Posts tonen met het label 1998 Noord-Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1998 Noord-Italië. Alle posts tonen

donderdag 30 oktober 2014

Elfstedentocht in Noord-Italië

banner Noord-Italië
De inspiratie voor deze stedenreis hebben we opgedaan in een nummer van Nouveau van vorig jaar. De leuke beschrijving van de steden, maar vooral de stemmige foto's deden ons onmiddellijk het water in de mond krijgen. We hebben ons wat verder gedocumenteerd en een eigen versie van de reisroute uitgestippeld. Zo bezochten we achtereenvolgens Piacenza, Parma, Modena, Bologna, Faenza, Ravenna, Ferrara, Venetië, Padova, Vicenza en Verona.
Via Reizen De Buck hebben we de meeste hotels gereserveerd bij Evasion en we overnachtten in de meeste steden slechts één nacht. Alleen in Bologna en Venetië bleven we twee nachten en in Parma, Faenza en Padova logeerden we niet.

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Tot in Piacenza

Zondag 5 juli 1998 
Een hoogst uitzonderlijk vertrek dit jaar: waar we andere jaren steevast om 5 nà 5 de de straat uitreden, slagen we er dit jaar in om dit reeds 5 vòòr 5 te doen! Uitgewuifd van achter het raam door onze overbuurvrouw vertrekken we enzavoor exact dezelfde reisroute als in 1994. Toen bereikten we de eerste avond Casale Monferrato in Piemonte. We bewaren daar zo'n goede herinnering aan dat het voor vanavond opnieuw ons doel is. Met ons reisdagboek hebben we een perfecte "benchmark" en, mede door enkele nieuwe wegen inColmar en Aosta, slagen we erin permanent met zo'n 20 à 30 minuten voorsprong op het schema van 1994 te rijden. De reis verloopt vlot en zonder enige moeilijkheid. In Frankrijk rijden we tot in Metz tussen talloze andere Belgen op uittocht naar het Zuiden. In de tegenovergestelde richting kruisen we tientallen (honderden?) bussen met Nederlandse voetbalsupporters die terugkeren van Marseille, waar Nederland gisterenavond in het WK voetbal Argentinië met 2-1 versloeg. Vanaf Metz wordt het zeer rustig en valt er verder in Frankrijk niet veel te zien.  
In Zwitserland (Basel - Bern - Fribourg - Montreux - Martigny) is het vrij druk en worden we regelmatig geremd door wegenwerken. Net zoals de vorige keer eten we 's middags in Fribourg. In Martigny treffen we voor het eerst de zon en de thermometer wijst 26 graden! We zien er een boer die op het veld manueel aan het hooien is en vanuit de auto stellen we vast dat we die geur in België al in jaren  niet meer gesnoven hebben... We rijden door de tunnel van de Grote St-Bernard Italië binnen en daarna door de prachtige Aosta-vallei met haar vele castellos op alleenstaande heuveltoppen. Verder gaat het door het vlakke land van Piemonte en Lombardia langs Ivrea en Alessandria. In de buurt van Vercelli zijn we verrast gedurende kilometers rijstvelden te zien. Ik dacht dat alle rijst in het Oosten werd gekweekt. We hebben de hele middag de autostrade bijna voor ons alleen en schieten dus zeer goed op. De temperatuur stijgt gestaag: 29°, 30°, 31°, ... tot zelfs 35°!  
Wanneer we Casale Monferrato bereiken is het pas 16u30 en we stellen vast dat Piacenza nog binnen bereik ligt: slechts 47 km. Eigenlijk hoeft het niet persé Casale te zijn, denken we, en waarom niet eens op zoek gaan naar een nieuwe ontdekking? We besluiten Piacenza te proberen. Na 10 minuten rijden zien we echter op een wegwijzer dat het nog ...87 km is!! Toch komen we er om 18 uur aan en vinden er vrij snel een mooi hotel in de binnenstad. Bij een snelle stadsverkenning valt Piacenza (de geboortestad van Guiseppe Verdi) enigszins tegen: nogal verlaten en weinig sfeer. Het is er wel mooi -vooral de Piazza Cavalli met de twee reuzengrote ruiterstandbeelden- en toch wel zeer Italiaans. 's Avonds is het veel drukker en gezelliger in de stad, zij het niet op de terrassen (er is er trouwens maar één...). Tenslotte vinden we onverwacht toch nog een leuk terrasje in een schilderachtig kader: pleintje, huizen, mensen, garçons, het eten, ...alles is Italiaanser dan Italiaans. Het eten is eenvoudig maar lekker en de huiswijn verrassend goed. Tot onze verbazing is die licht parelend ("frizzante"). In het hotel genieten we van een ongekende luxe: de rolluiken zijn electrisch te bedienen van in ons bed! Het was een lange dag en een verre reis: 1.200 km! En toch zijn we helemaal niet moe. Toch goede auto's, die Volvo's!

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Parma en Modena

Maandag juli 1998 
Deze morgen lig ik al om 6 uur wakker en loop ongeduldig in gedachten vooruit op de komende dag. Ik kan de slaap maar niet vatten maar uiteindelijk heb ik om 8 uur toch nog moeite om uit bed te stappen. Buiten is het al warm! Er hangt wat nevel over Piacenza, maar om 10 uur is er volle zon! De autosnelweg naar Parma is zeer druk. Het kost enige moeite voor we vinden waar het in Parma precies te doen is, maar uiteindelijk vinden we toch de ingang van de Toschi parking, vlakbij het centrum. De wandeling door de stad confronteert ons met een drukte van jewelste: auto's, brommers, vespas, maar vooral zeer veel fietsers. Wij bezoeken nog vòòr de middag de kerk Santa Maria della Steccata, het klooster van San Giovanni Evangeliste en vooral de Duomo en het Battisterio met zijn prachtige schilderijen van Il Correggio. Op een terras van de Piazza Garibaldi eten we 's middags een broodje met... parmaham. Zeer lekker, maar het frisse bier en aqua minerale smaken nog veel beter. 
Na de middag wordt het voor enkele uren duidelijk veel stiller. Dit is het uur van de siësta en het duurt tot 16 uur vooraleer de winkels opnieuw opengaan en de drukte herneemt. Het is natuurlijk ook het heetste van de dag. In een snikhete kelder onder de piazza telefoneren we naar bomma, terwijl het zweet me letterlijk afdruipt. We vernemen dat het thuis nog altijd fris en wisselvallig weer is. Na een kort bezoek aan het mooie Parco Ducale verlaten we Parma om 14u30 en zetten koers naar Modena. Deze autostrada is nog drukker dan die van deze morgen, maar gelukkig is er enkel in de tegenovergestelde richting een lange file. Het kost ons wat moeite om in Modena ons hotel te vinden, maar ook dat lukt uiteindelijk. Gelukkig is er een parking bij het hotel, maar we moeten wel onze autosleutels afgeven. 500 meter wandelen naar het centro città. Ik weet niet waarom, maar ik heb zo het idee dat Modena (de stad van Pavarotti) één van de minder interessante steden van de reis zal zijn. Daar blijk ik me sterk in vergist te hebben! Er zijn prachtige gebouwen, mooie pleinen, leuke straatjes en ... veel sfeer. Ook hier valt het groot aantal fietsers op. Ik ben er zeker van dat onze burgemeester zijn inspiratie voor een verkeersarm en fietsvriendelijk stadscentrum in Italië gehaald heeft. Hier is dat voortreffelijk gelukt! Hopelijk lukt het in Gent even goed, al heb ik daar mijn twijfels over!  
We beginnen met een zalige succo di pompelmo op een terras waar de ober ons straal negeert zolang hij met een andere klant bezig is. Beurt afwachten! We hadden hier ook kunnen kiezen voor een "Pavarotti Martini": één tiende liquore balsamico en... negen tienden vodka! Maar goed dat we het bij een fruitsap hebben gehouden want anders hadden we nooit geweten of de toren van de duomo nu écht zo overhelt of of het de alcohol was...De kerk is werkelijk schitterend. Vooral het vroeg-romaans interieur is zeer speciaal. Er zijn opvallend veel gebeeldhouwde afbeeldingen van dieren en vooral van leeuwen. 's Avonds proeven we in een prima restaurantje van de meest vermaarde culinaire specialiteiten van de streek: parmaham, vlees met aceto balsamico en parmigiano eveneens met aceto balsamico. En niet te vergeten  een liter witte wijn, die opnieuw ondeugend op de tong sprankelt.

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

De Colli Bolognesi

Dinsdag 7 juli 1998 
's Morgens worden we pas wakker om 8u15. Niet zo erg want vandaag hebben we eigenlijk maar een goede 100 km te doen, en... de vakantie is tenslotte begonnen. Aangezien we ruim de tijd hebben en toch 2 dagen in Bologna blijven, willen we niet rechtstreeks via de autosnelweg gaan, maar een ommetje maken en de streek wat verkennen. De zeer vriendelijke man aan de balie van ons hotel is ons hierbij zeer behulpzaam en toont ons de weg naar de Apenijnen: Maranello, Vignola en Monteveglio. Vooraleer we Modena verlaten, kopen we nog wat van de beroemde aceto balsamico di Modena en daarna trekken we de heuvels in. Althans dat denken we, want de weg valt wat tegen: we krijgen aanvankelijk niet te veel bergen te zien. Onze eerste halte is Maranello, waar de Ferrari-fabrieken zijn. Je ziet er regelmatig splinternieuwe Ferraris gewoon in de straten testrijden. Aan de Galleria Ferrari komt een hele groep schoolkinderen op "museum-bezoek", maar wij laten de tempel van het snelheidsmonster links liggen. Vele autofreaks zouden het  wellicht zonde vinden. We amuseren ons nog in een Japanner die, met een gevolg van een 10-tal man, persoonlijk zijn nieuwe auto in ontvangst komt nemen. Wanneer hij voorzichtig wegrijdt, volgen zijn volgelingen op de voet in 2 minibusjes. Ik vraag me af hoe lang ze hem zullen kunnen volgen? Bij het verlaten van Maranello stappen we af bij een wijnboer om er Lambrusco te kopen. Dit is een sprankelende rode wijn, die bij ons niet makkelijk te vinden is. Hij mag trouwens maar één jaar bewaard worden en moet rechtstaand vervoerd en bewaard blijven. Iets speciaals, maar als je het mij vraagt meer als curiosum dan om zijn kwaliteit. Enfin voor amper 3.300 lire de fles kan je niet gefopt zijn... 
Intussen is het middag geworden en dus tijd om een restaurantje te zoeken. De eerste twee zien er aantrekkelijk uit maar zijn gesloten. Een derde, waar nochtans veel auto's staan, trekt ons niet erg aan, mede omdat het "Caffè Mexico" heet en dat niet de echte Italiaanse sfeer laat vermoeden.  Bij gebrek aan alternatief besluiten we er toch maar binnen te gaan en we mogen ons gelukkig prijzen: het is er binnen een gezellige drukte, eenvoudig van inrichting, maar wat we voorgeschoteld krijgen is van prima kwaliteit en zéér overvloedig! Opnieuw een fles heerlijke sprankelende witte wijn. Wanneer we voldaan buiten komen en wat meer nauwlettend het uithangbord bekijken merken we dat het "Trattoria San Antonio" heet en dat "Caffè Mexico" reclame is voor koffie van het merk Mexico. 
We bevinden ons in de Colli Bolognesi en het weer is mooi en warm, maar er dreigt toch wel wat onweer in de verte. Het blijft echter bij één verre donderslag en welgeteld 20 druppels regen. Vooraleer we de weg naar Bologna inslaan, brengen we nog een bezoek aan de abdij van Monteveglio. Wandelend op een binnenkoer bidden de paters er ingetogen en luidop hun gebeden. Wanneer ik dit tafereeltje stiekem tracht te filmen hebben ze het toch in de gaten en algauw komt één van hen het mij verbieden. 
Het is een stuk in de namiddag als we Bologna binnenrijden. Hotel dei Commercianti vinden blijkt geen sinecure te zijn. We rijden door een wirwar van kleine straatjes de binnenstad in en lopen tenslotte vast op een winkelwandelstraat rechts en de verkeersvrije Piazza Maggiore links. Er zit niets anders op dan het verbodsteken te negeren en het grote plein op te rijden. Dat blijkt uiteindelijk inderdaad de enig mogelijke weg te zijn naar ons hotel. Het heeft dus een schitterende ligging: zo goed als op de Piazza Maggiore en met zicht vanop de kamer op de glasramen van de kerk van San Petronio. Het is een mooi hotel dat trouwens in de twaalfde eeuw een tijdje gefungeerd heeft als stadhuis van Bologna. Onze kamer is vrij klein maar prachtig: authentieke beschilderde balken uit de middeleeuwen en een prachtige badkamer in verschillende kleuren marmer. 
In een snelle verkenning van de stad stellen we reeds vast dat hier heel wat te bekijken valt. We merken ook waar Bologna zijn bijnaam van "La Rossa" aan dankt: verschillende gevels zijn in een typische rode terracotakleur gehuld en geven een eigen karakter aan de straten. Het meest kenmerkend zijn echter de vele overdekte arcaden. In totaal meer dan 40 kilometer, lees ik. Morgen doen we een uitgebreider verkenning en we besluiten te eten op een terras in de onmiddellijke omgeving van ons hotel. Een stevige regenbui beslist daar echter anders over en we eten dus maar binnen. Hier doet Bologna zijn tweede bijnaam "La Grassa" alle eer aan. De bolognezen hebben immers de reputatie veelvraten te zijn. De crostati con funghi, carpaccio en sello di coniglio zijn superlekker en inderdaad overvloedig. Het weer is intussen uitgeklaard en we kunnen de koffie alsnog op het terras gebruiken. Hier hebben we een niet zo verkwikkende belevenis die ik niet gauw zal vergeten. We zijn er ongewild getuige van een gesprek (of beter gezegd ruzie) tussen 2 jonge Nederlanders. De ene noemt zichzelf een homoseksuele escorte-boy, maar die "niet mee naar bed gaat"; de andere is een dominee, die eerst zijn godsdienst en daarna zijn eigen moeder verloochent vooraleer in tranen uit te barsten. Chockerend!

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Bologna

Woensdag 8 juli 1998 
Ik zei reeds hoe mooi ons hotel gelegen is: vlak onder de toren van de hoofdkerk aan de meest centrale plaats van Bologna. Maar dat blijkt ook nadelen te hebben: 's morgens heel vroeg worden we gewekt door de klokketoren vlak bij ons raam: 6 slagen. Na ongeveer een minuut nog eens 6 slagen voor diegenen die het niet gehoord zouden hebben of zich eventueel misteld... Wij zijn in ieder geval ruim op tijd wakker voor een uitgebreid bezoek aan de stad. Er valt een en ander te zien. Nog voor de middag leggen we het volgende parcours af: Piazza Maggiore, Fontana di Nettuno, Torri delli Asinelli e Garisenda (véél schever dan die van Pisa!), Abbazzia di Santo Stefano, San Domenico, Piazza Cavour, Archigimnasio met het Teatro Anatomico. Het blijft de hele voormiddag evenwel bewolkt, maar de temperatuur is zeer aangenaam. Er is op de middag een zware stortbui nodig om plaats te maken voor de zon, die dan verder de hele namiddag van de partij blijft. Maar zo'n bui heb ik nog zelden gezien! Het water valt gedurende een half uur met bakken uit de hemel. Het duurt echter opnieuw maar een half uurtje vooraleer alle sporen van de bui zijn opgedroogd. 
Na de middag dolen we nog wat verder door de stad: Mercato dell' Erbe, Chiesa San Pietro. Er overkomt mij iets wat me voorheen op reis nog nooit is overkomen: ik word moe! De hitte waarschijnlijk én gisteren volgens mij wat té veel gegeten. Even uitrusten op een bankje in het park, later een terrasje, maar... ik blijf moe! Rond 4 uur besluit ik toch maar even te gaan uitblazen op bed in ons hotel en ik slaag er voorwaar in hier in Bologna op woensdag 8 juli 1998 van 16 tot 17 uur plaatselijke tijd, op 48-jarige leeftijd voor de allereerste keer in mijn leven een middagdutje te doen! En... het doet nog deugd ook. In de abdij van Santo Stefano kopen we onze ansichtkaartjes bij een oude witte pater. Hij is zo onhandig dat hij ze bijna niet ingepakt krijgt. Ze kosten hier slechts 300 lire (6 frank) per stuk, waar je er op sommige andere plaatsen 1500 lire voor betaalt! 
's Avonds vinden we in een stil straatje een leuk restaurantje met een nogal creatieve keuken en een zeer verzorgde bediening. Op het terras staat een tv-toestel klaar om de liefhebbers de WK-wedstrijd tussen Frankrijk en Kroatië niet te laten missen. Wanneer de match begint, blijkt echter nagenoeg niemand te kijken...Ik kan me voorstellen hoe anders het zou geweest zijn indien Italië er nog bij was geweest. We bestellen een fles Lambrusco alleen al om te weten hoe fris ze die hier schenken. In een ijsemmer, dus fris en C vindt het lekker. Ik minder. Overigens is mijn maag nog altijd wat "overdone" en ik beperk mij tot één gerecht. Ik krijg zelfs dat maar half opgegeten. Misschien morgenmiddag toch maar eens een maaltijd overslaan?

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Faenza en Ravenna

Donderdag 9 juli 1998 
Bij de afrekening in het hotel begint de dag met een onprettige verrassing: we moeten 35.000 lire betalen voor het gebruik van de garage. Dat is 1.500 frank! Ik denk dat sommigen dat zelfs niet betalen voor een hotelkamer... We geraken vrij makkelijk uit de drukte van Bologna weg. Maar het ìs wel degelijk een drukte: brede straten zonder afgelijnde rijvakken, dus iedereen rijdt maar. Als de auto's niet te breed zijn, wordt een tweevaksbaan op die manier moeiteloos een drievaksbaan. We zijn op weg naar Ravenna.  
Onderweg houden we halt in Faenza. Dat is in het frans Faience, dus de hoofdstad (of misschien eerder één van de hoofdsteden) van de keramiek. In ieder geval we bezoeken er het schitterende Museo Internazionale delle Ceramiche. Er is een immense verzameling van keramiek te bewonderen uit alle landen en uit alle periodes. Het gebouw is een zeer geslaagde integratie van moderne architectuur in een oud gebouw en doet me een beetje aan het Museum van Sierkunst in Gent denken. Wij wandelen er vrij snel door. In de stad kunnen we het toch niet laten een keramiek cache-pot te kopen als souvenir. Faenza zal ook in onze herinnering blijven als het stadje met de drukke markt. Terwijl de vrouwen op de markt hun inkopen doen, staan de mannen aan de rand van de markt in groepen luidruchtig te praten en te discussiëren. Een hels lawaai dat van ver hoorbaar is en steeds maar toeneemt naarmate je dichterbij komt. In Italië is kletsen blijkbaar een mannenzaak. 
's Middags is het opnieuw moeilijk om iets te eten te vinden. We rijden immers niet echt door een toeristische streek en er zijn weinig restaurants. Uiteindelijk vinden we toch iets in Russi: veel auto's voor de deur van een eenvoudig bar-restaurant-pizzeria. De goede ervaring van eergisteren in gedachte, stappen we er toch maar binnen. Het zit vol luidruchtig lachende bouw- en andere vakkers. Zelfs de pastoor is van de partij en laat zich in de discussies en de grappen niet onbetuigd. De meesten zijn al aan de grappa(s) toe en de sfeer zit er dik in. Dat ze daarna nog de weg op moeten en nog een namiddag moeten werken, schijnt hen niet te deren. Wij snappen weinig of niets van de gesprekken, maar genieten toch van het spontane plezier. We moeten 4 maal opnieuw kiezen op de kaart vooraleer ze het gevraagde kunnen opdienen. Ook daar worden grappen over gemaakt. De paglia e fieno smaakt uiteindelijk lekker. Na Faenza nemen we de gewone weg in plaats van de autosnelweg in de hoop iets meer te zien. Het is echter geen mooie streek en er valt niet veel te zien. Alleen zeer veel fruit. 
In de namiddag bezoeken we onder een loden zon Ravenna. Het is ongelooflijk hoe hier zoveel schitterende mozaïeken bewaard zijn gebleven. In elke kerk zijn er prachtexemplaren te bewonderen. We lezen dat één van de mooiste te zien is in de Basilica San Apolinare. We vinden de kerk algauw, vlak in de buurt van ons hotel. Het is inderdaad een mooie mozaïek. Even later ontdekken we echter dat we ons vergist hebben: er zijn 2 kerken van San Apolinare in Ravenna en de bedoelde basiliek ligt buiten de stad in Classe. Die doen we dan morgen wel! We slenteren verder van de ene kerk naar het andere monument en als we om half zeven in ons hotel komen, ben ik opnieuw moe. Maar niet zoals gisteren... 's Avonds gaan we eten in de Enoteca "ca'de' vén". Het is een heel speciaal kader in een zeer oud, groot wijnhuis, waarvan het interieur gedurende honderden jaren onveranderd is gebleven. Hier gelden twee tarieven: "alla banca" (een grote lange tafel met banken) betaal je minder dan "alla tavola". We eten er een locale specialiteit: piadine, kleine platte broodjes. Na het eten drinken we een koffie op een terras waar om 21u30 de popgroep YESSS zal optreden. Er stroomt veel volk toe en velen benijden ons ons zitplaatsje. We wachten ongeduldig op het begin van het concert en wanneer ze om 22 uur eindelijk beginnen, houden we het bij het tweede liedje al voor bekeken en stappen op. De fans begrijpen dat waarschijnlijk niet, maar twee van hen zijn zeer blij dat ze ons tafeltje kunnen overnemen.

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Ferrara

Vrijdag 10 juli 1998 
Om 9 uur staan we al in Classe aan de Basilica San Apolinare en bewonderen er de "echte" mozaiek (die met de schaapjes). Inderdaad de omweg waard! Vooraleer we ons op weg begeven naar Ferrara, besluiten we toch eens af te zakken naar de Adriatische kust. We bezoeken er Lido di Dante, dat ondanks de mooie naam op niets trekt: klein zandstrand, schreeuwlelijke parasols, slecht onderhouden bouwvallige bar-cantina. Maar ja, als zon en zee genoeg voor je is, kan dit misschien nog iets zijn, want het is er zeer rustig. Althans op dit ochtendlijke uur... We blijven nog even langs de kust rijden, doch de eerder trieste aanblik blijft. Dan maar de weg op naar onze volgende bestemming: Ferrara. Het is een drukke, smalle weg. Gisteren dachten we door een fruitstreek te zijn gereden, maar wat we vandaag doorkruisen verdient pas écht die naam: frutta e verdura alom. Alle mogelijke gekende en ongekende gewassen. We bereiken Ferrara al tegen de middag. Ons hotel is een 11e-eeuws paleis. Dat klinkt indrukwekkend  maar op de hall en de majestueuze trap na is het dat geenszins. Het is eigenlijk een nogal ouderwetse bedoening die lijkt te wachten op een nieuw en jong management en een hoogstnodige opfrisbeurt. Onze kamer is eigenlijk wél mooi: groot met heel ruime zithoek en vooral een mooie antieke kleerkast en een oud eikenhouten plafond. De badkamer daarentegen  tart elke verbeelding: wit met felrode bloemen! Het doet pijn aan de ogen! Ik denk dat dit zelfs in Frankrijk niet meer bestaat. 
Ferrara is ongelooflijk mooi! De duomo, het Castello Estense, talloze middeleeuwse gebouwen, pleinen en straatjes. Het is er wel snikheet. We slaan vanop een terrasje de marktkramers gade die in een mum van tijd hun tenten opbreken en het marktplein en de straten ontruimen. Hierna bezoeken we het imposante Castello Estense dat, midden in het water gelegen, het historische centrum beheerst. Absoluut de moeite waard! Daarna doen we een lange wandeling door de stad onder een loden zon en zoeken puffend naar het Palazzo Schifanoia. Daar zijn prachtige fresco's en vooral een schitterend gouden plafond te bewonderen. Onze moeite wordt echter niet beloond: juist dié zalen zijn gesloten wegens restauratie... Ons ticket geeft echter eveneens toegang tot het Palazzina Marfisa d'Este. Nieuwe ontgoocheling en nog maar een extra wandeling er bovenop. Gelukkig vinden we troost in een lekkere gelato op een terras met zicht op de duomo. Althans... die van C is lekker, maar ik maak de verkeerde keuze. Zo stil als het hier om 14 uur was, zo druk is het nà 17 uur! Ook nu domineren de fietsers in het straatbeeld. Brommers zijn er nauwelijks. 's Avonds is het opnieuw wat zoeken naar een restaurantje dat ons bevalt, maar net als we het bijna hebben opgegeven, vinden we er een mét terras in een rustig straatje. Het is een prima keuken met streekspecialiteiten: capellacci (gevulde deegwaren) en pampapato (chocoladecake). Na het eten ronden we af op het terras van Pasticceria-Bar "Centro Storico" (derde keer vandaag!) met een heerlijke freddo shakerato en ... een grappa. Het is zéér druk in de stad. Komt dat wegens de vrijdagavond, het mooie weer of het optreden van de Arto Lindsay Group? Het zal ons een zorg zijn na al deze heerlijke belevenissen en  momenten!

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Venetië

Zaterdag 11 juli 1998 
Het ontbijtbuffet in ons hotel is zeer uitgebreid maar... niets is vers: geen yoghurt, geen fruit maar alles in plastiek verpakking: koeken, toasts, kaas, pâté, ja zelfs de cornflakes. Bij het afrekenen blijkt nog eens de dringende nood aan een nieuw management. Wanneer ik wil betalen voor de minibar kan de bediende niet teruggeven op 50.000 lire (1.000 frank) en moet de poetsvrouw voorschieten! En dat in een viersterrenhotel!  
Via Padova rijden we langs een zeer rustige autostrade naar Venetië.  Net vòòr Venetië staan we wel 20 minuten in de file, maar de  meerderheid van de auto's blijkt de richting Triëste en de Adriatische kust te kiezen. Vanuit Mestre rijden we over een lange brug over de lagune tot aan de Piazzale Roma. Dit is het verste punt dat met de auto te bereiken is, dus hier moeten we een parkeerplaats vinden. Dat is vlug gebeurd in een Parcheggio Communale, waar we naar de privégarage op de 9e verdieping verwezen worden. Geen probleem: alle plaats, maar... we moeten de auto open laten mét de sleutels erop!! We twijfelen maar hebben geen keus. De ongerustheid zal gedurende ons hele verblijf in Venetië nog regelmatig eens knagen. We trekken te voet met de twee valiezen naar de Vaporetto. Dat is het openbaar bootvervoer dat het hele Canal Grande afvaart en om de haverklap zoals een autobus (hij lijkt er trouwens sterk op) aan een halte aanlegt. Voor 6.000 lire brengt lijn 1 ons naar San Marco. Je kan je geen mooier binnenkomen in Venetië wensen: onmiddellijk zit je middenin de pracht van deze unieke stad. Op het Canal Grande is het een onvoorstelbare drukte van allerlei vaartuigen en bootjes. We zien er ook al gauw de eerste gondels en de zo typische tweekleurige palen die aan de aanlegsteigers uit het water oprijzen. We varen onder de beroemde Rialtobrug door en bereiken de halte Santa Maria del Giglio, waar we aan wal gaan. Nog maar enkele straatjes en bruggetjes en om 12 uur zijn we al aan Hotel Do Pozzi. Het ligt aan een mooi binnenpleintje op een boogscheut van het San Marcoplein. 
We kunnen ons ongeduld nauwelijks bedwingen en binnen de kortste tijd staan we op het overweldigende San Marcoplein met de Basilica di San Marco en het Palazzo Ducale. Overbekend van de vele foto's en filmbeelden en toch verrassend groots en adembenemend. Op het plein een massa duiven en mensen. Zeer veel Polen, of althans wat ik Polen noem, het kunnen even goed Roemenen, Bulgaren, Serviërs, of dergelijke zijn. Ook de Japanners en de Amerikanen zijn talrijk. Het is zeer warm. We vinden een terras aan La Fenice (het in 1996 afgebrande operagebouw) en eten er een (dure) pizza. De namiddag beginnen we met een bezoek aan de San Marco basiliek. Ongelooflijk! Alle plafonds en muren zijn versierd met goud, mozaiek en fresco's en de kerk staat vol met schitterende beelden. Het Pala d'Oro of Gouden  Altaar is een pareltje van fijne schilderingen op bladgoud, ingezet in verguld zilver en bezet met talloze edelstenen. We beklimmen de trappen naar de 4 beroemde vergulde bronzen paarden en vanop de galleria hebben we een mooi uitzicht over het San Marcoplein. Door de smalle straatjes gaat het dan naar de Rialtobrug met haar winkeltjes en fruit- en groentenmarkt. Het is er heel druk en we gaan even opzij op een terrasje zitten aan de voet van de  brug om onze favoriete sport te beoefenen: de bonte massa observeren. 
Venetië is werkelijk fantastisch mooi en niet te missen aan de ene kant, maar aan de andere kant moet je er het massatoerisme bijnemen. We merken wel dat het vooral in de smalle straatjes op de  as San Marco - Rialtobrug  krioelt van de toeristen, maar als je een paar zijstraatjes ingaat, ben je zo goed als alleen op de schilderachtige pleintjes, bruggetjes en kanalen. De gondels zijn prachtige en bijzonder sierlijke boten. Sommige zijn rijkelijk versierd en geven met hun fijn besneden zitjes en de rode pluche de indruk van een luxueus salon. We willen ook wel eens! Ik vraag de prijs en die schommelt tussen de 150.000 en 200.000 lire (3 à 4.000 frank!). Allee... we krijgen een speciaal prijsje: 120.000 als we het vandaag nog doen. "Nee, morgen!" beslissen we. "Dan zal het misschien regenen" zegt de gondelier "of misschien ben ik dan dood..." zegt hij.  We laten ons niet overhalen. Wanneer we terug aan San Marco komen is het tijd om toch eens uit te kijken naar een souvenir. Je moet zoeken om tussen alle kitsch en prullen de mooie dingen te vinden. Maar die zijn er ook en wat anders kan dat zijn dan Venetiaans kristal? In een klein en oud winkeltje onder de arcaden bij ene Archimedo Sebuso uit Murano valt onze keuze  op een  kristallen gouden ei. 
's Avonds eten we lekkere vis (die was vorige avonden nauwelijks te vinden) op een terras waar voortdurend gondels geruisloos voorbijglijden, al dan niet met een belcanto-zanger aan boord. Zeer stemmig. Het eten is  lekker en de sfeer prima. We maken zonder veel moeite samen een liter frisse witte wijn soldaat. Grote hilariteit wanneer een van de gondeliers de stilte plots verstoort met een luide schreeuw op 50 cm van het oor van een niets vermoedende Amerikaanse toeriste, die net haar wijntje wil nuttigen. De wijn vliegt wel een meter hoog uit haar glas! Nog even langs het San Marcoplein, waar een drietal strijkorkestjes er de sfeer trachten in te houden op de nu toch goed bezette terrassen. Het sinds eeuwen onveranderde Café Florian is toch wel iets unieks! De kleine afzonderlijke kamers-salons hebben kasteelallures en ademen een zwoele en wufte sfeer uit. Maar ze doen ook tamelijk grauw en muf aan. Om 22u15 liggen we in bed, vermoeid en overweldigd door al dat moois.

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Tweede dag Venetië

Zondag 12 juli 1998 
Slecht geslapen vannacht! Veel lawaai van late wandelaars; venster dicht; veel lawaai van airco; airco uit; veel te warm; enzoverder... En daar bovenop hebben we een zeer slecht bed! Bij het ontbijt gaat de “ellende” verder: de koffiemachine is kapot en er is dus voorlopig geen koffie. De twee diensters proesten het uit omdat ze aan de gasten in het Engels moeten uitleggen dat de machine “broken” is. Wanneer het hen uiteindelijk toch lukt, ontpopt één van beiden zich tot de Italiaanse en vrouwelijke versie van Manuel uit Fawlty Towers. Plechtig en fier zegt ze: “I speak English in Venice!” 
Om 9 uur is het San Marcoplein al één grote drukte. Hele groepen toeristen stromen toe. Wij haasten ons om het Palazzo Ducale te bezoeken vòòr het nòg drukker wordt. Het is ronduit schitterend! Daarna doen we een stille wandeling langs de niet-toeristische wijken van Castello. Het is er rustig en schilderachtig. Tegen de middag zijn we weer aan de voet van de Rialtobrug op wat wellicht één van de mooist gelegen terrasjes van de stad is. We zitten er als het ware met onze voeten in het water van het Canal Grande en kijken recht in een bocht van het brede kanaal. Op de brug kopen we enkele van die typische glazen snoepjes, die er bijna als echt uitzien. We gaan ons na de middag even verfrissen op onze hotelkamer en laten er de video achter om eens even vrij door de stad te slenteren. Toch wat moegelopen strijken we in de late namiddag neer op een terras met uitzicht op de Biacino di San Marco en de voorbijtrekkende toeristenmassa. We drinken er een lekker koel biertje en een mineraal water. Heerlijk genieten tot...de rekening komt: 200.000 lire (400 frank!). Maar het was het zeker waard. Mede omdat ik toch de camera niet bij heb, besluiten we uiteindelijk toch geen gondeltochtje meer te doen. Een volgende keer misschien. We brengen nog een bezoek aan het Museo Correr en onze tweede Venetiaanse dag eindigt ‘s avonds in een gerenommeerd visrestaurant aan de voet van het afgebrande operagebouw: Taverna La Fenice. Het restaurant staat aangebouwd tegen de zwartgeblakerde buitenmuur  (het enige wat er van de opera is overgebleven!) en vanop het terras hebben we de trieste aanblik van wat ooit trots deel uitmaakte van de Italiaanse operagrootheid. Toch wat luguber. Het eten is zeer lekker maar veel te duur. 
‘s Avonds hebben we in bed wat (maar niet te veel) lawaai van  Franse feestvierders op straat: Frankrijk versloeg Brazilië met 3 - 0 en is wereldkampioen! “On a gagné! On a gagné!”. Toch jammer dat het de Italianen niet zijn geworden…

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Padova en Vicenza

Maandag 13 juli 1998 
Om 9 uur stappen we op de vaporetto voor een laatste afscheid van de eeuwige stad op het Canal Grande en zetten koers naar de Piazzale Roma, waar onze auto (hopelijk) wacht. Het is veel drukker op het kanaal dan zaterdagmorgen. Allerlei transporten - van zand en stenen voor de bouwvakkers tot fruit en groenten - worden in kleine en grotere bootjes van en naar de stad gebracht. De bedrijvigheid op het water is echt mooi om zien. Als je dat ziet besef je dat het niet te verwonderen is dat in Venetië alles duurder is. Werkelijk alles moet eerst overgeladen worden op boten, dan aan wal gezet en vervolgens met kleine karretjes door de enge straten en over de smalle bruggetjes naar de winkels, restaurants en hotels gebracht! Het is eigenlijk eerder verwonderlijk dat het niet nòg duurder is.... 
Van zodra we aan wal zijn, spoeden we ons naar de parking en in een angstige afwachting gaan we op zoek naar onze auto op de 9e verdieping. In eerste instantie niet te zien!! Hij staat niet op de plaats waar we hem achterlieten. Bij een tweede ronde, samen met de bewaker, blijkt hij er toch te staan. Hij was verplaatst en we waren er bij het begin helemaal aan voorbij gelopen. En alles nog erop en erin. Oef! Eventjes schrikken en zweten... Het is maar een korte rit naar Padova. We komen er onmiddellijk terecht op een zeer levendige groenten- en fruitmarkt op de Piazza delle Erbe. Daarna bezoeken we het Battistero met de best bewaard gebleven middeleeuwse fresco’s van Italië. Jammer genoeg is het er verboden te filmen. Wanneer we in de schitterende Cappella degli Scrovegni voor de onvergetelijke fresco’s van Giotto staan, zijn we even ademloos. Onvergetelijk, maar het bezoek in de kleine kapel is streng gereglementeerd: je mag er maximum een kwartier binnen blijven en opnieuw... niet filmen! In de stad blijken de universiteitsstudenten hun afstuderen te vieren. Overal hangen grote affiches met caricaturen van de afgestudeerden en hier en daar is er luidruchtig gejoel wanneer een feestvarken-slachtoffer (jongens in zwembroek, meisjes in bikini) een soort doop moeten ondergaan. De enen moeten, getooid met allerlei gekke attributen, een brief luidop voorlezen terwijl anderen worden achterna gezeten en met allerlei vuiligheid worden besmeurd. Achteraf gaan ze samen met de feestelijk uitgedoste familie en getooid met lauwerkransen en bloemen, op een terras eten en drinken. Leuk om te zien. Het is snikheet vandaag: rond de 35°. De buitentemperatuurmeter van de auto geeft zelfs 38° aan! We voelen het aan als een soort morele plicht om in de stad van Sint Antonius toch maar een bezoek te brengen aan de Basilica di Sant’ Antonio. We moeten nogal wat moeite doen om ze te vinden, maar het blijkt de moeite waard. Zowel van de binnen- als van de buitenkant is de basiliek indrukwekkend.  Er heerst -hoe kan het ook anders- een “Lourdessfeer”. Ook het “Prado” in de buurt van de basiliek is een verrassing: een groot plein met grasvelden en waterpartijen en tientallen grote heiligenbeelden. 
Na de middag vertrekken we naar Vicenza, de tiende en voorlaatste stad van onze Elfsteden-tocht. Het is een stad waar we weinig over weten en we zijn benieuwd of ook deze ons niet zal teleurstellen. Het tegendeel blijkt waar te zijn. Eerst nemen we onze intrek in ons hotel: Villa Michelangelo in Arcugnano. We hadden er een mooie foto van gezien in de brochure van Caractère en we verwachtten er heel veel van. En inderdaad het is een mooi hotel, schitterend gelegen met rondom een mooi aangelegd park en met een prachtig uitzicht op de heuvels rond Vicenza. Ook de kamer is mooi en ruim. Alhoewel... ze is opnieuw gelegen op het alleruiterste van de gang. Dat was op deze reis al een paar keer het geval. Zou dat iets te maken hebben met de reservaties van Evasion?  In alle geval, het hotel voldoet volledig aan onze verwachtingen en bij wijze van uitzondering voorzien we om vanavond in ons eigen hotel te blijven voor het eten. Maar eerst trekken we uiteraard op verkenning naar de stad. Vicenza (en omstreken) is de plaats waar in de zestiende eeuw de beroemde architect Palladio leefde. Er zijn nog talrijke schitterende gebouwen en villas van hem te vinden. Het valt niet mee hier een parkeerplaatsje te vinden, maar na enige tijd lukt het toch op een betalende parkeerplaats dicht bij het centrum. Alleen... ik heb onvoldoende wisselgeld voor de parkeermeter. Er zit niets anders op dan het er toch maar op te wagen. Had ik toen geweten dat mijn buurman op die manier in Italië ooit eens een fikse boete heeft betaald om zijn weggesleepte wagen terug te krijgen, dan had ik het wellicht niet geriskeerd! Maar enfin, het loopt goed af. Vicenza is een stad met zeer elegante gebouwen, gevels, balkons en palazzio’s. De Piazza dei Signori is één van de mooiste van de reis. Daar is zeker de harmonische architectuur van Palladio niet vreemd aan. Om de hoek heeft de man dan ook zijn wélverdiende standbeeld, ook al wordt het vandaag ontsierd door een Franse vlag, die hem gisterenavond ongetwijfeld door feestvierende voetbalsupporters in de handen is geduwd. Eén van de meest bezienswaardige  gebouwen is het Teatro Olimpico. Het is echter om 17 uur al gesloten zodat we ons bezoek tot morgenvroeg moeten uitstellen. 
We keren tegen 19u30 terug naar het hotel en willen ons nog wat verfrissen vooraleer aan tafel te gaan. Voor alle zekerheid besluiten we toch maar al een tafel in het restaurant te reserveren, maar ... “We’re fully booked sir, sorry!” Ik erger me behoorlijk want elk goed hotel voorziet toch dinner voor zijn gasten zeker? Dus maar terug naar Vicenza waar we gelukkig zonder probleem een parkeerplaats én een goed restaurant vinden met een mooi terras aan de Piazza dei Signori. Lekker gegeten in een gezellige sfeer en alle ergernis is volledig vergeten. Bij onze terugkomst in het hotel (opnieuw 10 km door de donkere heuvels...) wacht ons echter een nieuwe bron van ergernis: alle parkeerplaatsen binnen de omheining van het hotel zijn volzet wegens een groot feest van een firma. Ik doe serieus mijn beklag bij de receptionist en hij is ...”very sorry!”. Verder zijn er nog een tweetal kleine probleempjes wegens onvoldoende informatie door het personeel: we krijgen onze  kamerdeur niet open en slagen er ook niet in het licht in de kamer aan te doen. Zo zie je maar dat een laks personeel ook in een luxe-hotel de pret kan bederven. Maar we laten het toch niet echt aan ons hart komen! 

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Vicenza

Dinsdag 14 juli 1998 
Ontbijt op het prachtige terras van ons hotel. Het heeft geregend en de temperatuur is ideaal: heerlijk fris en veel zuurstof in de lucht. Ook het ontbijtbuffet mag er zijn. Er is zelfs champagne. Het publiek is echter minder: luidruchtige maar vooral verwaande Duitsers, die waarschijnlijk meer aandacht hebben voor wat Frau Müller vandaag wel draagt dan voor wat er op het buffet ligt. We rijden nog even langs Vicenza voor het Teatro Olimpico waarin ook Palladio een hand had. Dit is werkelijk iets unieks! Het dateert uit de 16e eeuw en het is het eerste overdekte theater in Europa. Het decor is monumentaal en bestaat uit drie straten die op de scène uitkomen. De achterwand van de scène is een stadsbeeld van Thebe en is met grote standbeelden versierd, net zoals de antieke Romeinse theaters. Om  het  gevoel van een openluchttheater te behouden is op het plafond een blauwe hemel met witte wolkjes geschilderd. Absoluut een bezoek waard! 
Onderweg naar Verona regent het af en toe.  We stoppen nog even aan een oude villa, maar trekken dan verder langs een lelijke en drukke steenweg. Vòòr de middag verlaten we de  weg en rijden naar een klein dorpje in de bergen: Colognola di Colli. Het is er zeer rustig en pittoresk. Op zoek naar een authentiek middagmaal volgen we de wegwijzers naar de Trattoria la Fattoria.  Na enkele kronkelende kilometers staan we voor een klein, eenvoudig restaurantje, prachtig gelegen op een heuvelrug tussen de olijf- en de wijngaarden. Zeer aantrekkelijk, maar... gesloten op dinsdag. Een ander restaurant even verder heeft gelukkig zijn sluitingsdag op mercoledi, maar blijkt ook vandaag op martedi helaas potdicht! Even twijfel ik aan mijn kennis van de Italiaanse namen van de dagen, maar daar ligt het blijkbaar niet aan. Gewoon geen zin vandaag, denk ik. Het is al voorbij één uur als we langs de weg een bordje zien naar een “Antica Trattoria”. Die is open en er staan verschillende auto’s! Het blijkt écht een prima restaurant te zijn. We eten er risotto, een specialiteit van de streek en ik voor de tweede keer deze reis konijn. Het smaakt heerlijk! 
We bereiken Verona rond drie uur. Het is even zoeken naar ons hotel. De straat blijkt opgebroken, maar een bediende van het hotel helpt ons de bagage door de bouwwerf te dragen en brengt daarna onze  auto naar een garage. Hotel Accademia is zeer luxueus en ligt op een boogscheut van de Arena en de Piazza delle Erbe. Onze kamer is zeer ruim en bestaat uit een halletje, grote kamer met salon en een ruime badkamer. Verona valt 200% mee! Het is zelfs één van de hoogtepunten van de reis: Piazza delle Erbe, Piazza dei Signori, prachtige straatjes, balkonnetjes en huizen met schitterend beeldhouwwerk en zelfs fresco’s op de gevels.  De Arena is indrukwekkend! We hadden gehoopt hier vanavond een operavoorstelling te kunnen bijwonen, maar we vallen precies tussen twee voorstellingen in. Vandaag worden dus de reuzengrote decors omgewisseld van Aïda naar La Tosca. Op het immense podium is het een echte bouwwerf en buiten de arena liggen de kolossale Egyptische sfinxen en stukken piramide op een hoop gegooid. Voor we terug naar het hotel gaan, bezoeken we nog even het balkon van Giulietta (je weet wel, die van Romeo). Een belachelijk “schouwspel” dat door honderden toeristen wordt bezocht.  Iedereen wil gefotografeerd worden bij een bronzen beeld van Romeo’s geliefde en op de muren en deuren van het binnenpleintje is geen enkel plekje gevrijwaard gebleven van een of ander liefdesboodschap. In tegenstelling tot onze vorige steden wordt Verona wél overspoeld door toeristen: Hollanders, Duitsers, Vlamingen. Hun kledij en (gebrek aan) stijl verraadt duidelijk dat ze afgezakt zijn van de vele campings langs de nabije meren. 
De avond beginnen we met een aperitief (één van die kleurrijke en frisse  cocktails) op de Piazza dei Signori, waar een Amerikaans duo repeteert voor een optreden vanavond. Kim and Reggie Harris. Ik ken ze niet, maar ze zingen heel mooi, vind ik. Hun optreden zal vanavond echter letterlijk in het water vallen... We vinden een restaurant via onze Dominicus gids: de Trattoria alla Pigna. We eten er alleen maar specialiteiten: sfilacci di cavallo (fijngesnipperd paardenvlees) en risotto all’ Armareno (rijst bereid met rode wijn, maar dan hele goeie!). Na het eten lopen en sluipen we langs de gevels om toch maar niet té nat te worden. Het regent pijpestelen en we zijn zonder pull of paraplu…. 

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

woensdag 29 oktober 2014

Garda- en Comomeer

Woensdag 15 Juli 1998
Onze reis loopt stilaan ten einde. We hebben onze elf steden gehad en eigenlijk begint vandaag de terugreis. We willen er echter graag nog een staartje aan breien en zijn voorzien om de lange trip over twee of drie dagen te spreiden. We doen een ommetje langs de Italiaanse meren. De eerste halte is Peschiera da Garda aan het Gardameer. De zon staat aan een staalblauwe hemel en het water met de bootjes en de zuiderse bomen  en bloemen geven een totaal andere sfeer dan de voorbije tien dagen. Veel meer de echte vakantiesfeer en dus... ook veel meer toeristen. Vooral Duitsers. We maken kennis met de moeilijke bewegwijzering langs de Italiaanse wegen. We zijn vertrokken om 9 uur en om 13 uur hebben we nog maar 170 km gedaan! Vrachtwagens, rode lichten, files, enz. Er is langs de weg weinig te zien: lelijke steenwegen met kleine industrie, grote warenhuizen en schreeuwerige reclameborden. Niet beter dan bij ons! Op weg naar Lecco wijst er plots een wegwijzer naar rechts. Het lijkt ons niet echt te kloppen, maar we volgen hem toch. Gevolg: een onnodige omweg brengt ons na 10 km en een half uur terug op de weg die we aan het volgen waren... Op de middag krijgen we pech: tijdens het eten komt bij C een stifttand los! Er zit niets anders op dan een tandarts te zoeken in Lecco. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan!  Dank zij twee behulpzame dames in een orthopedische kliniek krijgen we toch een afspraak. De vriendelijke tandarts helpt ons binnen het kwartier en... gratis!!  Het is inmiddels echter half vier, dus snel verder, richting Como. 
Opnieuw gaat het langs drukke wegen en we krijgen niets te zien van het meer - behalve één enkele keer een glimp. Ook om Como worden we met een wijde boog heen geleid en even verder besluiten we dan maar de weg te verlaten. Zo belanden we in Moltrasio en in het schitterend gelegen Grande Hotel Imperiale. Het is een luxehotel aan de boorden van het Comomeer en we aarzelen om er binnen te gaan. Dit zal wel veel te duur zijn! De kamer met “lake view” is inderdaad 320.000 lire (6.400 Bfr), maar we nemen ze toch! Het is toch maar één keer vakantie en... ze is bijna over. Het hotel is eigenlijk een heel complex met een groot oud hotel met moderne aanbouw als centraal punt. Hier is er een groot terras in een mooie tuin. Via een tunneltje onder de straat kom je in het tweede deel van de tuin waarin, aan de boord van het meer, het zwembad en het gastronomische restaurant Imperialino gelegen zijn. Overal fris groen en kleurrijke bloemen. Dit is een decor zoals we het enkel maar uit films kennen. Wanneer we op het terras een aperitief drinken vòòr het eten, horen we aan de tafel naast ons zowaar plat Gents praten. Het zijn twee koppeltjes die zichzelf blijkbaar ook eens verwennen met een luxueuze “uitspatting”. Zij zijn echter wél vaste bezoekers van het merengebied. Maar niet van het hotel, want ze kijken net zoals wij de ogen uit hun kop. We hebben een tafeltje gereserveerd op het terras van het Imperialino aan de boord van het meer. Zalig en..  lekker,  ook al hebben we geen twee flessen Veuve Clicquot gedronken zoals aan het tafeltje naast ons. Na het eten vluchten we er (té) vroeg weg wegens de vele muggen. Jammer. Het was toch een zeer romantische avond om niet gauw te vergeten!

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Riquewihr

Donderdag 16 Juli 1998
Deze morgen begint zoals het gisterenavond geëindigd is: met een gevoel van grote luxe! We ontbijten op het ruime terras met uitzicht op het prachtige Comomeer, waar regelmatig bootjes voorbij varen. Maar we mogen toch niet te lang talmen en we zijn al vroeg terug op weg, verder huiswaarts. Een klein schitterend baantje (stijgingspercentage van maar liefts 18%!! ) brengt ons via ontelbare haarspeldbochten, smalle wegen en kleine dorpjes naar de Zwitserse grens. Arrivederci Italia! Nu gaat het via Lugano naar de St. Gottardtunnel (17km lang!) en vervolgens door een “kleinere” tunnel van 9km naar Luzern. ‘s Middags eten we in Sursee een rösti-schotel. Het is eens wat anders dan de eeuwige pasta’s, maar of het daarom beter is?... We gaan op het terras zitten (met onze korte mouwtjes...) en het kost ons moeite om onszelf te overtuigen dat het warm genoeg is. De verdere reis door Zwitserland verloopt traditiegetrouw onder de onvermijdelijke  regen. Eigenlijk is het gevaarlijk rijden. We beslissen vandaag niet tot thuis door te rijden en verwittigen bomma dat ze ons pas morgen mag verwachten. Ze zegt dat het in België nog altijd slecht weer is: sinds wij weg zijn regent het en het is nog altijd frisjes! We prijzen ons gelukkig met de voorbije zonnige dagen, maar het vooruitzicht trekt niet aan, natuurlijk. 
Rond 15 uur hebben we er 400 kilometer opzitten als we door de Elzas rijden. Wij hebben altijd een (gastronomisch) boontje gehad voor deze streek en we besluiten hier te stoppen. In Riquewihr vinden we een 3-sterrenhotel, maar wat een verschil met Italië! Dit is het toppunt van wansmaak. Hetzelfde zie je op straat, zeker in het over-toeristische Riquewihr. We drinken op een terras een lekkere Gewürztraminer en slaan de voorbijwandelende toeristen gade. Het is ongelooflijk wat je hier ziet! Om een of andere reden denken toeristen dat ze zich op reis moeten verkleden in... toerist. Ze dragen de meest opvallende en lelijkste truitjes, shorts, petjes, enz. Zo zouden ze zich thuis waarschijnlijk niet op straat durven begeven! Het regent af en toe en het is fris. Vandaag zijn onze regenjassen en paraplus dan tòch nat geworden... ‘s Avonds zitten we in de echte Elzasser sfeer in een gezellig restaurant en we eten natuurlijk een choucroute. Maar dan wél een speciale: La Riquewihrienne.  Dat is een groene choucroute met verse kruiden, worst van gans, worst van eend, witte worst met pistachenootjes, spek en aardappelen. Het is best eens iets anders en lekker. Vandaag hebben we ongetwijfeld meer vet gegeten dan de voorbije twee weken samen. Achteraf  nog een Marc de Gewürztraminer bij de koffie en om 10 uur liggen we onder de wol. En het is er koud genoeg voor! 

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT

Terug thuis

Vrijdag 17 juli 1998
De dag begint letterlijk met een koude douche: zelfs op de hoogste stand van de warmwaterkraan komt er slechts een spaarzaam waterstraaltje uit de douchekop en van warm water is er al helemaal geen sprake. Het is natuurlijk niet eerlijk Frankrijk op dit éne hotel en op dit éne stadje te veroordelen, maar dit soort ervaringen hebben we de laatste jaren regelmatig gehad in ons voormalig favoriete vakantieland. Geef ons nu maar Italië! Ook gastronomisch is Frankrijk trouwens niet meer wat het geweest is. En al is de Italiaanse keuken misschien wat minder indrukwekkend, ze is véél eerlijker, eenvoudiger en minstens even gevarieerd en lekker! 
Zoals altijd verloopt de terugreis zonder veel geschiedenis. Het is wel een stuk relaxer dan andere jaren aangezien we nog slechts een goede 500 km te doen hebben. Wanneer we net voor de middag door Luxemburg rijden, staat in de andere richting een file die net zo lang is als het Groot-Hertogdom zelf! Ons middagmaal wordt Belgisch. Inderdaad, we zijn ‘s middags al de grens over en we zakken even af tot in Rochefort. De toeristen slenteren er in hun regenjasje en short (hét vakantietenue van de Belgische Ardennen) doelloos door de weinig boeiende hoofdstraat. Af en toe  stappen ze eens af in een café of op een overdekt terras voor een warme koffie. Het contrast met de voorbije dagen is groot... Toch moet gezegd dat de verse truite meunière nergens anders zo goed is als hier! Het is kwart over drie als we, tussen twee buien in, thuiskomen. Aan het groene gras en de weelderig bloeiende bloembakken zien we onmiddellijk dat ze hier geen last gehad hebben van droogte. 

Terug naar 1998 Noord-Italië OVERZICHT