Posts tonen met het label 2008 Marseille. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2008 Marseille. Alle posts tonen

woensdag 12 november 2014

Uitgestelde kerst-citytrip

januari 2008
Door omstandigheden is onze traditionele kerst-citytrip van 2007 met een maand verschoven naar januari 2008. We hebben gekozen voor Marseille omdat we de laatste maanden regelmatig gelezen hebben dat het een stad in opkomst is. Het zou volop bezig zijn met het afgooien van zijn slechte reputatie van vuile en vooral gevaarlijke stad, beheerst door de maffia. Vroeger had niemand er ooit aan gedacht om er voor zijn plezier heen te gaan en wie er niet persé moest zijn, reed er inderdaad met een grote boog omheen. Maar zegt men, Marseille heeft een metamorfose ondergaan en het is een moderne stad geworden met brede boulevards, hippe winkels en restaurants, een zeer stemmige oude stad en sfeervolle vissershaven en je vindt er vooral de échte, onvervalste zuiderse sfeer van de Provence. Dus daar wilden we wel eens heen.
Via booking.com vinden we een driesterrenhotel vlakbij de oude vissershaven: het New Hotel Vieux Port. Het is zeer redelijk van prijs (90 Euro voor de kamer, 12 Euro voor een ontbijt) en het is vooral zeer gunstig gelegen. In november is er bij Brussels Airlines 25% korting voor snelboekers en dat laten we ons niet ontglippen. Even zoeken en we vinden zowaar een heen- én een retourvlucht aan amper 11 Euro, dus heen en terug en voor twee personen, is dat 44 Euro. Ik ben echter verrast als de eindrekening toch op 208 Euro uitkomt: luchthaventaksen, fuel toeslag e.d. komen er nog bij en… de 25% korting geldt enkel op de basisprijs. Een beetje misleidende reclame toch, vind ik.  

Terug naar 2008 Marseille OVERZICHT

Een eerste verkenning

Donderdag10 januari 2008
Voor één keer moeten we niet te vroeg opstaan. Onze vlucht naar Marseille is pas om 12.40 uur en we moeten dus pas om 9.30 uur thuis vertrekken. B, die zo vriendelijk is om ons naar de luchthaven te brengen - we hebben met haar, R en J een overeenkomst om beurtelings voor elkaar taxi te spelen - is stipt op tijd. Ch is ook meegekomen, want zij hebben besloten er met hun tweetjes een dagje Brussel van te maken. Er is weinig verkeer zodat we eigenlijk veel te vroeg op de luchthaven aankomen. Maar ja, beter te vroeg dan dat we ons moeten opjagen. Nu kunnen we heel relaxed inchecken, wat rondsnuffelen in de shops en rustig een broodje kaas verorberen, want wie weet hoe laat geraken we deze middag aan iets te eten? Ook aan gate 46 is er nauwelijks volk, amper een tiental mensen staan er te wachten voor de vlucht naar Marseille. Tegen boarding time komen er weliswaar nog enkele bij, maar we zitten uiteindelijk toch met slechts een dertigtal passagiers op de relatief kleine, maar comfortabele AVRO 1000. We vertrekken zelfs een tiental minuten vroeger dan gepland en komen dan ook, na een zeer rustige vlucht, 20 minuten te vroeg aan op onze bestemming. Het is 14.05 uur en de temperatuur is 12° C. De lucht is grijs en er hangen enkele vervaarlijk dreigende zwarte wolken. Binnen de kortste tijd hebben we onze bagage opgepikt en buiten wacht ons de bus naar Gare Saint-Charles, in het centrum van Marseille. De bus vertrekt om 14.30 uur en rijdt direct de autosnelweg op, richtingMarseille, een korte rit van ongeveer 25 minuten. Dit is een comfortabele, maar vooral de meest economische (slechts 8,50 Euro per persoon) manier om naar het centrum te rijden. 
We zijn amper vertrokken als het  vrij hard begint te regenen. Al gauw zien we hoe uitgestrekt Marseille is. Het is namelijk met zijn 1.600.000 inwoners de derde grootste Franse stad na Parijs en Lyon; de haven is de grootste van Frankrijk en één van de grootste in Europa. Het is de belangrijkste toegangspoort tot Noord-Afrika en dat is op de bus duidelijk te merken. De passagiers zijn voor meer dan de helft Noord-Afrikaanse mannen, jonge maar vooral oudere: snor, wollen muts, op hun zondags maar toch sjofel gekleed. De hele bus stinkt naar hun zoete, goedkope parfum. Saint-Charles is een splinternieuw station met veel glas en glanzende marmeren vloeren en echte hoge bomen in de vertrekhall. Het is gebouwd in functie van de TGV, die hier sinds 2001 een halte heeft, waardoor Parijsslechts 3 uren van hier verwijderd is. Deze verbinding is trouwens de start geweest van de heropleving van Marseille. Nu moeten we op zoek naar de metro die ons naar le Vieux Portzal brengen, waar ons hotel gelegen is. Het duurt even voor we het loket gevonden hebben. Voor 6 Euro kopen we een 5-rittenkaart en gaan op zoek naar de lijn 1 richting “La Rose”.We moeten slechts twee stations verder naar “Vieux Port - Hôtel de Ville”. Als we het metrostation uit komen, staan we meteen aan de oude haven. Het regent niet meer. De brede en uitgestrekte havenkom met zijn honderden zeilbootjes en zijn drukke vismarkt op de kade, brengt ons meteen Marseille 11in vakantiestemming. Maar eerst moeten we op zoek naar ons hotel, het New Hotel du Vieux Port, in de rue Reine Elisabeth. Dat blijkt net achter de hoek te liggen, naast het beursgebouw. Het hotel is ondergebracht in een van die typische statige gebouwen zoals je er zoveel ziet in Parijs. In 1978 heeft Jean-Paul Sartre hier een zomer doorgebracht. Het is een oud gebouw met een typische oude lift, maar verder is het interieur recent helemaal vernieuwd. Het inchecken duurt maar enkele seconden, want eens te meer blijkt de reservatie viaBooking.com vlekkeloos te zijn verlopen. We nemen meteen onze kamer in op de tweede verdieping. Elke verdieping is hier volgens een ander thema ingericht: Soleil Levant, Afrique Noire, Vera Cruz. Wij zitten op Mille et Une Nuits en onze kamer is dan ook op zijn Marokkaans ingericht: zachtrode muren en in de badkamer blauwe en witte tegeltjes. Het is een mooie en vooral ruime kamer met zelfs een salontafel, twee fauteuils en een antiek bureaumeubel. Dit valt prima mee! Het is inmiddels 15.30 uur en we hebben grote honger gekregen. We trekken meteen naar de Quai du Port waar we hopen op één van de vele terrasjes buiten te kunnen eten. Er heerst immers een aangename temperatuur van ongeveer 12 graden. Gezien het gevorderde uur is dat echter nergens meer mogelijk en noodgedwongen nemen we vrede met een pan bagnat en een croissant in de straat van ons hotel. En dan is het tijd voor een eerste verkenning van de oude haven. Die is veel uitgestrekter dan we dachten. Een Marseille100wandeling er omheen is uitgesloten, want dat is verschillende kilometers! Het water met de vele bootjes, van kleine zeilbootjes tot luxueuze yachten, biedt heel wat mooie tafereeltjes die we gretig op foto en video vastleggen. Hier en daar ligt er ook een kleurrijke oude vissersboot tussen. Op ons gemak wandelen we toch de hele Quai de Rive Neuve af tot aan het Palais du Pharo. We genieten van het schouwspel van in- en uitvarende schepen tegen het decor van het Fort Saint-Jean dat aan de havenmond de hele trafiek lijkt te beheersen. Aan de overkant torent echter de basiliek van Notre-Dame-de-la-Grande boven alles uit; zij is de echte heerseres over de stad en zijn haven. De avond valt stilaan en er valt af en toe wat lichte regen. Tijd om stilaan te beginnen uitkijken naar een restaurantje voor vanavond. Er zijn er veel, maar op dit uur zijn de meeste nog gesloten. Ergens leidt een oude trap in een portaal naar een visrestaurant op de tweede verdieping van een zeer oud gebouw. Het ziet er wat groezelig, maar toch aantrekkelijk uit, maar… 60 Euro voor een menu is ons te duur. Dan maar terug naar deQuai du Port aan de overkant van de haven (wij kijken op geen kilometertje…) want daar hadden we heel wat aantrekkelijke restaurants gezien. We vinden vandaag niet de meest geschikte dag voor de Miramar, waar ze naar verluidt de beste bouillabaisse hebben, maar we gaan alvast reserveren voor morgenavond. Nu willen we eerst wat uitrusten bij een aperitiefje op het grote terras van de Samaritaine. We bestellen een lekker koel roséwijntje en krijgen er helemaal gratis drie schoteltjes met hapjes bij. Intussen is het aan het stortregenen gegaan en we moeten naar binnen vluchten waar we noodgedwongen en ietwat verkleumd wat langer blijven zitten terwijl we het vrij drukke verkeer gade slaan. Het valt op hoe vaak er hier of daar een ambulance of politiewagen met loeiende sirenes te horen is. De komende dagen zullen we er aan moeten wennen, want dit blijkt onlosmakelijk bij het decor van Marseille te horen. We maken van de gelegenheid gebruik om het stadsplan te bestuderen en min of meer een programma op te maken voor de komende dagen. Tegen 19 uur zijn we terug op onze hotelkamer waar ik de ervaringen van onze eerste dag toevertrouw aan mijn dagboek. 
Tegen 20 uur trekken we terug naar de Quai du Port waar we even over de helft het trendy restaurant ‘Le Cirque’ binnenstappen. Het restaurant is niet al te groot en tot onze verrassing zit er weinig volk. Een vriendelijke ober brengt ons meteen naar de bovenverdieping omdat we daar een mooier zicht hebben op de oude haven. We zitten er aanvankelijk helemaal alleen, maar later op de avond geraakt elk tafeltje bezet en heerst er een gezellige drukte. Het publiek is jong en een beetje blasé en de bediening is bijzonder vlot en vriendelijk. We eten loup de mer, wat hetzelfde blijkt te zijn als bar of zeebaars. We nemen verse sardientjes vooraf en een flesje witte wijn uit de Provence. De vis is perfect gebakken op het vel en de aardappelmousseline met olijfolie die erbij wordt opgediend, is echt zéér lekker. Alleen de rekening (107 Euro) valt nogal hoog uit, maar we vinden dat het zijn geld waard was. Onze reis is goed ingezet. Tegen kwart na tien liggen we in bed, tevreden en toch wel een beetje moe.

Terug naar 2008 Marseille OVERZICHT

Het oude Marseille

Vrijdag 11 januari 2008 
Vannacht heb ik slecht geslapen. Op straat was het nochtans stil, maar het waren het lawaai van de airco en de warmte op de kamer die me regelmatig wakker maakten. En tegen half zeven Marseille101begon het op straat: bussen, auto’s en moto’s en opnieuw regelmatig de loeiende politiesirenes… Zelfs het lawaai van luid pratende voorbijgangers drong ondanks de nieuwe ramen met dubbel glas, toch nog door tot op de kamer.  Blijkbaar ben ik onder de ochtend toch weer in slaap gesukkeld, want plots merk ik dat het al 8.40 uur is. Opstaan dus! We genieten van een degelijk ontbijtbuffet en tegen 10 uur gaan we op stap voor de echte eerste dag in Marseille. Natuurlijk trekken we meteen naar le Vieux Port waar op de Quai des Belges elke ochtend een kleurrijke vismarkt plaats heeft. Vissers leggen er aan met hun kleine bootjes en stellen hun kraampjes op aan de kaai. De vers gevangen vissen liggen er in alle kleuren, maten en gewichten in lage bakken tentoongespreid, Marseille102vele ervan nog levend. Er is een enorm gevarieerd aanbod, gaande van de klassieke lotte, merlot, rouget grondin, vive, dorade, pladijs entong tot heel speciale vissoorten die ik niet kan thuisbrengen. Op de bordjes lees ik dat het o.a. gaat om de felrode rascasse, de palingachtige geelbruin gevlekte congre en de kleine poissons de rocher in alle mogelijke kleuren. Er liggen zelfs zeepaardjes. Aan een van de kraampjes koop ik voor 5 Euro een mooie gevlekte schelp waarin je het ruisen van de zee kan horen. Er heerst een gezellige drukte zoals dat hier waarschijnlijk al sinds mensenheugenis het geval is. Ik kan me voorstellen dat er hier honderd jaar geleden precies dezelfde sfeer hing. Huismoeders komen hun inkopen doen en een praatje slaan met elkaar of met de visser in zijn kraam. Achter de kraampjes staan verschillende “echte” typische visserskoppen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen: bruine, door de zon en de zeebries verweerde en gerimpelde gezichten. Ze roepen, praten en lachen. De meesten kennen hier elkaar en de enkele toeristen die er tussen lopen, gunnen ze geen blik. Voor hen zijn wij onvermijdelijk alleen maar deel van het decor. Aan ons verdienen ze toch geen cent en we zijn zelfs eerder hinderlijk. Bij een enkele uitzondering word ik zelfs uitgescholden en weggestuurd als ik naar zijn mening iets te lang blijf filmen. Een van de vrouwen verwijt ons dat we hen het slechte weer hebben meegebracht, maar dat is eerder als grap bedoeld. De lucht is inderdaad grijs, maar het is droog en helemaal niet koud.
We geraken slechts met moeite en na tientallen foto’s en ettelijke minuten videobeelden weg van deze sfeervolle plek en trekken richting “Le Panier”, de oudste stadswijk vanMarseille, gelegen achter de oude haven. Op ons stadsplan is een wandeling door de wijk aangeduid van Marseille103twee uren. Daarenboven is het parcours met een rode lijn op de grond aangegeven, dus dat moet makkelijk te vinden zijn, je hebt maar te volgen. Maar… hier en daar is een nieuw trottoir aangelegd en is de lijn natuurlijk verdwenen, zodat we toch af en toe een beetje moeten zoeken. Maar al bij al valt het nog mee. De wandeling begint aan het Hôtel de Ville. De hele omgeving is volledig nieuw aangelegd met parkjes en trappen die leiden naar de oude stadswijk. Een van de pleintjes staat vol met tientallen reuzengrote terracottapotten met oude olijfbomen. Heel mooi. Bij de Eglise des Accoules stappen we een oude bakkerij binnen en kopen er de lokale lekkernij: ‘des navettes’, een lang bootvormig koekje met oranjebloesemparfum. Best lekker. We dalen eerst nog een straatje af naar het Maison Diamantée met zijn speciale diamantvormige gevelstenen. En dan trekken we de eigenlijke Le Panier in, trappen op door smalle straatjes tussen oude gevels met balkonnetjes en gietijzeren balustrades en met kleurrijke deuren, ramen en luikjes. Zeer schilderachtig en dus voer voor de fotograaf en cineast in ons. Ademloos hollen we beiden van het ene mooie plaatje naar het andere. Verweerde en halfvergane, maar nog perfect leesbare opschriften op de lichtblauwe en gele gevels zijn er de getuigen van dat hier decennialang geen lik verf meer is gezet. Kleine winkeltjes, cafeetjes en restaurantjes zijn eveneens in honderd jaar nauwelijks veranderd. Ze geven een nostalgisch karakter aan de gezellige pleintjes, waar de zon schuchter door de wintertooi van de schaarse platanen probeert heen te prikken: Place du Lenche, Place du Moulin. Er is geen enkele toerist te bespeuren, maar ook van de bewoners is nauwelijks iemand te zien. Het lijkt wel of we de hele wijk voor ons alleen hebben.
Rond de kathedraal zijn er immense bouwwerken aan de gang. Het gaat om “Euroméditerrannée”, een prestigieus project dat Marseille moet optrekken tot een levende en moderne stad. In de wijk La Joliette, waar we ons nu bevinden, verrijst een nieuw zakencentrum, dat zich als doel heeft gesteld om tegen 2010 10.000 inwoners aan te trekken en 20.000 nieuwe arbeidsplaatsen te creëren. Een zestiger klampt ons aan en heeft blijkbaar zin in een praatje. Na een mislukte belgenmop looft hij de werklust van de Belgen om tenslotte tot zijn eigenlijke punt te komen: de luiheid en het ongedisciplineerde gedrag van zijn Franse medemensen. Hij ergert zich vooral aan de vele hondendrollen op de pétanquebaan naast de kathedraal. Typisch voor deze tijd, vindt hij. Achter de kathedraal strekt zich de nieuwe haven uit. Een imposante veerboot ligt er aangemeerd en lijkt wel te proberen om met haar immense omvang te wedijveren met de kathedraal. De indrukwekkende kathedraal bestaat eigenlijk uit twee kathedralen: la Nouvelle Major en l’Ancienne Major, maar beide zijn voor renovatieMarseille104momenteel gesloten. We moeten het dus doen met de buitenkant, een indrukwekkend bouwwerk in Byzantijnse stijl met verschillende koepeltorens. Het hele gebouw is opgetrokken in horizontaal wit-zwart gestreepte stenen. Het geheel ligt voorlopig wat vereenzaamd tussen de bouwwerken en de weidse vlakte van het havengebied.We trekken dus maar gauw weer de smalle straatjes van La Joliette en Le Panier in. Hier is het meteen gezelliger en we wanen ons bijna in de vorige eeuw. Tegen de middag komen we terecht ‘Chez Etienne’ in de rue Lorette, volgens onze reisgids het beste pizza-adres van de stad. Om je “titre de vrai Marseillais” te krijgen, moet je hier gegeten hebben. Het is inderdaad de moeite waard: we komen binnen in een bomvolle, oude herberg en worden meteen verwelkomd door de patron. Alles lijkt vol te zitten, maar we mogen op zij van de toog even wachten op een vrijkomend tafeltje. Aan de muren hangen overal foto’s van beroemde gasten en er heerst een drukte van belang. Obers lopen af en aan en aan de tafeltjes wordt luidruchtig gebabbeld. Al gauw worden we naar een grote tafel geleid waar later nog twee toeristen bij ons komen aanschuiven. We bestellen een half litertje roséwijn en een pizza ‘mixed anchois et fromage’. Hij is supereenvoudig en smaakt superlekker. Overigens, dit is geen ‘pizzeria”, maar een “pizzaria”. Zou dit een taalfout zijn, of is dit de Zuid-Franse versie? In ieder geval, dit was échte folklore en een hele belevenis. Na het eten slenteren we terug door het oude Marseille en komen terecht bij La Vieille Charité, een groot gebouw uit de 17eeeuw dat oorspronkelijk het groot stedelijk hospitaal herbergde waar armen en bedelaars werden opgevangen, maar nu is omgebouwd tot niet minder dan drie musea. De vier vleugels van het gebouw met elk drie overdekte gaanderijen boven elkaar, scharen zich rond een vierkante binnenplaats met een grote kapel in het midden. Het is een harmonieus geheel waar een zekere rust van uit gaat. We besluiten om ons tevreden te stellen met een vluchtige rondgang door de gangen en geen van de drie musea te bezoeken. Langs de stille smalle straatjes dalen we af en komen uit bij het Fort Saint-Jean, waar we een mooi uitzicht hebben over de toegang tot de oude haven. We wandelen langs de oude muren en de torens van het fort tot helemaal op het uiteinde van de pier. Er staat veel wind en het is tamelijk koud; dikke zwarte wolken dreigen, maar voorlopig blijft de regen uit. Het is inmiddels 16 uur en we beginnen toch wat moe te worden, dus tijd om uit te kijken naar een lekker kopje koffie. Aan de Accoules vinden we een kleine en gezellige tearoom annex librairie, “Cup of Tea” genaamd. In de warme gezelligheid en in gezelschap van een grote loebas van een brave hond, kiest C voor een chocolat chaud en ik voor een ‘thé à la Marquise’ met een aangename mengeling van oosterse smaken.
We keren terug naar de winkelstraten van het stadscentrum via de Quai des Belges. De batterij van mijn videocamera is op van het vele filmen, dus ik ben voor de rest van de avond “vrij van filmplicht”. Het is al donker en er heerst een gezellige drukte op straat. Er lopen vooral veel jongeren. We wandelen langs de verlichte etalages van de grote, vooral goedkopere merken zoals Bata, Eram, e.d. en komen tegen 18 uur via de Opéra en hetbeursgebouw terug bij ons hotel. We stappen toch nog eerst even het moderne Centre Bourse binnen waar o.a. de Fnac en de Galéries Lafayette zijn gevestigd. Hier gaan we voor onze buurvrouw op zoek naar een dvd over Jemen, die ze in België niet kan vinden. Het is een recente uitgave van FR3, maar ook hier is hij nog niet beschikbaar. Vóór we naar onze kamer trekken, gaan we eerst een tafeltje bestellen in Une Table Au Sud voor morgenavond. Dit is het best aangeschreven restaurant van de Quai du Port, heel chique en… een Michelinster!  We besluiten voor één keer niet naar de prijs te kijken en er mijn verjaardag van zondag te vieren. Het restaurant is echter volgeboekt, maar bij nader inzien, blijkt er een annulatie te zijn en zo hebben we onverhoopt toch een plaats. We gaan meteen ook, maar al een tafel reserveren voor maandagavond bij Oscar, enkele huizen verder. En dan gaan we eindelijk naar onze kamer om wat uit te rusten, een douche te nemen en wat te schrijven.
Tegen 19.00 uur zijn we al weer de straat op voor een aperitiefje in bar La Samaritaine op de hoek. We kiezen allebei een Ricard omdat dat toch echt bij de Provence hoort. Eigenlijk zijn we beiden geen echte liefhebbers van anijs, maar nu smaakt het drankje ons uitstekend. Zo zie je maar wat de sfeer vermag. Het is dicht bij sluitingstijd en Marseille105alle tafels worden binnen opgestapeld. We mogen ons drankje rustig beëindigen, maar gezellig is het natuurlijk niet meer.Tegen half negen trekken we naar restaurant Miramar, ook maar een paar huizen verder; alles ligt hier op een kluitje bijeen op een paar passen van ons hotel. Het is er nog allesbehalve druk. Een tiental obers, in stijlvol zwarte pak, staan werkloos op de gasten te wachten. Dit is volgens alle boekjes hét adres van Marseille voor de echte bouillabaisse, “le vrai”. De inrichting van het restaurant is smaakloos ouderwets, maar het personeel doet zijn uiterste best om er iets stijlvols van te maken. Het is een heel leger: maître d’hôtel, sommelier, obers in zwarte en stagiaires in gele vestjes, een meisje voor de hapjes en de koffie?... Bij het aperitief krijgen we een lekker hapje met truffel! En uiteraard bestellen we le vrai bouillabaisse, dé specialiteit van Marseille. Die kost hier niet minder dan 55 Euro per persoon, maar dat is het ons waard. Een vriendelijke zwarte ober legt ons uit hoe de bouillabaisse wordt opgediend en welke vissoorten hij moet bevatten. Er moeten minstens deze 6 vissen in zitten: Saint-Pierre, lotte, rascasse, rouget grondin, vive en cong. Eerst wordt de verse vis op een schotel getoond en vervolgens wordt eerst een bord soep opgediend met rouille en croûtons, die je moet insmeren met look. In een tweede ronde wordt dan de vis geserveerd, overgoten met de rest van de soep. Bij het opdienen wordt zelfs een certificaat van echtheid afgeleverd. Onze ober is zo vriendelijk om voor ons alle vissoorten mooi op te schrijven op een kaartje. Een Japanse ober maakt een fotootje van ons beiden. Het smaakt natuurlijk heerlijk, maar toch ben ik een klein beetje ontgoocheld. Ik vind dat ik al betere vissoep gegeten heb, maar ja, dat zal dan wel niet de “echte” geweest zijn zeker. Vooral de rekening valt me tamelijk zwaar: 166 Euro en ik had nochtans de goedkoopste wijn op de kaart uitgezocht. Maar die kostte al 39 Euro! Als we om 22.15 uur buiten komen, staat er een stevige mistral. Naar het schijnt waait die steeds voor enkele dagen: 3, 6 of 9 zegt men! De krant voorspelt nochtans zon voor morgen, maar waarschuwt ook voor hevige ‘rafales’ in de namiddag en… het zou kouder worden. Volgens mijn Hachette-gidsje hebben ze in Marseille 350 dagen zon per jaar. Het kan toch niet dat wij hier 5 dagen lang de zon niet zullen te zien krijgen? In ieder geval nu is het zó grijs dat het bijna niet te geloven is dat ze er morgen zal zijn. We zullen zien!

Terug naar 2008 Marseille OVERZICHT

Winkelen op zaterdag

Zaterdag 12 januari 2008 
Ik heb veel beter geslapen. Het was niet zo warm als vorige nacht want ik had de thermostaat wat lager gezet zodat hij niet zo dikwijls aansloeg. We zijn pas om 8.30 uur opgestaan en… jawel, de zon is er en de hemel is staalblauw. Niet te geloven! Maar, het is koud. Vóór onze wandeling van vandaag, springen we nog eerst even binnen in het Office du Tourisme om inlichtingen te vragen over de busverbindingen naar Cassis, waar we later deze week nog heen zouden willen, en daarna kunnen we het ook niet nalaten om toch nog even langs de vissersmarkt te gaan. Nu kunnen we immers met de zon nóg mooiere beelden maken dan gisteren. Toch blijven we er niet te lang rondhangen. We beginnen vandaag met La Canebière, de lange en 30 meter brede boulevard, de drukke verkeersader doorheen het Marseillese centrum. Het statige beursgebouw ligt vandaag te schitteren in de zon. De hele boulevard is bebouwd met pronkerige herenhuizen, kantoorgebouwen en hotels, versierd met indrukwekkende sculpturen en balkons met smeedijzeren balustrades, zoals ze enkel in Frankrijk en vooral in Parijs voorkomen. We komen al gauw in de wijk Noailles waar op de Place du Marché des Capucins en in de omliggende straatjes een grote groenten-, fruit- en voedingsmarkt plaats heeft. Je waant er je in Marokko. De lawaaierige drukte wordt gevormd door een zeer exotisch publiek Je ziet er alle rassen en de blanken zijn er veruit in de minderheid. Het is een kleurrijk spektakel:een enorm aanbod  van verse vis, vlees, groenten en fruit, prima voor film en foto. Het is wel uitkijken naar zakkenrollers, vermoed ik, want dit lijkt me niet echt de meest veilige en zeker niet de properste buurt van  Marseille. In de rue Méolan gaan we op zoek naar deHerboristerie et Pharmacie du Père Blaize, één van de oudste apotheken van de stad, waarvan het interieur sinds haar oprichting in 1815 niet veranderd is. Het is een monument met mooie oude toonbank en kasten met antieke porseleinen potten en flessen. Aan het plafond hangen prachtige koperen lusters. Even verder vinden we een al even oude hoedenwinkel en een zaak met keukengerief, die er ook al ongetwijfeld sinds de 19e eeuw staat. Op straat is er een immens kraam met oesters, kreeften, krabben en allerhande zeevruchten. Prachtig en vooral zeer sfeervol. Dit is Frankrijk, dit is de Provence! Over de Canebière rijdt sinds kort een splinternieuwe moderne tram in een eigen brede bedding. Hij maakt deel uit van het Euroméditerrannée-project dat we gisteren leerden kennen.
We wandelen de Canebière verder af tot aan de kerk van Saint-Vincent-de-Paul (de Marseillais noemen ze l’Eglise des Réformés) met zijn twee scherpe neogotische torens en zijn standbeeld van Jeanne d’Arc voor de deur. Op de Square Stalingrad met zijn protserig groot standbeeld vinden we de bijna 200 jaar oude Patisserie Planchut. In de etalage lonken allerlei lokale zoetigheden maar ook enkele hartiger en zoute gebakjes. Het is middaguur, dus we besluiten om hier een kleinigheid te eten. Het interieur lijkt wel een snoepdoos: fresco’s in pasteltintenMarseille 6 op de muren, veel stucwerk aan de plafonds en een lange oude toonbank vol lekkernijen. Achteraan staan een paar piepkleine tafeltjes waar we plaats nemen en elk een stuk pizza bestellen. Hier hebben we een perfect zicht op de gang van zaken. In een hoekje zitten twee oude dametjes, druk pratend, elk twee taartjes te verorberen. Zeer regelmatig komen klanten binnen en de meesten lijken zeer goed te weten wat zij willen; vaste klanten dus. Ze bestellen prompt en gaan vervolgens betalen aan de kleine ouderwetse kassa, waar een dame tussen de klanten door een boekje zit te lezen. Ondanks het chique interieur is alles hier zeer eenvoudig en eerder volks. De pizza is niets bijzonders, maar het geheel is toch een belevenis. Vóór we buitengaan, kopen we nog een paar navettes voor onderweg. We kiezen voor lavendel- en anijssmaak, maar eerlijk gezegd, ik smaak het verschil niet. Marseille 7Toch zijn ze lekker! Hier eindigt de Canebière en we nemen de brede Boulevard Longchamp die recht naar het gelijknamige paleis leidt. Op een pleintje is er een bloemenmarktje met voorjaarsbloemen in alle felle kleuren, maar vooral de helgele mimosa kleurt vrolijk. De Longchamp is een brede verkeersvrije boulevard met in het midden een nieuw aangelegde bedding voor de tram. Op alle hoeken staan mooie gietijzeren fonteinbakken waarin de wind met het water speelt en het regelmatig met geuten naast de bakken blaast. Aan weerszijden van de straat staan er chique oude huizen. De prachtige deurbellen en brievenbussen met veel marmer en blinkend koper duiden op de rijkdom van deze buurt. Al van ver is op het einde van de boulevard het imposante Palais Longchamp te zien. Tussen twee paleisgebouwen omringt een indrukwekkende zuilengalerij met een halve boog een grote fontein. Het water klatert in verschillende beekjes en watervallen in trapjes naar beneden tussen bloemperken en kolossale beelden van ossenkoppen en mythologische figuren. Het geheel stelt de Durance voor, de stroom die zorgt voor vruchtbaarheid en overvloedige oogsten van graan en druiven. De twee paleizen, die elk een museum bevatten, zijn momenteel gesloten wegens restauratiewerken. We beklimmen de trappen naar het park achter de colonnade, maar dat valt wat tegen. Het is niet zo groot als ik verwacht had en ligt er tamelijk verlaten bij. Maar ook hier zijn restauratiewerken bezig, wellicht in het vooruitzicht van Marseilles kandidatuur als Europese Culturele Hoofdstad in 2013. Ze hebben nog veel werk, maar het zal mooi worden, denk ik. We moeten ongetwijfeld over een jaar of vijf nog eens terugkomen.
We wandelen terug naar beneden langs de rue Nationale naar het Palais des Arts en Le Cours Julien, een studenten- en artiestenwijk met veel restaurantjes en leuke winkeltjes. Dit is een totaal ander Marseille dan in Le Panier, minder Provence en meer stads. Het doet een beetje aan Parijs denken. Marseille 8De smalle straten zijn vaak zeer lang en kaarsrecht en over de hele lengte staan auto’s dicht op elkaar geparkeerd, voor de helft op straat en de andere helft op het voetpad. Ongelooflijk hoe snel en handig de chauffeurs zich hier met hun kleine autootjes in de rij weten te wurmen. Bij het Palais des Arts is er een marktje waar bouquinisten zoals langs de Seineboorden in Parijs, oude boeken verkopen. Op Le Cours Julien blijken de meeste winkeltjes gesloten te zijn, maar de “Savonnerie Marseillaise de la Licorne” is open. We kopen er een paar stukken zeep. Het eigene aan de beroemdeMarseillezeep is dat ze voor minstens 76% van olijfolie is gemaakt. La Licorne is één van de slechts vier overblijvende zeepfabrieken inMarseille, twee industriële en twee ambachtelijke; ze is tamelijk recent opgericht door enkele jonge mensen die authentieke oude machines én het fabricageprocédé hebben opgekocht. We wonen een rondleiding in het atelier bij waarbij ons het hele productieproces wordt gedemonstreerd. Mooi om eens te zien. Tegen 15.30 uur zijn we terug bij de Vieux Port en we springen gauw eens binnen in ons hotel om naar het toilet te gaan en een half uurtje uit te rusten. Langer houden we het niet vol en we besluiten om terug de winkelstraten in de buurt van de Canebière in te trekken. Het is superdruk op deze zaterdagnamiddag. De drie belangrijkste winkelstraten liggen haaks op de Canebière: de rue Paradis, rue Saint-Ferréol en rue Rome. De drukte is echter verstikkend en daarenboven zijn er weinig interessante winkels. Beter blijken de kleinere straatjes achter de Opéra: rue de la Tour, rue Grignan maar vooral rue Francis Davso. Hier zijn veel chique en hippe kleren- en schoenenwinkels maar het zijn natuurlijk vooral de typische winkeltjes van Provençaalse streekproducten, de boulangeries en de chocolatiers die ons het meeste boeien. Ook het publiek dat hier winkelt is van een heel ander soort dan in de grote winkelstraten. We drinken een koffietje in een trendy café en eten op straat een croissant uit het vuistje, want het is nog lang voor we aan tafel kunnen. De avond begint stilaan te vallen en het wordt koud en tamelijk winderig. We trekken nog even de buurt van les Accoules in achter het stadhuis naar de “Place aux Huiles”, een aantrekkelijk winkeltje dat in alle brochures en reisgidsen staat afgebeeld, en kopen er nog een paar zeepjes en een tapenade. De rest van de tijd doden we met een aperitiefje op het terras van “Collins” op de Quai du Port. We nemen een Pastis 51 deze keer om het verschil met Ricard eens te proeven. Veel verschil blijkt er niet te zijn, maar we hebben beiden toch een voorkeur voor de Ricard. Hoewel…smaken doet het toch hoor! Tegen 19 uur zijn we terug op onze hotelkamer voor een deugddoende warme douche.
Vanavond eten we dus (ter ere van mijn verjaardag morgen) in ‘Une Table au Sud’, het beste restaurant hier in de buurt. Het is een chique zaak die door Michelin erkend is met een ster. En terecht, zo blijkt. Er is geen kaart en het duurste menu kost 200 Euro. We houden het bij het Marseille 9goedkopere nu van 52 Euro en de goedkoopste roséwijn van de kaart (39 Euro). Zowel de gerechten als de wijn zijn echterMarseille 10 meer dan hun prijs waard, écht klasse! We beginnen met een velouté de verveine, huître, coquille Saint-Jacques,poutargue en oursin. Een zeer geraffineerd en mooi uitgebalanceerde combinatie; vooral de velouté is onvergetelijk, de zee zelve! De poutargue zijn de gedroogde eitjes van de mulet en is te vergelijken met de bottarga die we op Sicilië gegeten hebben; oursin is zee-egel. Daarna volgt la pèche du jour (sar) au salsifis et betteraves rouges et jaunes. Ook dit gerecht is zeer verfijnd en naturel. De ‘sar’ is een typische vis uit de Middellandse Zee. Deze morgen op de vissersmarkt hebben we hem zien liggen; hij ziet er een beetje uit als een dorade. Délicieux! (“succulent”, zei de garçon gisteren in Le Cirque). We genieten met volle teugen. Een mooier verjaardagsdiner had ik me niet kunnen wensen en… we hoeven slechts twee minuutjes terug te wandelen naar ons hotel. Zalig!

Terug naar 2008 Marseille OVERZICHT

Een zonnige verjaardag

Zondag 13 januari 2008
Het is zondag vandaag en dat is eraan te horen: het is zeer stil op straat. Toch word ik vroegtijdig gewekt door een luidruchtige veegmachine die wel tien keer onder ons venster voorbij rijdt, plus natuurlijk regelmatig de onvermijdelijke politiesirenes. Ik blijf echter stil liggen tot 8.45 uur, want C blijft door alles heen rustig doorslapen. De hemel is volledig blauw, het zonnetje straalt en er is geen wind, maar toch lijkt het me kouder dan gisteren. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik op mijn verjaardag zo’n mooi zonnetje krijg, een echt lenteweertje! Het trouwens zo blijven voor de rest van de dag; in de namiddag halen we zelfs meer dan 20° in de zon. Via sms krijg ik de gelukwensen van H en K en van B en Ch. Leuk! We nemen vandaag de bus voor een lange steile Marseille 13klim naar de Notre-Dame-de-la-Garde, de imposante kerk die hoog boven de stad uittorent. De bus brengt ons langs kronkelende straatjes in amper 10 minuutjes tot helemaal boven. Hier heb je een schitterend zicht op de stad en van hieruit zie je pas hoe uitgestrekt Marseille wel is. Net zoals de kathedraal is ook deze kerk gebouwd in neo-byzantijnse stijl met zwart-witte horizontale strepen. Boven op de toren blinkt een groot goudkleurig mariabeeld. Er is een eredienst bezig en dus moeten we nog even wachten om de kerk binnenin te bezichtigen. Geen nood, want rondom de kerk kan je in alle richtingen van het panorama genieten en… foto’s maken. En dan kunnen we, gauw tussen twee misdiensten in, naar binnen om foto’s te maken. Het interieur is indrukwekkend met een aantal grote koepels en overal prachtige mozaïeken. Aan het plafond hangen maquettes van schepen en kleine bootjes. Op die manier smeken de vissers de bescherming af van de Heilige Maagd over hun boot. Er hangt zelfs één miniatuurvliegtuigje bij. Het is al middag wanneer we tevoet de afdaling aanvatten. We wandelen door de verlaten Jardin de la Colline Puget, waar een standbeeld staat van de architect-kunstenaar met dezelfde naam. We moeten eerst trappen af om in het park te komen en er daarna evenveel weer omhoog om er uit te geraken. Er is niet veel te zien maar er blijkt een restaurant in het park te zijn en dat zou wel eens iets kunnen zijn voor een rustig eenvoudig middagmaal. Het blijkt echter niet veel meer dan een slordige kantine en we besluiten dus maar verder af te zakken naar de oude haven. Onderweg komen we nog langs ‘Le Four aux Navettes’, de oudste bakkerij van Marseille, die echter vlak voor onze neus de deuren sluit voor de wekelijkse rustdag. Dus geen lekkere koekjes vandaag… 
Aan de Vieux Port gaan we op zoek naar een lunch, hopend dat er op deze stille zondagmiddag nog een restaurantje te vinden is dat open is. We komen terecht in ‘Le Bar de la Marine’ op de Quai Neuve, een zeer oud restaurantje dat de inrichting en de sfeer van honderd jaar geleden heeft behouden. Aan de muren hangen foto’s en schilderijtjes met scènes uit de film “Marius, Fanny et César” van Marcel Pagnol, die hier in het restaurant zijn opgenomen. Het kleine restaurant zit bomvol en de sfeer is er te scheppen. Gelukkig is er nog een plaatsje voor ons. Ik kies voor de rougets grillés avec gratin de courgettes en C neemt de supions frites à l’ail et persil. Deze laatste zijn kleine inktvisjes, die men in Baskenland ‘chipirons’ noemt. Beide gerechten zijn superlekker en één half litertje roséwijn volstaat ons niet om ze te begeleiden. We bestellen een tweede en rekken het tafelgenot zo lang mogelijk. Natuurlijk nog een koffietje om af te ronden en met een beetje een licht hoofd kunnen we de namiddag aanvatten. De rekening laat hoe dan ook geen kater na: in totaal betaal ik slechts 33 Euro.  
We trekken richting Corniche. Eerst komen we echter langs nog een monument dat zeker een bezoek waard is, namelijk de Romaanse Abbaye Saint-Victor. In de sobere kerk is een reusachtige kerststal opgezet met tientallen ‘santons’Marseille 16van de 79-jarige Marcel Carbonel, de bekendste santonnier van Marseille, aan wie zelfs een heel museum gewijd is. Santons zijn de kleine figuurtjes in klei, die de volkse provençaalse typetjes uitbeelden in hun traditionele klederdracht. Ze zijn fijn en zeer waarheidsgetrouw gemaakt en kunnen dus als echte kunstwerkjes beschouwd worden. De kerststal is eigenlijk een heel provençaals dorp met allerlei scènes uit het dagelijkse landleven van vroeger en waarbij niet alleen de mensen en de dieren, maar ook de huizen en de boerderijtjes zeer realistisch zijn afgebeeld. Vervolgens wandelen we naar de Plage des Catalans, een zeer klein zandstrandje. Op zee varen een massa zeilbootjes, wat natuurlijk prachtige videobeelden oplevert. Op een terrasje in de zon drinken we een kopje koffie, maar we zijn te ongeduldig om er lang te toeven. We wandelen rustig de lange Corniche du Président JF Kennedy af tot aan Vallon des Auffes. Onder een hoge brug ligt in de rotskloof een klein, lief haventje met al even kleine en lieve straatjes en huisjes; zéér sympathiek en schilderachtig. Water, bootjes, visnetten, bloemen, kleine huisjes en  vooral veel kleuren, alles is Marseille 14.gif.jpger voor de mooiste foto’s en filmbeelden. We geraken er dus ook maar moeilijk weg. We hebben weer onze kilometers gedaan vandaag en we voelen het ook aan onze benen en voeten. We hebben trouwens ook veel geklommen en gedaald vandaag. Het is intussen al 17 uur en we besluiten om bus 83 te nemen, terug naar de stad. Daar kijken we eerst nog even uit naar een restaurant voor vanavond, maar veel is er niet open. We drinken dan maar nog een aperitiefje op een terras en blazen nog wat uit. Het wordt stilaan ook kouder en tegen 18 uur zijn we blij dat we ons op onze warme hotelkamer kunnen terugtrekken. Tegen 20.30 uur gaan we terug naar de haven op zoek naar een restaurantje. Onze eerste optie is la Maison Blanche, maar we gaan eerst toch nog even kijken op de Place des Huiles. Daar vinden we Le 29, een modern ogend, wat Italiaans aandoend restaurant. We eten er opnieuw ‘des supions’ en daarna een daurade. Verzorgd en lekker, maar veel te grote porties. Enkel een hoofdgerecht zou volstaan hebben, maar ja… Ik denk dat we nu Marseille wel helemaal gezien hebben. Morgen verlaten we even de stad en gaan naar Cassis. De weersvoorspellingen zijn echter niet goed: regen en veel wind! Misschien valt het wel mee. Vandaag hadden we in ieder geval een schitterende dag, en die nemen ze ons niet meer af. En dat op mijn verjaardag!

Terug naar 2008 Marseille OVERZICHT

De beste sardientjes ooit

Maandag 14 januari 2008
Als we opstaan is de hemel donkergrijs maar voorlopig is het nog droog. Het is verrassend stil op straat voor een maandagmorgen, geen veegdiensten of vuilniswagens; die beginnen op maandag blijkbaar later. Na de lange wandeling van gisteren hebben we zeer goed geslapen. De weersvoorspellingen zijn archislecht: de regen zal in de loop van de dag steeds toenemen over de hele kuststreek en tegen de avond worden zware stortregens verwacht. Dat belooft… We nemen de metro naar La Castellane-Prado, slechts twee stations ver, een grote, drukke rotonde met in het midden een reusachtig standbeeld en obelisk. Hier vertrekt de NAP, een privélijn naar Cassis (uitspreken zonder s, want mét s zijn het de bessen). We zijn gelukkig ruim op tijd want het kost wel even moeite om de bushalte te vinden. Het is zeer druk. Langs de boulevard is er een voedingsmarkt waar we eerst nog een halfuurtje kunnen rondslenteren. Om 11.35 uur vertrekt de comfortabele autocar voor een rit van 40 minuten naar Cassis. Dit is niet alleen zeer comfortabel, maar ook de goedkoopste manier: we betalen slechts 5,40 Euro per persoon heen en terug. We zijn amper vertrokken als het begint te regenen. We verlaten de stad langs een zeer lange, kaarsrechte boulevard waarlangs o.a. de velodroom en het stadion van Olympic  Marseille liggen. We rijden ook langs de ‘Cité Radieuse’, een wooncomplex dat gebouwd werd door de beroemde Marseille 17architect Le Corbusier. De weg loopt verder door een heuvelachtig landschap en volgt op een afstand de kustlijn. Door de regen komen we echter niet in de echte zuiderse sfeer. We stappen af aan de gendarmerie en wandelen de straat af naar beneden tot bij het haventje. Dit is meteen prachtig: de haven met zijn kleurrijke bootjes is omgeven door tientallen oude cafeetjes en restaurantjes en oude huizen met pastelkleurige gevels. Zo kennen we Cassis van de foto’s. Intussen is het opgehouden met regenen en we genieten van een rustige wandeling rond de haven waarbij uiteraard foto- en videocamera niet stilstaan. Niet alleen de bootjes zijn dankbare foto-onderwerpen, maar ook de huizen en een schilderachtig pleintje met kortgesnoeide platanen, die ongeduldig lijken te wachten op de nakende lente. De meeste terrassen zijn gesloten en er is nagenoeg geen volk. Deze sfeer is prachtig en uiteraard veel rustiger dan in het zomerseizoen. De zee is tamelijk woelig en op het strand slaan de golven hoog op; in de haven deinen de bootjes voortdurend op en neer. Op de kade staat een man in een klein kraampje ‘oursins’ of zee-egels te kuisen. Deze lekkernij is tamelijk zeldzaam aan het worden en enkel van december tot januari te verkrijgen. Ze worden verkocht aan 7 Euro per stuk of 8 Euro wanneer ze geopend zijn. Tegen 12.30 uur gaan we op zoek naar een restaurantje en we komen terecht in l’Oustau de la Mer. Het eenvoudige interieur is opgefleurd met overdreven veel levendige kleurtjes en oogt kitscherig, maar het is er tamelijk druk en er hangt echt wel sfeer. We kiezen beiden voor de gegrilde sardientjes. We krijgen er een tiental en ze blijken zeer vers en perfect klaargemaakt, de lekkerste en sappigste die ik ooit gegeten heb, denk ik. Ze worden geserveerd met gekookte groentjes en een warme tomaat met veel look en natuurlijk van dat heerlijk krakend Frans brood. Daar bij een lekker glaasje rosé en… meer heeft een mens niet nodig om genietend onderuit te zakken. Een moment om even vast te houden en in het geheugen te koesteren! Na het eten hebben we nog ruim de tijd om door de smalle straatjes van het centrum te kuieren en tientallen foto’s te maken.
cassis
Dit zijn de échte kleuren van de Provence: licht blauw, geel, oranje, roze, … en op een pleintje bij de haven spelen enkele oude mannen pétanque. Alleen de zon ontbreekt, maar we zijn allang blij dat het niet regent. Om 15.30 uur zijn we het hele stadje rond geweest en we wandelen nog even over de ronde keien van het strand. De resterende tijd brengen we door op het terras van bar ‘La France’ met een koffietje en observeren rustig de voorbijgangers en de activiteiten in de haven. Dit is vakantie! Als we om 16.30 uur terugwandelen naar de bushalte, begint het uiteindelijk toch lichtjes te regenen. We zijn een half uurtje te vroeg en staan nagenoeg alleen aan de druilerige bushalte. Op de bus zitten weinig passagiers en door de vallende duisternis en de gietende regen, rijden we terug naar Marseille. Het is spitsuur en er komt ons een stroom auto’s tegemoet. Bij het binnenrijden van de stad zitten we ook in de file. Toch zijn we om 18.00 uur terug aan Le Castellane-Prado waar we de metro nemen. Om 18.20 uur zijn we terug in ons hotel. De regen blijft stevig neervallen, maar we mogen uiteindelijk van geluk spreken, want in Cassis hebben we het de hele tijd droog kunnen houden.
Om 19 uur gaan we naar beneden voor onze dagelijkse Ricard. Nu giet het water! We nemen plaats op een overdekt terras aan de Quai des Belges. Ik vraag me af wat deze stad met de Belgen of met ons vorstenhuis heeft, want naast deze kaai is er ook een rue du Roi Albert I en ricardons hotel ligt in de rue de la Reine Elisabeth. Op het terras zitten we tussen de rokers. Sinds 1 januari is er namelijk in Frankrijk een totaal rookverbod ingevoerd in de horecazaken. We kijken naar de gietende regen. Het is niet koud, maar ook niet echt gezellig. Tegen 20 uur gaan we naar restaurant Oscar op de Quai du Port waar ik eerder deze week voor vanavond gereserveerd heb. Van buiten ziet het er een gezellig en stijlvol restaurant uit, maar binnen valt het een beetje tegen. Het is er wel zeer druk en de patron én het personeel doen hun best om vriendelijk te zijn. Zeer professioneel zijn ze echter niet. We amuseren ons vooral met een mannelijke ober van het type Manuel uit Fawlty Towers en een vrouwelijke dienster, die voortdurend luidop in zichzelf praat. Het eten valt wat tegen: de vissoep is prima, maar de hoofdgerechten zijn eerder van “ik wil wel, maar ik kan niet…; de vis (Saint-Pierre en daurade) is veel  te droog. Dat valt een beetje tegen voor onze laatste avond. Om halftien zijn we al terug op de kamer.

Terug naar 2008 Marseille OVERZICHT