Posts tonen met het label 2001 Zuid-Afrika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2001 Zuid-Afrika. Alle posts tonen

dinsdag 4 november 2014

Naar Zuid-Afrika

Banner ZA
November is een goede periode om Zuid-Afrika te bezoeken. Het is daar dan zowat de overgang van de lente naar de zomer. Oktober zou nog beter zijn want dan bloeien er nog meer voorjaarsbloemen, maar toen we vorig jaar in december reserveerden, was de reis voor oktober al volgeboekt.  Bijna een jaar op voorhand, zó populair is Zuid-Afrika momenteel als reisbestemming.  Een andere reisorganisatie wilden we niet want we vonden dat het programma van ‘Anders dan Anders’  zeer gevuld en vooral gevarieerd was. Ze doen ook een aantal zaken aan die anderen niet doen en geven aldus de kans om behalve met de natuur ook kennis te maken met de échte Afrikaanse cultuur. We hebben trouwens lang getwijfeld of we überhaupt wel met een groepsreis zouden gaan. De vele berichten over de criminaliteit in Zuid-Afrika én de onzekerheid om op eigen houtje door het Krüger Park te rijden, hebben uiteindelijk de doorslag gegeven. Ik ben er overigens van overtuigd dat we zeer veel tijd zouden verliezen indien we al die safari’s en uitstappen ter plaatse zelf zouden moeten organiseren. En… het zou ongetwijfeld veel duurder uitvallen! Dus… dan maar november én met ‘Anders dan Anders’. Het grote nadeel is natuurlijk dat we dit jaar wel zéér lang op onze reishonger zijn gebleven! En de honger is groot en de verwachtingen bijzonder hooggespannen. Daardoor de kans op ontgoocheling misschien ook…
Vanaf morgen kan je hier het verslag van onze reis lezen. Ter bescherming van de privacy werden de namen van onze medereizigers veranderd. Die van de gidsen en de andere mensen ter plaatse zijn niet gewijzigd.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Eindelijk vertrokken

Zaterdag 2 november 2001
Om onze auto niet heel de tijd op de dure en onveilige parking van Zaventem te moeten achterlaten, rijden we tot bij H die hem in verzekerde bewaring zal houden in zijn garage. We zijn al om kwart vóór negen in Etterbeek want we moeten 3 uren vóór vertrek op de luchthaven zijn. Dat heeft alles te maken met de scherpere veiligheidsmaatregelen na de terreuraanslagen in de States op 11 september.  Om halftien zijn we er. Ruim op tijd. Aan ons punt van afspraak, de British Midlands desk, gissen we wie onze reisgezellen zouden kunnen zijn, maar ons geduld wordt niet lang op de proef gesteld. Iedereen blijkt mooi op tijd te zijn en al gauw worden we aangesproken door een vriendelijke dame van ‘Anders dan Anders’ die ons voorziet van onze tickets en instructies geeft voor de reis. Zij reist immers niet mee en we zullen in Johannesburg opgewacht worden door Frans, onze lokale gids en begeleider. In Londen moeten we ons plan trekken. Op het eerste gezicht valt de groep mee: deftig, rustig en geen uitschieters. We zijn met 18 en ik schat ze allemaal tussen de 50 en 65 jaar. Wij zijn waarschijnlijk de jongsten. Het is druk op de luchthaven en door de strengere controles zijn de files nog langer. Het is niet te merken dat de mensen na de aanslagen schrik gekregen hebben om te vliegen. Wegens mist in Londen vertrekken we pas om 13.20 uur, met een uur vertraging. Dat kan niet veel kwaad, want onze vlucht naar Johannesburg gaat pas vanavond om 18.00 uur!
Door het tijdsverschil zijn we na een uurtje vliegen al om 13.40 ter plaatse. We moeten eerst drie keer boven Londen rondcirkelen vooraleer we toestemming krijgen om opHeathrow te landen; dit is duidelijk de drukste luchthaven van de wereld.  We blijven in groep en zoeken de transfertdesk van South-African Airways op. Inchecken en onze tickets laten uitschrijven is maar een formaliteit en daarna wacht ons een lange namiddag verveeld wachten voor we eindelijk écht op weg zijn naar het donkere continent. Althans, dat dachten we… maar dat is zonder de bediende van South-African Airlines gerekend. De man stelt te laat vast dat er in onze groep niet minder dan vier personen zijn met dezelfde familienaam: de familie Gijsels, twee broers en twee zussen met respectievelijke echtgenoten. Hij slaat alles en iedereen door elkaar, koppelt de verkeerde mannen aan de verkeerde vrouwen, schrijft foute tickets uit en geraakt compleet in de war.  Gevolg: het duurt een vol uur eer iedereen zijn ticket voor Johannesburg in handen heeft. Gelukkig moeten we ons niet bekommeren over onze bagage, die wordt vanzelf overgezet op het juiste vliegtuig. Door dit alles blijven ons nog slechts twee uurtjes te doden vooraleer we kunnen instappen. Dat is op de immense luchthaven van Heathrow niet moeilijk. Er is zeer veel te zien en voortdurend zijn er zaken die mij doen denken aan de BBC reality-serie “Airport”. We hebben sinds deze morgen niet meer gegeten en gaan op zoek naar een hap die we vinden bij een trendy fastfoodketen met de weinig Britse naam “Prêt à Manger”. De typisch Engelse driehoekige sandwiches zijn heerlijk vers en smaken uitstekend. Ik heb lang getwijfeld of ik voor onderweg een boek zou meenemen en omwille van het gewicht heb ik het toch maar niet gedaan. We vliegen trouwens ‘s nachts en ik hoop een flink stuk van de reis te slapen. Maar nu begin ik opnieuw te twijfelen en ik besluit ter elfder ure nog “A Painted House“ van John Grisham te kopen.
Om 18.20 uur stijgt onze reusachtige Boeing 747-400 met veel gedruis op. Het is één van de grootste passagierstoestellen: er zijn 10 plaatsen op elke rij en in totaal is er  plaats voor 377 passagiers en alle stoelen zijn bezet! In de rug van elke zetel is er een videoschermpje waarop je individueel kan kiezen uit 10 films, 5 muziekprogramma’s en een aantal videospelletjes. Met de beenruimte en het zitcomfort is het minder goed gesteld en ook het eten is niet veel zaaks.  We slagen er desondanks in om toch wat te slapen en al bij al zijn de 11,5 uren vlucht nog vrij vlug om. We worden om 5 uur (bij ons is het dan nog maar 4 uur) gewekt voor het ontbijt en wanneer we om 6.50 uur in Johannesburg landen, hebben we er 9.084 kilometer opzitten! Onvoorstelbaar, zó ver zijn we nog nooit van huis geweest. Het is er licht bewolkt en “slechts” 17°C, maar ja het is ook amper 7 uur in de ochtend.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Pretoria, de bestuurlijke hoofdstad

Zondag 4 november 2001 (1)
Na de nodige (althans daar gaan we toch van uit…) en tijdrovende administratieve formaliteiten komen we omstreeks 8 uur in de aankomsthall waar we al gauw Frans ontwaren. Hij zal ons de ZA 01hele reis begeleiden. Het is een vrolijke, rondbuikige dertiger die een zeer leuk taaltje spreekt en meteen ieders sympathie wekt. Zijn volle naam is François Lombard. Sommigen van de groep hebben hem vorige winter al ontmoet in Antwerpen bij de informatienamiddag op de Toerismebeurs en zijn zeer opgetogen met hem.  Ze beweren dat hij veruit de beste van de AdA-gidsen is. Het wordt anders dan anders, beloven ze. We wisselen reischeques om in ZAR (Zuid-Afrikaanse Rand) en om 8.30 uur stappen we op de bus. Wegens té gevaarlijk verlaten we meteen Johannesburg en nemen de N1-autosnelweg naar Pretoria, dat amper 50 km verder noordwaarts ligt.
Het landschap in de provincie Gauteng is hier nagenoeg vlak en een beetje troosteloos. Frans beslist al meteen tot een wijziging in het programma: we zullen nu Pretoria bezoeken in plaats van morgenvoormiddag, want op zondag is het er veel rustiger en zo ontlopen we de maandagse verkeersfiles. Een goed idee, want ondanks de lange reis, blijkt iedereen behoorlijk uitgerust en fit. Ondanks de vergevorderde lente blijken nog heel wat jacaranda’s er nog schitterend bij te staan.  ZA 02Het zijn grote bomen waarvan de hele kruin mooi lichtblauw bloeit en aldus hele lanen omtovert tot reusachtige bloemtuilen. Je vindt ze in heel Zuid-Afrika, maar vooral Pretoria is erom bekend. Frans vertelt ons dat de jacaranda’s officieel tot onkruid verklaard zijn, wat inhoudt dat er geen nieuwe jacarandabomen meer mogen aangeplant worden. De reden is dat ze teveel water aan de bodem onttrekken en aangezien Zuid-Afrika een ernstig tekort aan water heeft, zijn ze niet langer welkom. Later vernemen wij dat dit geldt voor nagenoeg alle geïmporteerde bomen. Verder zegt Frans dat hij ons vandaag nog niet teveel uitleg zal geven omdat hij vermoedt dat we toch wat vermoeid zijn van de reis. Hij zal ons nog een beetje sparen!  
Pretoria is de administratieve hoofdstad van Zuid-Afrika en telt veel mooie moderne kantoorgebouwen en goed onderhouden parken. Alles lijkt heel netjes, althans die gedeelten waar wij doorrijden. We bezoeken de Unie Gebouwen met de mooi aangelegde tuinen; rijden door de chique groene wijken van de ambassades; houden halt op het Kerkplein met het stadhuis, het majestueuze postgebouw en het standbeeld van Dirk Krüger en rijden tenslotte buiten de stad naar het Voortrekkermonument.  Dit laatste is niet mooi maar wel indrukwekkend, niet alleen om zijn grote omvang maar vooral omwille van de verhalen over de heldhaftige volharding van de voortrekkers en de gruwelijkheden die ze in de strijd met de Zulu’s hebben moeten ondergaan. Frans gaat op in de verhalen maar hij kan zijn vooringenomenheid ten voordele van de blanken niet verbergen. Later op de reis zal ik hem er vaker op betrappen. Het Voortrekkers-monument is nu het symbool van de Afrikaanse eenheid. Het is prachtig weer en behoorlijk warm; de zon brandt en we zijn nu al vergeten dat het november is. Op deze zondagnamiddag is het stil in de stad en we genieten van de vele kleurrijke en zonnige tafereeltjes: mannen en vrouwen in kleurrijke kleren,  verkopers die Afrikaanse ambachtelijke voorwerpen verkopen aan kleine stalletjes, spelende kinderen op het gras in het park. Opvallend weinig blanken.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Onze eerste safari-ervaring

Zondag 4 november 2001 (2)
Tegen de middag bereiken we onze eerste logiesplaats: de Heia Safari Ranch in Honeydew, een 60-tal kilometer boven Pretoria. Het is een ietwat geforceerd safaripark ten behoeve ZA 03van de toeristen, dat mij wat aan de Beekse Bergen doet denken, maar het blijkt veel mooier dan we verwacht hadden. Het bestaat uit een reeks ‘rondavels’ of ronde hutten met strooien dak midden een mooi aangelegde tuin met zwembad. De rondavels zijn zeer ruim: inkomhall, 2 slaapkamers, badkamer en groot terras. In de tuin lopen tientallen lawaaierige pauwen rond maar ook enkele zebra’s. Een bordje verwittigt ons dat we voorzichtig moeten zijn want dat het hoe dan ook wilde dieren zijn. Het geeft toch wel een speciaal cachet aan het domein.  We worden meteen vergast op een‘boerse braai’,  waar de Zuid-Afrikanen kampioenen in schijnen te zijn. Het blijkt een barbecue van de eenvoudigste soort en valt dus een beetje tegen. Goed genoeg, maar als ze zich zo’n reputatie toemeten zijn de verwachtingen natuurlijk hoog. We maken ook kennis met een ander nationaal gerecht, de “pap”. Dit is de dagelijkse kost van vooral de zwarten. Het is een dikke witte brij op basis van maïs en het is zo goed als smaakloos. De pap wordt echter vooral gebruikt om het eerder schaarse vlees en groenten aan te vullen tot een meer consistente maaltijd.  
Na de middag worden we vergast op een 2 uren durende show van de Mzumba dansers met traditionele dans en zang. Het eerste deel is een heus toneelstuk over  Zunguza, zoon van opperstamhoofd Mabinyane en een medicijnman die, om van de goden regen af te smeken, ZA 04beslist de geliefde van Zunguza te offeren. Het is een beetje een melodramatisch gedoe, maar toch getuigen verschillende acteurs van een zeker (natuur)talent. De groep treedt elke zondag op voor de toeristen maar doet dat met een verrassend enthousiasme en veel bezieling. Eén van de dansers is wat houteriger dan de anderen en blijkt daarenboven aan de knie gekwetst. Hij laat zich echter niet onbetuigd en bij de wildste dansen ziet hij duidelijk af. Op het einde wordt voor hem een extra-applaus gevraagd, want hij is de leider van de groep en… niet minder dan 73 jaar oud! Het is een kleurrijk spektakel dat geen ogenblik verveelt. De meisjes zijn meer dan mollig, maar dat blijkt het Afrikaanse schoonheidsideaal te zijn. Bij het begin moeten alle videotoestellen afgegeven worden en pas 20 minuten voor het einde worden ze terug bezorgd en kan er gefilmd worden.  De show wordt afgesloten met een meerstemmig Nkosi Sikelele, het Afrikaanse volkslied. Indrukwekkend. We zullen het op deze reis nog verschillende keren te horen krijgen. 
Intussen is er bewolking komen opzetten en we vrezen zelfs dat het zal gaan regenen. Gelukkig blijft het droog want om 16.30 uur vertrekken we voor onze allereerste ‘game drive’ ZA 05in open jeeps. Het is nog niet het ‘echte werk’, maar toch goed als eerste kennismaking en smaakmaker voor wat ons later op de week te wachten staat. Dit is nog niet de echte bush, maar een groot omheind park van 1000 hectaren waar allerlei wild is verzameld. We zien zebras, een kudu, een blesbok, een springbok, bavianen, buffels, gnoes, een neushoorn met jong, nijlpaarden, de heilige ibis en allerlei andere vogels waarvan de langstertflap de meest sensationele is. Het mannetje draagt in deze periode zijn paringstooi: een lange zwarte staart die 3 tot 4 keer zo lang is als het vogeltje zelf en waarmee het sierlijk flappert om het vrouwtje te verleiden.  Vandaar de naam. Vóór het eten verzamelen we in de bar (de ‘kroeg’ zeggen ze hier) voor een nadere kennismaking met de groepsleden. Iedereen vertelt wie hij of zij is en waar ze vandaan komen. Het grootste deel blijkt uit Oost-Vlaanderen te komen maar ook Antwerpen, West-Vlaanderen en Brabant zijn vertegenwoordigd. Het is voorlopig nog moeilijk om alle namen te onthouden, maar dat komt wel. Na een lekkere maaltijd zijn we om 10 uur op onze kamer waar het niet lang duurt vooraleer we inslapen. Het is bijna niet te geloven dat we amper 38 uren van huis weg zijn en al zoveel hebben meegemaakt. Dat belooft! Morgen mogen we uitslapen want we hoeven Pretoria niet meer te doen.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Mandelahuisjes

Maandag 5 november 2001 (1)
We worden gewekt om 7.30 uur maar ik lig al wakker van 5.30 uur door het lawaai van de pauwen: “Eôôô, éôôô, …”. Ook vannacht hoorde ik allerlei dieren roepen en fluiten, maar er waren eveneens ‘Europese’ geluiden zoals de autostrade, een vliegtuig, een kraaiende haan, een blaffende hond. We hebben toch goed geslapen en we zijn goed uitgerust voor een nieuwe dag. De zon is stralend van de partij en het ontbijt is heerlijk: eitjes gebakken volgens wens en zeer lekkere yoghurt met gedroogde vruchten. We nemen opnieuw de N1-autosnelweg en verlaten de Gauteng provincie. We hebben een rit van ongeveer 400 kilometer voor de boeg die ons in de provincie Mpumalanga zal ZA 07brengen en een klein stukje in de Noord-Provincie. We rijden langs Witbank waar vroeger enkele diamantmijnen gevestigd waren en nu vooral koaline-mijnen, een grondstof voor de porseleinindustrie. Verder gaat het langs Belfast en Middelburg naar Lydenburg waar we even halt houden aan een oud voortrekkerskerkje. ’s Middags zijn we in  Dullstroom  waar we lunchen: een heerlijk verse forel.  Tegen 16 uur bereiken we Pilgrim’s Rest, onze eindbestemming voor vandaag. 
Onderweg leert Frans ons een en ander over zijn land. Wanneer we langs één van de vele townships rijden (‘Plakkersbuurten’ in het Afrikaans) vertelt hij dat het ANC de zwarte bevolking destijds lokte met grote beloften die ze nu niet kunnen waar maken: iedereen zou een huis hebben en een auto en een tv.  Mandela liet naast de townships hele rijen nette kleine huisjes bouwen van 4 op 5 meter, de zogenaamde ‘Mandela-huisjes’. Ze zijn te koop voor amper 16.000 Rand of 90.000 Belgische frank. Mandela beloofde er een miljoen te bouwen en momenteel staan er ongeveer 400.000, maar ze zijn niet overal in trek. Het gebeurt zelfs dat zwarten ze plunderen en het materiaal verwerken in hun krotten in de plakkersbuurt. Daar leven ze immers gratis en zo houden ze nog een beetje geld over voor andere dingen. Daarom worden de Mandelahuisjes momenteel gratis aan werklozen ter beschikking gesteld. Het minimumloon voor een staatsfunctie bedraagt 2.500 Rand per maand (12.500 frank) eneen onderwijzer verdient ongeveer het dubbele. Veel zwarten zijn echter tevreden als ze een zak maïs hebben; ze eten driemaal daags pap. 
Over het apartheidsregime zegt Frans dat het een goed voorbeeld is voor de rest van de wereld hoe het niet moet. Het voordeel evenwel voor Zuid-Afrika is dat ze door de economische boycot geleerd hebben voor zichzelf te zorgen en alles zelf te produceren, zelfs benzine en Roquefortkaas. Eens te meer zit er een relativerende ondertoon in zijn betoog en probeert hij het negatieve beeld dat het Westen heeft over zijn land wat bij te sturen. Onderweg maken we ook kennis met de ‘African Taxi’: VW-busjes waar soms tot 18 à 20 passagiers hebben in plaats genomen.  Op alle mogelijke plaatsen en kruispunten staan mensen te wachten op dit volkse en goedkope transportmiddel. Het verhaal doet de ronde dat er ooit een werd ontdekt waar de chauffeur om plaats te winnen het stuurwiel had vervangen door een tang. Het schijnt ook voor te komen dat men onderdelen per post uitwisselt om oude vehikels tijdelijk weer aan de gang te krijgen en ze na gebruik aan de eigenaar terugstuurt. Automobielinspectie bestaat hier niet, maar zou waarschijnlijk toch niet werken.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Een stadje als nationaal monument

Maandag 5 november 2001 (2)
Pilgrim's Rest is een oud gouddelversstadje dat in zijn geheel geklasseerd is als nationaal monument.  Toen hier op het einde van de 19e eeuw goud werd gevonden, kwamen goudzoekers van over de gehele wereld hierheen en vestigden zich in eenvoudige woningen. Ook het Royal Hotel, waar wij logeren, is een authentiek overblijfsel van die tijd. Het is volledig in golfplaten opgetrokken en interieur en meubilair zijn antiek, maar aan de binnenkant isZA 08 het voorzien van alle modern comfort zodat het geheel een vrij luxueus hotel kan genoemd worden. Karakter en sfeer heeft het alleszins.  Het stadje is niet veel meer dan een lange straat waarlangs enkele oude huisjes en winkeltjes en een aantal schitterende jacarandabomen. Samen met Olga trekken we op verkenning in het stadje en onderweg voegen Jenny en Antoon zich bij ons. Om een of andere reden heeft Frans voor Jenny de bijnaam ‘Zulu’ bedacht en die draagt ze voor de rest van de reis natuurlijk mee. Ze kan er goed tegen en heeft prompt een koosnaampje voor Frans klaar: ‘baviaantje’. Dit kan natuurlijk allemaal slechts als er in de groep een uitstekende geest heerst. Nog eens een bewijs dat we bijzonder boffen met ons gezelschap.. Talrijke mooie tafereeltjes zorgen ervoor dat mijn camera niet stil staat: behalve de mooie huisjes zijn er kleurrijk geklede negers en negerinnen, die gewillig poseren voor de camera. Vooral de vrolijke, corpulente jonge moeder met baby op haar rug gebonden, laat zich schaterlachend filmen. Mooie beelden! Het is inmiddels 17 uur en de meeste winkeltjes en kraampjes zijn aan het sluiten. ZA 09Eén is er nog open en ze blijken er echt zeer mooie Afrikaanse ambachtelijke kunst te verkopen. Wanneer we vragen wat typisch is voor het land, blijken er amper twee voorwerpen echt uit Zuid-Afrika te komen; al de rest komt uit Kenia, Mozambique en overal elders in Afrika. Daarom is het natuurlijk niet minder mooi. We kopen uiteindelijk een handgeschilderd bord in zeepsteen dat wel degelijk Zuid-Afrikaans blijkt te zijn. Het is nog maar zelden gebeurd dat we al zo vroeg op de reis een souvenir gevonden hebben. Op de terugweg gaan we nog eens langs het oude kerkhof waar grafzerken van meer dan honderd jaar getuigen van de drama’s die zich hier hebben afgespeeld. Zeer veel jonge mensen van allerlei Europese nationaliteiten: Engelsen, Duitsers, Belgen, Nederlanders, Schotten en zelfs Zweden. Kinderen, vaak van nauwelijks enkele weken oud, zijn er bezweken onder de ‘geheimzinnige koorts’, die achteraf malaria bleek te zijn. 
De avond begint in de kroeg van het hotel met een heerlijke Kaapse wijn of Zuid-Afrikaanse porto als aperitief. De bar is een oude kapel die destijds voor één Britse Pond ergens in Mozambique werd opgekocht en integraal naar hier werd overgeplaatst. Het is er gezellig en de sfeer zit er volop in. Het klikt duidelijk in deze groep en iedereen is opgewekt en positief gestemd. Aan tafel worden we vergast door het voltallige keukenpersoneel dat zingend achter elkaar door het restaurant danst.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Een blijde en een treurende rivier

Dinsdag 6 november 2001 (1)
Vandaag trekken we de bergen in. Om 8 uur zijn we al weg. De Panoramaroute is een kronkelende weg die zich door een mooi berglandschap slingert. ZA 10Onze eerste halte is God’s Window waardoor je een panoramisch uitzicht hebt op een diepe vallei. Niet zo sensationeel; ik denk dat God betere vensters heeft dan dit. Ook Wonder View maakt zijn naam niet echt waar.  Het is zeer warm, maar de zon maakt in de bergen toch geleidelijk plaats voor een lichte nevel; ter plaatse is het zonnig, maar de vergezichten zijn niet erg klaar.  In de streek liggen ook een aantal watervallen en wij kiezen Lisbon Falls uit voor een korte stop. Mooi! Ook het uitzicht op de Three Rondavels, drie grote ronde rotsmassa’s, is de moeite waard. We zien er talrijke soorten salamanders in de mooiste kleuren.  ZA 11Opmerkelijk is de lichtgroene en roeste kleur van sommige rotsen die wordt veroorzaakt door lichen of minuscule schimmels.  Het hoogtepunt wordt echter Bourkes Luck Potholes in de Blyde Rivier Canyon. Hier vloeien de Blyde en de Treur Rivier samen en hebben grillige en diepe holen uitgesleten in de poreuze zandsteen en dat zorgt voor een zeer speciaal landschap. Het verhaal van de Blyde en deTreur Rivier is ook de moeite waard.  Tijdens de Grote Trek stuurden op een bepaald ogenblik de mannen vrouwen en kinderen terug omdat het te gevaarlijk werd. Ze zouden ZA 12elkaar terug treffen bij de rivier, maar toen de mannen niet opdaagden, werd verondersteld dat ze allen gesneuveld waren. De vrouwen treurden diep en doopten daarom de rivier tot Treur Rivier. Toen ze evenwel verder trokken vonden ze de mannen tóch terug bij een andere rivier die ze prompt tot Blyde Rivier uitriepen. De Blyde Rivier Canyon is 26 kilometer lang en volgens Frans de 3e grootste canyon ter wereld, na de Grand Canyon in de US en de Visrivier Canyon in Namibië. Op de parkeerplaats van Bourkes Luck staat het uitgebrande wrak van een toeristenbus.  We vernemen dat het de dag voordien is gebeurd. De passagiers hebben net de tijd gehad om de bus te verlaten vóór hij in lichterlaaie stond en ze verloren ál hun bezittingen: bagage, geld, papieren, vliegtuigtickets. Je mag er niet aan denken dat zoiets je kan overkomen.
Na de canyon komen we geleidelijk in het vlakkere landschap van het Laagveld dat beheerst wordt door allerlei fruitteelten: hier groeien papaya’s, mango’s, appelsienen. We stoppen nog even aan een 500 jaar oude baobab of apenbroodboom. Heel typisch Afrikaans beeld: de boom heeft een omvang van verschillende meters en korte dikke takken die de indruk geven dat hij omgekeerd in de grond zit, met zijn wortels naar boven. Hier is het snikheet, wel 35 graden schat ik.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Mohlabetsi Lodge

Dinsdag 6 november 2001 (2)
Rond 13 uur komen we aan in Hoedspruit bij de Mohlabetsi Safari Lodge waar we twee nachten zullen verblijven. ZA 13Het is één van de  private wildparken die grenzen aan de westelijke rand van het Krüger Park. Geleidelijk aan is men zelfs bezig met de omheiningen tussen beide weg te nemen om het wild aldus de vrije loop te geven. Enkele privéparken lopen nu al draadloos in elkaar over en beslaan samen een oppervlakte van 50.000 hectaren. De bus moet ruim 10 minuten op het domein rijden voor we de lodge bereiken. We worden opgewacht door Toni, Monica en Pippa, de speelse Border Collie. Toni is zowat alles op de lodge: gastheer, manager, ranger, kok. Een zeer sympathieke kerel die onuitwisbaar in onze reisherinneringen zal blijven. Monica is zijn assistente. Zij is Oostenrijkse van origine en spreekt behoorlijk Nederlands want ze was lange tijd met een Nederlander getrouwd. De lodge bestaat uit een hoofdgebouw met 'boma' (een omheinde cirkelvormige  ruimte met kampvuur in het midden), een zwembad, en een zestal comfortabele rondavels voor de gasten. Het gras is over ongeveer 20 meter gemaaid en dit is meteen de grens van de ‘veilige’ zone. Verder mogen we niet komen want daar begint het terrein van de wilde dieren. Er zijn niet genoeg hutten voor de hele groep en de familieGijsels wordt per jeep overgebracht naar een annex van de lodge ongeveer 3 kilometer dieper de bush in. Dat levert hen bij iedere rit telkens een mini-safari op want iedere keer ontmoeten ze wel een of ander wild dier onderweg. Het kost hun de bijnaam ‘bush babies’. 
We worden onmiddellijk aan tafel verwacht waar twee elegant en kleurrijk geklede negerinnen ons een heerlijke pizza opdienen. Op elk ZA 14bord ligt een gele kapucijnenbloem ter versiering. De tafel staat in een grote halve cirkel rond een boom en we kijken op een drinkplaats in de brousse maar voorlopig is er nog geen wild te bespeuren. Het ‘Out-of-Africa’-gehalte is zeer hoog. Tijd om wat te verpozen en verfrissing te zoeken in het zwembad want om halfvijf staat onze eerstegame drive op het programma. Toni wijst er in zijn inleiding op dat de bush niet alleen groot wild te bieden heeft, maar ook kleine dieren, vogels, insecten en mooie bomen en planten. Het doet mij vermoeden dat we eigenlijk niet teveel te verwachten hebben en dat hij de ontgoocheling wil vóór zijn. Maar dat blijkt helemaal niet het geval. ZA 15We zijn nauwelijks vertrokken of we stuiten al op twee leeuwinnen. Het is C die ze als eerste opmerkt, maar door haar bescheiden reactie laat ze de ‘primeur’ aan Olga. Het doet er niet toe. De leeuwinnen houden zich schuil in het struikgewas en laten zich maar af en toe even zien. Toni roept via de radio Monica op en aldra staan we vanuit twee jeeps de schaarse bewegingen in de struiken te bespieden. Dit is het échte safari-gevoel: “waar?…. Daar links van die grote struik… ik zie ze niet… ah toch!” en dat alles op een fluisterende toon en met een licht ongerust gevoel. Toni besluit de ZA 16andere kant van de heuvel te proberen in de hoop meer te zien. Daar stapt hij uit en wanneer hij terugkomt zegt hij: “I smell the kill”, ik ruik bloed. Dat zou betekenen dat de leeuwen hier pas een prooi gedood hebben en ze ergens verborgen houden. In dat geval zullen ze hier zeker blijven en Toni stelt voor dat we vanavond nog eens terug komen. We rijden verder en zien allerlei wild: impalas, zebra’s, gnoes, een waterbok, wrattenzwijnen, een blauwe aap, een steenbok. Telkens gaat de hele groep op in de sfeer en de spanning is aanwezig. Ik had nooit gedacht dat dit zo boeiend was. De duisternis valt stilaan in en de hemel kleurt een beetje geel door de ondergaande zon. ZA 17Nog niet de schitterende kleuren van de foto’s uit de reisbrochures, maar toch mooi.  We houden halt voor een drankje en vatten daarna in het donker de avondsafari aan. Behendig bedient Toni de straallamp terwijl hij met de andere hand zijn jeep over de hobbelige paden door het duister stuurt. Hier en daar blijft zijn lichtstraal hangen bij de glinsterende oogjes van één of ander beest: gnoes, een jakhals, waterbokken en de onvermijdelijke impala’s. Het duister verhoogt nog de spanning. Op de plaats van daarnet zijn de twee leeuwinnen niet meer te bespeuren. Morgen misschien. Vlak voor het einde van de rit zien we een reusachtige uil op een tak. Hij is zeker 80 cm groot en één van de grootste in zijn soort.  Hij laat zich helemaal niet verstoren door het licht van onze lampen maar is duidelijk op zijn hoede: hij kijkt rustig en wijs in het rond. 
Terug in de lodge worden we door de 4 vrouwelijke personeelsleden welkom gezongen: “Mohlabetsi welcomes you” op de wijs van “Shosholosa”. Het valt opnieuw op dat de zwarten een soort natuurlijk muzikaal gevoel hebben. Ze hebben niet alleen een mooie stem, maar blijkbaar ook het gevoel om spontaan meerstemmig te zingen. We nemen plaats in het donker rond het vuur in de boma. De lampjes op tafel trekken talloze insecten aan, maar echt last hebben we er niet van. We hebben wel onze voorzorgen genomen en ons helemaal ingesmeerd met muggenmelk. De sfeer is fantastisch: er wordt luidruchtig nagekaart over de eerste safari-ervaringen en er wordt gelachen en gezongen. Het menu biedt toast met champignons, kip Madagascar met kokosmelk en boboti, een Afrikaanse specialiteit op basis van gehakt rundvlees en kruiden. Als dessert wordt met een grote vlam en onder luid gejuich ananas geflambeerd op het kampvuur. Daarna een rooibostee of koffie. Wat een dag!  Mijn gezicht en mijn nek zijn door de zon helemaal rood gebrand, maar morgen merk je daar waarschijnlijk niets meer van. We slapen in als roosjes.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Een dag in de bush

Woensdag 7 november 2001
We worden al om kwart vóór zes gewekt want we willen maximaal genieten van deze dag in Mohlabetsi. Koffie en thee met beschuit om kwart na zes en dan de bush in voor een voetsafari. ZA 18Monica brengt ons met de jeep een eind op weg en we ontmoeten onze eerste giraffes. Wat een elegante en mooie dieren! Ze staan ons nieuwgierig aan te staren terwijl wij hetzelfde doen. Een raar gevoel maar om een of andere reden zonder enig gevoel van gevaar. Zouden ze inderdaad zo vriendelijk en ongevaarlijk zijn als ze er uit zien? Na een halfuurtje bereiken we het punt waar Toni met de ‘bush babies’ te voet is naar toe gekomen. Daar is het onze beurt voor een wandeling onder de leiding van Toni die een geladen geweer op de rug draagt. Waarschijnlijk niet nodig, maar in de wildernis weet je dat nooit. Na een uurtje, om 8.45 uur, zijn we terug bij de lodge waar ons een heerlijk ontbijt wacht en om 10 uur zitten we al opnieuw in de 4X4 voor een nieuwe game drive. We zitten in de volle zon en het is zeer warm. Monica is onze chauffeur en Gilbert is vrijwilliger om plaats te nemen op het observatiestoeltje op de voorbumper. Het levert hem ongetwijfeld een perfect uitzicht op, maar hij moet zich constant goed vasthouden om er niet af te schokken. In een verstrooid moment (het zal wel niet opzettelijk geweest zijn zeker?) rijdt Monica hem in het struikgewas tot groot jolijt van de groep. Ik heb per toeval alles op video opgenomen, maar in mijn ijver om de scène achteraf aan Gilbert en Claire te laten zien, veeg ik ze per ongeluk uit. Jammer, want misschien was ze wel bruikbaar voor een of ander homevideo-programma. Opnieuw ontmoeten we giraffen, ZA 19zebras, kudus, waterbokken, wrattenzwijnen, een baviaan en grote hoeveelheden impalas. Deze laatsten zijn zeer talrijk en door hun eerder kleine, tengere gestalte de levende mondvoorraad van de sterkere soorten. Maar hier en daar verraden skeletten van gnoes en giraffen dat geen enkele soort hier veilig is. De wet van de jungle is zó hard dat de dieren ook ’s nachts niet slapen. Ze rusten wel, maar echt slapen kan hen fataal zijn en ten prooi laten vallen van leeuwen, luipaarden, jakhalzen, hyenas en andere nachtelijke jagers. Op een open plek stopt de jeep voor een drankje en… een kleine competitie. Toni sprokkelt enkele droge bolletjes en geeft er eentje aan elke man van de groep. Het zijn gedroogde kudu-keutels. De wedstrijd bestaat erin een keutel in de mond te nemen en hem zo ver mogelijk uit te spuwen. Toni doet het voor en kritiekloos en onder grote hilariteit volgt iedereen zijn voorbeeld. Mijn keutel gaat het verst en ik word uitgeroepen tot “Champion Kudu Dropper Spitter” met een afstand van 8,5 meter. Ik durf nauwelijks nog mijn speeksel in te slikken en met een raar gevoel in de maag vraag ik mij af of ik hier nu fier moet over zijn of niet? Of waren het tóch geen echte kudukeutels? Het levert mij in ieder geval drie kusjes op van alle vrouwelijke groepsleden. 
We drinken een aperitief in de Bush Lodge van de ‘bush babies’ en slaan er de impalas en gnoes gade die één voor één aan de drinkplaats verschijnen. Na de lunch genieten we van twee uurtjes rust waarvan ik gebruik maak om de kaartjes te schrijven en een e-mail te doen naar Hendrik en Volvo. Frans raadt ons aan de kaartjes niet hier te posten maar ze bij te houden tot in Durban, want anders zijn ze veel te lang onderweg. ZA 20Achteraf blijkt dat sommige desondanks pas 4 weken na onze terugkomst in België toekomen. Wat zou dat geweest zijn als we ze hier hadden gepost? Tijdens het schrijven is het vrij druk aan de drinkplas: apen, gnoes, waterbokken en vooral giraffen. Eén ervan spreidt zijn voorpoten wijd uiteen om zijn lange hals tot bij het water te buigen om te drinken. In die houding zijn de giraffen het meest kwetsbaar voor aanvallers en hij is dan ook zeer op zijn hoede en schichtig. Het levert prachtige videobeelden op. Er is intussen een stevige wind opgekomen en de zon is verdwenen achter de wolken. Het wordt onweerachtig. De weersvoorspellingen gisterenavond gaven inderdaad 70% kans op onweer en regen. We vertrekken toch op game drive. In het begin zien we nog vrij veel wild, maar daarna ZA 21nog nauwelijks. Ook de dieren hoeden zich voor het dreigend onweer en hebben ergens een schuilplaats opgezocht. Het voordeel is dat we geen muggen moeten vrezen. De regen blijft echter uit en we mogen ook op een andere keer wachten om eens het spektakel van een stevig onweer in de brousse mee te maken. Het blijft wel winderig en fris en het dinner moet noodgedwongen verhuizen van de boma naar binnen. Als winnaar van de ‘Bokdrolspuugkompetisie’ word ik beloond met een klein flesje Amarula, een Baileys-achtig crèmelikeurtje van de amarulavrucht, een Zuid-Afrikaanse lekkernij. Ik bestel een grote fles waarmee ik de ganse groep kan vergasten op een klein glaasje. Het kost mij slechts de prijs van een goede fles wijn: 95 Rand of 475 frank. Ik heb nog maar zelden zo’n goedkope ‘tourné général’ gegeven. We voelen ons perfect thuis in Mohlabetsi en het zal ons morgen moeilijk vallen om afscheid te nemen. Hier zouden we gerust enkele dagen meer kunnen doorbrengen, maar ja, we willen ook de rest niet missen… dus verder maar!

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Het Krüger Park

Donderdag 8 november 2001 (1)
We worden al om halfzes gewekt maar reeds eerder zijn we wakker geworden door het geknor van een wrattenzwijn aan de deur van onze hut. We horen Pippa blaffen en het varken neemt geschrokken de benen. Pippa blijft onrustig rondlopen. Wanneer ik buiten een kijkje ga nemen is het mij duidelijk waarom: in de bomen zitten een tiental aapjes die van kruin tot kruin springen. Als er zich eens eentje op de grond waagt, springt Pippa er onmiddellijk op af om het te verjagen. 
Vandaag moet een van de hoogtepunten worden van onze reis: het Krüger Park, één van de grootste en meest bekende  natuurparken ter wereld. Om kwart vóór zeven vertrekken we al om zo lang mogelijk in het park te kunnen doorbrengen, maar het weer zit niet mee: regen en de voorspellingen voor de rest van de dag wettigen geen hoop op beterschap. Bij het verlaten van Mohlabetsi stuiten we op een eenzame olifant. Vanuit de bus kunnen we hem van zeer dichtbij gadeslaan.  Om 8.15 uur zijn we aan Orpen Gate, één van de toegangspoorten tot het Krüger National Park.  Het is niet minder dan 20.000 vierkante kilometer groot; ter vergelijking: België meet 30.500 vierkante kilometer. Het is 350 km lang en gemiddeld 60 km breed. We stappen er in twee open jeeps, maar gelukkig hebben we een dak boven ons hoofd want de regen blijft neervallen en het is ZA 22behoorlijk koud. Iedereen duffelt zich in en na een korte tijd trekken we zelfs de beschikbare dekens over ons hoofd ter bescherming tegen de koude lucht die via de open ramen naar binnen komt. We zien er uit als moslims, wat natuurlijk aanleiding geeft tot de grootste hilariteit. We hadden ons de tocht in het Krüger Park toch wel anders voorgesteld. Maar het bederft geenszins de pret en… dank zij het frisse weer zijn de dieren zeer actief en we krijgen er dan ook veel te zien. Giraffen, buffels, gnoes, olifanten, een jakhals, waterbokken, een duiker (kleine antilope), nijlpaarden, een krokodil, blauwapen, impala’s en vele vogels waaronder glansspreeuwen, wevers, aasgieren en ooievaars. Onze ranger toont ons heel in de verte ook twee leeuwen met jong, maar die zijn zó ver dat ik ze niet zie.  
Het mooiste moment komt echter kort voor de middag. Onze ranger wordt per radio door zijn collega opgeroepen, zegt dat we ons goed moeten vasthouden, draait zijn jeep met veel geweld 180° om en stuift terug de weg op. We hobbelen ruim 3 kilometer terug zonder dat hij verdere uitleg geeft. Dat moet wel iets bijzonders zijn!  We komen aan op een plaats waar onze collega’s staan te staren naar … een prachtig luipaard op minder dan 10 meter van de weg. Het laat zich in al zijn pracht bewonderen en stapt dan statig en zeer sierlijk weg terwijl wij het ademloos nastaren. En natuurlijk foto’s en video-opnamen maken want dit is een echte buitenkans. Luipaarden leven immers overdag vooral in de bomen en worden pas 's nachts actief zodat je ze slechts zelden te zien krijgt. Frans bijvoorbeeld beweert
 ZA 24.gif
dat het nog maar de derde keer is in zijn leven dat hij een luipaard ziet. Dit was boffen en we zijn Dirk zeer dankbaar, want hij had het dier opgemerkt. Wijzelf waren er waarschijnlijk voorbij gereden zonder het te zien. Op de middag houden we halt op een officiële rustplaats, waar het toegelaten is de auto te verlaten. Hier genieten we van een picknick die veel weg heeft van een heus koud buffet. Het is gelukkig droog en buiten de jeep valt de temperatuur nog mee.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

De "Big Five" in één dag

Donderdag 8 november 2001 (2)
Als we weer op pad gaan heeft de motregen plaats gemaakt voor stevige buien, die in de namiddag onophoudelijk blijven neerplenzen.  We zijn er getuige van hoe een ons onbekend dier langs de kant van de weg tekeer gaat en verwoed staat te wroeten in een gat in de grond. Het blijkt een Afrikaanse ratel te zijn, die zowat het midden houdt tussen een grote rat en een klein beertje. Het dier laat zich door niets of niemand verstoren en blijft doorwroeten tot het met zijn poot een klein diertje uit het hol haalt en het rustig en met veel smaak oppeuzelt. De wreedheid van de natuur heeft, eigenaardig genoeg, ook iets vertederends wanneer je deze ratel bezig ziet.  Even verder ligt een gevlekte hyena lusteloos te rusten langs de weg. We staan op nauwelijks 3 meter van het beest en wanneer Jos het wat probeert op te hitsen in de hoop dat het gaat opstaan,  maant iedereen hem aan zich koest te houden. We beseffen maar al te goed dat een hyena niet betrouwbaar is en in één sprong gemakkelijk in onze jeep op onze schoot kan zitten!
 ZA 25
Onze ranger vertelt ons dat de kaken van een hyena sterk genoeg zijn om de poot van een olifant door te bijten.  We zijn verder nog getuige van de maaltijd van een olifant die onder luid gekraak een dikke tak van een boom afkraakt vooraleer er zorgvuldig de malse blaadjes van op te peuzelen. Wanneer we ven verder op een koppel neushoorns stuiten, slaakt onze chauffeur een heuse juichkreet: “Yes! We hebben ze alle vijf gezien, de ‘Big Five’:  neushoorn, buffel, olifant, luipaard en leeuw”. Van die laatste ben ik niet zo overtuigd, maar hij beweert in ieder geval dat het leeuwen waren. En dat in één dag, dat is zéér uitzonderlijk. Intussen is het 17 uur en we spoeden ons naar Pretoriuskop Gate waar we op tijd moeten zijn om vóór het sluitingsuur het park te verlaten. Ook al was het door de regen en de kou anders dan verwacht, het was een onvergetelijke dag. We hebben zeer veel dieren gezien, misschien dank zij de regen, maar als ik achteraf in een brochure lees dat er in Krüger 2.000 leeuwen leven, 1.000 luipaarden, 5.600 giraffen, 8.800 olifanten, 2.500 neushoorns, 21.000 zebra’s, 10.500 gnoes, 21.000 buffels en niet minder dan 95.000 impala’s, dan is het niet abnormaal dat je er niet naast kan kijken! En toch… ik vond het “échter” in Mohlabetsi. Hier geven de brede asfaltwegen en de enkele beschermde kampeerplaatsen immers wat minder het gevoel in de ruwe ongeschonden natuur te zitten. 
We hebben nog een drie kwartier te rijden naar Witrivier. Het gaat in de stromende regen over modderige wegen. Het weer belet echter de vele voetgangers in de dorpjes onderweg niet er een kleurrijk schouwspel van te maken. We logeren in het Winkler Hotel. Bij mooi weer zou de prachtige tuin met zwembad en palmbomen waarschijnlijk veel bekoorlijker zijn. Nu houden we er een eerder sombere herinnering aan, maar ik denk dat het eigenlijk beter verdient. Ook de sfeer aan tafel is niet te vergelijken met de vorige avonden, maar dat heeft zeker te maken met de nogal onvriendelijke bediening en de ongezellige stijl van het restaurant waar we per vier personen aan kleine tafeltjes moeten gaan zitten. En dan is er het weerbericht: morgen 100% zekerheid van regen, 16 graden en de verwachting dat dit weer nog drie dagen zal aanhouden!

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT

Swaziland

Vrijdag 9 november 2001
Het weerbericht was jammer genoeg juist: het regent als we opstaan. We rijden naar Swaziland vandaag, een rit van 180 kilometer. Via Nelspruit gaat het naar Malelane door een streek waar suikerriet wordt geteeld. Opmerkelijk is dat suikerriet hier het hele jaar door geoogst kan worden. Dank zij het warme klimaat kan men in elk seizoen aanplanten waardoor je velden ziet met riet in elke groeifase, van jonge plantjes van enkele centimeter hoog, tot volwassen planten van twee meter. Eens volgroeid wordt het gewas in brand gestoken zodat alleen de stengels overblijven die dan makkelijker geoogst kunnen worden.  
Bij Jeff’s Reef rijden we Swaziland binnen. De grens is voor de Afrikanen een ernstige zaak waar niet mee gelachen wordt! Iedereen uistappen en aanschuiven aan de Zuid-Afrikaanse post voor een stempel, een paar honderd meter te voet naar het Swazi-kantoortje; opnieuw aanschuiven en opnieuw een stempel en… streng verboden te filmen. Swaziland is een enclave, volledig omringd door Zuid-Afrika. Tot 1968 was het een Brits protectoraat maar nu is het een onafhankelijk koninkrijk met een oppervlakte van amper 17.000 vierkante kilometer, dus kleiner dan het Krüger Park. Het telt ongeveer één miljoen inwoners. Slechts 5% van de bevolking is blank en bij de zwarten heersen nog zeer traditionele wetten en gewoontes waardoor we geconfronteerd worden met een Afrika, waarvan ik niet besefte dat het nog bestond. Zo is polygamie de regel en je merkt in de dorpjes hoeveel vrouwen een man heeft aan het aantal bijgebouwtjes rond de hoofdhut; voor elke echtgenote wordt een hutje bijgebouwd. Daarenboven hebben ze gemiddeld 6 kinderen per vrouw, zodat gezinnen op zichzelf al een half dorp gaan vormen. Eerst verlovenZA 26 man en vrouw zich en pas wanneer de vrouw hem een zoon kan schenken, neemt de man haar als echtgenote. De eerste vrouw heeft dan verder inspraak bij de keuze van de volgende.  De huidige koning Mswati III heeft momenteel zes vrouwen en twee verloofdes. De tweede is pas 16 jaar oud en werd vorige maand geselecteerd tijdens de ‘Umshelanga’, een jaarlijkse plechtigheid in het grote voetbalstadion van Mbabane. Daar komen alle maagden tussen 16 en 22 jaar naakt voor de koning dansen en hij kiest er een nieuwe verloofde uit, die pas zijn vrouw wordt als ze hem een zoon baart. Hij houdt er naar het schijnt zo zijn eigen criteria op na: de billen moeten stevig zijn en de borstjes moeten liefst op 10 minuten vóór staan en zeker niet op 10 minuten na, laat staan op halfuur… Volgens Clément, onze plaatselijke gids is de ceremonie evenwel niet opgezet om de koning een nieuwe vrouw te bezorgen, maar wél om de meisjes te stimuleren maagd te blijven. Later zal je zien dat Clément nog zo van die verhalen heeft… De vorige koning, de legendarische Shobusa II had niet minder dan 77 vrouwen en 239 kinderen… In Swaziland heerst een werkloosheid van 45% en aids is het grootste probleem.  
We rijden aanvankelijk langs grote en zeer verzorgde fruitplantages van mango, bananen, papaja, goave, appelsien, lychees. Ze worden uitgebaat door blanken. Even verder bieden de kleine en onverzorgde kaveltjes van de ‘zwartboeren’ een heel andere indruk. Wat moeten we hier nu uit afleiden? Heeft dit met de aard van het ras te maken of met geboden kansen? In Pigg’s Peak (de naam heeft niets met varkens te maken, maar met een Brits generaal) rijden we door een mooi berglandschap alhoewel mist het gezicht enigszins beperkt. Onze bus komt slechts moeizaam de helling op. Overal lopen veel voetgangers langs de weg of staan ze te wachten op de ‘African Taxi’. Wanneer de school uit is, zien we hele horden kinderen huiswaarts trekken in hun helblauwe, bordeaux of grasgroene uniformen. Hier leeft duidelijk een ander type negers met veel fijnere gelaatstrekken. De handgesneden beelden die hier verkocht worden hebben zelfs Chinese ogen, maar volgens Frans is de enige reden daarvoor dat de oorspronkelijke leermeester van de locale kunstenaars een Chinees was.
Tegen halftwee komen we aan in Mbabane, de administratieve hoofdstad. We nemen onze intrek in de Ezulwini Valley in Hotel Lugogo Sun waar ons een verzorgd lunchbuffet wacht. We eten er ‘hake’, een lokale witvis uit de Atlantische Oceaan. Alhoewel… Swaziland heeft geen kust en al eens gekeken waar de Atlantische Oceaan ligt? Hij smaakt voortreffelijk evenals de lekkere vers gebakken pannenkoeken. Na de middag houdt het op met regenen en we brengen een bezoek aan het Swazi Museum in het King Shobusa II Memorial Park.We krijgen er een uitgebreide introductie van Clément, een sympathieke Swazi die een zeer duidelijk Engels spreekt en ons ZA 27met veel enthousiasme inwijdt in de geschiedenis en cultuur van zijn land. Vóór we het museum binnengaan moeten we ons wat inleven in hun cultuur. Dat houdt in dat de vrouwen alle tassen van de heren moeten overnemen en de heren voorop moeten lopen. Clément legt ons uit dat dit alles te maken heeft met… respect voor de vrouwen. Op die manier heeft de man immers zijn handen vrij om dreigend gevaar af te weren en de vrouwen te beschermen. Goed gevonden, maar we weten niet goed in hoeverre we hem au sérieux moeten nemen.  Daarna waarschuwt hij ons dat het museum “nog niet helemaal af” is. Het Koninklijk Huis is  namelijk voorzichtig om voorwerpen aan het museum te schenken die ooit aan koning Shobusa toebehoord hebben, want daar hangt nog altijd een stukje van diens geest aan, en die moet je met respect behandelen. Het museum verwacht volgend jaar een aantal voorwerpen te krijgen en inderdaad… het museum is op een reeks zwart-wit foto’s aan de muur en een geschilderd portret van de koning compleet leeg! Afrika op zijn best!  Dat ze het menen met die geest van de overleden koning, bewijst het feit dat het eigenlijke memorial –een klein glazen gebouwtje- niet gefotografeerd mag worden en je mag er ook niet met je vinger naar wijzen! Het wordt trouwens 24 uur op 24 door een koninklijke wacht bewaakt en er paradeert inderdaad een gewapende wacht in schitterend uniform op en af voor het gebouw. Ik heb echter pertinent gezien dat hij pas is buitengekomen toen onze bus arriveerde. Hij stond eerst wat te dromen en wachtte tot wij keken om prompt te beginnen marcheren. Clément weet ons echter ook te bekoren met enkele mooie uitspraken. Zo merkt hij gevat op dat iedereen in Europa een horloge draagt, maar nooit tijd heeft, terwijl men in Afrika geen horloges heeft en altijd tijd. Het motto is hier inderdaad “Better late than never” en dat hebben we aan de grensovergang inderdaad ervaren.  In het park staat ook het parlementsgebouw van Swaziland, maar het is er zeer stil. Frans zegt dat hij nog nooit enige activiteit in of rond het gebouw gezien heeft. ZA 28Op ontroerende manier en écht vanuit zijn hart sluit Clément ons bezoek af met het zingen van het nationaal volkslied.Vóór we naar het hotel teruggaan bezoeken we een lokale ambachtsmarkt, of beter gezegd een lange rij kraampjes langs de weg. Ondanks het grijze weer is het een kleurrijke en zeer fotogenieke bedoening. We kopen er twee stukken stof en cadeautjes voor kerstmis. Wat onwennig bieden we af en betalen uiteindelijk slechts een prikje: respectievelijk 20 en 30 Rand (100 en 150 frank) voor de doeken en 30 Rand voor 4 briefopeners.  Het was een prachtige ervaring, Afrika op en top. Ik begrijp niet dat sommigen in de groep er zich over beklagen dat de dag niet voldoende gevuld was.

Terug naar 2001 Zuid-Afrika OVERZICHT