Posts tonen met het label 2010 Zuid-Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2010 Zuid-Frankrijk. Alle posts tonen

dinsdag 16 december 2014

2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Naar Zuid-Frankrijk


banner ZFrankrijk.jpg
Onze reis voor 2010 gaat naar Nieuw-Zeeland en staat pas in november gepland, nog heel lang wachten dus en daarom beslisten we om er toch in het voorjaar eens uit te trekken. De voorbije jaren hebben we ontdekt dat de maand mei qua natuur het ideale moment is om te reizen, denk maar aan de vele voorjaarsbloemen en het frisse groen van de ontluikende bomen en grassen. In 2008 herontdekten we de schoonheid van de Provence en vanFrankrijk en namen ons toen voor om er regelmatig nog eens terug te keren. Daarenboven werd ik dit jaar 60 en dat was dan weer een reden om onszelf eens een culinair extraatje te gunnen en waar kan je dan beter terecht dan in Frankrijk?
Al lang staat Michel Bras in Laguiole op ons verlanglijstje. Zijn restaurant heeft drie Michelinsterren, behoort tot de toptien van de beste restaurants ter wereld en daarenboven heeft hij midden in de Aubrac een  modern hotel neergezet dat volledig in harmonie is gebouwd met de omgevende natuur. Begin januari waren we er als de kippen bij om een tafel te reserveren en we besloten er ook een nacht te verblijven om ook van het hotel te genieten. Van daaruit planden we onze reis verder naar het Zuiden en op het internet vonden we La Garde-Guérin aan de oostgrens van het departement Lozère vlakbij het middeleeuwse stadje Villefort. Het wordt genoemd als één van de "plus beaux villages de France" en ligt op de Noordelijke rand van de Cévennes en op de westelijke grens van deArdèche. Daar boekten we een hotel voor drie nachten. Toen ex-collega Brigitte van onze plannen hoorde, nodigde ze ons uit om haar een bezoekje te brengen in haar "stek in het Zuiden" in Méjannes-lès-Alès in de Gard. We namen uiteraard haar vriendelijke uitnodiging aan en zochten een logies in de buurt. Zo kwamen we terecht in de Mas du Caroubier, een chambre d'hôtes in Saint-Quentin-la-Poterie, vlakbij Uzès in de Gard Provençal. Ook hier reserveerden we voor drie nachten. Voor de terugreis tenslotte boekten we een tussenstop in Colombey-les-Deux-Eglises in de Auberge de la Montagne waaraan we een prima herinnering bewaarden aan een schitterend avondmaal twee jaar geleden.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Via de Auvergne naar de Aubrac

Zaterdag 29 mei 2010 (1)
  
Naar goede gewoonte vertrekken we vroeg, namelijk om 5.15 uur, zodat we ons niet moeten opjagen en vanaf het eerste moment van een relaxte vakantie kunnen genieten. Vanavond moeten we in Laguiole zijn, zo'n 900 kilometer. We hebben er, in afwachting van onze lunch bij Michel Bras morgen, een hotel geboekt voor één nacht zodat we ook morgenvroeg op ons gemak zijn. Ondanks de voorspellingen is het weer droog en algauw komt de zon op in een gele nevel. Het is helemaal niet druk op de autoroute naar Parijs en het wordt zelfs vrij zonnig, al verdwijnt de nevel nooit helemaal. We rijden zeer vlot omheen de Franse hoofdstad en nemen dan de A3 richting Bordeaux langs Rungis en Orly. Als we de hele Parijse drukte achter de rug hebben, na 3 uren rijden en 332 kilometer, houden we een eerste stop in een wegrestaurant voor een koffie met croissant. Hier is het behoorlijk druk en we horen er meer Vlaams spreken dan Frans. Vervolgens gaat de reis verder langs Orléans, Bourges en Clermont-Ferrand. In de tegenovergestelde richting komen we honderden auto's tegen met geel-blauwe sjaals en vlaggen. Het zijn supporters van de rugbyploeg van Clermont-Ferrand, die vanavond de finale van de Franse competitie spelen tegen Perpignan. Het is één van dé sportgebeurtenissen van het jaar in Frankrijk. Dat merken we ook in Riom, waar we tegen de middag de autosnelweg verlaten hebben voor het middageten. Op de markt, in de winkels en op straat loopt iedereen in het Riom.jpggeel en blauw getooid. Hier zijn we in de Auvergne. Riom is een klein, eerder groezelig stadje, hoog op een heuvel gelegen met in de verte het indrukwekkend silhouet van de Puy-de-Dôme als decor.  Op zaterdagmorgen is het hier zeer druk vanwege de wekelijkse markt, die stilaan op zijn einde loopt. Het is moeilijk om een parkeerplaats te vinden. De markt biedt een tamelijk droeve en eerder armtierige indruk, evenals de overdekte hallen waar de etenswaren hellemaal niet zo overvloedig en weelderig staan uitgestald als in het Zuiden. We gaan op zoek naar een restaurantje, maar dat valt niet mee. Er is werkelijk niets te vinden dat ook maar een beetje aantrekkelijk oogt, tot we in een drukke winkelstraat een terras vinden waar vrij veel volk zit. We eten er een zéér verse en lekkere Salade Auvergnate (rauwe ham, lardons, croûtons en bleu d'Auvergne) en een Salade du Terroir (salade, aardappelen en Cantalkaas). En met krakend vers brood en een karafje rode wijn, smaakt het ons overheerlijk. Dit is Frankrijk! We wandelen nog even door Riom, maar het stadje kan ons niet echt bekoren: oude, hoge huizen in donkergrijze steen, in een speciale bouwstijl maar grotendeels in verval. Hier en daar levert een verweerde deur of poort een mooie foto op, maar over het algemeen biedt het stadje toch maar een sombere, armzalige en wat achterlijke indruk.
  
 Na de middag komt er meer en meer bewolking, maar wanneer de zon er doorprikt, geeft ze veel warmte. De mooie en rustige autostrade kronkelt door en over vulkanische heuvels over Issoire Lacalm.jpgen verder richting Montpellier. Dit is duidelijk een oude route nationale, die men tot autostrade heeft opgewaardeerd, want her en der rijden we bijna door de dorpskern, die door het verkeer in twee wordt gesplitst. Net zoals vorig jaar in Engeland bloeien de voorjaarsbloemen weelderig langs de weg: kruizemunt, brem, allerlei witte, gele en blauwe bloempjes en ook de acacia's staan in bloei. Het is zeer aangenaam rijden. In Saint-Flour verlaten we de snelweg want we hebben nog maar amper een 70-tal kilometer te rijden en het is pas halfdrie. Dus rijden we af en toe een dorpje in en weer uit. In Chaudes-Aigues wandelen we even het stadje in en stuiten op de warmste warmwaterbron van Europa: niet minder dan 82° Celsius, dus net niet kokend. Veel is er verder niet te beleven en het centrum wordt daarenboven ontsierd door een grote kermistent waaruit een schelle luidspreker de hele omgeving met zijn lawaai verstoort.  Even verder zijn we in Lacalm, een klein dorpje met een schilderachtige waterput op een pleintje voor een al even pittoresk kerkje. Het dorpje ligt er echter verlaten bij en een oud vrouwtje dat haar stoep aan het vegen is, bevestigt ons dat heel wat huizen inderdaad leeg staan. Bij gebrek aan werk sterft het dorpje uit. De jeugd trekt naar andere streken en zo wordt er ook nog amper iemand gevonden om de boerderijen verder te zetten. Als gevolg daarvan loopt ook de veestapel -de Aubrac brengt een koeienras voort dat tot ver in Frankrijk geroemd wordt om zijn stevig en mals vlees- sterk terug. Zo had er vroeger in Lacalm maandelijks een grote veemarkt plaats en is dat nu nog maar één keer per jaar.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

zondag 16 november 2014

Messen, koeien en aligot in Laguiole

zaterdag 29 mei 2010 (2)
Tegen 16.15 uur bereiken we Laguiole (spreek uit Layole) waar we vanavond logeren in het Grand Hotel Auguy. Het is een typisch Frans "grand hotel" in het centrum van het stadje: een tamelijk statig gebouw, een beetje gedateerd maar toch gerenoveerd tot  een degelijk driesterrenniveau. Ondanks sommige vernietigende reviews op het internet (de chef zou een bullebak van een vent zijn...) hebben we er toch gereserveerd omwille van... de Michelinster van zijn restaurant. Het hotel valt goed mee: een ruime kamer, proper en netjes maar een interieur dat niet altijd getuigt van een verfijnde smaak. Maar in Frankrijk verrast dat niet echt. De kamer is ook rustig want we kozen de "côté jardin", al is er van een tuin weinig te merken. We hebben nog een drietal uren te doden vooraleer we aan tafel kunnen gaan en trekken dus nog even het stadje in. Er is intussen een beetje zon, maar het is toch nog vrij frisjes. Laguiole is vooral een lange straat met tientallen Laguiole 1.jpgwinkels waar de befaamde laguiolemessen te koop worden aangeboden. De vouwmessen hebben een heel typische vorm. Ze zijn volledig ambachtelijk vervaardigd en vaak zo kunstig bewerkt dat het heuse kunstwerkjes zijn. Bij de overgang tussen heft en lemmet zijn ze versierd met de afbeelding van een bij, wat meteen hét handelsmerk is van de laguiolemessen. Naargelang het materiaal waaruit het heft is vervaardigd (diverse houtsoorten, hoorn, been, zilver of zelfs ivoor) variëert de prijs tussen 85 en 500 Euro of meer. In "La Coutellerie de Laguiole" bij Honoré Durand, meilleur ouvrier de France 2007, kunnen we enkele schitterende exemplaren bewonderen, maar na enig aarzelen besluiten we toch maar om er geen te kopen (waarom zou ik eigenlijk een vouwmes moeten hebben?).  Hier vernemen we ook dat 70% van de laguiolemessen die in Frankrijk worden verkocht, niet origineel zijn maar uit China of Laguiole 2.jpgPakistan komen. Op een terrasje drinken we nog een biertje en daarna klimmen we aan de andere kant van het dorpje tot aan de kerk. Hier hebben we niet alleen een mooi uitzicht over de streek maar ook op de zwarte leien daken van het stadje. Het uitzicht -bij helder weer zou je hier de Pyreneeën moeten zien- is absoluut de klim waard. De oude kerk en de muren er omheen zijn opgetrokken met grote blokken zwarte basaltstenen. Ze zijn in een reusachtige puzzel opeengestapeld en doen denken aan de meesterlijke Incabouwwerken die we in Peru gezien hebben. Als we terug beneden komen, zoeken we onze kamer op, waar we nog een uurtje hebben voor een warme douche en om nog even uit te rusten vóór het diner.
Tegen 20 uur gaan we aan tafel. Het restaurant ontgoochelt een beetje qua interieur en is tot onze verrassing niet gevuld. Integendeel, voor een sterrenrestaurant op een zaterdagavond is er ronduit weinig volk. De fameuze patron heerst inderdaad over de zaal, maar is minder bokkig dan hij op het internet wordt beschreven. Hij slaat graag een babbel aan sommige tafels (niet bij ons...) en verwaarloost daarbij regelmatig zijn service. Hij bedient slordig en traag. De kaart is echter wél op niveau en verantwoordt de Laguiole 3.jpgMichelinster. We kiezen voor het "Menu de Mai" (44 Euro) en genieten o.a. van foie gras de canard, croquant de boudin noir maar vooral van twee streekgerechten die werkelijk prima zijn. Er is eerst de filet de "boeuf fermier Aubrac", een superlekker stuk vlees van het beroemde rund uit de streek en daarna de "aligot", een mengeling van aardappelpuree, tome fraîche (lokale kaas) en room. Deze laatste wordt met een langgerekte sliert op ons bord geschept en is een attractie op zich. Ook de desserts zijn op sterrenniveau, al neigt de presentatie een beetje naar het boertige. In ieder geval zijn we onze reis goed gestart op gastronomisch vlak, al verwachten we natuurlijk véél meer van onze lunch morgenmiddag. Om halfelf liggen we in bed en vallen meteen in slaap. 

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Regen en mist

Zondag 30 mei 2010 (1)
Vandaag is de grote dag: we gaan eten bij Michel Bras. Om mijn 60e verjaardag te vieren zochten we naar een speciale culinaire ervaring en lieten ons oog vallen op Michel Bras, niet alleen omdat die de trotse eigenaar is van 3 Michelinsterren en vorig jaar in de top 10 van de beste Bras 1.jpgrestaurants ter wereld stond (dit jaar is hij teruggevallen naar de 56e plaats…), maar ook omdat hij midden de heuvels van de Aubrac een ultramodern hotel-restaurant heeft neergepoot dat helemaal in harmonie is met de natuur. Al op 3 januari, toen de reservaties voor 2010 werden opengesteld, waren we er als de kippen bij en jawel, we bemachtigden een tafel voor deze zondagmiddag in mei. Onze verwachtingen zijn hooggespannen. Om 6 uur word ik wakker en hoor regendruppels of is het de chauffage? Het zal wel de chauffage zijn en ik draai me nog eens in de warme lakens. Het is 9 uur als ik opnieuw wakker word en... het is tóch regen, en geen klein beetje! De hemel is helemaal grijs en er hangt mist. We moeten ons haasten voor het ontbijt, want dat wordt hier maar geserveerd tot 9.45 uur. We hoeden er ons voor deze morgen niet teveel te eten want we willen honger hebben deze middag! Dat valt me niet erg moeilijk, want we krijgen een typisch Frans ontbijt voorgeschoteld, d.w.z. alleen zoet en dat is niet echt naar mijn bek.
Om 10.30 uur hebben we uitgecheckt en staan we klaar voor nog een klein ritje door de Aubrac vooraleer naar Bras af te zakken enkele kilometer buiten Laguiole. We controleren nog even onze e-mail en schrikken ons een aap: in de bevestiging van onze reservatie staat: "une table pour le dîner" en dat is 's avonds en niet 's middags. We maken er geen al te groot probleem van en passen onze plannen dan maar aan en zullen proberen de hele dag in de streek wat rond te toeren. Ik blijf het toch maar raar vinden dat we dat niet eerder opmerkten en besluit toch maar eerst eens bij Bras binnen te springen en om duidelijkheid te vragen. Bij de receptie kijkt men de reservaties nog eens na en... we worden wel degelijk deze middag verwacht. De bevestigingsmail was fout! Oef, gelukkig dat we op het laatste nippertje besloten om toch eens te komen checken, want anders stonden we hier vanavond en hadden we misschien ons rendez-vous, waar we zolang naar uitgekeken hadden, gemist.
Er blijft ons nog anderhalf uur te doden en we stappen in de auto voor een kort ritje in de onmiddellijke omgeving.  De weg loopt door de glooiende heuvels van de Aubrac en biedt een nogal ruw landschap waar weiden, bossen, maar ook rotspartijen elkaar afwisselen. Het moet hier zeer mooi zijn, maar de mist ontneemt ons alle vergezichten. We zien wel dat hier massa's bloemen bloeien: witte, gele, blauwe maar vooral hele velden kleine aubrac.jpgwitte narcissen. Maar... we kunnen niet eens uitstappen: nat, koud en mist. De Aubrac ligt in het Zuiden van het Massif Central op het kruispunt van 3 regio's: Auvergne, Midi-Pyrénées en Languedoc-Roussillon en van 3 departementen: Cantal, Aveyron en Lozère. Het ligt middenin de driehoek tussen Aurillac, Mende en Rodez. De Aubrac beslaat een oppervlakte van 40 op 20 kilometer. In de winter liggen de weiden gedurende bijna 6 maanden onder een sneeuwtapijt (het is ook een skigebied) en in de lente bloeien er 2.000 verschillende planten. De Aubrac heeft de grootste variëteit aan wilde planten in heel Europa. We rijden naar Aubrac Village  waar de regen neergutst, wandelen we tot bij het Centre de l'Aubrac waar informatie is te vinden over de natuur en alle mogelijke streekspecialiteiten worden verkocht. De ruime winkel is een welkome schuilplaats voor het slechte weer en we nemen er dan ook ruim de tijd om rond te snuffelen in de vele boeken en kunnen natuurlijk niet nalaten een paar streekproducten te kopen:  zandkoekjes, poudre de cèpes, confiture de gratte-cul (rozenbottel), een fles Gentylle (een lokale aperitiefdrank op basis van gentiaan en bosbes) en een saucisson d'Auvergne (voor als we vanavond nog honger zouden hebben). En buiten blijft het maar stortregenen, jammer want het is wel een leuk dorpje. We brengen nog een kort bezoek aan een fototentoonstelling in een oud dorpshotel en dan is het eindelijk tijd om naar Bras te rijden.

Een culinair hoogtepunt

Zondag 31 mei 2010 (2)
We arriveren om 12.30 uur en worden vriendelijk ontvangen door mevrouw Bras. Voor het aperitief kunnen we jammer genoeg geen plaats nemen in de lounge, want die zit al vol. We worden dus meteen naar het restaurant geleid waar we als eersten een tafeltje krijgen toegewezen en dus voorlopig alleen zitten. We zijn meteen onder de indruk van het gebouw dat er ondanks zijn leeftijd (het werd gebouwd in 1992) zeer eigentijds uitziet: grote ruimtes met Bras 3.jpgveel glas en overal is de grijze granietsteen van de streek verwerkt. Het restaurant is over de gehele lengte van de keuken afgescheiden door een lange gang waarlangs een klein riviertje loopt. Om de 5 meter kan je over een klein brugje tussen de granieten muren naar binnen en zo hoeft niemand in de zaal langs de andere tafels door te lopen. Zeer goed doordacht! De andere muur van de zaal is één groot venster zodat je alleen door het glas van de natuur gescheiden bent. Jammer genoeg ontneemt mist ons het mooie uitzicht. We nemen plaats aan een van de ruime ronde tafels (de onderrand is bekleed met een kussen...) en worden hartelijk verwelkomd door de jonge mevrouw Bras, echtgenote van Sébastien, die sinds enkele jaren samen met zijn vader in de keuken staat. We krijgen meteen de kaart aangeboden en we gaan voor het menu “Légumes” (135 Euro) omdat groenten hier dé specialiteit zijn.Bras 4.jpgWe bestellen uiteraard eerst een aperitief en kiezen respectievelijk voor de fraîcheur de racines "eau de gentiane et de réglisse" en de fraîcheur de fleurs "eau de sureau" twee creaties van Michel Bras waarin de lokale wilde bloemen van het seizoen verwerkt zijn. Heerlijk fris! Ze worden vergezeld van een mousse van cèpes in een eierschaal met krokant kruidengebakje en een taartje van eekhoorntjesbrood. We zijn meteen in de goede stemming. De sommelier suggereert ons een witte wijn: de Jurançon sec “Cuvée Marie”, Charles Hours 2006 (50 Euro) voor bij het groentenmenu en we volgen zijn advies.  Door de grote vensters hebben we een prachtig zicht op de natuur, tenminste als die vervelende mist er niet was geweest. Geruisloos schuift een hele bende personeel door de zaal, discreet en allemaal even vriendelijk. Ze worden geleid door de jonge mevrouw Bras, die aan elk tafeltje geregeld een praatje gaat maken. Als ze hoort dat we uit Gent komen, vertelt ze ons dat de Michel Bras zeer nauw bevriend was met geestesgenoot Willy Slawinsky, die ooit in Gent de Apicius had, het meest belovende restaurant van België, tot de chef op veel te jonge leeftijd stierf. Michel Bras nam toen zelfs het voogdijschap over de kinderen Slawinsky op zich en beide families zijn nog steeds goed bevriend. En dan begint een sensationele symfonie van een tiental verfijnde gerechtjes met alleen maar groenten en fruit, op één minuscuul schijfje ham en een bolletje kaas na. Het is een festival van groenten, blaadjes, bloemen, fijne sausjes, enz. allemaal in een ongelooflijk mooie presentatie.
Bras 2.jpg
Tussenin mogen we ook proeven van een "aligot", de befaamde lokale specialiteit met aardappelpuree, tome fraîche en room. Als hoogtepunt komt dé specialiteit op tafel: de "gargouillou d'aujourd'hui", een kleurrijk bord vol vers geplukte blaadjes en bloemen, gegaarde groenten en een vijftal verschillende veegjes saus, telkens met een kleine toets van kruiden of iets anders. Er liggen zeker een twintigtal verschillende smaken op ons bord die we stuk voor stuk trachten te ontdekken. Sensationeel en zeer lekker. Tegen het einde gaat een van de diensters rond met een soort ijskar en schept een vijftal minihoorntjes vol met o.a. een sorbet van venkel, een ganache de chocolat, bosvruchten en een double crème. Zeer originele presentatie. We genieten met volle teugen en beseffen dat dit één van de culinaire hoogtepunten uit ons leven zal blijven. 

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Een hotel in de natuur

Zondag 31 mei 2010 (3)
Na de fantastische lunch willen we het "zevende hemelgevoel" nog zo lang mogelijk doortrekken en daarom hadden we ervoor gekozen om hier te blijven overnachten. Om 16.30 uur komen we van tafel en we hebben dus nog ruim de tijd om van onze hotelkamer én van de omgeving te genieten, alhoewel voor dit laatste het slechte weer een spelbreker is. Een vriendelijke bediende brengt ons naar onze kamer. Tussen de gebouwen van de kamers, die twee rijen vormen, daalt een lang pad, door rotsen en bloemen omgeven, af naar de groene vallei van de Aubrac. Dit pad symboliseert "la draille", de stenen
Bras 5.jpg
rotsmuurtjes die eigen zijn aan deze streek en waartussen de koeien naar de weiden geleid worden. Wegens het slechte weer nemen we de binnengang. Onze kamer is tamelijk ruim en bestaat uit de slaapkamer met kleine zithoek, een toilet en een doorloopdressing die ook toegang geeft tot de badkamer. Het meubilair is modern en strak. Eén muur is volledig ingenomen door een glazen schuifraam dat uitgeeft op het terras, waar twee rieten ligstoelen er werk- en troosteloos in de regen bijstaan. Wat jammer, want het moet heerlijk zitten zijn met uitkijk over de glooiende weiden, maar vandaag is het te nat en te koud en de beschikbare plaids zouden onvoldoende beschermen tegen de regen. De kiezelstenen van het terras lopen naadloos over in het gras en een rotstuintje vormt de afscheiding met de andere kamers. We krijgen eerst wat uitleg van de meegekomen bediende over de werking van de tv en dvd-player (discreet verborgen achter een dichtgevouwen houten wand), de gratis minibar en… de rugzak op bed, die een welkomstgeschenk blijkt te zijn. Het symbool van Michel Bras staat er op geborduurd: de "cistre", een typische plant uit de Aubrac waarmee Bras zichzelf identificeert: "een delicate plant, discreet en kwetsbaar, die enkel kan overleven in een omgeving zonder vervuiling en die onzichtbaar blijft voor wie gehaast is." Een matglazen wand scheidt de slaapkamer van de badkamer, die smaakvol en al even strak is
Bras 6.jpg
ingericht met een granieten dubbele wastafel. De kranen zijn opmerkelijk: een eenvoudige dikke buis waaruit zachtjes een waterstraal stroomt. Ook hier is de "cistre" overal aanwezig: in de zeepjes, op de flesjes shampoo, op de witte badjassen en handdoeken, op de pantoffels. In de kamer nodigen twee rieten zeteltjes uit om lekker lui weg te zakken met een boek, maar wij verkiezen een wedstrijd van Roland Garros op tv, bij het nuttigen van een limonade de sureau (vlierbes), ook een creatie van de chef. Even houdt het op met regenen en we maken van de gelegenheid gebruik om een wandeling te maken rond het hotel. Het is amper 10° warm, maar de frisse lucht doet deugd. In het druipende gras bloeien overal de voorjaarsbloemen - paars, geel en wit zijn de hoofdtonen - maar de mist ontneemt ons nog steeds alle zicht op de wijdere omgeving. Het begint algauw weer te regenen en we besluiten naar onze kamer terug te keren. Bij de receptie halen we eerst nog een paar klassieke cd's op en we spenderen de rest van de avond met een boek en zachte muziek. En... tegen 20 uur krijgen we toch een klein hongergevoel en halen we onze saucisson d'Auvergne uit de koelkast. Bij gebrek aan een mes zijn we genoodzaakt de worst met de hand in stukken te trekken, wat niet meevalt. We krijgen de slappe lach als we elkaar zien zitten op onze kamer in één van de meest luxueuze hotels van Frankrijk met een droge worst! Michel Bras moest het weten... We drinken er een huisgemaakte limonade van vlierbes bij uit de minibar, die overigens volledig gratis is. Buiten huilt intussen de wind, maar de mist wil niet wijken. Het zal nog een paar dagen zo blijven, denken ze hier.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

De regen wijkt

Maandag 31 mei 2010 (1)
's Morgens zijn we nieuwsgierig naar het ontbijt. Op één koppel na (ook Vlamingen…) zijn we de enige gasten aan de ontbijttafel. Geen buffet, maar de tafel wordt vol gezet met allerlei lekkernijen: vruchtensap van rode vruchten; pannenkoek met snijbiet en bieslook, stokbrood en een variatie aan viennoiseries, caillé du pays, assiette de saucissons, confiture de fraises, confiture de lait, miel du pays, riz au lait en zelfgemaakte yoghurt. De koffie wordt geschonken in reuzegrote tassen. Onnodig te zeggen dat alles Bras 7.jpgsupervers is en van perfecte kwaliteit. En zo eindigt onze verwendag bij Michel en Sébastien Bras. Graag hadden we de keuken nog even bezocht en we hoopten stilletjes dat de meester zijn kookboek zou signeren, maar we hebben pech: op maandag is het restaurant gesloten en de chef is er dus niet. In de shop kopen we nog een doosje "niac de zestes de citron et gingembre", één van de vele mengelingen van smaken en geuren die Bras heeft ontwikkeld om zijn gerechten karakter te geven. Als we afgerekend hebben, krijgen we als afscheidscadeau nog een blik met cacaobiscuits en een fles water "pour la route". Attent en een afscheid in de lijn van al de rest: professioneel, hartelijk en met zorg. We zullen dit verblijf in Laguiole niet gauw vergeten.
Het is 11 uur als we het domein van het hotel verlaten. Het regent lichtjes en we hebben een kleine hoop dat het we vandaag de regenzone achter ons zullen laten. We rijden nog even langs Laguiole voor een bezoek aan de coöperatieve kaasfabriek "Jeune Montagne".  Het is een groot, modern complex dat zowel van buiten als van binnen kraakt van de netheid. Massa's cilindervormige Laguiolekazen liggen er in rekken en arbeiders zijn voortdurend doende om de grote blinkende aluminiumketels te spoelen. We mogen natuurlijk ook proeven, maar kaas kopen doen we niet; de reis is nog te lang om hem tot thuis te bewaren. Vervolgens keren we op onze stappen terug en rijden langs de D15 richting Saint-Urcize en daarna nemen we de D12 naar Nasbinals. Het is een prachtige streek, maar helaas is het nog steeds mistig, zij het toch iets minder dan gisteren. Het regent stevig en er stat een aubrac 2.jpgkoude wind. Toch houden we af en toe halt voor enkel mooie foto's, vooral van de vele bloeiende bloemen en van de mooie Aubrac-koeien met hun lichtbruine huid en zwartomrande ogen, als waren ze geschminkt. De glooiende weiden worden hier en daar doorkruist door twee rijen rotsmuurtjes van opgestapelde rotsen, de zogenaamde "drailles", die typisch zijn voor de streek, en overal bloeien massa's kleine witte narcisjes. We rijden over kronkelende landelijke wegen tussen eindeloze rijen paaltjes van allerlei afmetingen, die de weiden omzomen. Het gaat verder naar Marvejols, waar we een eerste stop houden. Het heeft opgehouden met regenen en ook de mist is verdwenen en de temperatuur is vrij zacht. Door de mooie stadspoort wandelen we het rustige stadje binnen maar de smalle straatjes liggen er totaal verlaten bij. Op maandag zijn blijkbaar de meeste winkels gesloten en daarenboven is het intussen reeds middag geworden. Hier zullen we dus niet veel te eten vinden en honger hebben overigens we nog niet. Dus rijden we maar verder naar Mende. Ook hier is het opvallend stil. We stappen de imposante kathedraal binnen maar zijn al even snel weer buiten want binnen is het zó donker dat we maar met moeite de uitgang terugvinden, laat staan dat we de mooie wandtapijten kunnen bewonderen. We slenteren nog even door het dorpje, maar veel is er niet te beleven. Zo eindigen we op het plein vóór de kathedraal waar onze auto geparkeerd staat en op een bankje onder de bomen eten we uit het vuistje de rest van onze saucisson d'Auvergne op.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT  

Een middeleeuws dorpje

Maandag 31 mei 2010 (2)
Intussen zijn we de Lozère binnengereden. Ook hier een mooi landschap: hogere bergen, diepere valleien, grote vergezichten en vooral veel meer bossen die in dit seizoen ongelooflijk veel tinten van groen vertonen. Overal zorgen bloeiende bremstruiken voor helgele vlekken in het landschap en samen met de zon, die af en toe een blauw gat vindt tussen de wolken, zorgen ze direct voor een zomerse en zuiderse sfeer. Ook nu hebben we tijd over en we slaan af en toe een dorpje in: Barjac , waar niets te zien is, en Le Bleymard, dat beter is maar waar 80% van de huizen leeg staat. Het ziet er bijna uit als een spookdorp. Zou ook deze streek steeds meer door de jeugd verlaten worden of zou hier meer volk zijn in de winter? Le Bleymard is namelijk ook een wintersportcentrum met 7 alpine- en 5 langlaufpistes en we Garde Guerin.jpgzijn hier ook dicht bij de Mont Lozère, de hoogste berg van de Cévennes en vlakbij de bron van de Lot.  Net vóór onze bestemming komen we aan het stuwmeer van Villefort en daar trekken we de bergen in op zoek naar La Garde-Guérin, onze bestemming voor vandaag en verblijfplaats voor de volgende drie dagen. De hemel wordt steeds blauwer en de brem steeds geler! La Garde-Guérin is een klein middeleeuws dorpje dat boven op een 800 meter hoge heuvel ligt en geboekt staat als één van de "plus beaux villages de France".  De toren van het kasteel en het silhouet van de gerestaureerde huisjes tekent zich mooi af tegen de blauwe hemel. Aan de andere kant van de vallei beschijnt de zon de zwarte regenwolken. We parkeren de auto op de parking aan de ingang van het dorpje -er mogen geen auto's binnen- en gaan op zoek naar de Auberge "La Prégordane" waar we voor drie nachten geboekt hebben. We moeten niet ver zoeken want het dorpje telt maar enkele huizen. Het hotel is ondergebracht in een mooi gerestaureerd burgerhuis. In de portiek van de ingang vliegen zwaluwen krijsend in en uit. Bij de ingang lopen we de chefkok tegen het lijf die ons verwelkomt en vraagt waar we vandaan komen. Als hij hoort dat we in Laguiole geweest zijn, beweert hij bevriend te zijn met Michel Bras, met wie hij samen gestudeerd heeft. Hij houdt er echter een andere keuken op na en houdt het bij de cuisine du terroir. We zeggen dat dat veel belooft en hij belooft ons lekkere streekgerechten. We krijgen een kamer op de tweede verdieping toegewezen en moeten dus onze koffers langs een smalle wenteltrap nar boven sleuren. Het gebouw is ook van binnen met veel respect voor het oorspronkelijke interieur gerestaureerd: muren en vloeren in natuursteen, grote open haard, antieke meubelen. Onze kamer is ruim en biedt zicht op de toren en de ruïnes van het kasteel. Het is er vooral zéér rustig want rond dit uur verlaten de (weinige) toeristen het dorpje. We besluiten vóór het eten alvast eens het dorpje te exploreren. De hemel is Garde Guerin 2.jpgintussen volledig blauw, maar er staat een koude wind en het wordt steeds frisser en tegen 19 uur zoeken we maar gauw onze kamer terug op. We hebben ook al een stevige honger. Het restaurant is helemaal in stijl van het huis: gewelfde plafonds, kleine glasraampjes, open haard en oude wandtapijten. Het zit tamelijk vol met vooral buitenlandse toeristen: ik tel 6 Belgen, 6 Engelsen, 2 Zwitsers en slechts 3 Fransen.  De patron, een sportieve veertiger, kalende kop en modern in het zwart gekleed, stelt ons het dagmenu voor. Het klinkt aantrekkelijk en we besluiten dan ook maar op zijn voorstel om halfpension te nemen, in te gaan. We mogen dat trouwens elke avond afzonderlijk beslissen naargelang het menu ons al dan niet bevalt. De streekgerechten (maouche de pruneaux en selle d'agneau) zijn overigens heel lekker. Na het eten is het écht te koud voor een wandeling zodat we al om 21.45 uur onze warme kamer opzoeken. We bekijken even de kaart van de streek en maken onze plannen voor  morgen. We besluiten eerst de Ardèche in te trekken. Maar eerst wacht ons een weldoende rust in de nagenoeg complete stilte van het verlaten dorpje.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Stilte en rozen in de Ardèche

Dinsdag 1 juni 2010 (1)
Als we opstaan schijnt de zon, maar er zijn ook wolken en er staat nog steeds een stevige wind. De kou komt de kamer binnen van zodra ik het venster opendoe. Het ontbijt in La Prégordane is typisch Frans en eerder karig: toast en een paar croissants, confituur en honing. Zoals overal in de Franse hotels wordt de ochtendstilte verstoord door een stofzuiger, want dat is blijkbaar het allereerste wat elke dag moet gebeuren. We twijfelen welke kledij we vandaag moeten aantrekken: zal het koud zijn of niet? La Garde-Guérin ligt zowat op de grens van de Lozère, de Gard en de Ardèche. We trekken vandaag dus naar de Ardèche, zuidoostwaarts van hieruit, maar een echt plan hebben we niet. We willen het heel relaxed doen en we zien wel hoe ver we komen. Op de kaart zien we dat er in de directe omgeving alleen maar villeforte.jpgkronkelende wegen liggen met groen langs en eigenlijk geen enkel stadje van betekenis. Om halftien dalen we de D906 af naar Villefort. Het stadje ligt in de vallei van de Altier aan een vrij groot stuwmeer aan het uiteinde van een diepe rotskloof. Bij de eerste panoramische stop vliegt onze pull al uit, maar in Villefort moeten we hem al weer aantrekken.  In het Office du Tourisme krijgen we een goede kaart van de omgeving die ons de komende dagen goed van pas zal komen. We kopen nog enkele snoepjes voor onderweg en net voor we terug de auto willen instappen, bemerk ik aan de overkant van de straat in de etalage van een winkel dezelfde vreemde stokken staan die we inbouffadou.jpg Chaudes-Aigues gezien hebben en waarvan we ons afvroegen wat het waren. Hier hangt er een woordje uitleg bij: het zijn "bouffadous" en ze dienen om het haardvuur aan te wakkeren. De dikke stok is namelijk hol en aan de dikke kant kan je erin blazen zodat ze dienst doen als blaasbalg.  Later vernemen we dat ze zo lang zijn omdat ze destijds de grote snorren van de boeren moesten weghouden van het vuur. De bouffadou lijkt me ook handig voor de barbecue en zo wil ik er wel een hebben. We stappen de winkel binnen, die ook restaurant, salon de thé, delicatessenzaak en klerenwinkel blijkt te zijn en de winkel en de uitbaatster blijken al even merkwaardig te zijn als de bouffadous. Ze verkoopt allerlei oude rommel en vooral streekproducten waarvan vele hier waarschijnlijk al jaren in de rekken staan en op de meeste hangt een briefje geplakt met wat uitleg in een primitief handschrift. Op de deur hangt ook een briefje: "Le magazin est ouvert. Merci de pousser un peu la porte."  We worden uitbundig ontvangen door de uitbaatster, een dame van ongeveer 50 jaar, alhoewel moeilijk te schatten. Met veel enthousiasme demonstreert ze de bouffadou en blaast haar wangen bol. Ze is duidelijk opgezet met ons bezoek. 
We nemen de D901 naar Les Vans en rijden hoog boven een diepe vallei door mooie bossen met hoofdzakelijk kastanjebomen. Onderweg houden we halt bij een kraampje en kopen er versgeplukte kersen en een potje crème de châtaignes, ook een streekspecialiteit. De Châtaigne d'Ardèche heeft zelfs een Appellation d'Origine Contrôlée. Net vóór het stadje wijst een wegwijzer naar Naves, een "village de caractère". Dat trekt ons wel aan en het is maar 2 kilometer rijden. Net zoals La Garde-Guérin is Naves een middeleeuws dorpje boven op een heuvel, maar dit is groter en meer gerestaureerd en bewoond. In de winter telt het amper 50 inwoners, in de zomer 500. De zon heeft intussen alle wolken verdreven en het is behoorlijk warm geworden. We wandelen door de oude toegangspoort het dorpje binnen en langs de smalle met ruwe keiennaves.jpggeplaveide straatjes komen we op het gezellige dorpspleintje met pittoresk kerkje. Aan de meeste huizen bloeien weelderig allerlei soorten rozen van diverse kleuren en geuren en C weet niet waar ze haar fototoestel het eerst moet op richten. Ik geniet van het feit dat ik deze keer beslist heb mijn videocamera in de auto te laten. We zijn hier helemaal alleen en willen hier zo lang mogelijk blijven. Dit is wat we zoeken: mooi weer, een schilderachtig dorpje, veel bloemen,... Als we hier een terrasje zouden vinden om lekker in het zonnetje te lunchen ... en jawel, op het dorpspleintje is er zowaar een restaurant. Tot onze ontgoocheling is het vandaag echter gesloten, dus moeten we wel afzakken naar Les Vans. Hier had Piet Huysentruyt ooit een restaurant, dat hij inmiddels heeft verlaten voor meer lucratieve bezigheden in België. Op het dorpsplein stappen we binnen in restaurant "Le Dardaillou" waar het ruime terras al tamelijk vol zit. We krijgen een plaatsje naast twee Brusselaars, die ons weten te vertellen dat het regent in heel Frankrijk. Hier echter niet, integendeel we genieten van een lekker warm zonnetje. Voor slechts 12 Euro krijgen we hier een driegangen dagmenu voorgeschoteld, wijn én koffie inbegrepen.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Geel, groen en blauw

Dinsdag 1 juni 2010 (2) 
Na het eten wippen we even binnen in de toeristische dienst en krijgen er enkele goede tips om de namiddag door te brengen. Even buiten Les Vans slaan we rechtsaf Gravières en volgen daarna gedurende 10 kilometer de smalle weg door de Vallée du Chassezac om dan de D513 te volgens langs de Thine. Hier is de weg maar net breed genoeg voor één auto. Kronkelend volgen we het kleine bergriviertje dat nu eens zacht kabbelend en dan weer met bruisend geweld zich een weg tussen de rotsen zoekt. Dat levert natuurlijk enkele mooie plaatjes op. De weg loopt dood in Thines dat reeds van ver boven de bossen uittorent. We moeten de auto achterlaten op een parking op ongeveer één kilometer van het dorpje en te voet verder gaan. Door de bossen klimmen we langs een mooi aangelegd wandelpad naar boven. Thines is niet veel meer dan een kerk met enkel huizen rond. Hier heerst een zalige rust. Een monumentale trap leidt naar het kerkje dat absoluut een bezoek waard is. Het portiek wordt gesierd door enkele zeer oude heiligenbeelden en het sobere interieur in rode en grijze zandsteen is heel speciaal. Hier wordt Notre Dame de Thines vereerd en een zeer oud polychroom beeld van de Maagd Maria heeft dan ook een prominente plaats in de kerk. Vanuit het portiek heb je een prachtig zicht op de vallei. Aangezien de weg hier doodloopt is het even zoeken hoe we de verder kunnen reizen ardeche.jpgzonder op onze stappen terug te keren, maar algauw vinden we een doorsteek naar de D4 die niet op onze kaart staat. De smalle weg loopt verder omhoog langs steile afgronden en met prachtige vergezichten. Even voorbij Montselgues volgen we op advies van de dame uit het Office du Tourisme een afslag naar een groepje visvijvers midden een brede hoogvlakte. Op de weide er omheen grazen twee mooie pikzwarte paarden. Een mooi plaatje. Daarenboven wordt hier het landschap gekleurd door een ongelooflijke hoeveelheid bremstruiken. Het groen van de weiden, het geel van de brem en het diep blauw van de lucht leveren zeer mooie foto's op. De hele D4 is een schitterende route die kronkelend langs talloze haarspeldbochten eerst helemaal naar beneden afdaalt om dan weer helemaal tot boven te klimmen. Er is nauwelijks verkeer. In Saint-Laurent-les-Bains draaien we terug de D906 op die ons rechtstreeks terug brengt naar La Garde-Guérin. Het is al over zessen als we aankomen bij ons hotel. De zon is weg en er is opnieuw veel bewolking komen opzetten. De temperatuur is gezakt tot 16°.  Na een verfrissende douche genieten we aan tafel opnieuw van een heerlijke cuisine du terroir (saucisson aux herbes avec gratin de pommes-de-terre et cèpes). We kijken terug op een prachtige dag: een mooie rit met twee schilderachtige dorpjes, mooie rozen in Naves en brem in de omgeving van Montselgues en... onverhoopt mooi weer! Hopelijk blijft het zo. 

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Le Parc National des Cévennes

Woensdag 2 juni 2010
Geen zon deze morgen maar zware bewolking. We trekken onze dikke pull aan maar kleden ons toch in verschillende laagjes voor mocht het toch warm worden. Vandaag gaan we een stukje van de Cévennes verkennen en aan de bewolking te zien, doen we er het best aan van naar het oosten te trekken want de meest dreigende wolken hangen in het westen. We volgen de D66 naar Palhère en klimmen door de bossen naar de Mas de la Barque, een skistation op 1.400 meter hoogte. We zitten in het Parc National des Cévennes. De weg ligt nat en de bomen druipen nog na. Hier heeft het blijkbaar pas geregend. Opnieuw zijn we verrast door de grote diversiteit aan Cévennes 1.jpgbloemen overal. De Mas de la Barque is veel meer dan een mas, er staan niet minder dan 18 gîtes op een uitgestrekt terrein op de hoogvlakte. Rondom liggen pieken van 1.600 meter. Hier en daar is zelfs een klein plekje sneeuw te zien. Nu in de zomer komen er wandelaars en mountainbikers en ik kan me voorstellen dat dit voor hen een ideale plek is om in alle rust, ver van de bewoonde wereld hun sport te beoefenen. De weg loopt verder langs uitgestrekte hoogvlakten met sparren en bosschages van lage beuken. Hier bloeien opvallend veel minder bloemen. Op de Belvédère du Pré de la Dame (1.450 m) en de Belvédère des Bouzèdes (1.320 m)  hebben we telkens een prachtig zicht over de bergen en vlakten van de Cévennes. Het weer is intussen opgeklaard en we trekken ons eerste laagje uit. Als we beneden komen in Génolhac is het zelfs ronduit warm geworden. De zon staat hoog aan de hemel en we moeten nu uitmaken of we verder oost- dan wel westwaarts trekken. We beslissen eerst nog een stukje naar het oosten te rijden tot in Le Pont-Montvert en daarna het westen op te zoeken. Daarvoor moeten we over de Col de la Croix de Berthel (1.088 meter). Het is inmiddels Cévennes 2.jpgal ruim over de middag en we zoeken iets te eten. In deze verlaten streek zal dat niet meevallen, denken we, maar in het kleine gehuchtje Les Bastides vinden we de Auberge des Bastides, een kleine en eenvoudige auberge zoals we hoopten er een te vinden, want in dit soort restaurantjes vind je vaak nog de authentieke Franse keuken. En dat blijkt ook hier het geval. Het is druk in het kleine restaurant, meer een herberg met toog en zwart-witte tegelvloer. Er wordt luidruchtig gebabbeld en de zaal hangt vol sigarettenrook. De vriendelijke dienster stelt ons daarom voor om in de zaal ernaast te gaan zitten, waar normaal waarschijnlijk de feestmaaltijden plaats hebben. We zitten er helemaal alleen buiten het gewoel en het is er vrij gezellig. De menukaart biedt inderdaad alleen maar streekgerechten: na een assiette de charcuteries (heerlijk!) neem ik een confit de canard en C de tête de veau sauce Gribiche.  Ook de kazen achteraf zijn echt ambachtelijk en precies op smaak. Dit is de simpele en oh zo eerlijke Franse keuken van weleer en die vind je tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk. We drinken er een karafje rode landwijn bij en we betalen slechts 33 Euro voor ons tweeën, dessert en koffie inbegrepen. Onze dag kan al niet meer stuk!
Na het eten rijden we door naar Le Pont-Montvert waar we even een kleine wandeling maken. Hier zijn we dicht bij de oorsprong van de Tarn die in een grote bocht door het stadje loopt. Er zijn twee mooie bruggen en enkeleCévennes 3.jpgmooie oude huizen maar voor de rest is er weinig te beleven. De terugweg is prachtig. We rijden zeer hoog en bijna constant door de bossen. In de dennenbomen hangen overal grote bollen, die ons intrigeren. We proberen ze met het fototoestel bij te zoomen, maar worden er niet wijzer door. Het lijken wel vogelnesten, maar dat zijn het niet. Ik vermoed dat het grote cocons zijn van rupsen. Als we terug beneden zijn in Génolhac is het bijwijlen zeer warm: als de zon er door komt is het 27°, maar hoger in de bergen zonder zon is het amper 18°. Nu willen we toch ook nog wat westwaarts gaan verkennen en via een shortcut langs een mooi baantje met haarspeldbochten en langs een riviertje met scherpe leisteenrotsen, bereiken we Bessèges, het enige stadje waarvan de naam ons bekend voorkomt. Dat valt echter dik tegen: het is een triest stadje, eigenlijk niet veel meer dan een lange straat. Op een moeizaam gevonden terras, lekker in de warme zon, lessen we onze dorst met... een heerlijke Belgische Leffe. Toch is er opnieuw meer en meer bewolking komen opzetten. Om 17 uur vatten we het laatste deel van onze tocht aan. Via de D51 rijden we terug naar Villefort en even na 18 uur zijn we terug in ons hotel in La Garde-Guérin. We hebben vandaag 166 kilometer gereden. We maken nog een wandelingetje in het dorp, maar de kou jaagt ons al gauw weer binnen. In het restaurant heeft men de haard aangestoken en dat zorgt niet alleen voor een gezellige warmte, maar jammer genoeg ook voor rookhinder, waar vooral C last heeft.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

Even in het paradijs

Donderdag 10 juni 2010 (1)

Dit was onze laatste nacht in La Garde-Guérin. Zowel het dorpje als het hotel waren een ware ontdekking, een absolute aanrader. Hier vonden we rust en werden we gastronomisch niet teleurgesteld, integendeel! Vandaag vatten we de derde etappe aan van onze reis en die moet ons naar de Gard Provençal brengen. Onze bestemming is Saint-Quentin-la-Poterie, vlakbij Uzès, maar eerst brengen we een bezoekje aan ex-collega B in Méjannes-lès-Alès, zo'n 75 kilometer van hier. De zon is volop van de partij maar af en toe is er nog een felle windstoot. We vertrekken om 9.30 uur en stoppen eerst nog even in Villefort waar vandaag de wekelijkse markt plaats heeft en die kunnen we niet aan ons laten voorbijgaan... De hele hoofdstraat is aan weerszijden afgezoomd met kraampjes en er heerst een gezellige drukte. Er zijn uiteraard groenten en fruit, vleeswaren, brood en kaas maar ook olijfolie, wijnen, kruiden en specerijen. Er is zelfs een klein viskraam waar de vissen met een soort stofzuiger leeggemaakt worden. Dat heb ik nog nooit gezien! We kopen er een zakmes, weliswaar niet van Laguiole maar van Thiers, een ander Frans messenstadje waar ze hopelijk ook goede messen maken die niet zo duur zijn. Verder kopen we een fles olijfolie en een kilo mooie rode kersen voor B. Het is zeer mooi weer vandaag: volle zon en niet té warm. Na een uurtje hebben we het gehad en wordt het de hoogste tijd om naar Méjannes-lès-Alès te rijden. Net voor we er aankomen, verwittigen we B van onze komst en, na een beetje zoeken, arriveren we even na 12 uur. We worden hartelijk ontvangen door B in het riante 
méjannes.jpg
buitenverblijf van haar zus. Eventjes zijn we onder de indruk van het schitterende huis met tuin en zwembad. Op het terras in de schaduw van twee mooie moerbeibomen staat de tafel al gedekt. Het weer is zalig: 27° maar er staat een deugddoend briesje. We krijgen eerst een verfrissende aperitief: een schuimwijn met crème de figues en enkele frisse zuidelijke hapjes. Daarna volgen een al even lekker voor- en nagerecht (warme pélardon met crudités en kabeljauw met citroen en kappertjes). Héérlijk! We wanen ons even in het paradijs. Na het eten leidt Brigitte ons even rond in het huis dat smaakvol is gerestaureerd en zeer gezellig is ingericht. Tot in de puntjes is alles opgeknapt en zelfs de richtlijnen en instructies van de gastheer en -vrouw voor een aangenaam verblijf in het huis zijn met de grootste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Indrukwekkend! We brengen er een supergezellige namiddag door en worden écht verwend door een al even enthousiaste B. Op het einde van de namiddag doen we samen nog een uitstapje naar Vézénobres, een charmant middeleeuws dorpje dat kraakvers gerestaureerd in de zon ligt te blinken. En dan is het tijd voor het afscheid. We moeten immers op tijd in onze B&B zijn en het is nog een eindje rijden. 

Le Mas du Caroubier

Donderdag 3 juni 2010 (2)
De weg naar Uzès is kronkelend en mooi. Het kost ons geen moeite om Saint-Quentin-la-Poterie te vinden, maar des te meer om de Mas du Caroubier te vinden. De gps stuurt ons steevast naar de chemin de Vallabris in plaats van naar de route de Vallabrix. Als we uiteindelijk aankomen, worden we ontvangen door een jongedame die ons naar onze kamer brengt en de sleutel overhandigt. Zij blijkt echter niet de uitbaatster te zijn, maar een gaste zoals wij. De gastvrouw is afwezig en heeft haar gevraagd ons op te vangen. Eigenaardig maar wel sympathiek, vind ik. De mas is een groot landhuis in het licht geel geverfd en met lichtblauwe luiken, gelegen op een uitgestrekt domein met groot terras, bloementuin, groententuin, tuinhuisje, caroubier.jpgboomhut, twee zwembaden met ligweide en dat alles omgeven door hoge bomen en uitlopend in een bosje. De rozen bloeien weelderig. Alles is verzorgd en netjes onderhouden door de gastheer, zij het met een beetje nonchalance. Aan de binnenkant is het ruime huis iets meer uitgeleefd en een beetje chaotisch maar het ademt een echte huiselijke sfeer uit. De eigenaars zijn gepensioneerd en zaten vroeger in de binnenhuisinrichting. Onze kamer ligt op de verdieping naast een rommelig salon en bureau en er staan een heleboel fikfakjes en familiesouvenirs en -archieven. We beschikken over een zeer ruime badkamer die helemaal met hout is afgeslagen en ook het plafond van de kamer wordt gedragen door houten balken. Als we even later naar beneden komen worden we opgewacht door de gastvrouw, die zich meteen verontschuldigt. Ze heeft ons de voorbije dagen voortdurend proberen te bereiken, maar dat is haar niet gelukt omdat ze ons gsm-nummer niet had. Ze is zéér vriendelijk en overstelpt ons meteen met suggesties voor restaurants. Ze heeft voor morgenavond namelijk een reservatie in een restaurant waar je normaal moeilijk een plaatsje kan bemachtigen, en die moet ze nu annuleren tenzij... wij ze overnemen. Het adres werd ons ook door Brigitte's zus aanbevolen, dus happen we maar toe. We besluiten om nog even van het terras en de tuin te genieten en worden gezelschap gehouden door madame. Ze is Zwitserse maar haar eerste man was een Belg en haar drie kinderen zijn in België geboren. Zo komt het dat ze zeer veel afweet over ons land en er ook heel wat mensen kent. Ze keuvelt er gezellig op los terwijl haar twee poezen lui liggen te soezen in de zon en een paar gasten in het zwembad het frisse water trotseren. Dit is een zeer gezellige plek en dat belooft een aangenaam verblijf voor de komende drie nachten.
Voor het avondeten trekken we naar Uzès, een stadje op een 5-tal kilometer. Men had er ons veel goeds over verteld en inderdaad, het is écht een stadje naar ons hart: niet al te groot, ring rond de oude stadsmuren, veel winkels en restaurants. Door één van de oude stadspoorten wandelen we de binnenstad in en langs enkele smalle straatjes komen we op de Place aux Herbes, waar het hart van de stad klopt. Het zeer ruime plein met rondom arcades en grote platanen en een monumentale fontein in het midden. 100% Provençaalse sfeer. De terrassen zitten goed vol maar we vinden zonder moeite nog een tafeltje  bij "Terroirs" dat ons door onze B&B-madame werd aanbevolen. Het is een warme avond en dat geeft het échte zuiders zomergevoel. Weuzès 1.jpggenieten op ons gemak van een planche Cévénole en een salade aux coeurs d'artichauts en drinken er een heerlijk frisse roséwijn bij uit le Pays d'Oc (we bevinden ons in de Languedoc-Roussillon). Op deze plek komen we de volgende dagen zeker nog terug! Als we in de Mas du Caroubier terugkomen, krijgen we nog wat restauranttips van onze gastheer en -vrouw en de suggestie om zaterdag zeker de markt in Uzès niet te missen. Morgen is er ook markt in Saint-Quentin en die is minder toeristisch en dus goedkoper. Daar moeten we zeker olijfolie kopen van Le Moulin à l'huile Paradis uit Martignargues, zegt onze madame. We zullen dat zeker doen. Om 22.30 uur zijn we op onze kamer en kruipen onmiddellijk in bed. Er is immers geen tv.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT

La Table de Julien

Vrijdag 4 juni 2010
Om 7 uur stroomt de zon binnen in onze kamer en rondom hoor ik de vogels fluiten. Zelfs midden in de nacht heb ik hier een vogel horen zingen. Van onze gastheer verneem ik later dat het een nachtegaal was.  Ik heb trouwens zeer goed geslapen. Ondanks het open venster hebben we geen last gehad van muggen, hooguit één keer van een bromvlieg, maar die vond al snel de weg terug naar buiten. Er is geen wolkje te zien en dus kunnen we heerlijk buiten ontbijten. De tafels staan gedekt met allerlei heerlijkheden en het zijn vooral de huisgemaakte confituren die indruk maken. Overigens is er op een blokje La Vache qui Rit ook hier alleen maar zoetigheid. We zitten aan tafel met een jong koppel Luxemburgers (zij was het die ons gisteren verwelkomde). Zij zijn hier al enkele dagen en hebben nog geen mooi weer gehad. Ze vertrekken vandaag naar huis en zijn dus een beetje jaloers op ons. Om kwart voor tien trekken we naar het centrum van Saint-Quentin-la-Poterie, waar vandaag de wekelijkse markt gehouden wordt. Al sinds de 14e eeuw is Saint-Quentin een centrum van de keramiek. Op vandaag kan je er niet minder dan 20 pottenbakkersateliers bezoeken. Er zijn mooie dingen te zien, maar ook zeer veel kitsch. Op de saint quentin.jpggrote gemeentelijke parking onder een soort hangar heeft de wekelijkse markt plaats. In twee lange rijen kramen bieden plaatselijke land- en tuinbouwers er allerlei verleidelijk ogende etenswaren aan. We vinden er de olijvenboer die onze B&B-madame ons heeft aanbevolen en kopen er een paar flessen van zijn olijfolie die dit jaar in Parijs een 'Médaille d'Or' won. In een ander kraampje kopen we een landwijntje in vrac, 5 liter voor 11 euro. Op de markt heerst een gezellige drukte. C fotografeert er op los, maar achteraf blijken alle foto's van vandaag mislukt: zonder dat ze er erg in had, is het fototoestel op nachtstand blijven staan. Een politieagent is op zoek naar de eigenaar van een fout geparkeerde auto. Die blijkt van één van de marktkramers te zijn en in plaats van de man te beboeten, vraagt de agent hem zijn sleutels en gaat zelf de auto elders parkeren. Hier is blijkbaar de politie nog écht je vriend... Hierna wandelen we het stadje in. Het is snikheet maar de schaduw van de smalle straatjes maakt de hitte draaglijk. Veel is er niet te zien, maar de felgekleurde gevels en vensterluiken bieden toch een leuke sfeer en leveren mooie plaatjes op. Op een pleintje klinken uit een gebouw vrolijke kinderstemmen.We gaan een kijkje nemen en vinden er een groep kleuters die zeer enthousiast leren boetseren en schilderen. De toekomst van de keramiek moet in een stadje met deze naam nu eenmaal verzekerd worden. 
Tegen de middag zakken we af naar Uzès. Tijd voor een snelle lunch. We vinden een koel plaatsje onder de arcades in "La Petite Coffee" en eten er een frisse salade Niçoise met een karafje roséwijn. Daarna slenteren we door de oude stad, straatjes in en uit, pleintjes op en af. Overal zijn er terrasjes en zon, zon, zon. Dit is op en top Provence! We genieten. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot 30°. We drinken nog een koffie op een terrasje en wandelen dan terug nar de auto om nog een toertje te doen in de omgeving. Zo komen we in Arpaillargues en Serviers-et-Labaume, twee kleine dorpjes die er heel verlaten bijliggen en waar verder ook niet veel te beleven valt. Dan maar naar Saint-Laurent-la-Vernède om wijn te kopen. Tijdens onze wandeling door Saint-Quentin deze morgen, stopte een vriendelijk meisje ons een reclamefolder in onze handen voor aardbeien- en kersenpluk in het Domaine Natura. Ze verbouwen er ook wijn en dat interesseerde ons meer, dus we kunnen al net zo goed eens gaan kijken. We treffen er een verzorgde zaak en we mogen alle wijnen proeven. De wijn valt best in de smaak en we kopen enkele flessen rood en rosé. Intussen hebben we ook al ontdekt dat de meeste van onze foto's mislukt zijn en we hebben nog net de tijd om even te stoppen in Saint-Quentin-la-Poterie  waar we op een schaduwterras de namiddag afsluiten met een fris wijntje. Het is nog steeds 30° ( op een parking gaf de thermometer van de auto zelfs 37° aan!) maar ook nu maakt een fris windje het heel draaglijk en zelfs aangenaam.
Vanavond gaan we eten in "La Table de Julien", het restaurant dat ons door onze gastvrouw is aanbevolen. Vooraf hebben we echter nog de tijd voor een heerlijk verfrissende duik in het zwembad. Onze gastheren gaan uit vanavond en er zijn geen andere gasten. We hebben dus het kot voor ons alleen. Vóór ze vertrekken krijgen we nog instructies hoe we alles goed kunnen afsluiten én de raad om toch niet te laat te vertrekken naar ons restaurant. "Ne partez pas trop tard, sinon le service sera trop long..." zegt madame, julien.jpg"Ils sont tout seuls." We volgen (eens te meer) haar goede raad op en vertrekken ruim op tijd naar Saint-Maximin, een klein dorpje op de weg tussen Uzès en de Pont du Gard. Al van ver zien we het dorpje liggen boven op een heuvel. We parkeren de auto aan de kerk recht tegenover "La Table de Julien". We hebben geluk: wegens het mooie weer is er gedekt op het terras. Alles zit al goed vol, maar ons tafeltje staat inderdaad gereserveerd op naam van de Mas du Caroubier. De sfeer is op en top zomers: een zwoele temperatuur en een massa krijsende zwaluwen die hoog door de avondlucht zweven. We eten er inderdaad lekker, zij het niet topklasse, zoals onze gastvrouw liet uitschijnen. Er dreigt even een probleempje wanneer blijkt dat de machine voor de betaalkaarten defect is, maar ik heb gelukkig net voldoende cash op zak. Het is pikdonker als we terug naar onze B&B rijden en de gps leidt ons niet langs de grote baan, maar door smalle kronkelende veldwegen. Plots kruist een vos ons pad, maar hij weet ons snel te ontwijken. We zijn blij als we eindelijk onze slaapplaats terug bereiken, maar op het padje van de parking naar de mas, moeten we elkaars handje vasthouden, zó donker is het.

Terug naar 2010 Zuid-Frankrijk OVERZICHT