om het borsthaar te laten bewonderen. Het lijkt me een goed idee om, in afwachting dat de bruid arriveert, de campanile te beklimmen om van boven uit mooie videobeelden te maken. Aan de ingang betaal ik 1 euro inkomgeld aan twee kinderen, die aan een tafeltje de toegang tot de toren bewaken. Groot is mijn verrassing als ik niet verder kom dan een leeg kamertje na amper 35 treden waar ik mij tevreden moet stellen met het uitzicht door een vuil venster vol stof en spinnenwebben. Dan maar snel terug naar beneden waar ik nog net op tijd ben om de bruid te filmen wanneer ze aan de arm van haar trotse vader en onder applaus van de rest van de maffiosi de kerk betreedt. 
Het is inmiddels winderig en bewolkt geworden en sommige wolken zijn zelfs dreigend zwart. Er vallen tijdens de afdaling naar Trapani zowaar enkele regendruppels. We hebben nog de tijd om nog even halt te houden in Trapani en er een granita te eten op een terrasje. Er is allang geen sprake meer van wolken en de zon schijnt weer volop. C kiest voor een granita caffé en ik riskeer ‘gelsi’ zonder te weten wat het is. Het blijken ofwel braambessen ofwel cassis te zijn. Ik vraag het later aan de receptionist van ons hotel, die zeer goed Frans spreekt, en hij bevestigt mij dat het ‘des mûres’, dus braambessen zijn, maar ik begin opnieuw te twijfelen als hij zegt dat er zwarte en witte bestaan. Bestaan er witte braambessen? 
Om ons te verfrissen verkiezen we een lekkere douche boven het drukke zwembad. Vóór het diner heb ik nog de tijd om op het balkon van onze hotelkamer mijn dagboek in te vullen en ondertussen te genieten van een mooie zonsondergang boven de zee. Aan tafel is de pianist van gisterenavond vervangen door een luidruchtige charmezanger die zichzelf begeleidt op zijn synthesizer en de ene melige Italiaanse smartlap na de andere ten beste geeft. Hij heeft een goede stem en waagt zich zelfs af en toe aan wat Italiaanse belcanto, wat nog enigszins te pruimen is, maar wanneer hij iets in het Engels probeert, wordt hij bijna komisch. Zijn Engels is niet meer dan een klanknabootsing en zelfs ‘New York, New York’ klinkt als ‘oe-oo, oe-oo’ en ‘What a wonderful world’ wordt ‘wawandi oe-oo’. Als hij dit tot middernacht volhoudt dan is de avond voor een flink stuk verpest. Gelukkig vinden we een tafel ver genoeg van de luidsprekers en zo valt het lawaai nog mee. Het eten daarentegen is heel wat minder dan gisterenavond. Of heeft het, zoals vaker het geval is, eerder met te hoge verwachtingen te maken?

Terug naar 2002 Sicilië OVERZICHT