Posts tonen met het label 2000 Jordanië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2000 Jordanië. Alle posts tonen

zondag 2 november 2014

Naar Jordanië

banner jordanie
Het nieuwe millennium begint veelbelovend op het gebied van reizen. In februari was ik al een weekje in Spanje (Madrid en Valladolid), weliswaar op studiereis en zonder C, maar aangezien dit een beloning was voor hen die zich bij Volvo hadden ingezet voor het behalen van de European Quality Award 1999, waren er toch voldoende aangename en ontspannende momenten ingelast. Ook om die reden vergast Volvo ons op 4 dagen Athene in september, en dit keer wél met de echtgenoten. In de grote vakantie staat uiteraard onze jaarlijkse reis op het programma en deze keer kozen we voor Zuid-Italië: Napels, Sorrento en de kust van Amalfi. 
En nu is het een week Jordanië. Deze reis hebben we te danken aan de genodigden op ons 25-jarig huwelijksjubileum dat we vorig najaar vierden. Als geschenk hadden ze samengelegd voor een reischeque en op die manier konden we ons in het voorjaar eens wat meer permitteren dan we gewoon zijn in deze periode van het jaar. Van het goede teveel? Never, zou ik zeggen. 
Hier volgt alvast mijn relaas over onze eerste kennismaking met het Midden-Oosten. Door de vele verhalen en foto’s van onze buurvrouw waren de verwachtingen hoog.  Zij raadde ons Jordanië aan omdat het van de Arabische landen wellicht het meest moderne en gematigde land is – met een zeer vriendelijke bevolking –  dat een zeer goede afwisseling van cultuur en natuur te bieden heeft en daarenboven aan onze vrij hoge eisen van comfort en culinaire smaak zou beantwoorden.  
Om de privacy van onze medereizigers te beschermen, zijn hun namen in dit verslag veranderd. Alleen die van onze reisbegeleidster en van de lokale gidsen  zijn ongewijzigd.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Een lange aanloop van een hele dag

Zondag 14 mei 2000  
Wanneer we om kwart voor elf vertrekken, staat zowaar de hele straat ons uit te wuiven. Niet verwonderlijk want ze zijn allen sponsors en geldschieters van deze reis. Ze hebben dus het recht om ons te zien vertrekken. Op deze zonnige zondag is er nauwelijks verkeer in de richting van Brussel en om halftwaalf staan we al in Zaventem. Véél te vroeg, want we worden pas aan de Escapedesk verwacht om twaalf uur en onze vlucht is om 14:00 uur. Daar maken we kennis met Françoise die onze reisbegeleidster Jordanie 1zal zijn.  Het is een sympathieke Brugse dame van middelbare leeftijd, wiens taal én uitspraak aan Wendy van Wanten doen denken. Gelukkig houdt daar de vergelijking op. We krijgen er de obligate rode lintjes voor aan de bagage en een grote Escapesticker voor elke valies. Hiermee zijn we volledig klaar om in te checken. Er staan twee rijen aan de balie van de Royal Jordanian Airlines en we schatten in dat de kortste rij ook wel de snelste zal zijn. Zoals ik nochtans al vaak in het verleden heb ondervonden, blijkt dat ook nu helemaal niet te kloppen. Vóór ons staan immers enkele Arabische types eindeloos te palaveren en te discussiëren met de bediende aan de balie. De ene staat niet op de passagierslijst, de anderen hebben veel te veel bagage bij en een afgevaardigde van de Royal Jordanian wordt er bij geroepen. Het palaveren begint van voor af aan en het gevolg is dat ze na twintig minuten (of zelfs meer denk ik) uit de rij moeten om ik weet niet wat eerst te regelen. Eentje mag zelfs helemaal niet mee.  Intussen is zowat iedereen achter ons naar de andere rij verhuisd én al lang ingecheckt. We hebben rustig de tijd om alle andere Escapereizigers te monsteren en uiteindelijk geraken we als de laatsten (we waren de eersten aangekomen…) ingecheckt. Geen nood, want nu begint het lange wachten pas. We weten niet goed wat we op het vliegtuig aan eten te verwachten hebben en spelen zeker. We gaan op zoek naar een snack in de luchthaven en stellen ons tevreden met een sandwich. Afgezien van een pizza aan de toonbank van een bar, is dit trouwens het enige wat er te vinden is. Het smaakt lekker, maar 600 frank voor drie belegde broodjes vinden we toch duur. 
Met een vertraging van 20 minuten kiest onze Airbus 320 het luchtruim. De vlucht zit behoorlijk vol. Bij het instappen worden we vriendelijk begroet door een sportief geklede jongeman. Hij blijkt geen steward maar een veiligheidsagent te zijn. Gedurende de hele reis blijft hij voor in het toestel staan en kijkt de cabine in. Slechts af en toe gaat hij even zitten, maar hij verliest ons geen ogenblik uit het oog. Alles bij elkaar toch een raar gevoel. Het cabinepersoneel is zeer vriendelijk en de service is goed. Eén van de stewardessen heet Rachel. Volgens mij een joodse naam en Jordanie 2ze heeft ook een joodse fysionomie vind ik.  De vlucht verloopt zeer vlot en duurt 4 uur en 15 minuten. In het halfduister (het is hier al halfacht) landen we zeer zachtjes op de Queen Alya luchthaven van Amman op zo ’n 40 km buiten de stad. Door de invallende duisternis hebben we de indruk dat het mistig is, maar dat is niet het geval. Het is er 24°C maar het voelt frisser aan.  We worden opgewacht door Fred, een zeer vriendelijke zwarte van de locale reisorganisatie. Hij loodst ons zeer vlot door douane, pascontrole en bagagecheck. Wij hoeven onze koffers enkel maar te identificeren en we moeten ze geen meter zelf dragen. Alles is vlekkeloos georganiseerd. Twee dames van onze groep moeten 2 dinar (120 frank!) betalen om naar het toilet te gaan. Dat belooft… Nog snel wat eerste Jordaanse dinars gewisseld en dan gaat het per autocar naar het hotel. Het verkeer is druk en zeer snel. Regelmatig toeterend laveert Abdul, onze chauffeur, de bus zeer handig op de smalle rijstroken tussen de auto’s door. Er valt weinig te zien langs de autoweg. 
Na een half uurtje ongeveer bereiken we het Regency Palace Hotel. Het is een groot en modern vijfsterrenhotel langs een drukke boulevard.  In de lobby hangen foto’s van allerlei beroemdheden die hier te gast waren: de voormalige en huidige Jordaanse koningenHoessein en Abdellah, de Palestijnse leider Yasser Arrafat, ex-president Mubarak vanJordanie 3Egypte, allerlei sjeiks en zelfs Paus Johannes-Paulus II. We nemen onze kamer in en schuiven al snel aan voor het buffet: zeer aantrekkelijk en een ruime keuze, tamelijk internationaal maar toch met een oosters tintje. We mijden alles wat rauw is en wel eens voor onaangename gevolgen zou kunnen zorgen. Er is echter keuze genoeg en het smaakt voortreffelijk. Het bier is duur: 3,60 dinar of 235 Belgische frank! Aan tafel hebben we een eerste kennismaking met onze groep. Ongeveer de helft is Franstalig en aangezien we over meerdere tafels gespreid zitten, ontstaan er vrij snel een Franstalige en een Nederlandstalige groep. We maken kennis met een paar uit het Antwerpse, waarvan de man een gepensioneerd Electrabel-medewerker is. We wisselen wat reiservaringen uit, maar het gesprek verloopt nog wat stroef. Verder praten we met een ouder koppel uit  Herentals; die gaan meestal op reis in groep en hebben zich door hun plaatselijk reisagent twee dagen verlenging in Aqaba  laten aansmeren. Het zien er nochtans geen zonnebaders noch diepzeeduikers uit en ik vraag me af of zij daar iets zullen aan hebben. Onze Escapereisleidster Françoise valt op het eerste gezicht goed mee, maar voor de rest zullen we maar afwachten. Na het eten trekt iedereen vermoeid naar bed, hoopvol de eerste reisdag tegemoet ziend. Ik  kan het niet laten om op de kamer eerst nog eens de locale tv-zenders te verkennen. Een groot aanbod van maar liefst 30 zenders. Naast de Arabische (Jordanië, Syrië, Egypte, Libanon, Soedan, Qatar, e.a.), waar uiteraard niets van te begrijpen valt, zijn er ook een aantal Amerikaanse en Europese zenders (BBC, Italië, Spanje, Frankrijk en Polen) en zelfs 2 Israëlische.  Het zal de enige avond zijn van de hele reis dat de tv aangezet wordt.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

De woestijnkastelen

Maandag 15 mei 2000 (1)
Ik heb niet te best geslapen. Dat heeft o.a. te maken met de muezzin die in het holst van de nacht (om 4 uur nota bene…) zijn klaaglijke gebeden via de luidsprekers over de stad laat galmen. Om 05:30 uur ben ik klaar wakker en ik lig bijna 2 uren ongeduldig te wachten tot we, zoals afgesproken,  om 07:15 uur per telefoon “gewekt” worden.  De dag kondigt zich schitterend aan: een stralende zon aan een blauwe hemel. Het ontbijtbuffet biedt een ruime keuze, maar we hebben wat te weinig tijd om er rustig van te genieten. Morgen zullen we wat vroeger opstaan.  
Op de bus maken we kennis met onze locale gids Victor (zijn Arabische naam is moeilijk te onthouden en betekent ‘overwinning’)  die ons gedurende de hele reis zal vergezellen. Hij is een jonge Bedoeïen en toch  zeer westers gekleed in jeans, een modern Jordanie 4ruiten hemd en een Amerikaanse pet. Hij spreekt voortreffelijk Frans en blijkt zeer competent. Het belooft zeer warm te worden en daarom stelt hij voor het dagprogramma enigszins te wijzigen. We zullen de woestijnkastelen in de voormiddag doen omdat het dan in de woestijn nog wat frisser is en we zo meteen de maandagochtenddrukte van Amman kunnen vermijden. Iedereen gaat akkoord en in ruil krijgen we een extra woestijnkasteel te zien. Achteraf besef ik dat de ware reden elders ligt: op deze manier zijn we precies op de middag in Azraq waar we in een groot restaurant het middagmaal kunnen gebruiken. Waarschijnlijk strijkt Victor daar een grotere percent op dan in Amman. We vertrekken om 8:30 uur voor onze eerste dag en van op de bus maken we kennis met Amman. Oorspronkelijk strekte de stad zich uit over 7 heuvels, maar breidde zich steeds verder uit zodat vandaag al 16 heuvels zijn “ingenomen”. Desondanks biedt Amman een homogene indruk dankzij de uniforme bouwstijl en het verplicht gebruik van dezelfde witte kalksteen. De stad telt momenteel 1,5 miljoen inwoners, wat neerkomt op bijna een derde van de totale bevolking van Jordanië.  Voor het eerst zien we het typische straatbeeld van de Arabische wereld: druk verkeer; talloze volgeladen kleine vrachtwagens in allerlei kleuren versierd; zeer veel ‘echte’ moslims op straat in lange witte kleren en de witte of geruite shalabas op het hoofd. Volgens Victor zijn de rood-wit geblokte de Jordaniërs en de zwart-wit geblokte Palestijnen. 
Op ongeveer 55 km ten oosten van Amman stoppen we aan het eerste kasteel: Qasr al-Kharana steekt met zijn indrukwekkende muren scherp en eenzaam af in de desolate vlakte van de woestijn. Het dateert uit de 7de  à 8ste  eeuw en men denkt dat het eigenlijk een karavanserai was, dus een soort herberg.  Aan de uitgang van het kasteel staat een grote bedoeïenentent waar enkele Arabieren aan de waterpijp zitten te lurken en waar we als verfrissing  een glaasje hete thee drinken. Jordanie 5Het is warmer in de tent dan erbuiten. Buiten staat een jonge dromedaris te herkauwen. Ideale tafereeltjes voor de video! Terug in de bus geeft Victor wat uitleg over Jordanië en zijn bewoners. 60% van de bevolking zijn Palestijnen, die in een tweetal grote vluchtelingenstromen zijn binnengekomen en gastvrij  ontvangen. Zo groeide na de Golfoorlog van 1991 de bevolking aan van 3,25 tot 4,5 miljoen. De Palestijnen vormen  hoofdzakelijk de armste lagen van de bevolking. Even verder houden we halt bij een van de mooiste en zeker het lieflijkste van de woestijnkastelen: Qusair Amra. Het is een eerder klein kasteeltje met badhuis en dat vooral bekend is door zijn fresco’s. Mooi kan je ze niet noemen (ze zijn trouwens nog nauwelijks bewaard gebleven) maar ze zijn de moeite waard omdat ze zo uniek zijn; en vooral omdat ze menselijke afbeeldingen vertonen, wat in de moslimwereld normaal niet voorkomt. Een 35 km verder oostwaarts komen we aan ons derde kasteel, met name Qasr Azraq. Van deze versterkte burcht in zwarte lavasteen maakte Lawrence van Arabië in het begin van deze eeuw
Jordanie 6
zijn hoofdkwartier. De ingangsdeur is een loodzware monoliet van enkele tientallen centimeter dik. Bij de ingangspoort staat een mooi uitgedoste woestijnpolitieman, die zich gewillig en fier laat fotograferen. Eens te meer prachtige videobeelden: ruïnes, oude brokken beeldhouwwerk, Arabieren, enz. Af en toe heeft mijn camera last van de warmte. Het is een euvel dat ik niet meer heb kunnen laten herstellen voor we vertrokken. Ik moet er rekening mee houden dat ik hem tussen twee opnamen even  laat rusten. Inmiddels is het middag geworden en we worden gedropt aan een restaurant met een groot terras in de schaduw van druivenranken. Aan het plafond hangen op regelmatige afstand plastieken zakken gevuld met water. Dat zou tegen de vliegen zijn. Het is mij absoluut onduidelijk of dit de vliegen moet aantrekken of juist afschrikken? We hebben er in alle geval geen last van. We schuiven aan aan een buffet en een Egyptenaar in klederdracht bakt er met veel show ‘bedoeïenenbrood’ op een hete stenen koepel;  een soort grote, dunne pannenkoeken.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

De hoofdstad Amman

Maandag 15 mei 2000 (2)
Na de lunch vatten we de vrij lange terugweg aan naar Amman, waar we eerst even een fotostop (d.w.z. 5 minuten) houden aan de Koning-Abdullah-Moskee. Om binnen te gaan hebben we niet alleen geen tijd, het is ook niet toegelaten.  We brengen een bezoek aan het Archeologisch Museum op de citadel (Djebel al-Qala’a). Aan de ruïnes van de Romeinse Herculestempel  hebben we een prachtig panoramisch zicht  op de stad. Het museum bezit zeer mooie prehistorische en Romeinse kunstschatten, die echter een mooier museum verdienen. Alles staat er onoverzichtelijk op elkaar gepropt in een wat oubollig en schools aandoend gebouw. We bewonderen er een
 Jordanie 7paar van de originele ‘Rollen van de Dode Zee’, koperen rollen met handschriften uit de periode tussen de 2de eeuw  vóór en de 2de eeuw na Christus. Deze rollen zijn van  grote betekenis geweest voor het begrijpen van het Oude Testament. In de stad brengen we verder een bezoek aan het  Romeins Amfitheater, dat met zijn 44 rijen plaats biedt aan 6.000 toeschouwers. Het wordt nog zeer regelmatig gebruikt voor theatervoorstellingen. Daarna krijgen we (amper) een halfuurtje voor een vrij bezoek aan de Soek. Ongelooflijk kleurrijk, druk, pittoresk; dus filmen maar! Bij een fruitwinkel met een massa vruchten in alle kleuren en vormen krijgen we elk een  oranje vruchtje dat zowat een Jordanie 8kruising is tussen een peertje en een abrikoos. We durven het niet ter plaatse opeten en nemen het mee naar ons hotel, waar we het met flessenwater kunnen spoelen. Victor is zeer ongeduldig om terug naar het hotel te vertrekken. Twee koppels die zich wat misrekend hebben in de tijd zijn tien minuten te laat bij de bus en krijgen een wélgemeende uitbrander. “Goed voor één keer; de volgende keer kunnen jullie een taxi nemen”! We zijn terug aan het hotel om 5 uur. Eigenlijk veel te vroeg, want er was nog zo veel te zien in Amman. Het is een zeer warme dag geweest. Ik heb veel gezweet en mijn gezicht is dan ook goed verbrand. De groep valt goed mee: iedereen is vriendelijk, maar we vinden toch niemand om mee op te trekken.  Het is moeilijk om met iemand een gesprek aan te knopen. Iedereen is onmiddellijk uitgepraat. We eten pas om halfacht en moeten dus toch wat tijd trachten te doden. Dat valt niet mee, want de verkenning van het hotel (dakterras, zwembad, bar) zit er al gauw op. We besluiten postkaartjes te kopen, maar 0,4 dinar (25 Fr) in het hotel vinden we te duur. We wandelen langs de drukke boulevard naar een benzinestation, waar we hopen ook kaartjes te vinden. IJdele hoop, want er is zelfs geen shop.  Dan maar terug naar het hotel, waar we in de bar genieten van een koel en verfrissend pintje. Het buffet smaakt ons vanavond beter dan gisteren wegens meer honger. Na het eten zijn we de enigen van de groep die nog even afzakken langs de bar voor een koffietje. Twee jonge meisjes spelen er melige westerse muziek op de viool en de piano. Het is uiteindelijk halftien wanneer we als twee rode kreeftjes in bed kruipen. De eerste dag viel alvast zeer goed mee.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Het Pompei van het Middenoosten

Dinsdag 16 mei 2000 (1)
Vannacht heb ik toch wat beter geslapen dan de vorige nacht. Ik was weliswaar opnieuw wakker om vier uur, maar deze keer ben ik toch nog terug ingeslapen. We worden gewekt om kwart na zeven en om halfnegen zitten we op de bus voor een van de hoogtepunten van de reis: de ruïnes van Jerash, gelegen op ongeveer 40 km ten noorden van Amman. Het is één van de best bewaarde Romeinse steden en geniet als werelderfgoed de bescherming van de Unesco. Jerash wordt wel eens het Pompei van het Middenoosten genoemd. We rijden door een relatief Jordanie 9vruchtbare streek en zien ontelbare boom- en plantenkwekerijen. De plantjes worden in roeste blikken dozen langs de rand van de weg te koop aangeboden. Wanneer we in Jerash aankomen brandt de zon al fel en weldra loopt de temperatuur op tot boven de 30ºC. Gewapend met elk een grote fles mineraalwater en met een beschermend petje op het hoofd, stappen we de historische site binnen door de enorme Triomfboog en de Zuiderpoort.  Op het indrukwekkende Forum doet Victor zijn best om alle details uit de geschiedenis van de stad te vertellen. We leren dat de ovale vorm van deze markt- en ontmoetingsplaats zeer uitzonderlijk is want dat een Romeins forum normaal rechthoekig is. De lange uitleg verveelt me al gauw, maar geeft me uitgebreid de kans om te filmen. Ik ben de enige van de groep die intens filmt. Alleen de man van Electrabel zondert zich ook regelmatig af. Hij heeft een nieuw digitaal fototoestel, maar maakt naar verhouding toch niet zoveel foto’s. Aan de Waalse kant loopt echter een dametje dat bijna onophoudelijk foto’s maakt. Verschillende filmrolletjes per dag denk ik. Ook haar man laat zich niet onbetuigd. Verder zonderen zij zich het meest af van de hele groep. Niet zelden zitten ze ’s avonds met hun tweetjes alleen aan tafel. Een lokale fotograaf drijft onze groep samen in het midden van het forum voor een groepsfoto. Geïnteresseerden kunnen hun foto nu bestellen (3 dinar of 200 Fr) en hem na het bezoek afhalen. Veel geld voor één foto, maar we bestellen hem toch. Achteraf zijn we blij, want het is een mooi souvenir. 
We wandelen langs de 600 meter lange Cardo Maximus (de hoofdstraat) met zijn origineel plaveisel en zijn 260 zuilen die de rand vormen. Door de omvang en het besef van hun ouderdom zéér indrukwekkend. Veel indrukwekkender dan de foto’s laten vermoeden. Je kan je ook zeer goed inbeelden hoe het hier destijds moet geweest zijn. De restanten van de kathedraal en het Nymphaeum, de vroegere sierfontein van twee verdiepingen hoog, geven een goede indruk van de grootsheid en praal van de oude Romeinse steden. Via een zijstraat Jordanie 10klimmen we naar de Artemistempel. Hier steken de hoge sierlijke Corinthische zuilen oranje af tegen de diepblauwe hemel. Een gids toont ons dat de zuilen inderdaad flexibel met de wind mee bewegen, door een papiertje tussen twee stenen te glijden. Enkele ogenblikken later zit het papiertje zó geklemd, dat het er niet meer uit kan. Intussen is het zeer druk geworden. Onze Victor ziet de kans schoon om ons te doen aansluiten bij een andere groep Belgen, die door “zijn neef„ begeleid wordt. Op die manier heeft hij wat onverwachte rust. Via het Driekerkencomplex dalen we terug af en houden nog even halt in het Zuidtheateraan de Zeustempel. Het is inmiddels middag en op een heerlijk schaduwterras van het Resthouse genieten we van het obligate buffet. Op het eerste gezicht zijn alle buffetten hetzelfde, maar als je nauwkeurig toekijkt, vind je toch telkens weer andere lokale gerechten. Het smaakt.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Amman revisited

Dinsdag 16 mei 2000 (2)
Volgens het programma hebben wij deze namiddag vrij in Amman. Omdat de meesten niet veel zin hebben om in de hitte van de drukke stad rond te slenteren, stelt Françoise voor om Madaba en de Berg Nebo te bezoeken. Op die manier hebben wij op het einde van de week een halve dag meer aan de Dode Zee. Op het eerste gezicht een goed voorstel, maar Wendy, een alleenstaand dametje uit Gent, is als enige van de groep niet akkoord. Zij wil persé naar Amman. Met enig gemor van de anderen, rijden we dus terug naar het hotel, waar we rond twee uur aankomen. Samen met Wendy en haar (inmiddels) gezellin Roos nemen we een taxi naar de stad. We spreken wel af dat we in de stad niet samen blijven en ook apart naar het hotel terugkeren. Ik vrees namelijk dat zij andere interesses hebben dan wij. Wendy is een apart geval. Met haar frêle en bleke figuur is haar leeftijd moeilijk te schatten. Soms ziet ze er nog vrij jong uit en op andere momenten een flink stuk ouder. Uiteindelijk blijkt ze 33 jaar te zijn. Roos is een klein, mollig madammeke dat een beetje simpel overkomt. Ze is dat blijkbaar ook, want ze werkt als poetsvrouw in een klooster van gepensioneerde paters in Turnhout. Haar dochter werkt in een reisbureau en heeft haar deze reis aan de hand gedaan. Ze is blij dat Wendy, die een brave ziel is en graag bij iedereen een goede indruk maakt, zich over haar ontfermt. 
Eigenlijk moeten ook wij haar dankbaar zijn, want wat zouden we met die extra halve dag aan de Dode Zee doen? En de sfeer opsnuiven in Amman ligt ons toch beter. Het val inderdaad mee: een gezelligeJordanie 11drukte, een massa kleine winkeltjes met producten van alle aard: kleren, elektronica, gebak, fruit en zelfs levende kuikentjes in alle kleuren… Aan de Al-Hussein-moskee is het gebed juist afgelopen en het plein ervoor loopt vol met ‘echte’ Arabieren in alle soorten lange kleren en hoofddeksels. Mijn videocamera staat niet stil. Aan een kruidenwinkeltje krijgen we uitleg van een vriendelijke jongeman, die perfect Engels spreekt en ons mee naar binnen loodst. Daar legt hij ons uit welke kruiden het allemaal zijn. Jordanie 12De jongeman glundert en is in zijn prachtige kleren en met zijn karakteristieke, een beetje negroïde kop een ideale figurant in mijn videofilm. We gaan op zoek naar een souvenir, maar vinden niets dan kitsch. Als er al eens iets moois te vinden is, kost het duizenden franken en dat is nu ook niet de bedoeling. Dit is blijkbaar één van de universele wetmatigheden in de toeristische centra over de hele wereld. We keren vermoeid van het slenteren terug naar het hotel. Wanneer we om kwart voor zeven bij het hotel aankomen, staat er een splinternieuwe Lincoln voor de deur. De portier vertelt ons dat het een pas geleverde nieuwe limousine is van het hotel voor het vervoer van hoge gasten. De wagen draagt geen nummerplaat om zo anoniem mogelijk te zijn, maar de naam van het hotel staat wél op de achterruit… Fier toont de portier ons de andere paradepaardjes van de Regency Palace: en 4x4 Lincoln en een zware SUV van Ford. Modellen die wij in Europa niet kennen. De auto’s in Amman zijn hoofdzakelijk van Japanse makelij en tamelijk goed verzorgd. Er rijden ook opvallend veel (oude) Mercedessen en hier en daar een (ook oude) BMW. De schaarse Volvo’s die we zien zijn hooguit 240’s. Ik heb geen enkele 740 gezien, laat staan een 850 of S/V70.Wendy en Roos, of beter gezegd Wendy, hebben wél gekocht: een “mooi„ kleedje in oosterse stijl. Ze heeft voor meer dan 80% van de prijs afgepingeld. Waarschijnlijk was de verkoper blij dat hij het kwijt was… Daarnaast heeft ze zowaar ook een doos patisserie gekocht. “Die blijft toch een paar weken goed„. Aangezien de winkeltjes in de stad wel goedkope postkaarten, maar geen postzegels verkochten, moet ik dan toch de kaartjes in het hotel kopen. De postzegels van 200 fils kosten er echter 300 fils per stuk! De uitleg van de man slaat me met verstomming, maar doet ons toch glimlachen: “Vergeet niet, sir, dat ik een taxi moet nemen om in het postkantoor postzegels te gaan kopen. Daarenboven moet ik zelf ook een toeslag betalen, want die man in het postkantoor weet dat ik ze duurder verkoop…„. 
’s Avonds is Françoise niet aan het diner. Ze was wat verkouden en een beetje ongerust in haar kleindochtertje dat vorige week in België in de kliniek is opgenomen. Hopelijk is er niets aan de hand. We zitten aan tafel met een Franstalige Brusselse dame, die ons vertelt dat ze vroeger ‘professeur en chimie’ was. Ze is er echt het type voor en ik dank dat het een strenge was! Ze reist samen met haar trouwe en volgzame vriendin Louise. Beiden doen ze hun best om af en toe een woordje Nederlands te spreken. Ze trekken onmiddellijk na het dessert naar bed, maar hebben er niet aan gedacht hun fles water te betalen. Paniek bij de ober, maar ik los het op door voor hen voor te schieten. Zo heb ik het gevoel dat ik de dag besluit met een goede daad.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Een dag die dramatisch begint

Woensdag 17 mei 2000 (1)
Er is iets verschrikkelijks gebeurd! Mijnheer Wouters (de meneer van Herentals) is gisteravond op zijn kamer overleden. Als we niets vermoedend aan het ontbijt komen, zit zijn echtgenote heel alleen aan tafel. Zij vertelt ons het droeve nieuws en we gaan bij haar zitten. Van naaldje tot draadje vertelt ze ons wat ze heeft meegemaakt. Dat verklaart natuurlijk ook de afwezigheid van Françoise gisterenavond, maar we hadden niet opgemerkt dat die mensen er ook niet waren. We zijn enorm geschrokken, maar mevrouw Wouters blijft er ongelooflijk rustig en kalm bij. Ze zegt ons o.m. dat ze vannacht wel tien bladzijden heeft vol geschreven. “Ik zal dáár dan maar een verslag over schrijven in plaats van een reisverslag„ zegt ze. Ik krijg enkel wat yoghurt en een koffie door mijn keel. Het is ongelooflijk hoe snel je met mensen een band hebt. Naarmate iedereen aan tafel verschijnt en het nieuws verneemt, verspreidt de verslagenheid zich in de hele groep. Er wordt weinig over gepraat. Fred is er ook en Françoise zegt dat we verder moeten en dat het lokale reisagentschap voor mevrouw Wouters zal zorgen. Ontroerd nemen we afscheid in de hal van het hotel en nog steeds gedraagt de weduwe zich zeer kranig. Wellicht volgt de weerslag later. We hopen dat ze zo snel mogelijk de terugreis naar België kan maken en troost kan vinden bij haar familie. 
Noodgedwongen en tegen onze zin vatten we om kwart voor negen de vierde dag van onze reis aan. We verlaten vandaag Amman en hebben een lange reis van ongeveer 300 km voor de boeg naar de Wadi Rum. Onderweg is het aanvankelijk zeer stil, doch geleidelijk aan wordt er toch weer gepraat. Over het gebeurde wordt echter geen woord meer gezegd. Iedereen denkt hetzelfde: we mogen onze reis niet laten verknoeien. Maar dat valt niet makkelijk. Langs de autoweg houden we in de voormiddag een “technische stop” aan een restaurant-souvenirshop. Als  we terug vertrekken krijgen we het gezelschap van een politieman. Victor legt uit dat hij van de “Toeristenpolitie” is en normaal alleen grote groepen begeleidt. De man is echter zijn groep kwijt geraakt omdat hij de bus heeft gemist. Daarom zal hij met ons meerijden in de hoop zijn groep vanavond in Petra terug te treffen. Een tamelijk ongeloofwaardig verhaal vinden we. De politieman neemt plaats voor in de bus. Meteen gaat Abdul, onze chauffeur, heel wat trager rijden. Ik vraag me af of we met dit slakkengangetje wel tijdig in Wadi Rum geraken. Plots echter opwinding! Abdul zet er opnieuw de vaart in, want in de verte heeft onze politieman zowaar zijn bus ontwaard. We halen hem in, doen hem stoppen en de man stapt over. Het was dus toch waar. Of is nu gewoon de volgende bus aan de beurt?
In het begin is het landschap eentonig: een kale woestijn bezaaid met stenen en hier en daar een dor toefje gras dat blijkbaar toch volstaat om schamele kudden schapen in leven te houden. Ook hier heeft een vorm van milieuvervuiling toegeslagen: elk obstakel (een plant, een afsluiting, een gebouwtje) wordt ontsierd door meestal zwarte plastiekzakken. Die worden waarschijnlijk met allerlei afval ergens gedumpt en van zodra het organisch afval verteerd is, neemt de wind de lege zakken mee de woestijn in. Misschien bescheiden tegenover de lucht- en bodemverontreiniging zoals wij die kennen, maar tóch een vervuiling. In de dorpen valt dan weer iets anders op. Enerzijds is de bouw van heel wat huizen ergens stilgevallen en staan er vaak maar een paar onafgewerkte muren verlaten overeind. Anderzijds zien bijna alle bewoonde gebouwen er evenmin afgewerkt uit: op de eerste verdieping is men begonnen met het gewapend beton voor een tweede verdieping, maar ook daar heeft men niet verder gewerkt. De verklaring voor het eerste fenomeen is eenvoudig: geen geld genoeg om verder te bouwen. De reden voor het tweede verschijnsel is echter iets heel anders, zij het ook van financiële aard. De belasting op afgewerkte huizen ligt in Jordanië veel hoger dan die op huizen in aanbouw. Dus maar doen alsof het nog in aanbouw is!

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Lawrence of Arabia achterna

Woensdag 17 mei 2000 (2)
Naarmate we de Wadi Rum naderen, wordt het landschap heuvelachtiger en mooier. Op enkele tientallen kilometer vóór Aqaba verlaten we de autoweg en rijden richting Wadi Rum. Bij een fotostop komt ‘toevallig’ een oude Arabier met kameel tot aan de weg gewandeld.Jordanie 13 Stilzwijgend poseert hij voor de klikkende fototoestellen en wacht gelaten op enkele dinars fooi. Het is precies middag als we bij Wadi Rum in het gelijknamige dorp aankomen. Tijd voor het zoveelste buffet. Het is duidelijk minder deze keer: een kippenboutje en zowaar frieten! Je gelooft het of niet, maar ik denk dat de buitentemperatuur hoger ligt dan die van de frieten. Het is druk in het dorp: aan- en afrijdende jeeps, groepjes toeristen en heel wat rustende en herkauwende kamelen. Na het eten is het onze beurt om in groepjes van zes in de oude jeeps plaats te nemen. Het is snikheet, maar er is een zandstorm aangekondigd en in de verte dagen inderdaad reeds de eerste wolken op. We vertrekken in colonne de woestijn in, maar al gauw kiest elke jeep zijn eigen spoor. De (zeer jonge) chauffeurs lijken er min of meer een race van te maken.  En hobbelen dat het doet… Van filmen komt niet veel in huis tot we halt houden aan de voet van een enorme berg. Hier krijgen we uitleg over de woestijn en over de film “Lawrence of Arabia” die gedeeltelijk hier gedraaid is. Eén en ander doet terugdenken aan Monument Valley. Jordanie 14Ook daar reden we in een hobbelende, gammele jeep; ook daar waren heel wat verwijzingen naar films die er gedraaid werden. De woestijn zelf en het landschap moeten echter onderdoen voor de Amerikaanse concurrent. Mooi, dat wél, maar zeker niet zo indrukwekkend. Of hadden we er teveel van verwacht? Af en toe verdwijnt de zon even achter een donkere wolk, maar de zandstorm lijkt er toch nog niet aan te komen. We houden nog een twee keer halt voor een korte wandeling in een rotskloof en dan vatten we al de terugweg aan. De safari van twee uur bestaat dus voor meer dan de helft uit stilstaan en wandelen. Daar komt nog een ongeplande stilstand bij wanneer de motor van één van de jeeps (niet de onze) het plots begeeft. De passagiers moeten overstappen in twee andere voertuigen en sommigen moeten voor de terugreis vrede nemen met een staanplaats. 
Op de terugreis richting Petra, bij een stop aan een souvenirwinkel, kopen we twee kleine blauwe glazen vaasjes. Tussen de massa “brol” vallen ze eigenlijk niet op, maar als ik ze daarna apart zie, zijn ze toch wel mooi. C heeft daar toch een goeie neus voor. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de professor te zeggen dat ik gisterenavond in het hotel voor haar mineraal water heb betaald. Ze reageert verontwaardigd en beweert dat ze wél betaald heeft. Dat zal dan wel zeker, maar daar kan ik toch niet voor opdraaien. We delen uiteindelijk de kosten. Mijn goede daad wordt dus niet beloond, maar bestraft… Het is als zes uur wanneer we in Petra aankomen, of beter gezegd, in Wadi Musa, het dorp aan de ingang van de historische stad Petra. We dachten dat hier maar een paar hotels stonden, maar dat was vroeger… Nu blijken er niet minder dan vijfenzestig te zijn. We logeren in het splinternieuwe Mövenpick Hotel op honderdvijftig meter van de ingang van Petra. Een schitterend hotel: oude oosterse elementen en
 Jordanie 15pseudo-antiek zijn er zeer smaakvol geïntegreerd in een modern interieur. Er is een grootse centrale lobby met een reuzengrote koperen luster die uit het vier verdiepingen hoge plafond hangt. Bij onze verkenning van het hotel ontdekken we in de bar een prachtig versierde wand en op het dak een bijzonder stemmig dakterras. Tussen de palmen en de bloemen liggen oosterse tapijten en kussens op de grond om je er neer te vlijen en te genieten van een Turkse thee of van een Arabische koffie, terwijl je rustig aan de waterpijp lurkt. 
Maar eerst nog het diner. Er zijn overvolle, rijkelijk gevulde buffetten van verschillende aard: koud en warm, zout en zoet. Dit is absoluut een niveau hoger dan we tot dusver gehad hebben. Aan tafel staat  af en toe iemand nog eens stil bij meneer Wouters. Françoise heeft zijn echtgenote gebeld, die ons allen laat groeten. Ze is nog steeds in Amman, maar kan morgen via Londen naar huis. Na het eten trekken we naar het dakterras samen met het Electrabel-koppel en Wendy en Roos. We leren er een ander trekje van Wendy’s onvolwassen persoonlijkheid kennen. Ze gedraagt zich als een verliefde bakvis tegenover een knappe Jordaniër die op het terras oosterse ballades zingt en zichzelf begeleidt op de luit.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Het achtste wereldwonder

Donderdag 18 mei 2000 (1)
Dit is de langverwachte dag: we bezoeken vandaag het beroemde Petra. We worden al om kwart voor zeven gewekt. Vanuit het venster van onze kamer zien we ten allen kant de paardjes, die de toeristen naar de ingang van de Siq zullen brengen, met hun begeleiders optrekken. Niettegenstaande we maar enkele stappen hebben te doen van ons hotel naar de ingang van Petra, moeten we toch om acht uur vertrekken. Er is zoveel te zien (om alles te zien heb je drie dagen nodig!) en het vroege uur laat ons toe  de grote massa voor te zijn. Victor oogst opnieuw veel kritiek wanneer hij bij het aanschaffen van de toegangskaartjes zolang treuzelt, dat we onze mooie voorsprong onmiddellijk weer kwijt zijn. Het is nog een beetje bewolkt, maar al gauw breekt de zon door en opnieuw wordt het een snikhete dag. Er is een massa volk. Hele groepen stromen toe en trekken meestal te voet
 Jordanie 16
naar het begin van de kloof, de zogenaamde Siq, die naar de geheime stad leidt. Sommigen verkiezen de rit te doen met een van de kleine, vinnige Arabische paardjes, maar kunnen hiermee enkel de eerste halve kilometer uitsparen. Sinds kort zijn de paardjes immers in de Siq niet meer toegelaten omdat ze teveel verkeersoverlast en stof veroorzaakten. Voor de oudere toerist staan kleine koetsen ter beschikking, die hen wel doorheen de kloof brengen. Hun aantal is om dezelfde redenen evenwel beperkt tot een tiental. 
Hier staan we dus: aan de toegang tot wat wel eens het achtste wereldwonder wordt genoemd. Petra is een stad die ruim tweeduizend jaar geleden door de Nabateeërs is gesticht. De stad is helemaal in de rode rotsen uitgekapt en is maar toegankelijk via een twaalfhonderd meter lange kloof tussen tientallen meters hoge rotsen. Een ideale plek dus om er de enorme Nabateese rijkdom te verbergen. Toen de stad toch veroverd werd door nomadenstammen in de derde eeuw na Chr, verdween Petra uit de geschiedenis en ogenschijnlijk ook van de landkaart. Petra was helemaal vergeten tot de Zwitser Johann Burckhardt de stad in 1812 opnieuw ontdekte. Intussen is het terecht één van de grootste toeristische trekpleisters van de wereld geworden. Vooraleer we binnengaan nemen we onze voorzorgen tegen de brandende zon en de hitte: insmeren met zonnebrandolie, de nodige flessen water opslaan, de pet op en voor Christiane nog gauw een grote witte hoofddoek kopen. Ondanks de menigte genieten we van het kleurrijk spektakel. De toeristen lijken heel klein tussen de hoge wanden van de rotskloof. Victor vertelt ons dat vijfentwintig Duitse toeristen hier in 1964 de dood vonden toen het water van de rivier zo plots en zo snel steeg, dat ze er niet meer konden aan ontsnappen. Daarna stapt hij, gevolgd door de hele groep, aan hoog tempo en zonder om te zien door de Siq. Uiteraard stop ik regelmatig om te filmen en slaag er nauwelijks in om hen telkens opnieuw bij te benen. Op de duur geef ik het op en laat ze lopen; er is maar één weg, dus we kunnen ze niet kwijt geraken. Prachtig is het. Op het einde van de kloof blijft iedereen plots stil staan. Zij hebben de eerste glimp opgevangen van de indrukwekkende tempelgevel van de Schatkamer van de Farao die baadt in de ochtendzon en daardoor voor een fel contrast zorgt met de schaduw van de Siq. 
Vóór de schatkamer ligt een grote ruimte ingesloten tussen de hoge rotswanden. Het is er een drukte van jewelste: toeristen en Arabische jongetjes die van alles te koop aanbieden en de mensen trachten te overhalen tot een “taxirit” op hun ezeltje. Midden die drukte ligt een kameel rustig rond te kijken en er het zijne van te denken. Even verder ligt een hond, die er zich nog minder lijkt van aan te trekken, languit te slapen. Minutenlang staat iedereen met open mond de schitterende gevel te bewonderen. Nog veel mooier dan op de foto’s’ en vooral nog grootser. De schitterend gebeeldhouwde ornamenten zijn wel doorheen de jaren grotendeels  weggeërodeerd, maar je krijgt toch een goede
 Jordanie 17
indruk van hoe rijk en pralerig dit ooit moet geweest zijn. Door de immense ingangsdeur gaan we tussen de hoge zuilen de donkere kamer binnen en zien er voor het eerst de prachtige natuurlijke kleurschakeringen van de rotsmuren: rood, roest en zwart in grillig golvende lagen. Zo zullen we er in de loop van de dag, zowel binnen als buiten, nog talloze zien. Dit is trouwens mede het unieke van Petra. Hier is op een ongelooflijke wijze de schoonheid van de natuur benut en geïntegreerd in de bouwkunst.
Bij het buitenkomen kopen we bij een jongetje gekleurde stenen die waarschijnlijk buiten de begane paden zo maar voor het rapen liggen. Het is een clever, ietwat ondeugend kereltje met een duidelijk gevoel voor humor. Hij spreekt behoorlijk – alleen de nodige zinnetjes – Engels, Duits, Frans… naargelang de noodzaak. Fier poseert hij voor de camera en ik koop drie stenen voor één dinar. Aan een kraampje even verder dingen we af op de prijs van een onyx-ei en betalen er uiteindelijk twee dinar (130 frank) voor. Nu wandelen we de uitgestrekte site in en komen langs de ene gebeeldhouwde gevel na de andere. Sommige zijn bijna helemaal weggesleten en nog nauwelijks te zien. In andere rotswanden zijn eenvoudige woningen uitgehouwen met enkel een donker gat als ingang. De zon brandt en de paden zijn stoffig en oneffen. Hier en daar staan grote oleanders weelderig te bloeien en overal crossen jongetjes op hun ezeltjes rond. Vooral in het Romeins Theater, waarvan de zitplaatsen in onregelmatige rijen uit de rots zijn gekapt, is de hitte verschroeiend.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

Een stevige klim

Donderdag 18 mei 2000 (2)
Als voorsmaakje op de grote klim van deze namiddag doen we de 107 trappen naar de Koningsgraven. Als je even omkijkt zie je in de diepe vallei pas echt hoe groots en wijds het hier is; de mensen zijn maar kleine stipjes. Onderweg zit een oude man te spelen op een soort koperen strijkinstrument. Jordanie 19Af en toe zingt hij op een klaagtoon met een rauwe keelklank. Boven gaan we één van de grafkamers binnen en treffen er wellicht een van de mooist gekleurde wanden. De kamer heeft zo’n akoestiek dat elk gesprek luid weergalmt. Onze gids – eigenlijk is het opnieuw de neef, want Victor is beneden gebleven – wil dat we in groep een Belgisch liedje zingen. Onze inspiratie reikt net verder dan... “Frère Jacques” in het Frans. Zo blijkt nog maar eens hoe pover het gesteld is met onze zangcultuur. Wanneer we terug afdalen naar het dal zitten overal vrouwen, met soms heel kleine kinderen, op een rotsblok hun waren te verkopen. Heel schilderachtig, maar wat ze te verkopen hebben kan ons niet bekoren. Op de middag bereiken we een nieuwbouw midden in de Petra-site. Het is een restaurant met groot terras en zelfs een heuse barbecue. Jammer genoeg is voor ons een tafel binnen gereserveerd. Het is er overvol en warm en het eten is niet veel zaaks. Hier ligt het begin van onze wandeling naar het hoog in de bergen gelegen Ed Deir, ook het Monasterium genoemd. Het is een fameuze klimpartij waarbij in totaal meer dan zevenhonderd trappen moeten overwonnen worden. Niet iedereen van de groep gaat mee, maar wij willen ons niet laten kennen! En gelukkig maar, want het loont de moeite. Het landschap is ronduit schitterend. Af en toe moeten we even opzij voor een ezeltje dat op onbegrijpelijke manier de berg op en af gaat zonder zijn poten te verzwikken. De schaarse toeristen die zich tot een ritje hebben laten verleiden, hebben er ongetwijfeld al lang spijt van. Het is eerst Jordanie 18en vooral moeilijk om in het zadel te blijven, maar het is vooral geen gezicht; de ezeltjes lijken veel te klein om de grote en dikke Europese of Amerikaanse toeristen te dragen. Toch hebben ze duidelijk veel minder moeite dan hun passagiers die zich hopeloos belachelijk voelen en het ook zijn. Een Amerikaan, die zich nauwelijks overeind weet te houden, roept in het voorbijrijden: “Never again! You better walk!" Na veel zuchten en zweten en na ettelijke rustpauzes, komen we boven waar de rest van onze groep al is aangekomen. Zij zijn amper tien minuten voor ons boven gekomen en aangezien wij bijna tien minuten later zijn vertrokken, hebben zij er dus even lang over gedaan. Een frisse cola verjaagt al gauw de vermoeidheid. Toch hebben we geen zin om nóg wat hoger te gaan voor een nog beter zicht op de rotsgevel. Nadat we zijn uitgerust, snuffelen we nog wat rond in de tent met souvenirs en zien er mooie  zilveren doosjes. Vijftien dinar of bijna duizend frank. Afbieden dus! Ik wil er maar twaalf voor betalen en bied dus tien, maar de verkoopster reageert met een duidelijk “no!„. We laten het dus maar en gaan weg. Na tien minuten hebben we er al spijt van… De scheikundeprofessor loopt nerveus rond. Louise is nog een eindje verder gaan wandelen en is nog altijd niet terug. Of zou ze al naar beneden zijn? Ze hebben duidelijk slecht afgesproken en de professor wordt steeds nerveuzer. Uiteindelijk beslist zij een briefje achter te laten bij de souvenirshop. Jordanie 20Zinloos volgens mij want waarom zou Louise daar gaan kijken als ze terugkomt? Françoise wil met enkele anderen naar beneden vertrekken en vraagt ons of wij ons over een oudere dame willen ontfermen die ook al haar echtgenoot is kwijtgeraakt. Of beter gezegd: hij is háár kwijtgeraakt, want ze heeft gezien dat hij aan de afdaling is begonnen, wellicht in de waan dat zijn echtgenote al op weg was naar beneden. Ze heeft nog zijn naam geroepen, maar hij heeft het niet gehoord en is zonder haar vertrokken. De dame is ruim in de zestig en niet al te vast te been zodat ze bij elke moeilijkheid een steuntje nodig heeft. En dat blijkt niet overbodig want zonder mijn houvast was ze zeker al een tweetal keren uitgegleden en gevallen. De afdaling is nog mooier dan de beklimming omdat je nu voortdurend de diepe vallei vóór je ziet liggen en natuurlijk ook omdat het minder lastig is. Je kan beter rondkijken en genieten van de prachtige kleurschakeringen van de rotsen. Na een halfuurtje ontwaart onze beschermelinge haar echtgenoot; hij heeft van anderen gehoord dat zijn vrouw nog achter is en zit hier al een uur op een rots te wachten. Ze zijn ons beiden dankbaar voor onze hulp en terwijl we staan te praten komt zowaar ook Louisevoorbij. Ze heeft uiteraard het briefje niet gezien en ze kijkt beteuterd als ze hoort dat haar vriendin zo ongerust was. Toch is ze opgelucht als ze verneemt dat haar vriendin nu naar beneden is. Zo is alles en iedereen uiteindelijk terecht. 
Wanneer we aan het restaurant terugkomen is het al heel stil geworden in Petra. Het is halfvijf en de meeste toeristen zitten terug in de autocars. We blijven met een koel drankje nog wat nagenieten op het terras en zien hoe een Arabier een ontsnapte kameel moet nazitten. We hebben nog een lange tocht voor de boeg naar de uitgang en de vermoeidheid begint zich toch te laten voelen. We hebben nu de Siq bijna voor ons alleen. Wat een verschil met deze morgen! We kunnen alles rustig bekijken en merken nu pas dat er aan weerszijden van de kloof een afwateringskanaal in de rotsen is uitgekapt. Die Nabateeërs waren in hun tijd toch wel vernuftig. We ontdekken ook een zo goed als vergane sculptuur van een man met een kameel, wat er waarschijnlijk op wijst dat ook de rotsen van de kloof oorspronkelijk versierd moeten geweest zijn. We zijn behoorlijk moe wanneer we om halfzes terug ‘thuis’ komen. Eerst wat op adem komen en een goede douche en dan een grote koele cocktail op het schitterende dakterras. Het is er winderig en tamelijk fris en we zitten er nagenoeg alleen. ’s Avonds aan tafel krijgen we nog een staaltje van Wendy’sonvolwassenheid. Ze heeft deze namiddag in Petra een Jordaniër leren kennen en is er smoorverliefd op geworden. En… het is wederzijds, want hij heeft beloofd haar vanavond mee uit te nemen. Hij is een neef (is iedereen in Jordanië dan familie van iedereen?) van de muzikant van gisteravond. Voor de zekerheid heeft Wendy gevraagd aan Roos om mee te gaan, maar als het zo ver is gaat ze toch alleen. Iedereen in de groep heeft er plezier in en is benieuwd hoe het afloopt. Na het eten blijkt weer niemand nog behoefte te hebben aan een drankje en deze keer zijn ook wij zó moe dat we om kwart voor negen al naar onze kamer trekken. We zullen goed slapen! 

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT

In de sporen van de kruisvaarders en van Mozes

Vrijdag 19 mei 2000 (1)
Het is al vrijdag en het einde van de reis komt dichtbij. Vooraleer we morgen een ‘rustdag’ hebben aan de Dode Zee, staan nu nog een flink stuk cultuur en een vrij lange rit op het programma. Aan het ontbijt treffen we een glunderende Wendy die nog nageniet van een mooie avond. Haar Jordaniër heeft beloofd dat hij haar morgenavond komt bezoeken aan de Dode Zee. Anderzijds drukt ze zich nogal laagdunkend over hem uit. Geen touw aan vast te knopen, maar ze vindt zichzelf wel héél interessant. Om acht uur rijden we de autoweg op en vertrekken noordwaarts met als eerste bestemming Kerak. Onderweg begint Victor het verhaal van de kruisvaarders, maar hij houdt als snel weer op. “Non, je ne vous raconterai pas. Vous n’êtes pas du tout intéressés dans l’histoire puisqu’il y en a qui sont en train de bavarder„ zegt hij op een arrogante manier en koppig doet hij er het stilzwijgen toe. Françoise slaagt er in hem te sussen, maar hij kan nog nauwelijks Jordanie 21
op sympathie rekenen in de groep. Uiteindelijk leren we dan toch over de hooggelegen burcht van Kerak, waar Renaud de Châtillon zich een jaar lang met honderd man verschanste tot zijn watervoorraad was uitgeput en hij zich gewonnen moest geven. Hij werd eigenhandig onthoofd door Saladin, de moslim legeraanvoerder die voorheen de kruisvaarders had verslagen. Eigenlijk verdiende deze Châtillon zijn lot want hij was gekend als een wreed en sadistisch heerser die er niet voor terugschrok om pelgrims, die weigerden tolgeld te betalen, een gruwelijke dood te laten sterven door hen van de hoge slotmuren naar beneden te gooien. Opdat ze niet te snel het bewustzijn zouden verliezen, liet hij een houten kist rond hun hoofd bevestigen. 
De burcht werd in de 12de eeuw gebouwd en was een belangrijke vesting voor de kruisvaarders bij de belegeringen van Jeruzalem. Ze ligt op een 950 meter hoge heuvel en is nu een ruïne. Vooral de onderaardse gangen en kamers zijn indrukwekkend. De vernuftige manier waarop het licht via kleine openingen wordt binnengelaten is zelfs sensationeel. Onze Victor is de hele dag opgejaagd. Overal blijven we veel te kort: “Vous avez dix minutes„. Hij kan niet snel genoeg aan de Dode Zee zijn, want dan zit zijn job er op. Bij het middagmaal in een stijlvol restaurant in de buurt van Kerak, vertelt een chauffeur van een andere bus dat we niet langs de Koningsroute Jordanie 24kunnen omdat neergestorte rotsblokken de weg versperren. Een andere chauffeur spreekt hem tegen en zegt dat het weliswaar moeilijk is maar toch kan. Zijn Nederlandse passagiers zijn ongelooflijk enthousiast over het unieke panorama dat we zeker niet mogen missen. Na enig aandringen  beslist Abdul, onze chauffeur, het er toch op te wagen, wat Victorhelemaal niet blijkt te appreciëren. Sommigen in de groep zijn er niet gerust in, maar ten onrechte. Als we aan de grondverschuiving aankomen, heeft een bulldozer de klus reeds grotendeels geklaard en na een kort oponthoud kunnen we zonder veel gevaar verder. We rijden langs de400 meter diepe en 4 km brede canyon van de Wadi Mujib die doet denken aan landschappen die we in Amerika hebben gezien. Het landschap is groots maar eentonig grijs-beige. De weg kronkelt zich langs vele haarspeldbochten eerst de vallei in en daarna weer uit. Abdul heeft er weinig moeite mee en loodst er ons veilig doorheen. 
We komen in Madaba. Hier bezoeken wij het Grieks orthodoxe St. Georgekerkje, waar de groepen maar een voor een binnen mogen en welgeteld tien minuten krijgen om de beroemde mozaïekvloer te bewonderen. Hij dateert uit de 6de eeuw  en stelt een landkaart voor van het Jordanie 22toenmalige Palestina. Voor mij is het een beetje een ontgoocheling. Tot nu toe waren de bezienswaardigheden in werkelijkheid veel indrukwekkender dan op foto, maar hier is het tegenovergestelde waar. De Berg Nebo ligt maar enkele kilometers verder en is onze volgende halte. Hier heb je een mooi uitzicht op de Jordaanvallei, al is vandaag het uitzicht eerder beperkt door de nevel. Hier zou ook de rots te zien zijn waaruit Mozes water deed ontspruiten, maar volgens andere bronnen bevindt die zich bij Petra. Volgens de bijbel toonde hier God het Beloofde Land aan Mozes. Een grote smeedijzeren staf, waarrond zich een slang kronkelt, is ter herinnering als monument boven op de berg opgericht. Voor enkele weken, in maart, was de paus hier op bezoek en verklaarde deze plaats tot een officiële pelgrimage voor katholieken. Als aandenken heeft hij er een boompje geplant. We brengen een bezoek aan de ruïnes van Siyagha.
 Jordanie 23Volgens sommige bronnen bevindt zich hier Mozes’ laatste rustplaats. Omwille van de werkelijk schitterende mozaïeken, heeft men er een kapel boven gebouwd. We luisteren geduldig naar Victor, die op een duidelijk verveelde en meer en meer monotone toon uitleg geeft. Daarna krijgen we opnieuw amper tien minuten om alle prachtige kunstschatten en mozaïeken te bewonderen en te filmen. Het is duidelijk dat Victor niet snel genoeg aan de Dode Zee kan zijn.

Terug naar 2000 Jordanië OVERZICHT