Posts tonen met het label 2008 Provence. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2008 Provence. Alle posts tonen

woensdag 12 november 2014

Terug naar de Provence

juni 2008
Gedurende bijna 15 jaren waren we fervente Frankrijkreizigers. Van 1974 tot 1988 ging onze jaarlijkse vakantie steevast naar Frankrijk: van de Azurenkust tot Bretagne, van de Elzas tot de Provence en alles wat daar tussen lag. We namen nooit de autosnelweg, maar stippelden steeds een route uit langs secundaire departementale wegen die ons door ontelbare rustige dorpjes en provinciestadjes brachten, die de charme van la Douce France uitmaakten. We ontdekten op eigen houtje menig schilderachtig dorpspleintje, prachtige abdijen en kastelen die nog steeds in onze beste vakantieherinneringen gegrift staan. Het waren echter niet alleen deze unieke sfeer en de diversiteit van de natuur die ons aantrokken, maar van in den beginne ook de befaamde Franse gastronomie. Steeds weer maakten we er een zoektocht van naar eenvoudige maar lekkere restaurantjes en af en toe permitteerden we ons ook eens de luxe van een toprestaurant zoals les frères Troisgros in Roanne en l’Auberge de l’Ill in Illhausern. Men moest ons van geen ander vakantieland spreken. Maar op alles komt vroeg of laat sleet; niet dat we in Frankrijk alles gezien hadden, maar op den duur heb je te vaak een déja-vu. Daarenboven deden we ook steeds vaker teleurstellende ervaringen op:  nieuwe wegen en rotondes leidden ons om de pittoreske dorpjes heen en de eenvoudige dorpsrestaurantjes werden steeds zeldzamer of bleken afgezakt tot een zeer bedenkelijk culinair niveau. Frankrijk was niet meer wat het geweest was, vonden wij en vanaf 1989 lieten we het links liggen om binnen en buiten Europa andere landen te verkennen. Frankrijk geraakte hierdoor steeds meer uit onze gratie en er groeide zelfs een negatief vooroordeel over een hopeloos verloederd land. Tot we in 2005 de Loirestreek herbezochten en moesten vaststellen dat het authentieke Frankrijk tóch nog bestond. Later werd dit door een paar korte vakanties in de Elzas en in Marseille bevestigd. En zo groeide de zin om toch nog eens op de ouderwetse manier Frankrijk aan te doen, op zoek naar de goede oude vakantiesfeer. En waarom dan niet de nostalgie volledig haar rechten geven en terugkeren naar Saint-Rémy-de-Provence waar we 34 jaar geleden op huwelijksreis gingen in Hotel Van Gogh? 
We gaan op zoek op het internet en ja hoor, het Hotel Van Gogh bestaat nog steeds en op de foto’s ziet het er nog onveranderd uit, op het zwembad na, dat we trouwens bij ons tweede verblijf in 1988 al hadden leren kennen. Op Booking.com ontdekken we een mooi aanbod voor Le Castelet des Alpilles dat we ons ook nog zeer goed herinneren en waar we destijds heerlijk gegeten hebben. Het restaurant blijkt niet meer te bestaan, maar het hotel is volledig vernieuwd en heeft een ster meer dan Van Gogh. De prijs (76 Euro zonder ontbijt) is zeer gunstig en we besluiten te boeken. Verder wijken we ook nog op en ander punt af van onze oude tradities: deze keer nemen we toch maar de autosnelweg om zo snel mogelijk in het zuiden te zijn. We gaan echter niet zot doen en zowel de heen- als de terugreis over twee dagen spreiden. Benieuwd wat we van het oude Frankrijk nog zullen terugvinden.

Terug naar 2008 Provence OVERZICHT

Eén van de 100 mooiste dorpjes van Frankrijk

Zaterdag 14 juni 2008
Net zoals vroeger vertrekken we om 5 uur (5.05 uur om precies te zijn, ook net zoals vroeger…). Het is grijs weer maar het is droog en zo blijft het ook tot Arras. Daar maken de wolken plaats voor een blauwe hemel. Ondanks het straaltje zon is de temperatuur echter gezakt tot 8 à 9 graden en al gauw doemen er weer wolken op. We volgen de A26 naar Reims, meestal een rustige baan en ook nu is er weinig verkeer. Toch komt het toeristisch seizoen er duidelijk aan: de trek van Noord naar Zuid is begonnen, er zijn vooral Belgische en Nederlandse auto’s op de weg, maar ook heel wat Nordiens en in iets mindere mate Duitsers en Engelsen. Er zijn nauwelijks vrachtwagens, dus het is aangenaam en rustig rijden. Alleen aan de péage is er even een kleine file want er is maar één cash-loket geopend. Ter hoogte van Reims houden we even halt voor een koffie met croissant (traditie…) en verder gaat de rit langs Troyes, Chaumont en Dijon. Tegen de middag zijn we in Beaune waar we in een Autogrill snel een broodje eten. Het is er zeer druk omdat er ook een paar bussen hebben halt gehouden met oudere Fransen op uitstap. Er is steeds meer zon en inmiddels zijn de temperaturen opgelopen tot 19°,  later zelfs tot een aangename 21 à 22°.
De reis verloopt verder zeer rustig over Chalon-sur-Saone en Mâcon en tegen 12.30 uur bereiken we Lyon waar het verkeer steeds drukker wordt. Onze gps meldt voortdurend verkeers-problemen, maar daar is op de weg niets van te zien. In Châtillon echter waarschuwen elektronische borden evenals de radio voor files. We besluiten dan maar om de A6 te verlaten en Lyon links te laten liggen richting Grenoble en Saint-Etienne. Ook hier is het vrij druk, maar het verkeer verloopt toch vlot en tegen 90 km per uur. Om 14.30 uur bereiken we Vienne en moeten we nog slechts 150 kilometer doen naar onze bestemming. Daarenboven meldt de radio 20 km files op de A7 zodat we maar beslissen om hier de autosnelweg te verlaten en verder de beruchte N7 te nemen. Dit is de oude weg naar het Zuiden waar vroeger de toeristenstroom zich samen met honderden vrachtwagens en caravans door de smalle dorpskernen moest wurmen met alle oponthoud van dien. Tot nu hebben we een mooi gemiddelde van 100 kilometer per uur kunnen aanhouden, inclusief de stops voor koffie, eten en benzine.  Op de N7 is het nu dankzij de A7 rustig, maar wegens de vele verkeerslichten schieten we toch niet snel op. We besluiten dan maar ook die te verlaten en verder de departementale wegen te nemen, de “gele baantjes” van vroeger. Dit is het échte Frankrijk zoals we het kennen van 30 jaar geleden, het bestaat wel degelijk nog! Het valt ons wel op dat de dorpjes er nog even rustig en verlaten bij liggen als vroeger, maar alles is véél properder. De huizen zijn verzorgder, de wegen en voetpaden zijn vaak nieuw aangelegd en de vele rotondes zijn mooi aangeplant en goed onderhouden. De boulanger heeft vaak een nieuwe grote zaak buiten het dorp, waar ook de “grandes surfaces” er beter verzorgd uitzien. De reclameborden zijn er nog overal, maar lijken toch wat minder lelijk en schreeuwerig (alhoewel, er zijn er toch nog die … enfin ja, ook dát is Frankrijk).  
Onze gps leidt ons feilloos langs de mooiste en meest schilderachtige baantjes. Dit is echt een mooie streek: we zijn in de Drôme en in de verte zien we de bergen van de Vercors en de Basses-Alpes, die bij ons ook mooie vakantieherinneringen oproepen. In de brede en vruchtbare Rhônevallei wordt veel aan land-en tuinbouw gedaan: veel fruit en vooral ook veel noten. De zon schijnt en langs de rand van de weg bloeien ontelbare bloemen in alle kleuren, schitterend voor foto en video natuurlijk! Ik kan niet nalaten om even te stoppen bij “Le Musée de l’Ours et de la Poupée”, een bizarre collectie van beertjes en andere poppen die samen met allerlei andere prullaria en kleurige tekstborden een heel huis en bijhorende tuin van boven tot onder sieren. Dit is het werk van een ijverige oude man die met veel geduld en knutselwerk zijn verzameldrang op een originele manier koppelt aan zijn creativiteit en fantasie. Enkele dorpen verder rijden we trouwens door Hauterives waar een gelijkaardige zonderling een nog meer extravagante uitdrukking gegeven heeft aan zijn fantasie. Hier bezochten we 30 jaar geleden het fameuze Provence 5Palais Idéal du Facteur Cheval. De man had heel zijn leven nodig om met de keien die hij op zijn dagelijkse postronde verzamelde, een heus sprookjeskasteel te bouwen. Er moet hier een speciale inspiratie in de lucht hangen. In Soyans stoppen we bij een huisje met een weelderige bloementuin. Dit is de Drôme Provençale. Het landschap is hier op zijn mooist: groene breed glooiende weiden en goudgele korenvelden met als achtergrond de hoge rotsbergen van de uitlopers van de Alpen. Hier en daar staat een eenzame hoeve met bijna plat dak en van die typische ronde terracotta dakpannen. De kleine groepjes canadabomen zien er van ver als cipressen uit zodat je onwillekeurig aan Toscane moet denken. Vooral het stuk van Crest naar Le Poët Laval is zeer mooi. In Pont de Barret komen we langs een klein oud kerkje met een lavendelveld ervoor. De dikke bollen bloeien nog niet; ze hebben nog maar een lichte mauve zweem. We zijn een paar dagen te vroeg. 
Tegen 18 uur bereiken we Le Poët Laval, onze eindbestemming voor vandaag. We zitten ter hoogte van Montélimar en hebben 988 kilometer op de teller. We hebben dit middeleeuwse dorpje gevonden op het internet en er een kamer gereserveerd in hotel Provence 6Les Hospitaliers, dat volgens Michelin over een prima restaurant beschikt. Het hotel is ingericht in verschillende gebouwen van de burcht die hoog boven het dorpje torent en een weids uitzicht heeft op de omliggende vallei. Het dorpje behoort tot de 100 mooiste dorpjes van Frankrijk. We moeten langs een steil baantje en door smalle straatjes tot boven op de heuvel klimmen en vinden er nog net een parkeerplaatsje vóór de deur van het hotel. Dit is een schitterende plek! Het kasteel is gedeeltelijk een ruïne maar de hoofdgebouwen zijn mooi gerestaureerd en omgebouwd tot een luxueus hotel en restaurant; Het was in de 13e eeuw de commanderie van de Ridders van Malta, meer bepaald van l’Ordre de Saint-Jean-de-Jérusalem. We hebben een mooie ruime kamer met uitzicht op de toren en de binnenplaats van het kasteel. Op een tafeltje staat ter verwelkoming een schaaltje met twee glazen en een karafje Rasteau, een zoete rode wijn uit de Vaucluse. We trekken echter onmiddellijk naar beneden voor een fototour in het dorpje. Gezien het gevorderde uur zijn alle toeristen verdwenen en we hebben de smalle straatjes en het hele dorpje voor ons alleen. Dat levert natuurlijk tientallen mooie foto’s en filmbeelden op. Het avondlicht is prachtig en we kunnen er maar niet genoeg van krijgen, achter elk hoekje wacht immers een nieuw schilderachtig plaatje. Voor we het gemerkt hebben, zijn we al ruim een uur aan het filmen en fotograferen. Hoog tijd dus voor een verfrissende douche en een aperitiefje in de avondzon op het terras. Op onze allereerste vakantiedag hebben we het echte Frankrijkgevoel meteen te pakken! Ook onze eerste culinaire ervaring valt mee: het hotel heeft een stijlvol, zelfs chique restaurant en de keuken is zeer klassiek maar lekker. We eten eerst een filet de lisette (een soort makreel), daarna pintade de la Drôme gevolgd door een assortimentje van picodons, kleine geitenkaasjes. Bij het dessert sluiten we de avond af met een glaasje Beaume de Venise, de heerlijke zoete muskaatwijn die hier uit de streek komt.  We geraken aan de praat met de patron die ons een adresje aan de hand doet voor lekkere olijfolie in Nyons (de s uitspreken), waar ze naar verluidt dé beste olijven van Frankrijk hebben. Dat is dan meteen een eerste bestemming voor morgen. Nu gaan we slapen want het is 23 uur en we zijn vandaag al 18 uren op. Dat begint zich te laten voelen, of is het de wijn?

Terug naar 2008 Provence OVERZICHT

Weerzien met een oude bekende

Zondag 15 juni 2008
Ik word wakker om 7 uur en de zon is er al. Maar in de verte doemen er ook donkere wolken op. Ik lig in bed te luisteren naar de stilte die enkel verstoord wordt door tsjilpende mussen, het gekir van een duif en af en toe het langgerekte gekrijs van een zwaluw. Verder hoor ik alleen de rustige ademhaling van C die nog vredig ligt te slapen. De wekker loopt af om 8 uur. Er zijn nog maar weinig mensen wakker lijkt me; buiten is niemand te horen of te zien. Als ik uit de badkamer kom, is de zon achter de grijze wolken verdwenen. Toch besluiten we buiten te ontbijten. We zijn helemaal alleen op het grote terras om te genieten van de frisse ochtend en het weidse uitzicht, maar ons voorbeeld wordt al gauw gevolgd door enkele Engelse toeristen. Het typisch Franse ontbijt smaakt heerlijk. Het bestaat uit een stuk vers stokbrood, een croissant, een chocoladebroodje, fruitsap, een peer en een sappige perzik. Stilaan lossen de wolken op en verschijnt de zon opnieuw. Madame van het hotel vertelt ons dat het morgen slecht weer zal zijn, maar ja… wij trekken nog een stuk zuidelijker en daar zal het hopelijk beter zijn. 
Tegen 10 uur zijn we op weg. We moeten nog maar een goede 100 kilometer doen tot Saint-Rémy, dus we kunnen er vandaag echt onze eerste uitstap van maken. De zon is jammer genoeg al weer verdwenen, maar de temperatuur is aangenaam: 21°. We dalen de heuvel af en steken nog even de baan over naar het centrum van Le Poët Laval. Onder de platanen op het dorpsplein heeft een “vide grenier” plaats, een brocantemarkt waar iedereen zijn oude rommel kwijt kan.
 Provence 7











Er is eenvoudige, maar mooie antiek te zien, van meubels tot poteries en oude boeken. Het is er vooral zeer sfeervol en gezellig. Dan gaat het verder naar Dieulefit op zoek naar de markt en naar Yves de Provence op een pleintje met fontein, waar we volgens de chef van Les Hospitaliers uitstekende olijfolie kunnen kopen.  Het is er behoorlijk druk voor een zondagmorgen. We parkeren de auto buiten het centrum en wandelen naar het stadje. Hier is het dan weer verrassend stil. Er zijn wél zeer schilderachtige hoekjes: huizen in lichtgeel en lichtblauw en dito luikjes, oude opschriften op de gevels, een oude kerk met grote trappen ervóór en natuurlijk overal platanen. Al duidelijk Provençaals, maar er is geen markt vandaag.  Alleen een kraampje met picodons. De kaasboer draagt een alpenmuts en een dikke snor wat hem zeer fotogeniek maakt. Het komt tot een praatje over de Ieren die gisteren ‘neen’ gestemd hebben tegen het Verdrag van Lissabon. Hij steunt de Ieren volledig. “Ik ben niet tegen Europa hoor!” zegt hij, “maar tegen het systeem”. Hij vindt het een schande dat wij niet hebben mogen stemmen. De Ieren vertegenwoordigen maar 1% van de Europese bevolking en nu is hun stem beslissend. “Niet eerlijk!” zegt hij. In het Office du Tourisme vernemen we dat er op zondag een grote Provençaalse markt is in Nyons, een 30 kilometer verder. We mogen wel niet treuzelen, want de markt is alleen in de voormiddag en het is al 11 uur!  We spoeden ons naar de auto. Onderweg rijden we door prachtige landschappen: lavendelvelden en wijngaarden, abrikozen, kersen en allerlei ander fruit. We stoppen toch hier en daar voor een snelle foto, maar veel tijd mogen we jammer genoeg niet verliezen. Zo zijn we voor we het beseffen toch weer veel gejaagder bezig dan we ons hadden voorgenomen. We moeten het nog leren… 
Om 12 uur zijn we in Nyons. Het is er zeer druk en moeilijk om een parkeerplaats te vinden. We spoeden ons naar de markt, die zich uitstrekt over verschillende straten en het grote marktplein.Provence 8 Tientallen kraampjes met alles wat de Provence te bieden heeft: vooral olijven en olijfolie natuurlijk, kruiden, kaas, worst en brood. Verder zijn er ook de typische Provençaalse stofjes en huishoudlinnen, mooie santons, potten en pannen, zepen,bloemen en lavendel maar groenten en fruit zijn hier nauwelijks te vinden. Eigenaardig. Foto- en filmcamera staan natuurlijk niet stil en we genieten van de sfeer. Tegen 13 uur zijn we de hele markt door en zijn we aan het andere uiteinde van het stadje beland. Hier ligt een mooie Romaanse brug, die veel gelijkenis vertoont met de beroemde brug van Mostar in Herzegovina. Met een sierlijke boog overbrugt ze de smalle bedding waar diep beneden een smal riviertje kronkelt. Op een gezellig pleintje vinden we een terrasje waar we een lekkere omelette aux olives met salade nuttigen samen met een half litertje roséwijn. Het smaakt heerlijk! Alleen de zon ontbreekt. We kunnen Nyons natuurlijk niet verlaten zonder olijfolie te kopen. We mochten er gisteren in het hotel al van proeven evenals van de pikzwarte olijven die werkelijk verrukkelijk waren. We kopen een liter olie en twee pakjes olijven. Even buiten het stadje rijden we door uitgestrekte olijfgaarden met prachtige stokoude bomen. De felgele brem contrasteert harmonieus met het grijsgroen van de olijfbomen en het frisse groen van de vele wijngaarden. We zijn hier in de Côtes du Rhône en rijden door dorpjes met beroemde namen zoals  Gigondas en Vacqueyras. In de verte zien we de grillige Dentelles de Montmirail liggen en het silhouet van de Mont Ventoux maar we hebben geen tijd voor een omweg. Ook Beaumes-de-Venise moeten we links laten liggen omdat het te laat wordt. In Villedieu (na Dieulefit het tweede stadje vandaag waar God een hand in heeft) houden we toch een korte stop omdat het zo’n mooi dorpspleintje heeft. Provençaalser kan niet: platanen, grote fontein in het midden, oude Café Central met terrasje, huizen met verweerde luikjes. Even buiten het dorpje stoppen we bij een kersentuin waar de takken doorbuigen onder een ongezien overvloed aan glanzend rode vruchten. En jong koppeltje kan aan de verleiding niet weerstaan en smult gretig van de sappige kersen. Wij watertanden, maar vinden dat het niet hoort. Vanaf nu besluiten we onze GPS te volgen en die leidt ons langs een viervaksbaan rond Avignon. Dan is het nog slechts 20 kilometer tot Saint-Rémy. Het is geen mooie streek, maar de wegen zijn wel zeer goed met opnieuw ruime en verzorgde rotondes. Zo herinneren we ons Saint-Rémy niet. 
Als we om 17.30 uur bij Le Castelet des Alpilles aankomen, herkennen we nog alles. Ook het centrum van Saint-Rémy-de-Provence blijkt nog ergens op de harde schijf van ons geheugen opgeslagen te zijn gebleven, want we herkennen het nog zeer goed ook Provence 9al konden we er ons vooraf weinig of niets meer van voorstellen. Op het eerste gezicht lijkt er trouwens niet zo heel veel veranderd te zijn. Het hotel, waar we 34 jaar geleden niet overnacht maar wél gegeten hebben, ziet er ook niet veranderd uit. Alles is wat bijgeschilderd, maar het salon, de gangen en de kamers ademen nog dezelfde, ietwat ouderwetse sfeer uit. Het is een charmant hotel met een zekere klasse en een kleine, maar mooie tuin. Vanuit onze kamer hebben we een mooi uitzicht op de Alpilles. We besluiten onmiddellijk het stadje in te trekken voor een eerste vernieuwde kennismaking. Vóór het hotel ligt nog steeds hetzelfde pleintje met standbeeld van Charles Gounod en een klein kerkje. Net zoals vroeger is er een groepje mannen pétanque aan het spelen. Op het marktplein herkennen we onmiddellijk de kerk met haar pompeuze zuilenkolom en ook de terrassen rond het plein van Café de la Bourse, Brasserie du Commerce, Grand Café Riche, Restaurant Le France komen ons nog zeer vertrouwd voor. Ook hier lijkt weinig veranderd. Op het plein staat een oude draaimolen en er is rommelmarkt, onze tweede al vandaag. We wandelen er even door en zoeken dan een terras op voor een frisse Ricard. In Saint-Rémy waren alle activiteiten gesitueerd op de ring rond het stadje en dat lijkt nog steeds zo te zijn. Toch trekken we even het oude stadscentrum in en dat lijkt wel een hele metamorfose te hebben ondergaan.: oude straatjes, leuke winkeltjes, een fontein, een paar pleinen met platanen en alles zeer netjes opgekuist en onderhouden. Ik herinner me niet dat dit in 1974 of zelfs in 1988 al zo was, maar ik kan me vergissen. We reserveren maar meteen een tafel voor vanavond in La Maison Jaune (15/20 in GaultMillau en een Michelinster!) uit schrik vanavond geen plaats meer te hebben. Zo kunnen we gerust de vooravond doorbrengen. Tegen 18.30 uur begint het zowaar lichtjes te druppelen, maar het gaat gelukkig niet echt door. We keren toch maar naar het hotel om ons te verfrissen en mijn dagboek in te vullen. 
We nemen het zekere voor het onzekere en nemen onze regenjas mee als we naar La Maison Jaune vertrekken. We zijn benieuwd want ondanks zijn hoge scores in GaultMillau enMichelin, lazen we op het internet een paar recente negatieve commentaren. Provence 10Het restaurant is ondergebracht op de eerste verdieping van een oud herenhuis in het centrum van het stadje. Het interieur is een beetje koel, maar zeer stijlvol en chique. Er zijn al twee koppels aanwezig die echter niets zeggen, tenzij af en toe iets op fluisterende toon. Er heerst een wat beklemmende en onaangename stilte. Later komt er nog een alleenstaande dame binnen die behoorlijk Frans spreekt, maar toch met een vreemd accent. We kiezen voor een menu met Provençaalse specialiteiten en al gauw blijkt dat dit restaurant niet voor niets een ster heeft gekregen en de kritieken op het internet totaal ten onrechte zijn. Als de twee koppels weg zijn, wordt de sfeer in het restaurant wat losser en we geraken in gesprek met de dame. Ze blijkt uit Johannesburg, Zuid-Afrika te komen en veel van Frankrijk te houden. Ze kent ook Brussel goed dank zij haar werk, maar ik durf haar niet te vragen wat ze precies doet. In ieder geval houdt ze zoals wij van lekker eten en ze zoekt dan ook alle restaurants met één of meerdere Michelinsterren op. We praten nog wat verder door met haar en de vriendelijke ober. Hij zegt dat het weer hier al anderhalve maand slecht is en dat ook hier iedereen snakt naar de zon. Maar hij heeft gehoord dat het vanaf woensdag zeer warm zal worden. Ik weet niet of ik hem mag geloven.

Terug naar 2008 Provence OVERZICHT

Ontdekking van de Lubéron

Maandag 16 juni 2008
We hebben beiden goed geslapen, tot 8 uur. Vóór het ontbijt probeer ik nog eens mijn laptop met het internet te verbinden –er is gratis wifi in het hotel- maar tevergeefs. Ik durf niets wijzigen aan de instellingen van mijn pc en besluit dan maar om het zo te laten. Het zal wel gaan zonder internet ook, denk ik. Ondanks de frisse morgen en de grijze hemel kunnen we toch ontbijten op het terras. Het “buffet” valt een beetje tegen: er is een behoorlijke keuze, maar behalve de fruitkorf en een hard gekookt eitje, is alles voorverpakt en/of industrieel: cakes, kaasjes, céréales, yoghurt. Aan tafel wordt daarbij het klassieke ontbijtmandje opgediend met per persoon één stuk stokbrood, één croissant en één klein chocoladebroodje. We vragen er toch maar een extra stuk brood bij en dat krijgen we zonder probleem. Het smaakt en we genieten vooral van de sfeer en het vakantiegevoel. Aan tafel overleggen we het programma voor de week en besluiten vandaag de Lubéron te bezoeken. Dat is een deel van de Provence dat we nog nooit gedaan hebben en dat volgens onze reisgids heel wat mooie dorpjes telt. In afwachting van de zon trekken we erop uit. De weg loopt eerst langs Cavaillon, waar de gelijknamige meloenen vandaan komen. Bij het buitenrijden komen we langs “ons” Hotel Van Gogh en ook hier komt alles zeer vertrouwd over. Cavaillon ligt een kleine 20 kilometer ten oosten van Saint-Rémy en blijkt een tamelijk grote stad te zijn. Het is er zo druk dat we besluiten hier geen halt te houden en meteen verder door te stoten naar de nog iets oostelijker gelegen dorpjes Oppède-le-Vieux, Ménerbes, Lacoste en Bonnieux. Dit is de Petit-Lubéron omdat de heuvels hier nog minder hoog zijn. Voorbij Apt begint de Grand-Lubéron die zich uitstrekt tot Manosque enForcalquier, maar dat is voor vandaag te ver gegrepen. 
We hebben nog maar pas Cavaillon verlaten als we rechts afslaan naar Maubec, een klein verlaten dorpje dat van ver ligt te blinkenProvence 11bis tegen de heuvelflank. Hier houden we van: slenteren door smalle straatjes op zoek naar verrassende ontdekkingen. We worden niet teleurgesteld want dit blijkt een heel gezellig dorpje  te zijn met veel bloemen, amper een tiental huizen en een kerk. Alles is mooi gerestaureerd en netjes onderhouden. We zijn er helemaal alleen en meteen staan onze camera’s roodgloeiend. En dan is de volgende halte Oppède-le-Vieux. We moeten de auto achterlaten op een grote (betalende) parking aan de voet van de heuvel en te voet de klim doen naar het dorpje. Het is een bijzonder aangename wandeling door een soort botanische tuin waar hoge cipressen en talrijke kleurige bloemen een prachtig panorama omkaderen. De zon is nog steeds niet  van de partij, maar de temperatuur is zeer mild en aangenaam. En dan komen we terecht in een smal Provence 12straatje dat uitmondt op een vrij groot plein. Oppède-le-Vieux is een verlaten middeleeuws spookstadje op een heuvel waarvan de top gedomineerd wordt door een kerk de ruïnes van een grote burcht. In 1274 was het hele dorpje eigendom van de pauzen van Avignon en het kende zijn grootste bloei in de 14e tot 16e eeuw. Daarna kent het een groot verval wegens zijn moeilijk bereikbare ligging en veel inwoners verlaten het stadje. Oppède is dan ook al voor het grootste deel verlaten wanneer een aardbeving het in 1731 de genadeslag geeft. In de 20eeeuw wordt het terug ontdekt door studenten en artisten die de vervallen huizen nieuw leven inblazen. Nu ligt het te wachten op een revival in de 21e eeuw als toeristische trekpleister. 
Vanaf het pleintje vertrekt een steil wandelpad naar boven. Vanaf hier zijn er nog enkel vervallen gebouwen die voor een zeer schilderachtig decor zorgen. Ik heb even veel geluk wanneer een speelse jonge hond nogal onzacht tegen mijn oog aanspringt. Achteraf blijkt dat de botsing me een blauwe vlek heeft nagelaten op mijn oogscheel. Eén centimeter lager en het was veel erger geweest. Oef! De wandeling is zo mooi en biedt zoveel foto- en filmmogelijkheden, dat we er tot ruim na de middag blijven hangen. Er is een restaurant met een terras op het dorpspleintje, maar niettegenstaande er relatief weinig volk is, lijkt het ons toch té toeristisch en we besluiten hier niet te eten en even door te rijden naar het volgende dorpje Ménerbes, dat slechts een vijftal kilometer verder ligt. Het dorpje heeft verschillende beroemdheden aangetrokken, waaronder Picasso en de Franse president François Mitterand maar het werd vooral bekend door Provence 13“Een Jaar in de Provence”, de bestseller van de Engelse schrijver Peter Mayle dat ook werd verfilmd. 
Het is al half twee voorbij als we er aankomen, dus gaan we snel op zoek naar iets te 
eten. Veel keuze is er niet, maar een klein eenvoudig restaurantje ziet er toch aantrekkelijk uit. Er is nog net één tafeltje voor twee vrij, dus we nemen snel plaats. De dienster zegt ons dat het wegens de drukte nog wel 20 minuten zal duren voor ze ons kan bedienen en dat we dus beter eerst nog maar een klein wandelingetje gaan maken. Ze zal ons tafeltje vrij houden. Dat doen we dan maar. Ook in dit dorpje lijkt de tijd te zijn blijven stilstaan en opnieuw maken we tientallen mooie foto’s. En dan begint het te regenen en we spoeden ons snel terug. Ook de toeristen die op het terras hadden plaats genomen, vluchten nu naar binnen zodat het een echte chaos wordt in het kleine eetzaaltje. Toch slagen we erin het ons beloofde tafeltje in te palmen, maar door de drukte ziet het er plots allemaal veel minder aantrekkelijk uit en we besluiten op te stappen en op zoek te gaan naar iets anders. Het eerste restaurant waar we aankomen is vandaag gesloten en in het volgende willen ze ons niet meer bedienen want ze sluiten om 14 uur. Als ik de onvriendelijke ober er op wijs dat het nog maar 13.50 uur is, blijft hij onverzettelijk en… we mogen afdruipen. Meteen zijn we ook verplicht vroegtijdig Ménerbes te verlaten en door te rijden naar Lacoste, 8 kilometer verder. 
Net vóór we het dorpje binnenrijden, zien we een terrasje waar een groepje toeristen zit te eten. We wagen onze kans, maar ook hier blijkt de keuken al gesloten! Op mijn aandringen is de uitbaatster, na overleg met de chef (een vriendelijke Zuid-Afrikaan), uiteindelijk toch bereid ons een slaatje te serveren. We zijn hen zeer dankbaar. Opgelucht nemen we plaats op het terras, dat gelukkig overdekt is. Het regent niet echt meer, maar af en toe vallen er toch nog enkele druppels. De andere toeristen zijn een groep Amerikanen, allemaal ingeduffeld in anoraks alsof ze in de hoge Alpen zitten. Nochtans is de temperatuur zacht. Onze “Salade Lubéron” (met geitenkaas en gebakken spekblokjes) is zeer vers en smaakt heerlijk met een karafje roséwijn, maar de porties zijn wel wat klein voor hun prijs: we betalen in totaal 30 Euro. Na het eten wandelen we het dorpje in. De straatjes zijn hier zo mogelijk nog schilderachtiger. We wandelen door oude poorten, langs een kerkje met een klokkentoren in smeedijzer, typisch voor deze streek. In een smal hoekhuis tussen twee steegjes was vroeger een bakker gevestigd; alleen het eeuwenoude opschrift herinnert daar nog aan. Provence 14Een groot deel van de oude gerestaureerde huizen is ingenomen door het Amerikaanse Savannah College of Art and Design, één van de belangrijkste designscholen in de wereld. Boven komen we op een open plateau waarop de ruïnes van het kasteel dat ooit toebehoorde aan de Marquis de Sade. De ophaalbrug lijkt helemaal vernieuwd en bij nader toezien is een deel van het kasteel nog bewoond. Discreet, zelfs bijna onzichtbaar van buitenaf,  is achter de oude muren L’Espace Pierre Cardin ingericht, waar jaarlijks een theaterfestival plaats heeft.  Van hieruit heb je een kilometers ver uitzicht over de vallei: veel wijnvelden, oude huisjes met hun typische daken. Prachtig. Beneden genieten we op een terras nog even van het landschap en van een lekker stuk tarte Tatin met een koffietje. Het weer is intussen verbeterd en de zon komt af en toe zelfs even door de wolken piepen en geeft veel warmte. We genieten.  
Bonnieux is het laatste dorpje dat we vandaag willen aandoen. Even ervóór stoppen we bij een kersentuin waar de takken bijna tot op de grond hangen van de overvloedige trossen rijpe kersen. Provence 15Hier kunnen we toch niet nalaten om er een handvol (dat kan met één greep) te plukken en lekker te verorberen. Zo’n massa kersen hebben we nog nooit gezien, dus het zal wel op die 100 gram niet aankomen zeker?  Samen met de klaprozen, de glooiende wijngaarden en het dorpje in de achtergrond vormen de boomgaarden schitterende beelden op. We parkeren de auto even verder, beneden aan de voet van het dorp. Het is een lange en steile klim langs een eeuwenoude, verweerde trap, maar boven worden we beloond met een ronduit sensationeel panorama. Bonnieux heeft twee kerken, één beneden en één boven. Het is inmiddels zeer warm geworden. Boven staan een paar enorme pins parasols die niet alleen aangenaam verfrissende schaduw bieden, maar tevens een schitterende omkadering geven aan het panoramische landschap. We geraken er moeilijk weg, maar toch moeten we stilaan opschieten: het is al ruim 18 uur voorbij en we moeten nog 50 kilometer terug naar Saint-Rémy. Toch kunnen we onderweg niet nalaten nog tweemaal te stoppen voor foto’s: een veld dat helemaal rood kleurt van de klaprozen en een groot lavendelveld, waar de bloemen in tegenstelling met elders, vol paars bloeien. Dit is hét beeld van de Provence dat we niet mogen missen. We hebben vandaag maar een klein stukje van de Lubéron gezien, een echte openbaring! Hier moeten we zeker nog terugkomen, want ik ben er zeker van dat hier nog veel mooie plekjes te ontdekken zijn. 
Zo is het 19 uur als we terug bij ons hotel zijn. Een snelle douche en om 19.30 uur zijn we al terug op pad. We eten zeer lekker in de Bistrot des Alpilles. Na een voorgerecht met asperges en een terrine van aubergines, maken we kennis met een streekspecialiteit: deaïoli: gekookte kabeljauw vergezeld van wulken, diverse gestoomde groenten en… een hard gekookt ei. Daarbij natuurlijk de gekende lookmayonaise. Zéér lekker! Na het eten dwalen we nog een beetje door de oude binnenstad en maken wat avondfoto’s. Het is een zeer zachte avond en op het terras van de Bar des Alpilles drinken we nog een koffie. Er heerst een rustige drukte. Bij de niet zo talrijke toeristen overheersen duidelijk de Duitsers, maar vooral de Vlamingen. Om 22.30 uur zijn we terug in het hotel waar we bij de vriendelijke dame in de receptie informeren naar de meteo. Die ziet er veelbelovend uit: morgen opklaringen en de volgende dagen niets dan zon. Vrijdag zelfs “estival”!

Een culinair hoogtepunt

Dinsdag 17 juni 2008
Een voorbijdenderende vrachtwagen maakt me wakker om 6 uur en gestommel op de andere kamers verhindert mij om terug in te slapen. Toch slaag ik erin om tot 8 uur te blijven liggen. Het is opnieuw zwaarbewolkt maar hier en daar is toch een beetje blauwe hemel te zien. De zon schijnt er zwakjes doorheen. Bij het ontbijt op het terras stellen we vast dat het duidelijk frisser is dan gisteren. De zon is trouwens alweer verdwenen. Op de parking staan grote plassen, dus het moet vannacht stevig geregend hebben. Het lijkt ons dus nog niet echt de dag om naar de kust te gaan, dus we besluiten vandaag te beginnen met Les Baux, Tarascon, Beaucaire en Fontvieille, verder zien we wel. Om 9.30 uur zijn we weg. Een kilometer voorbij het hotel komen we langs Les Antiques, twee prachtig bewaarde monumenten uit de Romeinse oudheid. Eén van de twee staat helemaal in de stellingen voor onderhoudswerken. Aan de overkant van de weg liggen de ruïnes van de stad Glanum, een belangrijke toeristische trekpleister, maar het is er zeer kalm. We hebben deze site bij ons vorig bezoek aangedaan en besluiten ze nu niet opnieuw te bezoeken. We rijden meteen door naar Les Baux-de-Provence. De weg, nauwelijks 10 kilometer lang, kronkelt zich dwars door de mooie heuvels van Les Alpilles. De hele omgeving komt ons nog zeer vertrouwd voor.  
Als we bij Les Baux-de-Provence aankomen, is het er nog zeer rustig. We kunnen dan ook de auto dicht bij de ingang parkeren. Provence 16De smalle straatjes en winkeltjes liggen ongeduldig te wachten op de toeristenstroom, die straks ongetwijfeld op gang zal komen. Wij wandelen meteen door naar het andere eind van het stadje voor een bezoek aan het imposante Château des Baux. Bij de ingang krijgen we gratis een Nederlandstalige audiogids mee, die ons interessante uitleg verschaft bij de meest interessante plekjes en de manier waarop de ridders hier in de middeleeuwen leefden. We wandelen eerst over de kale en dorre hoogvlakte waar een strakke frisse wind blaast. We hebben zonnecrème en onze zonnehoedjes meegebracht, maar een warme pull-over zou beter geweest zijn. Midden op de uitgestrekte vlakte staan een viertal reusachtige slingerwapens waarmee destijds grote stenen rotsblokken werden naar de vijand geslingerd. Een middeleeuwse ridder, uitgedost in maliënkolder en wapenuitrusting, staat erbij en geeft uitleg aan een groep schoolkinderen. Het enthousiasme stijgt ten top wanneer de kinderen zelf eens mogen proberen met een van de tuigen een “kogel” te lanceren. Onder luid gejuich valt de zware rubberen bal met een doffe plof een tiental meter verder neer. Vanop de hoogvlakte hebben we een mooi uitzicht over de omgeving met vooral wijn- en olijfgaarden. In deze laatste valt op hoe de bomen hier in groepjes van drie of vier zijn aangeplant. Het plateau bestaat uit grillige rotsblokken waartussen hier en daar gele bremstruiken voor licht en kleur zorgen. We wandelen de hele omtrek van de hoogvlakte af en wanneer we denken rond te zijn, begint het eigenlijk pas. Aan de andere zijde van het dorp ligt namelijk het eigenlijke kasteel, immense en indrukwekkende ruïnes uitgehouwen in de rotsen: woningen, binnenplaatsen, een donjon, een ophaalbrug en dit alles hoog uittorend boven de omgeving. Het vraagt niet veel verbeelding om je hier de middeleeuwse toestanden voor de geest te halen. Dit is impressionant en absoluut een bezoek waard. De hemel wordt steeds grijzer en we prijzen ons gelukkig dat de regen wacht om neer te druppelen tot we bij de uitgang zijn. We haasten ons naar de auto maar springen toch eerst nog snel even een winkeltje binnen om een saladebestek in olijfhout te kopen.  
Het is inmiddels 12.30 uur geworden, dus precies op tijd voor de lunch. Het regenweer doet ons beslissen om wat meer tijd aan tafel door te brengen en we raadplegen de Michelingids om een goed adresje te zoeken. Tarascon is niet ver en daar zijn wel een paar restaurants. Onderweg komen we echter langs Le Paradou en daar ligt bistro La Petite France dat eens een Michelinster had, maar nu van uitbater veranderd is. Het ziet er ook aantrekkelijk uit en we stappen binnen. We willen ons beperken tot een lichte lunch want vanavond staat een bezoek aan het sterrenrestaurant van Wout Bru op het programma, een hoogtepunt waarnaar we uitkijken. Ze serveren echter ’s middags alleen een viergangenmenu à 27 Euro. We moeten dus wel… Dit helpt ons natuurlijk ook een regenachtige namiddag door te komen en het is helemaal niet duur. Het wordt een gezellige en vooral zeer lekkere lunch. 
Als we buitenkomen, regent het niet meer. We rijden even langs het centrum van Le Paradou en vervolgens naar Maussane. Het pittoreske dorpsplein met fontein en platanen mist de zon om echt sfeervol te zijn. We wandelen er eventjes rond en trekken vervolgens verder richting Fontvieille. Dit kennen we ook van onze vorige reizen en gezien het weer besluiten we geen bezoek te brengen aan de beroemde Moulin de Daudet. De hele omgeving ziet er vandaag met de grijze hemel en het overvloedige groen helemaal niet Provençaals uit. Hier verwacht je blauwe hemels, fel licht en dorre gele velden, maar de vele regen van de laatste weken heeft gezorgd voor een veel somberder landschap. Het is opnieuw gaan regenen, zij het lichtjes want de petanquespelers op een Provence 17pleintje onderbreken er hun spel niet voor. Wij slenteren een beetje door de smalle straatjes en maken nog wat foto’s. Heel veel is er echter niet te zien. Dan maar terug richting Saint-Rémy. Even buiten Les Baux houden we halt bij de Caves de Sarragon die zijn ondergebracht in de immense ruimten, die door vroegere steengroeven in de rotsen zijn uitgehouwen. We doorkruisen opnieuw Les Alpilles maar nemen nu een alternatief en kleiner baantje. Zo komen we langs prachtige villa’s waaronder een paar viersterrenhotels. Hier woont duidelijk de grand monde van Saint-Rémy. 
Tegen 17 uur zijn we terug in het hotel en… er is steeds meer blauwe lucht en de zon komt er door! Tijd om nog maar eens in het stadje rond te slenteren, nog maar wat foto’s te schieten. Ik neem voor één keer de videocamera niet mee om eens wat rustig te genieten. Vóór we naar het hotel terugkeren, nemen we eerst nog een pastis op een terrasje. Terug in het hotel klaagt ook de madame van de receptie over het voorbije slechte weer, maar ze zegt dat er mistral verwacht wordt en dat die de wolken zal verdrijven. Vanaf morgen mogen we zeer warm weer verwachten.  Tegen 19 uur maken we ons klaar voor het gastronomisch hoogtepunt van de reis: Le Bistrot d’Eygalières van de BelgischeProvence 18 sterrenkok Wout Bru, twee sterren in Michelin, 17/20 bij GaultMillau. Hier hebben we weken vóór de afreis al gereserveerd. Eygalières ligt op een 15 kilometer van Saint-Rémy maar het restaurant is moeilijk te vinden. Het ligt midden in de hoofdstraat van het kleine dorpje en bestaat uit twee oude rijhuizen die in elkaar gebracht zijn. We hadden iets meer indrukwekkend verwacht. Binnen komen we echter in een zeer duur en stijlvol interieur terecht, strak en modern maar toch met alle respect voor de oorspronkelijke rustieke sfeer. Vooral de eenvoudige inkom en een oude pilaar midden in het restaurant verraden nog de oorspronkelijke oude herberg. Voor de rest zorgen de vele zwart en witte accenten en een paar moderne schilderijen voor een eigentijdse stijl. Er is opvallend veel personeel aanwezig in de zaal, allemaal jonge mensen, mannen en vrouwen. Allemaal zijn ze in het zwart gekleed. Ze spreken ons aan in het Frans, maar al gauw blijkt dat velen onder hen Vlamingen zijn. Het wordt zelfs een leuk spelletje om de echte Fransen te “ontmaskeren”. Ook in het publiek wordt veel Vlaams gesproken. Er komt overigens ook een oude bekende binnen: de Zuid-Afrikaanse dame van zondagavond. Ze heeft dus toch onze raad opgevolgd. Ze neemt plaats aan een tafeltje in de hoek en heeft ons niet opgemerkt. Heel eventjes krijgen we de chef te zien. Hij zegt vriendelijk goeiendag. Provence 19Deze man is duidelijk niet alleen “sant” in een vreemd maar ook in eigen land. Als je op dit niveau eet, mag je ook op geen euro kijken, dus kiezen we voor het duurste menu dégustation à 95 Euro per persoon. Dit soort folietjes permitteren we ons niet zo vaak, maar laten we het maar beschouwen als de vroege viering van onze huwelijksverjaardag op 31 augustus. De sommelier is een jonge kerel. Hij spreekt Frans met een zwaar Westvlaams accent en beveelt ons een biowijn aan uit de streek van het Domaine Milan, hier vlakbij. 55 Euro en dat is een van de goedkoopste van de kaart… Maar eerst natuurlijk een glaasje champagne als aperitief; minder kan je hier toch niet nemen? 
We eten uiteraard zéér goed: eerst een American club met een mi-cuit van tonijn, foie gras, granny smith en een sorbet van basilicum. Niet alleen verrukkelijk maar ook een streling voor het oog. Dan volgt een carpaccio van kabeljauw met uiencompote en een gepocheerd ei met truffelboter. Het ziet er niet erg aantrekkelijk uit, maar de smaakcombinatie is hemels. Het hoofdgerecht is een traag gegaarde schouder van melklam met geconfijte look op een bedje van tomaat en paprika en daarbij een aardappelpuree met olijfolie.  Na de kaas zet een heerlijk dessert het orgelpunt: een crème brûlée op rood fruit met gesponnen suiker, citroensorbet en een chocoladekrokantje. Bij de koffie horen natuurlijk nog een hele reeks kleine lekkernijtjes. Dit voldeed absoluut aan onze hoge verwachtingen en was inderdaad op tweesterrenniveau. Achteraf geraken we aan de praat met de sommelier. Hij is goed bevriend met zijn collega van het Hof Van Cleve en heeft hiervóór in Oud Sluis gewerkt. Hij is pas sinds anderhalve maand hier aan de slag. In totaal zijn 13 van de 20 personeelsleden Vlamingen. Als ik zijn wijnkeuze prijs en hem vraag of die op het domein ook te koop zou zijn, zegt hij dat we hem ook kunnen kopen in de aanpalende culinaire shop van Bru. Die is nu wel gesloten, maar vóór we vertrekken wil hij graag met ons meegaan en even opendoen. Ik heb al een beetje spijt van mijn vraag want ik vrees voor de kostprijs, maar toch durf ik niet nalaten hem te roepen vóór we vertrekken. Hij gaat ons voor en… ik ben opgelucht als blijkt dat “onze” wijn niet meer in voorraad is. Ik toon me uiteraard ontgoocheld en zeg dat we hem dan morgen maar op het domein zullen gaan kopen. We praten nog een tijdje na en vernemen dat hij hoopt hier 1 à 2 jaar te blijven en daarna in België een wijnhandel te openen. Om 22.30 uur rijden we langs een donkere weg terug naar Saint-Rémy, 295 Euro armer maar een nieuw gastronomisch hoogtepunt rijker.

Terug naar 2008 Provence OVERZICHT

Tarascon en Beaucaire

Woensdag 18 juni 2008
Provence 20De verhoopte blauwe hemel is er! Er is geen wolkje te bespeuren. Woensdag is de wekelijkse marktdag in Saint-Rémy en dat mogen we niet missen. Op het marktplein zijn er alleen kleren, maar in de straten van de binnenstad is er de rasechte markt zoals ze die alleen in de Provence hebben: “le marché de la bouffe”! Kleurrijke kraampjes in de schaduw van de platanen, massa’s blinkend fruit en verse groenten overgoten door de zon, maar ook brood, kaas, worsten, olijfolie, kruiden, bloemen, wijn en al het goede dat deze streek voortbrengt: cavaillons, kersen, aardbeien, abrikozen, perziken, appels en peren, aubergines en courgettes in diverse vormen en kleuren, bonen, tomaten en vooral veel trossen look, paarse en witte. Wat een sfeer! Provence 21Ik moet voortdurend denken aan het liedje van Gilbert Bécaud: “voici l’estragon et la belle échalotte…” Er zijn natuurlijk ook veel toeristen naar hier afgezakt want dit is toch wel een van de mooiste markten in de streek. Wij filmen en fotograferen er natuurlijk duchtig op los. Na ruim een uur zijn we het moe. We kopen snel nog wat herbes de Provence en fleur de sel en gaan dan nog een koffietje drinken op het terras van le Grand Café Riche vanwaar we de marktdrukte nog een beetje gadeslaan. Vooraleer naar het hotel terug te keren gaan we in le Bistro Découverte een tafeltje reserveren voor vanavond.  
We besluiten om het vandaag verder rustig te houden en vooral te genieten van de zon die nu echt volop haar wederoptreden heeft gedaan. We beginnen met een bezoek aan Tarascon en Beaucaire en daarna zien we wel of er nog tijd overblijft. Onderweg nemen we nog even de afslag naar Maillane, maar daar blijkt niet veel te zien. Even binnengewipt in een grote potterie, maar ook dat is niet veel zaaks; bij ons in Gent verkopen ze mooiere Provençaalse potten dan hier. Provence 22Tegen 12.30 uur zijn we in Tarascon, de stad van Tartarin, de held uit de gelijknamige roman van Alphonse Daudet die in onze humanioratijd zo belangrijk leek te zijn. Ik vraag me af of de huidige jeugd hem nog kent. We rijden dwars door het mooie oude stadscentrum door smalle straatjes en langs talloze gevels in pastelkleuren. Alles is er kraaknet; wat een verschil met 30 jaar geleden! Op een gezellig terrasje, in de schaduw eten we een slaatje en drinken er ons intussen traditionele karafje roséwijn bij. Gezellig! Daarna slenteren we op ons gemak door de stad en komen uit bij een mooie kerk, maar vooral bij het kolossale en imposante middeleeuws kasteel aan de boord van deRhône. Op onze verder wandeling door het stadje komen we bij het hoofdhuis van Soleiado, die ook bij ons de mooiste Provençaalse stoffen en vaatwerk verkoopt. We kopen er een paar stukken in solden voor weinig of geen geld. Hier is ook een Soleiado-museum gevestigd maar de entreeprijs is ons te hoog. Het is inmiddels zeer warm geworden, rond de 30° schat ik, maar de thermometer van onze auto op de parking geeft zelfs 36° aan, in de volle zon natuurlijk. 
We steken met de auto de brede Rhône over naar Beaucaire. Tot onze verrassing treffen we hier een grote jachthaven aan (die herinner ik me niet van vroeger). Ervóór staat in een mooi bloemenperk een groot standbeeld van een vervaarlijke stier. Dit is inderdaad de stad van de corrida. Provence 23Het is inderdaad heet; de thermometer van een apotheek geeft 37° aan; mijn Volvo was dus toch juist. In de smalle straatjes kunnen we in de schaduw blijven en met af en toe frisse wind is het best aangenaam. Wat een sensationele ommekeer van het weer; gisteren moesten we wegens de regen nog zo lang mogelijk aan tafel blijven zitten. Hopen maar dat het zo nog enkele dagen aanhoudt. We slenteren op ons gemak de straatjes in en uit en maken opnieuw de ene foto na de andere: enkele schilderachtige poorten en doorgangen, plein met fontein en vooral vele fotogenieke deuren en luikjes. We hebben het stadje voor ons alleen: er zijn geen toeristen en de lokale inwoners blijven blijkbaar op dit moment van de dag liever binnen. 30 Jaar geleden maakte ik een mooie foto van de daken van de stad, maar het is ons te warm om daarvoor te voet door het park naar boven te klimmen. We arriveren op een uitgestrekt plein vóór het stadhuis en de hallen en gaan op een terrasje zitten voor een verfrissend drankje. We hebben grote dorst maar als we niet onmiddellijk bediend worden, stap ik het café binnen. Meteen begrijp ik dat niemand onze komst had opgemerkt: een tiental mannen staan luid supporterend rond de toog naar de tiercé te kijken op tv. De patron verontschuldigt zich achteraf: “Ah oui, les chevaux…”. Ook dit is typisch de Provence denk ik maar. Vooraleer Beaucaire te verlaten, rijden we met de auto nog even tot boven langs les Grandes Arènes, één van de belangrijkste centra van de provençaalse corrida. Veel kleurrijke affiches kondigen ze aan in de hele stad. 
Op de terugreis komen we opnieuw langs Fontvieille waar we een bezoek brengen aan le Château d’Estoublon, Provence 24producteur van zowel olijfolie als wijn. Het kasteel ligt in een uitgestrekt domein met lange oprijlaan, mooie rozentuin en romantische vijver met kwakende kikkers. Het is een zeer verzorgd modern bedrijf dat handig en commercieel inspeelt op de consument in de hogere klasse: chique winkel, mooi verpakte producten, stijlvol personeel. We kopen er een liter blended olijfolie (van verschillende soorten olijven) en een halve liter Provence 25“Béruguette” (van één olijvensoort) aan respectievelijk 27 en 19 Euro. Niet goedkoop, maar we weten al langer dat goede olijfolie vaak meer kost dan wijn. En lekker zal ze wel zijn, want ze stond ook bij Bru op tafel. Op de bovenverdieping is er nog een winkel met luxe tuin- en keukenmateriaal. Mooi maar toch wat kitscherig. C past er een strohoed en ik vind dat hij haar zeer goed staat. Na een kleine aarzeling koopt ze de hoed en achteraf zal ze er nog veel plezier aan hebben. De verkoopster in de winkel is vriendelijk en slaat een praatje. Ze beklaagt zich erover dat de toeristen zo weinig kopen. Dat komt ondermeer omdat vliegtuigpassagiers geen vloeistoffen meer mogen meenemen in hun handbagage en dus geen olie of wijn meer kunnen kopen. “Heureusement il y a les Belges!” lacht ze, want die zijn niet alleen talrijk maar ze zijn ook de beste kopers. 
We reizen verder terug langs Le Paradou en Maussane doorheen de Alpilles. Met de zon ziet de hele streek er heel anders uit dan gisteren! Nu hebben we de echte sfeer van de Provence te pakken. We stoppen nog even bij Les Antiques die nu mooi afsteken tegen de staalblauwe hemel. Jammer genoeg staat één van de twee half in de steigers zodat we ons wat moeten in bochten wringen om er toch nog een paar mooie foto’s van te maken. Om 18.15 uur zijn we terug in het hotel, waar we zoals gewoonlijk niet lang vertoeven en al gauw weer vertrekken, richting stad. We eten op het terras van Le Bistrot Découverte, een lekkere innovatieve keuken waarvan we vooral de heerlijke terrine de légumes au pistou zullen onthouden. En raad eens wie we hier ontmoeten… jawel, onze Zuid-Afrikaanse vriendin. De derde keer deze week. Dat komt omdat we blijkbaar dezelfde smaak hebben, zegt ze. We hebben het even over onze ervaringen bij Bru en zij is duidelijk minder enthousiast: ze vond de foie gras ontgoochelend  en van het gepocheerde ei met kabeljauw had ze helemaal niet gehouden. Dus toch niet dezelfde smaak blijkbaar. Hier heeft ze pech: er is geen plaats meer. Wij daarentegen genieten van de mooie avond, de sfeer en het lekkere eten. Het was een prachtige dag vandaag, in de eerste plaats dank zij het mooie zuiderse weer, maar ook omdat we twee stadjes bezochten die ons meer dan aangenaam verrast hebben.

Terug naar 2008 Provence OVERZICHT

Tientallen flamingo's

Donderdag 19 juni 2008
Vandaag zijn we een half uurtje vroeger opgestaan want we gaan naar de Camargue en dat is een eindje rijden. Ter plaatse gaan we een rondrit doen van 95 kilometer. De zon is opnieuw volop van de partij. Ik heb een sms-je gekregen van H. Die blijkt in Praag te zitten voor een congres en ook daar is het heel mooi weer. Om 9 uur stipt zijn we weg en het is 25 kilometer rijden tot Arles. We herkennen ook hier heel wat van ons vroegere reizen. Arles is een aantrekkelijk stadje dat naar mijn gevoel het meest van allemaal de Provençaalse sfeer uitstraalt. We hebben geen tijd om te stoppen -op reis moet je nu eenmaal keuzes maken- en we rijden langs de drukke ring en de stadsmuren naar de brug over de Rhône. Hier begint de route uit onze reisgids. We volgen de D37 naar Méjanes waar we een eerste stop houden bij het Domaine Paul Ricard, een soort amusementspark waarin de camarguepaarden en -stieren centraal staan. Er is een grote arena maar die ligt er op dit uur verlaten bij. Het is er stofferig en zéér warm. De eerste bussen met joelende kinderen komen er aan en wij maken ons uit de voeten, op zoek naar de echte Camargue. Provence 26Die vinden we amper 5 kilometer verder in het Centre d’Information et Musée de La Capelière. Het museum is zeer klein maar geeft zeer veel informatie over het natuurgebied. Wij zijn echter gekomen voor de randonnée van 1,5 kilometer door het reservaat. Smalle kronkelende paadjes leiden ons door de verschillende landschapstypes van de Camargue: bos, gras- en rietland en de “sansouire”, een zout moerasgebied met laag struikgewas en zeekraal. Er zijn natuurlijk veel mooie en speciale planten zoals de tamarin en de salicorne of zeekraal. Zoals verwacht vliegen hier ook veel vlinders, libellen en andere insecten waaronder natuurlijk zeer veel muggen. Maar gelukkig hebben we onze voorzorgen genomen en ons goed ingesmeerd met muggenmelk. Hier en daar zijn “observatoires” gebouwd van waar je de vogels kan observeren. We zien van op tamelijk korte afstand verschillende flamingo’s. Het zijn zeer elegante vogels en je kan er minutenlang ademloos staan naar kijken, ook al bieden ze weinig spektakel: het enige wat ze doen is op hun hoge steltpoten het ondiepe water waden, onophoudelijk met hun kromme snavel het water afzoeken naar voedsel. Slechts zelden zie je er eentje opvliegen en dan zijn ze op zijn mooist want dan tonen ze de felroze en zwarte veren van hun wijde vleugels. Hier en daar zwemt er tussendoor een eend of vliegt er een andere watervogel op. Het bespieden van de natuur roept bij mij een tikkeltje het safarigevoel op van in de Zuid-Afrikaanse brousse. De wandeling eindigt langs de boord van de Etang de Vaccarès, met zijn 6.500 hectare één van de grootste zoutwatermeren in Europa. Ook hier tientallen flamingo’s.
Het is intussen 12 uur geworden en we mogen stilaan op zoek naar iets te eten. In een natuurgebied is dat natuurlijk niet evident en we hopen in Salin-de-Giraud toch minstens één restaurant te vinden. Onderweg moeten we even stoppen bij twee prachtige witte paarden die een echt clichéplaatje van de Camargue opleveren. Ze laten zich zo graag fotograferen dat je wel zou gaan denken dat ze hier door de toeristische dienst zijn neergezet. Niets is minder waar natuurlijk, want dit is een écht natuurreservaat; alhoewel, of de paarden ook écht wild zijn?... Salin-de-Giraud ontleent zijn naam natuurlijk aan de plaatselijke zoutmijnen. Verder is het een afgelegen, klein en onaantrekkelijk industriestadje met troosteloze sociale wijken. Solvay heeft er een chemische fabriek. Provence 27De Bar des Sports heeft een groot overdekt terras dat tamelijk goed vol zit, voornamelijk met lokale mensen; toeristen zijn er hier nauwelijks. We zijn blij deze plek hier te vinden en nemen plaats in de heerlijke schaduw. De zon brandt op dit middaguur meedogenloos. De levendige en praatgrage dienster is zeer vriendelijk en offreert ons het dagmenu à 17 Euro: eerst een bord tallines (lokale kleine coquillages) en daarna een grote pot mosselenmet lekkere knapperige frieten. Dan volgt nog een vers gebakken stuk tarte aux pommes. Met twee halve liters rosé -we hebben rustig onze tijd genomen om ervan te genieten- en een koffie betalen we in totaal slechts 44 Euro! Dit zijn de plekjes die je hoopt te vinden en die reizen zo leuk maken.  
Na de middag besluiten we de verdere route van onze reisgids niet te volgen, maar langs dezelfde weg terug te keren en hier en daar eens een zijbaantje in te slaan. Dat blijkt een uitstekend idee want zo komen we op zeer mooie en ongerepte Provence 28plekjes van de Camargue: vlektes, moerassen, kleine meertjes, rijstvelden en natuurlijk vooral het prachtige Etang de Vaccarès. Bij Beauduc zitten we helemaal op het uiteinde van de weg die langs weerszijden door het water omgeven is. Hier laten we de auto achter en wandelen een stuk verder. Af en toe vliegt er een groepje flamingo’s over en op het water zitten er wel honderd! Dit is de ongerepte Camargue zoals we ze nog nooit gezien hadden. Op de terugweg wordt het beeld compleet door een paar kuddes paarden en een grote kudde zwarte stieren  met enorme scherpe horens. Ze zien er zeer vervaarlijk uit, maar gelukkig zitten ze achter een draad, dus ook die zijn wellicht niet echt wild. Onderweg zien we veel fietsers, vooral Vlamingen die met een bus van “De Zigeuner” uit Sint-Truiden op fietsvakantie zijn. Ze zijn goed te herkennen aan de opvallende gele wimpels achteraan hun fiets. Onze weg loopt verder langs Sambuc en door een mooie, vlakke streek, zeer groen, door de vele regen groener dan normaal, denk ik. De doortocht door Arles verloopt stapvoets. Tegen 18 uur zijn we terug in het hotel. Het is nog steeds 33°. In de zon is het brandend heet, maar in de schaduw is het heerlijk. Dank zij de koele zeebries en de airco in de auto hebben we de hele dag geen last gehad van de hitte en… ook niet van de gevreesde muggen! Geen enkele beet! De muggenmelk die we gisteren in een apotheek in Saint-Rémy gekocht hebben, is duidelijk goed spul! 
We hebben geen restaurant gereserveerd voor vanavond, dus we vertrekken alvast om 19 uur op zoek naar een nieuw goed adresje. De dame van ons hotel heeft ons “Le Jardin de Frédérique” aanbevolen en daar blijkt nog plaats te zijn op het kleine terras. We reserveren een tafeltje maar eerst gaan we nog even op foto- en filmtocht in de binnenstad. We willen onze dagelijkse pastis nemen op het enige terrasje dat we in de binnenstad hebben gevonden, maar… zij hebben geen alcoholvergunning! Dan maar naar de Café des Arts op de ring. Dit is blijkbaar ‘the place to be’ voor de lokale bevolking, vooral voor de “betere” klasse. Ze komen er gezellig kletsen en een glaasje drinken vooraleer naar huis te gaan voor het avondeten. Er heerst dan ook een zeer gezellige drukte en het is leuk om het gaan en komen gade te slaan. Tegen 8.30 uur gaan we naar Le Jardin de Frédérique, waar het intussen bomvol zit. Gelukkig dat we gereserveerd hebben. We bestellen het dagmenu, maar het duurt ruim een uur voor we ons voorgerecht krijgen opgediend! Een tafel Duitsers heeft blijkbaar ook zo lang moeten wachten en wanneer ze er een opmerking over maken, komt de kokkin zelf naar buiten om ze van antwoord te dienen. Algemene stilte bij de verbouwereerde Duisters. Naast ons zit een andere eenzame Duitser die ongeduldig begint te worden. Hij wil namelijk straks de voetbalwedstrijd Duitsland-Portugal van het Europese kampioenschap op tv volgen en ook hij moet lang op zijn eten wachten. Intussen heeft hij al de eerste helft gemist, maar gelukkig houdt zijn dochtertje hem van thuis uit per gsm op de hoogte van de stand: de Duisters leiden met 2-0. Tot overmaat van ramp wordt ons geduld daarenboven niet beloond: het eten trekt op niets en zelfs de wijn is een teleurstelling. In plaats van rosé krijg ik witte wijn, die daarenboven te warm is. Het glas rode wijn bij de kaas is zelf zo warm, dat ik hem niet kan drinken.  Mijn opmerking over de roséwijn wordt tegengesproken: het zou een zeer bleke rosé zijn, maar ik geloof er niets van. Uiteindelijk wordt mijn glas rode wijn niet aangerekend. Dit was ongetwijfeld de slechtste eetervaring van de reis. We hadden er beter aan gedaan terug te gaan bij een van de betere adressen van de vorige dagen. We drinken geen koffie meer en tegen 22.45 uur liggen we in bed.

Terug naar 2008 Provence OVERZICHT