Posts tonen met het label 1997 Noorwegen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1997 Noorwegen. Alle posts tonen

woensdag 29 oktober 2014

Eindelijk vertrokken

banner Noorwegen.jpg
Zondag 6 juli 1997 
Het is een drukke periode geweest, met veel problemen, vooral in het OCMW, en C is nauwelijks hersteld van een kleine inzinking. We zien dus meer dan ooit uit naar deze vakantie en we vinden dat we het beiden verdiend hebben! Daarenboven is het de voorbije 3 weken bijzonder fris geweest (nauwelijks 15°...) en het heeft bijna voortdurend geregend. We hopen op beter weer, maar kunnen we dat in Noorwegen wel verwachten? We zullen zien! Getrouw aan onze traditie vertrekken we stipt om 5u00. We hebben onze route uitgestippeld door een flink stuk van Nederland: Breda - Utrecht - Amersfoort - Apeldoorn - Hengelo. En dat blijkt een goede keuze te zijn: het is zeer rustig want wij rijden “stroomopwaarts” tegen de grote trek van de Hollanders naar het zuiden. Het is 8 uur wanneer we de Nederlands-Duitse grens oversteken en we zetten onze reis verder via Osnabrück, Bremen en Hamburg tot in Flensburg. Tot Bremen is het vrij druk, want hier zitten we in de stroom van Duitsers die naar de Oostzee trekken.  
Het weer is grijs, maar wordt mooier en mooier en ‘s middags in Flensburg kunnen we zelfs in de zon op een terrasje middagmalen. Alles verloopt prima en wanneer we om 13u30 de Deense grens bereiken, hebben we reeds 780 kilometer afgelegd. Hier begint het derde en laatste deel van ons traject: tot in het uiterst-noordelijk puntje van Denemarken: via Kolding, Arhus en Aalborg naar Hirtshals. Hier vertrekt morgenvroeg de boot naar Noorwegen. Op dit lange stuk door Denemarken valt niet veel te beleven. We onthouden enkel dat de Duitse en Nederlandse caravans de meerderheid uitmaken van het, overigens kalme verkeer. Velen onder hen dragen een zelfklever met een eland op hun achterzijde: Skandinavië-freaks op weg naar Zweden of Noorwegen. Nog een opmerkelijke vaststelling: de Denen hebben een duidelijke voorkeur voor rode wagens! Er zijn er opvallend meer dan waar dan ook elders in Europa. 
Om 17 uur zijn we op onze bestemming. We hebben de 1130 kilometer goed verteerd en zijn helemaal niet moe! Dus... onmiddellijk onze hotelkamer innemen, een snelle douche en Hirtshals verkennen. Ons hotel ligt vlakbij de aanlegsteiger van de Color Line-veerboten. We gaan er al eens het terrein verkennen voor morgenvroeg. Het is een tamelijk troosteloze haven en het wordt nog triestiger wanneer er een vrij dichte mist opkomt. Die blijkt gelukkig van korte duur en tegen de avond is hij helemaal verdwenen. Het is wel tamelijk fris. In het vissershaventje heerst een gezellige sfeer en de vele vissersboten leveren een aantal zeer pittoreske videobeelden op. Na wat zoeken vinden we een leuk visrestaurant en we mogen ons gelukkig prijzen dat we nog net het laatste vrije tafeltje kunnen bemachtigen. Het eten is lekker! Na het eten slaat de vermoeidheid (en de wijn?) dan toch toe en om 22u15 vallen we in een diepe slaap. Het OCMW en de Belgische regen zijn voorwaar bijna vergeten.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Door het Setesdal

Maandag 7 juli 1997
Vroeg uit de veren: om 5u30, want we moeten al om 7 uur aan de boot zijn. We varen af om 8 uur en de overtocht naar Kristiansand zal 4 uren en 15 minuten duren. De zon is van bij het begin van de partij aan een stralende hemel! Dit hadden we gehoopt, maar zelf nooit geloofd... We blijven de hele overtocht aan dek en doen onze eerste zonnestralen van de zomer op. Aangezien we tegen de middag aan wal zullen zijn, en het eten aan boord niet zo aantrekkelijk oogt, beperken we ons tot een paar Raiders als middagmaal. Om 12u15 zijn we op Noorse bodem, mét onze voorraad Jupiler incluis. De douane hebben we zonder verpinken verschalkt! Het zal me nog elke volgende dag heugen wanneer ik ‘s avonds op onze hotelkamer een (of twee) lekkere Belgische pils zal drinken zonder er een fortuin aan Noorse kronen te moeten voor neertellen. Onze eerste Noorse ervaring valt tegen: doordat de nummering van de wegen recent is veranderd, geraken we in de war met de bewegwijzering en rijden eerst een eind verkeerd. Het is ons een troost wanneer we aan het eerste informatiebord stoppen en vaststellen dat we niet de enigen zijn. Doch dit is vlug verholpen want we kopen een nieuwe wegenkaart en vanaf dan hebben we geen problemen meer.
Deze namiddag hebben we 220 kilometer af te leggen. Toch hebben we ruim de gelegenheid om onderweg af en toe eens halt te houden. Het Setesdal is immers veel mooier dan verwacht. Hoogtepunt van de namiddag is een bezoek aan het Mineraal Park in Evje. Het ligt midden in één van de rijkste mineralen-vindplaatsen van Europa. We bezoeken er de tentoonstelling in een oude mineralen-mijn en zijn gefascineerd door de prachtige collectie mineralen van over de hele wereld. Ondanks mijn gekende liefde voor stenen, krijg ik het niet over mijn hart om er een steen als souvenir te kopen, wegens “te duur”, maar ook wegens “niet zelf gevonden”... Onderweg hebben we pech dat het kleinste kerkje van Noorwegen in Bykle al gesloten is. We komen aan in ons hotel in Hovden om kwart voor zeven. Aan tafel worden we bediend door een zeer vriendelijke Thai. We bestellen een voor- en een hoofdgerecht, doch beide zijn zo copieus dat we ze slechts met moeite opkrijgen. We zijn geleerd voor de volgende avonden! Na het eten doen we nog een wandelingetje langs de Otra, een snel-stromende bergrivier. We moeten al snel vluchten voor de ontelbare muggen en zo liggen we al om 9 uur in bed, terwijl de zon nog volop de bergtoppen beschijnt.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

De eerste watervallen

Dinsdag 8 juli 1997
Vandaag wordt het een prachtige rit door het hooggebergte en langs de eerste echte fjorden. Ik zie vooral uit naar de onstuimige Låtefoss, die in de film van een collega op mij een grote indruk heeft gemaakt. Hoogtepunt wordt nochtans de Haukelifjell: de hoogvlakte tussen Haukeligrend en Odda. We rijden op een hoogvlakte met gedeeltelijk bevroren en besneeuwde meren en omgeven door besneeuwde toppen. Vooral aan de Haukeli-tunnel is het landschap prachtig! Het is helder weer en we volgen de raad van onze Lannoo gids : we nemen de weg naast de tunnel. Hier slingert een smal baantje zich tussen bergen en meertjes doorheen sneeuwmuren van een paar meter hoog. Hier en daar klatert een watervalletje naar beneden. Rond de middag bereiken we de Låtefoss (Foss is Noors voor waterval). Het is inderdaad indrukwekkend. Met een oorverdovend gedruis en met veel opstuivende mist, storten twee woeste bergrivieren zich naast elkaar naar beneden. Ze stromen onder een schilderachtige brug, onder de weg door. Daar verenigen ze zich tot één rivier, die daarna - iets rustiger - verder haar weg zoekt. We houden ter plekke  voor het eerst een pick-nick. De onderweg gekochte broodjes, kaas en worst zijn vers en smaken lekker. Er staat wel geen tafel met banken, maar ik overwin toch mijn aangeboren afkeer voor pick-nicken. De volgende dagen zal dat trouwens nog beter lukken en, op een paar uitzonderingen na, zullen we elke middag met veel plezier een pick-nicktafel opzoeken. De talloze tafels en banken op de mooiste en meest schilderachtige plekjes, bieden daar trouwens ruimschoots de gelegenheid voor.
In de namiddag rijden we langs de Sørfjord en door een streek waar heel veel fruit wordt gekweekt. In de omgeving van Lofthus staat bijna aan elk huis een tafeltje met parasol, waar “moreller” te koop worden aangeboden. Aan één ervan stoppen we : er is niemand te zien, maar er staat wel een glazen potje, waarin je vriendelijk verzocht wordt 25 kronen te deponeren en dan mag je een bakje heerlijke kersen meenemen. We zijn al rond 15 uur aan ons hotel in Kinsarvik. Dus nog tijd voor een uitstap! We kiezen voor de Vøringfoss. Het is een rit van toch wel  90 kilometer, maar het is de moeite waard. De Vøringfoss is de hoogste waterval van Noorwegen: 182 meter in vrije val. Net zoals op de postkaarten siert een regenboog het neerstortende water. Wanneer we de parking willen verlaten, vraagt een Duits echtpaar of we ze een lift willen geven naar beneden. Ze staan op een camping in Eidsdal en zijn met de autobus naar boven gekomen. Nu zouden ze nog anderhalf uur moeten wachten op een bus terug. We nemen ze met plezier mee en onderweg vertellen ze ons hoe mooi Nooorwegen wel is. Ze wijzen ons op twee Noorse lekkernijen, die we zeker moeten proeven: de chocoladebruine geitekaas en... walvis! Als we de kans krijgen, zullen we ze zeker niet laten voorbijgaan! Ze vertellen ons ook dat zij hier al 3 weken zijn en nog niets dan mooi weer gehad hebben! Dat verontrust mij een beetje, want zo’n lange periode zon is in Noorwegen al zeer uitzonderlijk. Dus hoe lang kan dit nog duren?
In Eidfjord ligt midden in de fjord een groot wit cruiseschip gemeerd. Voortdurend brengen twee motorjachten met keurig uitgedoste (Japanse) matrozen, de passagiers van en naar de wal. Wanneer het schip later vertrekt, zien we dat de twee jachten simpelweg aan boord zijn gehesen en de verdere reis worden meegenomen. Van comfort gesproken! Terug in Kinsarvik slenteren we nog wat rond op zoek naar een mooi, typisch souvenir. Niets anders te vinden dan de traditionele kitsch, tenzij misschien de “Hardanger”-handwerkjes of de werkelijk mooie truien met Noorse motieven. We vinden niet echt iets naar onze zin en kopen alleen postkaartjes voor het thuisfront. De prijs doet ons echter wel eventjes schrikken: 50 frank per stuk! In het hotel genieten we ‘s avonds van een schitterend buffet. Wij doen ons vooral te goed aan de diverse bereidingen van zalm en de lekkere grote Noorse garnalen. Blijkbaar zijn er toch wel nog Belgen in dit land op reis! Op de parking van ons hotel staan 3 wagens met Belgische nummerplaat en bij onze avondwandeling worden we ook door een landgenoot aangesproken. Onderweg hebben we er echter niet één gezien!

Bergen, waar het (bijna) altijd regent

Woensdag 9 Juli 1997
Om 8 uur ‘s morgens gaan we onze auto op de eerste plaats parkeren in de rij voor de veerboot van 9u40 naar Kvandall. Onze vrees geen plaats meer te hebben, blijkt onnodig te zijn geweest. Er is ruim plaats over. Het is een zeer mooie tocht van ongeveer een uur. We doen een “tussenlanding” in Utne, waar we het stemmige dorpje, met zijn kleurrijke houten huizen, zijn kerkje en het oude, maar sjieke Utne Hotel langzaam zien voorbijglijden. Vanuit Kvandall rijden we hoofdzakelijk langs de Hardangerfjord, aan wier oevers in Øystese we ‘s middags een mooi picknickplaatsje vinden. We eten er de onderweg gekochte “jordbaer” en herontdekken de échte aardbeiensmaak, zoals je die bij ons niet meer aantreft. Een beetje verder zien we een zalmkwekerij: in de grote cirkelvormige bakken, die op de fjord drijven, springen voortdurend grote zalmen hoog boven het water uit. Leuk om te zien. Na de middag komen we langs een nieuwe schitterende waterval: de Steindalsfoss. Het meest merkwaardige is dat je er achter door kan wandelen, wat uiteraard een mooi effect en vooral schitterende videobeelden oplevert.
Tegen 14u30 rijden we reeds Bergen binnen. Eerst even wennen aan de snelheidsbeperking tot 50 km per uur en... 5 Kronen tolgeld betalen om de stad binnen te komen. Zonder veel moeite vinden we het Romantik Park Pension, ons eerste hotel uit de Historiske Hotels-keten. Het is een statig, oud en groot huis met torentje, gelegen in een sjieke wijk even buiten het centrum. We krijgen - een beetje tot ons ongenoegen - een klein kamertje op de 3e verdieping en er is geen lift! Dus maar puffend en zwetend de koffers naar boven slepen. De prachtige antieke meubels en vooral de gratis koffie maken echter alles goed. Al gauw trekken we naar de stad. Het is een korte wandeling en we zijn nog net op tijd om het einde mee te maken van de beroemde vismarkt. Dit is inderdaad een kolfje naar onze hand: een gezellige, kleurige drukte en een enorm aanbod aan allerlei soorten vis en schaaldieren. Het meest opvallend is een zwart stuk walvis, dat meer aan vlees dan aan vis doet denken. Maar... is het dat eigenlijk ook niet? Als we de kans krijgen, moeten we dat toch eens ergens proeven. Even verder wordt onze aandacht getrokken door de grootste levende kreeft, die we ooit zagen en waarschijnlijk ooit zullen te zien krijgen: ze is zeker anderhalve meter lang en haar gewicht durf ik niet te schatten. De traditionele regen is heel ver weg: er staat een brandende zon aan een schitterend blauwe hemel ! Wie had dat gedacht en... hoe lang zullen we dit geluk nog kunnen houden? Laat ons het beste hopen en intussen genieten. In die omstandigheden zien we de kleurrijke gevelrij van Bryggen in ideale licht-omstandigheden. Het is het oude middeleeuwse stadsgedeelte van Bergen, waar alle huizen en de straatbedekking volledig in hout zijn. Ook langs de haven heerst een zomerse sfeer en we genieten van een koel glas op het terras van ‘Madam Felle'.
We beëindigen onze namiddag met een kabeltrein-tochtje naar de berg Fløyen, vanwaar we een schitterend panorama hebben op de stad en de baai. Er blijft ons nauwelijks de tijd om in het hotel andere kleren aan te trekken en tegen 7 uur vatten we voor de tweede keer de wandeling aan naar de stad. Het lijkt wel alsof we vandaag meer kilometer tevoet hebben afgelegd dan met de wagen... In restaurant de Enhjørningen, in de oude huizenrij van Bryggen, hebben we één van de betere dinners van de reis. Eerst vissoep en dan een 'fisketrio': drie verschillende soorten zeeverse vis, waaronder uiteraard de onvermijdelijke Noorse trots: de zalm! Daarbij een meer dan aanvaardbare (Spaanse) witte huiswijn en met 730 kronen (3.700 frank!!) zijn we ervan af...Maar het was het waard. Na het eten flaneren we nog wat langs de jacht- en vissershaven onder een late, maar nog steeds felle zon. Pas na half elf verdwijnt ze achter de horizon, maar het blijft nog lang naschemeren. Echt donker wordt het de hele nacht niet! Het was een zeer gevulde dag zodat we geen tijd vonden onze postkaartjes te schrijven. Ze blijven dus maar op zak voor morgen.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Een opmerkelijk vikinghotel

Donderdag 10 juli 1997
De morgen begint met inkopen op de vismarkt: een halve kilo ‘fresk kökt fjord reker’ of vers gekookte fjordgarnalen, en een gevulde krab. Het wordt een rijke picknick vandaag! Voor brood is het echter te vroeg: de bakker is wel open, maar voor 10 uur mag hij nog geen vers brood verkopen... Om 9 uur staan we al aan Troldhaugen, het landhuis van Edvard Grieg even buiten Bergen. Het is schitterend gelegen en het is er zeer rustig. Althans op dit uur van de dag, want wanneer wij de parking verlaten, zijn er intussen reeds 5 à 6 autobussen toeristen toegekomen! 
De rit brengt ons vandaag langs de kronkelende en steile wegen van het Bergsdal naar Voss en o.a. Dale, waar we de fabriekswinkel van de beroemde Noorse truien bezoeken. Inderdaad interessante prijzen, maar toch kopen we niet. Zie je ons in België al met zo’n opvallende pull rondlopen? Onze garnalen-picknick houden we in de buurt van Voss, waar we het niet-aflatende gezelschap van een bedelend schaap moeten dulden. We hebben er ons plezier in en laten het als beloning op het einde de rest van ons brood. Kort na Voss stoppen we bij de Tvinnefoss. Wat ons betreft is dit misschien wel de mooiste waterval van de reis. In ieder geval is hij met zijn talloze, over een grote breedte zacht afstromende kleine watervalletjes, niet zo agressief en veel rustiger dan wat we tot nog toe zagen. En dan naar de Stalheimskleiv. Dit is aangeduid als één van de top-attracties van Noorwegen. En terecht! Vanop het terras van het Stalheim Hotel heb je een uniek panorama met heel ver in de diepte de Nærøyfjord, onze eindbestemming voor vandaag. We zien er een lijnbus (de andere wagen er zich niet aan...) moeizaam tegen de enorm steile weg met haarscherpe bochten opklimmen. We wachten verstandig tot hij boven is en vatten dan zelf voorzichtig de afdaling (18 %) aan. Dit is ongelooflijk steil. Groot is onze verrassing -en ons probleem- wanneer we in de eerste haarspeldbocht oog in oog staan met een andere bus. Achteruit maar de berg weer op... maar onze Volvo ziet dat zomaar niet zitten! Met veel damp en lawaai, maar vooral veel stank, lukt het uiteindelijk toch.
Nu dalen we tot in Gudvangen. Daar ligt aan de Nærøyfjord het Fjordtel, dat we op basis van de beschrijving in onze Lannoo-gids persé wilden hebben. Dit is morgen meteen de startplaats voor de langste (2u15’) boottocht van onze reis. Het hotel is inderdaad iets speciaals! Behalve door zijn schitterende ligging, valt het vooral op door zijn stijl: het is een vrij recente constructie met als bouwmaterialen glas, hout en rots. Alles is in Vikingstijl ingericht: hoge houten stoelen met leer overtrokken, centraal een heuse troon voor de Viking-hoofdman, een enorme massieve granietblok als buffettafel, enz. Het meest opmerkelijk zijn echter de kamers. In een veelhoekig gebouw liggen 12 identieke kamers naast elkaar, alle op het gelijkvloers. Hier moet je noodgedwongen in contact blijven met de open hemel. In het plafond zit immers een groot venster, dat niet kan afgesloten worden. Het leuke is dat we vanuit ons bed zicht hebben op niet minder dan 3 watervallen die hoog in de bergen naar beneden storten; minder leuk is dat het in de kamer pas donker is als het buiten helemaal donker is! En in dit seizoen is dat dus : nooit. Daarnaast is ook hier alles viking: ruwe houten meubelen, in hout uitgewerkte viking-attributen aan de muur en prachtige koeiehuiden als bedsprei. Toch wel een apart en  onvergetelijk hotel! Op het terras (het weer blijft schitterend!) schrijf ik ‘s avonds eindelijk de kaartjes. Aan tafel in de grote viking-eetzaal zitten we bijna alleen voor het grote buffet met barbecue incluis. Enkel nog een frans echtpaar, waarvan de man dan nog een belg blijkt te zijn. Waar is in godsnaam die massa volk van deze namiddag naar toe?

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

De smalste fjord van Noorwegen

Vrijdag 11 juli 1997 
De dag begint nerveus en gejaagd! De boot vertrekt om 8 uur en we kunnen pas om 7u30 ontbijten. Dat lukt, maar veel genieten is er toch niet bij. De boottocht op de Nærøyfjord is prachtig! De koelte en de opkomende dag in de lichte nevel geven een speciale dimensie aan de tocht. We varen langs weerszijden vrij dicht bij de hoge bergwanden, aangezien dit de nauwste fjord van Noorwegen is. We waren bang geweest geen plaats te hebben op deze boot en wilden zelfs al vanuit België reserveren. Eens te meer overbodige zorgen, want er zijn nauwelijks 10 auto’s op de boot, plus een bus met slechts een handvol Japanse dames. We doen af en toe een babbel met het Franse koppel van gisterenavond, en zij tonen ons de zeehonden (“les fogs”) die af en toe even boven water komen. Een andere attractie onderweg vormen de meeuwen, die erin slagen zo goed als bewegingsloos zich met de boot te laten meezweven. Zij eten zowaar al vliegend uit de hand van de toeristen. Eindpunt van de overtocht is Lærdal, waar we het zalmmuseum bezoeken. Je leert er alles over zalm en door grote vensters onder de langsstromende rivier, kan je grote kanjers van zalmen van zeer dichtbij bewonderen. De demonstratie van het vervaardigen van “vliegen” voor de zalmvangst maakt niet echt indruk, maar later vallen we zowat achterover als we vernemen dat zo één ingekaderd veelkleurig vliegje in de museumshop wordt verkocht voor maar eventjes 15.000 bfr! Het museum valt misschien wat tegen, maar het oude dorp Gamle Lærdal Øyri is een ontdekking! Het is een volledig dorp met enkel oude goed bewaarde huizen en gebouwen. Dit is niet minder dan een bewoond openluchtmuseum.
We verlaten Lærdal via een splinternieuwe tunnel van 7km lang en een even nieuwe veerboot en bereiken Kaupanger, waar we snel even de staafkerk bezoeken. In Hella nemen we onze derde veerboot van de dag naar Dragsvik. Het is nu nog maar even tot Balestrand. Ook hier wacht ons een hotel dat we absoluut niet wilden missen: Kvikne’s Hotel. Schitterend gelegen tegen het decor van besneeuwde bergtoppen en met de voeten aan de Esefjord, een zijarm van de Sognefjord. Het is een immens, witgeverfd houten gebouw met puntdaken met kunstig uitgewerkt houtwerk en sierlijke kleine zuiltjes. Hier verbleven in het verleden de Noorse en Europese adelijke en zelfs koninklijke families. Nu nog heeft het hotel zijn klasse en standing behouden. Er overnachten dan ook hele bussen Japanse toeristen. In het restaurant is het een drukke bedoening, maar het buffet is absolute klasse! Eigenlijk zijn het 6 buffetten: 2 koude vis, 1 koud vlees, 1 warm buffet, 1 kaas- en 1 dessertbuffet. We weten niet wat eerst eten en kunnen maar niet besluiten wat we zullen laten liggen. Van alles proeven is immers onmogelijk. En.. het mooie weer blijft aanhouden! Vandaag was het zelfs snikheet, alhoewel vanavond de wolken toch wat schijnen samen te trekken rond de bergtoppen. Maar dat levert dan weer een prachtige zonsondergang op.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Een noodlottige dag

Zaterdag 12 juli 1997
Vandaag staan we vroeg op omdat we een vrij lang traject te doen hebben en er nog graag een zijsprongetje van ongeveer 70km bij willen nemen om de Nigardsbre (één van de armen van de enorme Jostedalsbre) te bezoeken. We kunnen nog niet vermoeden dat dit ommetje ons nog lang zal heugen... Onderweg komen we talloze moedige fietsers tegen die, vaak met zichtbare moeite, deelnemen aan een lange tocht over de Sognefjell en door het Sognedal. In Gaupne verlaten we de weg en rijden de vallei in die ons tot aan de Nigardsbre brengt. Zo eenvoudig gaat dat echter niet. Wanneer we denken er te zijn, -aan de moderne Breheimsenteret- moeten we eerst nog een smalle tolweg van 5km volgen, vervolgens met een bootje het meer over en dan nog een flink stuk te voet over een rotsig pad. Nu zijn we echter wel vlak bij de voet van de gletsjer. Hier worden we beloond met een schitterend zicht op de enorme sneeuwmassa. Van zo dichtbij hebben wij nog nooit een gletsjer gezien. De sneeuw kleurt diep turquoise in de kloven en van onderuit stroomt voortdurend een geweldige, kolkende  watermassa. Magnifiek!
We hebben om 13 uur nauwelijks de terugweg aangevat als het noodlot toeslaat: C glijdt uit op de kiezel en vrijwel onmiddellijk is ze ervan overtuigd dat ze een arm gebroken heeft! Zeer ongerust zetten we de terugtocht verder en voorzichtig stappen we terug aan boord van het bootje op het meer. De vriendelijke bestuurder roept met zijn gsm een dokter op in Gaupne en maakt voor ons een afspraak in het “Helsesenter”, het gezondheidscentrum of lokale artsengroepspraktijk. We mogen er zijn om 15 uur. Daar bevestigt de dokter van dienst een breuk van de pols en ze stuurt ons naar het ziekenhuis in... Laerdal: 60km terug, via de veerboot en de tunnel van gisteren. Om 17u30 zijn we ter plaatse en vooraleer alles afgehandeld is, is het 19 uur!  We staan nu ongeveer aan ons vertrekpunt van deze morgen en hebben dus nog 180km voor de boeg... Nu staan we voor de keuze: hier een hotel zoeken en morgen de achterstand inhalen, of vandaag hoe dan ook naar Lom doorreizen zodat we ons reisschema kunnen aanhouden. We kiezen voor het laatste, niet in het minst omdat we zoveel verwachten van ons hotel in Lom. Het is immers opnieuw een Historisk Hotel, maar in de eerste plaats: het is geprezen om zijn goede keuken! We verwittigen per telefoon het hotel en schatten dat we tegen 21 uur wel ter plaatse zullen zijn. We trekken dus voor de derde keer door de tunnel en nemen nog maar eens de veerboot (we betalen nog maar eens 96 kronen...) en beginnen de beklimming naar de Sognefjell (fjell = hoogvlakte). Wat jammer dat we helemaal geen tijd hebben om dit machtige landschap wat beter te bekijken. In sneltreinvaart razen we langs de ijsmeren en de sneeuwvlakten en tussen de 2 à 3 meter hoge sneeuwmuren. Dit is zeker één van de mooiste stukken van de reis. Geen tijd om te stoppen, want het is inmiddels al 22 uur! Gelukkig blijft het hier zo lang licht. Pas om 22u30 bereiken we het Fossheim Hotel in Lom. 
We vrezen er even voor, maar gelukkig kunnen we nog in het restaurant terecht. Nu wordt ons pas duidelijk welk culinair genot we hier zullen missen: het is een klasserestaurant, dat zeker naast de beste Belgische restaurants mag staan! De kok, Arne Brimis, is niet voor niets in 1993 uitgeroepen tot de beste kok van Noorwegen! We eten er een prachtige rendierfilet met boschampignons en kruidensaus (geen keuze meer!) en drinken er een biertje, respectievelijk watertje bij. Ondanks het late uur en de doorstane emoties smaakt het voortreffelijk! Het prijskaartje is trouwens ook “klasse”: 636 kronen, of 3.200 frank! C heeft duidelijk nog pijn en geniet natuurlijk nauwelijks. De gemiste kansen op de Sognefjellen in het restaurant doen ons ter plaatse beslissen, alleen al hierom, ooit nog eens naar Noorwegen terug te komen. “En... het weer?” zal u zich misschien afvragen? Nog altijd schitterend! Nochtans... onder weg naar Laerdal werd het meer en meer bewolkt en tijdens de overtocht met de boot heeft het zowaar 10 minuten vrij hard geregend! Dat wil nochtans niet zeggen dat onze auto afgespoeld is. Als nagenoeg enige stonden we op de boot onder een afdakje, zodat het stof nog steeds dik op de bumpers en de hele auto is blijven liggen. 

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Zeven betoverende zusters

Zondag 13 juli 1997
Het is moeilijk opstaan vandaag: gisterenavond zaten we pas om 0u30 in bed! Ondanks alles heeft C vrij goed geslapen . Het wordt haar eerste dag in het gips. Het gaat nog wat moeilijk, maar het zal wel wennen. Toch is haar pols voortdurend een bron van bezorgdheid: staan die vingers niet teveel gezwollen? Is het normaal dat het hier nog wat pijn doet? Enzovoort. Voor we Lom verlaten, verkennen we nog even de mooie tuin van ons hotel, met verschillende, kunstig bewerkte houten hutten. Het aanpalende winkeltje annex museum van stenen en mineralen is jammer genoeg nog niet open. Nadat we de prachtige staafkerk bezocht hebben, trekken we verder het Ottadal in. Kort na elkaar treffen we er 2 mooie watervallen: de Dønfoss en de Polfoss. Eigenlijk zijn het beide eerder grote stroomversnellingen van de Otta. Aan de eerste ligt een camping, waar de originele afsluitingen, tafels en banken in ruwe dennestammen opvallen. Dit is de meest elementaire vorm voor meubels en in dit natuurdecor passen ze uitstekend. Ook ingenieus is de verwarming van het zwembad: het ijskoude water van de rivier wordt er afgeleid naar een groot bassin via lange zwarte slangen, waarin het water dank zij de zon wordt opgewarmd. Tenminste als ze schijnt...
Vandaag is het zondag en alle winkels en kiosken zijn gesloten. Dus... geen pick-nick vandaag. We eten in de Djypvasshytta aan de voet van de Dalsnibba. Elk één schijfje brood met gerookte zalm en een cola en dat kost ons 99 kronen (500 frank)! Het ergste is dan nog dat onze honger helemaal niet gestild is. Maar kom, wat we daarna te zien krijgen, doet ons al gauw onze honger vergeten. Inderdaad, de Dalsnibba biedt ons een ongelooflijk mooi panorama, volgens mij het mooiste van de reis. Langs een niet geasfalteerde haarspeldenweg zonder enige vorm van afrastering, klimmen we tussen de sneeuwwanden tot op 1496 meter hoogte en kijken zo boven alle andere toppen van de omgeving uit. Dit is de Dalsnibba. Adembenemend! Ver in de diepte ligt de beroemde Geirangerfjord, waarop onvermijdelijk een cruiseschip voor anker ligt. Het is precies zoals de foto’s in alle reisgidsen en folders van Noorwegen. Een vreemd schouwspel bieden de ontelbare torentjes van opgestapelde stenen, die er door evenveel toeristen als een soort persoonlijk gedenkmaal zijn opgericht. Maar het meest onvergetelijk is natuurlijk het unieke panorama! Dit mag in geen enkele reis naar Noorwegen ontbreken. 29 Haarspeldbochten in een afdaling van nauwelijks 14 kilometer brengen ons terug tot op zeespiegelniveau: Geiranger aan de Geirangerfjord. Onderweg stoppen we af en toe voor enkele prachtige videobeelden, maar we laten er nog veel meer liggen! Je kan immers niet om de haverklap stoppen… In Geiranger moeten we een klein uurtje wachten op de boot. Het is er druk en zeer warm. 
Het zonnige weer is uiteraard ideaal voor de overtocht op de Geirangerfjord naar Hellesylt. Ook dit is één van de hoogtepunten van de reis. Gedurende een uur weet je niet waar eerst kijken! Overal duiken indrukwekkende watervallen op: de Zeven Zusters, de Bruidssluier, de Vrijer, e.a. Vooral de Zeven Zusters zijn betoverend: Zeven (eerlijk gezegd heb ik er maar zes geteld...) waterstralen ontspringen boven op de berg en storten zich naar beneden. Daar versmelten ze tot een breed gordijn van fijne stroompjes en wegwaaiende nevel. En daar vaar je met de boot rakelings langs. Ongelooflijk mooi! Ons hotel, het Grand Hotel Hellesylt, ligt aan de aanlegsteiger van de boot. Het is een ietwat verouderd luxepension, dat blijkbaar probeert wat terug te komen uit een winterslaap. Toch zal het jonge management nog veel moeten leren! Er loopt nog al wat in het honderd. We zijn bv niet verwacht, maar gelukkig is er nog een kamer vrij. Verder amuseren we ons ‘s avonds aan tafel samen met een Engels echtpaar kostelijk om de voortdurende problemen, misverstanden en besluiteloosheid van de jonge diensters in het restaurant. Daarenboven blijkt de kaart beperkt tot zalm, catfish, hamburger, steak of kip en... de catfish en de steak “are out”. De engelsen prijzen ons gelukkig dat wij maar voor één nacht geboekt hebben. Nochtans vinden we het een best aardig en sympathiek hotelletje. Daar zit zeker ook de lekkere “nystekt” (vers gebakken) wafel met zure room en aardbeienconfituur voor iets tussen, die we ‘s namiddgas in de tuin van het hotel met veel smaak hebben gegeten. En de kamertjes zijn ook best aangenaam: een lange rij naast elkaar met terras en tuinstoeltjes, vlak aan de fjord. Zeer stil en rustig , tenminste zolang er geen veerboot aan- of afvaart... Gelukkig is dat maar één keer op de hele avond. We liggen heel vroeg onder de wol vandaag. Het was immers een bijzonder gevulde dag en achteraf gezien misschien wel de mooiste van allemaal. 

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Een universiteitsprofessor als haringboer

Maandag 14 juli 1997
We zijn vroeg wakker deze ochtend, want er staan 232 km op het programma vandaag. We zijn dan ook om 8 uur al onderweg. C heeft wat minder goed geslapen en voelt iets meer pijn dan gisteren. Aangezien we er niet helemaal gerust in zijn, besluiten we onze huisarts in Gentbrugge te bellen. Zij stelt ons gerust en raadt aan bij de apotheker een pijnstiller te halen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want de apotheken zijn hier veel dunner gezaaid dan bij ons. In Grodås, het dorpje waar we ons bevinden, gaan we op zoek maar vinden niets. Dan maar inlichtingen gevraagd in het postkantoor en, jawel er is een apotheek 150 meter verder. Wij begrijpen niet goed dat we die niet gezien hebben en gaan terug op zoek. Maar opnieuw vinden we geen apotheek. Ten einde raad gaan we een grote speelgoedwinkel binnen en... we zijn aan het goede adres! De speelgoedhandelaar blijkt er een mini-apotheek op na te houden. Hij trekt een klein kastje open en tovert er tot onze grote verbazing de gevraagde Ibuprofen uit te voorschijn. Van dan af zijn we geruster en is C ook van alle pijn verlost. 
Wanneer we ‘s middags langs de weg picknicken, staan we met 3 auto’s op de parkeerplaats en het zijn alledrie Belgen! We zouden hier bijna een vervroegde nationale feestdag kunnen vieren... We vernemen dat het in België, maar vooral in Duitsland en Polen, verschrikkelijk veel geregend heeft en dat er overstromingen zijn. En hier blijft het zonnig, warm en droog. Niet te geloven! Even verder, in Vanylven, trekt een harington langs de weg, met daarop de tekst “Sild” (haring), onze aandacht. We besluiten het smalle weggetje in te rijden en eens te gaan kijken. Misschien kunnen we hier onze pick-nick voor morgen inslaan? Na wat zoeken blijkt het te doen te zijn in een grote schuur, waar een groepje mensen van de rust en de zon zitten te genieten aan een grote tafel. Een slordige man met stoppelbaard staat ons te woord in behoorlijk Engels, en wanneer hij verneemt dat wij Belgen zijn, steekt hij de loftrompet over de goede restaurants in Brussel. Maar, hij wil mij ook eens iets laten zien en leidt mij de schuur binnen. Hier staat een lange tafel met banken en aan het plafond hangt een oude vissersboot. “Hier, “ zegt hij “ houden wij gastronomische parties!” en hij laat mij het menu zien van het vorige weekend: gerookt hart van hert met boschampignons, St-Jacobsschelpen, Noorse zalm, hertefilet en ... beer! Ik sta perplex en roep C om haar dit mee te laten beleven. Wanneer de man haar ziet met ingepleisterde arm, vertelt hij ons dat hij dokter is en professor aan de Universiteit van Oslo. Hij brengt hier elk jaar zijn vakantie door en beoefent er zijn hobby: koken en... haring inleggen. Hij verkoopt ons 4 halve haringfilets en pakt ze goed in, zodat we ze zonder probleem in onze frigobox tot morgenmiddag kunnen bewaren. Van een opmerkelijke ontmoeting gesproken...
Verder valt de streek wat tegen. Alhoewel... we zijn duidelijk verwend geraakt! Een fjord of een waterval moet al zéér sensationeel zijn, willen we er niet (bijna minachtend) voorbijrijden. Eigenlijk is er toch nog veel te zien. Ørsta, ons eindpunt voor vandaag, valt echter wél echt tegen: een vrij groot wintersportcentrum, gelegen aan een fjord en tussen sneeuwbergen, maar volledig verwaarloosd, hier en daar in verval en zelfs vuil. Waarschijnlijk wordt dit in de winter allemaal door de sneeuw verdoezeld. Daarenboven is er geen kat te zien. Al snel vinden we er de verklaring voor: al om 16 uur zijn alle winkels gesloten! Ook het hotel is niet veel zaaks. Het past goed bij de rest van Ørsta, maar toch moet gezegd dat we er ‘s avonds goed gegeten hebben: timian laks met geitost-saus (geitenkaas), worteltjes en asperges. Vanavond is er echt dreiging van regen, maar... er valt geen druppel uit. Onze bestofte Volvo snakt nochtans waarschijnlijk naar een frisse douche. Morgen misschien.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

De Gouden Route

Dinsdag 15 juli 1997
De twee toppers op het programma van vandaag zijn een bezoek aan Ålesund en de beroemde kronkelende Trollstigen. We zijn intussen goed gewend aan de schitterende zon, die ‘s morgens dagelijks trouw op de afspraak is. We hebben duidelijk de meest indrukwekkende fjorden achter de rug en rijden nu wat dichterbij de kust. Dat wil nochtans niet zeggen dat we de kust te zien krijgen. Het is wel een ietwat vlakker landschap met nog steeds vele inhammen en eilandjes. Al tamelijk vroeg in de voormiddag bereiken we deJugendstil-stad Ålesund. Eerst klimmen we (met de auto!) tot op de Aksla-heuvel, van waar we een schitterend zicht hebben op de stad. Het is een eerder klein, sympathiek havenstadje met heel wat mooie oude huizen uit de Jugendstil-periode. We herkennen het haventje waar in het voorjaar ons vorstenpaar door zingende schoolkinderen hartelijk werd ontvangen. Hier vinden we eindelijk ook een souvenir: we kopen een tinnen schaaltje voor wijnflessen. Tin is inderdaad één van de specialiteiten waar Noorwegen bekend om is. 
Na Ålesund rijden we langs de “Golden Route”: Stordall, Valldal en vooral de Trollstigen. We vinden de echte fjord-landschappen terug wanneer we kilometers langs de Storfjord rijden. In Stordall bezoeken we een “Rosenkyrkje”. Het is een oud, uiteraard houten, kerkje uit de 18e eeuw, waarvan de binnenkant volledig beschilderd is in een volks-naïeve stijl, waarin vaak de roos als motief te vinden is. Vandaar de naam. ‘s Middags genieten we van de ronduit schitterende haringen van onze vriend-professor. Het is wel een vieze, bloederige bedoening om de beestjes van hun vel te ontdoen, maar je moet er iets voor over hebben, nietwaar? Even voorbij Valldal (een aardbeiendorp zoals Beervelde) komen we aan de Gudbrandsjuv. Dit is een diepe, smalle kloof tussen twee rotsen, waartussen een wild water bruisend en kolkend zijn weg heeft gevonden. En even verder: de lang verwachte “Trollstigen”. We komen eerst op een besneeuwde hoogvlakte, waar we een flinke wandeling te doen hebben langs een lange trap (ik heb de treden geteld, maar ik heb het vergeten te noteren... het waren er in ieder geval veel) om aan een uitzichtplateau te komen. Jammer genoeg kan C -arm in het gips en dus nog wat voorzichtig- de laatste meters niet doen. Hierdoor kan ze het mooiste punt niet bereiken. Ik natuurlijk wel en hier weet ik met de camera bijna van geen ophouden! Video plus twee foto-toestellen. Het nageslacht zal niets gemist hebben! Alhoewel... thuis is later de ontgoocheling groot als blijkt dat geen enkele foto met het panoramisch toestelletje gelukt is. De film is niet doorgedraaid en ...ik had uiteraard de mooiste zichten panoramisch gemaakt! Nog een reden om nog eens terug te gaan.
Maar terug naar de Trollstigen: zo mogelijk opnieuw het mooiste van de hele reis! We staan heel hoog aan het begin van een machtige waterval-rivier, die zich bruisend in de vallei stort. Over zijn hele traject slingert de weg zich langs en over de waterval met haarspeldbochten, die de autocars niet in één beweging kunnen nemen. Eens te meer indrukwekkend! Beneden in de vallei doen we nog een klein ommetje naar de Trollveggen: een loodrechte rotswand van 1.000 meter hoog: geliefd terrein voor ervaren en leerling-alpinisten. Zelfs het Noorse leger heeft hier zijn trainingskamp. Dit schijnt één van de moeilijkst te beklimmen bergwanden ter wereld te zijn. In Molde logeren we in het Knausen Hotel. Het is er kraaknet en er hangen mooie kunstwerken in de gangen. Op de kaart staat slechts één witte wijn, maar aan een ongelooflijk lage prijs: slechts 110 kronen. Dit is een buitenkansje, denken wij en we bestellen hem prompt. Het blijkt een misrekening, want het is een niet-alcoholische Amerikaanse wijn. Het hotel wordt uitgebaat door “Det Norske Bibelselskap”, dat blijkbaar alcohol als des duivels beschouwt. Dan maar een biertje! Maar wanneer ook dat alleen in een niet-alcoholische versie te verkrijgen blijkt te zijn, houden we ons toch maar aan de wijn. Flets druivensap waar ze waarschijnlijk zelfs bij Looza zouden om blozen. Later verbreek ik waarschijnlijk de zegen die op dit hotel rust, wanneer ik op mijn kamer in alle stilte 2 Jupiler-blikjes soldaat maak. Na het eten gaan we nog even wandelen in de stad. Hier heeft net het Molde Jazz Festival plaats. Overal kraampjes, veel jonge mensen, en hier en daar wat schuchtere pogingen tot muziek. De echte optredens hebben niet op straat maar, tegen betaling, in zalen en theaters plaats. Aan de kaai van de haven liggen twee reuze-cruiseschepen gemeerd. Eén ervan is de “Black Prince” en blijkt het mooie witte schip te zijn, dat we in het begin van de week in Eidfjord zagen. Indrukwekkend hoe groot die schepen zijn: het lijken wel hoge flatgebouwen wanneer je er langs staat! Het is ook mooi om de op- en afgaande passagiers gade te slaan, die meer langs de kade lijken te flaneren om gezien te worden dan om zelf iets te zien.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

De laatste veerboot

Woensdag 16 juli 1997
Deze morgen is voor het eerst tijdens deze reis de zon niet van de partij. Maar geen nood: om 9u30 is ze er terug in haar volle glorie en ‘s middags is het al te heet om in de zon te picknicken. Voor we vertrekken, bellen we naar het hospitaal in Lillehammer om een afspraak voor vrijdagmorgen vast te leggen voor een controle-röntgenonderzoek. Onderweg doen we en kleine koerswijziging: door een parallelle weg te nemen besparen we een veerboot en... 126 kronen! Mooi meegenomen, maar dat betekent ook dat we gisteren, zonder het te weten, de laatste veerboot van de reis hebben gehad. Nu bevinden we ons immers in een heel ander landschap: geen fjorden meer, maar een heuvelend groen landschap met mooie boerderijen, vele kleurige kleine huisjes en zeer veel witte en paarse wilde bloemen. Zeer rustig en toch ook wel mooi. ‘s Middags besluiten we een wijde boog te maken naar Oppdal omdat we anders veel te vroeg zullen zijn. Het gevolg is dat we toch nog een veerboot moeten nemen. Dit is dan écht de laatste. Ik tel in mijn reisnotities na dat we er in deze week niet minder dan 13 gehad hebben (zonder de overtochten tussen Denemarken en Noorwegen mee te tellen) voor een totaal bedrag van maar liefst 1.165 kronen of meer dan 5.500 frank! Het is ‘s voormiddags een rit zonder veel geschiedenis geweest, maar in de namiddag doen zich een aantal prettige verrassingen voor, die heel wat leuke videobeelden opleveren: een mooi fjord-paardje, een verkeersbord met een eland erop (die zijn hier niet zo dik gezaaid als in Zweden), vissers tot hun knieën in de rivier bij de zalmvangst, een oud winkeltje als museum in Rennebu, een Lappenkamp met levende rendieren. We rijden ook door een dorpje met de kortst mogelijke naam: Å.
Om 17u15 komen we aan in Oppdal en zijn meteen op het meest noordelijke punt van de reis. Hier begint dus de terugweg. We gaan in de Toeristische Dienst de weg naar ons hotel vragen. We blijken er nog niet te zijn: het hotel ligt wel in Oppdal, maar het is nog ongeveer 35 kilometer verderop, midden in het Dovrefjell National Park. Als we eraan komen, begint het warempel enkele druppels te regenen, maar meer dan honderd zullen het er wel niet geweest zijn. Het hotel, de Kongsvold Fjelstue, is iets prachtigs! We hadden er trouwens moeten op aandringen om hier te kunnen reserveren, en we zijn heel blij dat onze reisagent er op de valreep nog in geslaagd is. Eigenlijk is het een complex van verschillende gebouwtjes rond een binnenplaats, waar vroeger de paarden van de reizigers tussen Oslo en Trondheim konden gestald en verzorgd worden. Een echte herberg dus. Nu is ze, binnen en buiten, prachtig gerestaureerd en van alle modern comfort voorzien. Toch kan je je heel goed de sfeer van honderd jaar geleden voorstellen, toen hier nog maar alleen een aardeweg langs liep. We hebben “geluk”: vanavond biedt de stue onderdak aan een groep pelgrims. Daardoor kunnen we genieten van een avondmaal met echt typische Noorse gerechten en van een openluchtconcert met religieuze liederen op de binnenplaats. Van het laatste merken we niets, want we moéten stipt om 19 uur aan tafel. Wanneer we na de maaltijd terug buiten komen, is het concert gedaan. Aan tafel worden we door de hotelbazin voorgesteld aan onze tafelgenoten. Het zijn enerzijds twee pezige Noren (nonkel en neef) die morgen te voet de bergen intrekken voor zeven dagen en anderzijds een ouder praatgraag Amerikaans koppel uit Michigan, dat al 32 jaar na elkaar in Europa (vooral Skandinavië) reist. Ze zijn trouwens ook vrij goed vertrouwd met België (Brussel, Brugge,...). De man is een botanisch expert en vindt deze streek een klein paradijs wegens de ongeëvenaarde weelderige en diverse plantengroei. De maaltijd valt toch wel wat mager uit, maar is wel lekker: eerst een dikke pap met kaneelsuiker en gesmolten boter (“rømmegrøt” of zoiets) en daarna gedroogd vlees met koude aardappelen in de room. Daarbij uiteraard geen bier of wijn, maar rodebessensap. De avondwandeling achteraf is van korte duur. We vluchten naar onze kamer om twee redenen: de koude en de muggen. De hemel lijkt weer open te trekken en we hebben goede hoop voor morgen, ook al zijn de voorspellingen niet zo goed.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Naar de olympische "stad"

Donderdag 17 juli 1997
Onze rit van vandaag start op de Dovrefjell, een hoogvlakte met zeer gevarieerde plantengroei. Het gebied is echter ook bekend wegens de muskusossen, die er nog in het wild voorkomen. Dat schijnen niet ongevaarlijke kolossale dieren te zijn, doch we hoeven niets te vrezen, want ze leven uiteraard ver van de drukke weg. Vervolgens rijden we door het Gudbrandsdal, dat zich kenmerkt door groene velden en een blauw-groene rivier en dito meer en natuurlijk ook talrijke bloemen. Jammer genoeg is de weg zéér druk en smal! Niettegenstaande haar statuut van autosnelweg, is dit slechts een tweevaksweg met een maximum snelheid van 90km per uur.
We zijn al om 13u30 in Lillehammer. Hier hebben dus in 1994 de Olympische Winterspelen plaatsgehad. Uiteraard zijn daarvan nog vele sporen merkbaar en het is duidelijk dat Lillehammer daaraan zeer veel te danken heeft. Dit is immers slechts een klein provinciestadje zonder welke allure dan ook. Wat ooit het olympisch dorp was, is nu niet veel meer dan een paar grote hallen, die niet enkel voor sport worden gebruikt, maar ook voor allerlei andere culturele en commerciële evenementen. Dit en de herinnering aan de spelen, lokt dan ook heel wat volk en geeft het stadje veel meer dan waar het normaliter recht op heeft. Wij bezoeken de Håkons Hall, waar destijds de ijshockeycompetitie plaats had en de indrukwekkende ski-schans, die samen met de omliggende tribunes het dorp overheerst. Dit was destijds het decor voor de schitterende openings- en slotplechtigheid. We zijn er onverwacht getuige van een echte sprong, want er ligt ook een schans in kunststof. Dit in werkelijkheid zien is toch wel uniek en nog indrukwekkender dan op TV, aangezien je beter de juiste proporties van hoogte en snelheid aanvoelt. Echt huiveringwekkend wordt het echter pas wanneer ik tot bovenaan de schans klim en vandaaruit heel diep de vallei en de stad zie liggen. Daar in het ijle duiken, moet een machtig gevoel geven, maar vraagt een bijna onmenselijke moed en ware doodsverachting! Ik ben blij dit eens gezien te hebben. Daarna bezoeken we Maihaugen. Het is met zijn meer dan honderd historische gebouwen één van de belangrijkste openluchtmusea van Noorwegen. Eens het zien waard, maar dit soort zaken is nooit echt onze “cup of tea” geweest. We zijn er dan ook tamelijk snel weer buiten, zij het niet zonder er een vaasje als souvenir gekocht te hebben.’s Avonds nemen we de kans te baat om eens “uit te gaan eten in de stad”, te meer omdat het bij Gjestehus Ersgaard, waar we logeren, waarschijnlijk niet veel zaaks is. De “Olympische Stad” heeft echter ook niet veel culinairs in petto. We hebben de keuze tussen een visrestaurant of een oude watermolen. We kiezen voor het eerste, maar... jaarlijks verlof! Dan maar de watermolen en daar hebben we één van de flauwste maaltijden van de hele reis. 

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Te voet door Oslo

Vrijdag 18 juli 1997
Vannacht heeft het blijkbaar wat geregend, maar het was duidelijk niet voldoende om onze auto wat af te spoelen, integendeel: het stof is er nu in grote vlekken in gedroogd en nu is hij pas verschrikkelijk vuil. Thuis zal men denken dat we uit de Sahara komen of zoiets. Om 9 uur zijn we stipt op de afspraak in het Fylkesjukhus (fylkes is niet volks, maar provinciaal) van Lillehammer. Het röntgen-onderzoek wijst uit dat alles in orde is met de pols van C: de breuk is mooi in elkaar gezet en de dokter bevestigt dat alles op zijn tijd zal goed komen. Oef... toch een geruststelling en opluchting! De rit naar Oslo, langs dezelfde drukke baan van gisteren, is zonder geschiedenis. Zelfs eerder vervelend. We malen er hem dan ook zo snel mogelijk (maximum 90...) door en zijn reeds op de middag in Oslo. We zoeken meteen ons hotel op. Het is opnieuw een Historisk Hotel, met name het Gabelshus, waar we twee nachten zullen blijven. Zeer luxueus, prachtig gemeubileerd en aangekleed en gelegen in een rustige, sjieke buurt. In de directe omgeving liggen verschillende ambassades!  We hebben een ruime kamer met een groot balkon. 
Het is wel een stevige wandeling van ongeveer 15 minuten naar de stad. We wandelen door het park langs het Koninklijk Paleis, lopen de lange winkelstraat Carel Johans Gate af en komen langs het Parlement en het Nationaal Theater. De stad maakt met dit zonnige zomerweer een heel levendige en opgewekte indruk. Overal zonnende mensen in de parken en op de terrasjes, animatie in de straat, enz. Daarna gaat het naar het Rådhus en de haven, waar het gezellig druk is en nog meer een vakantiesfeer heerst. We komen tenslotte in Aker Brygge terecht: een zeer geslaagd opgewaardeerde havenbuurt, die is omgetoverd tot een ultramodern commercieel complex en uitgegroeid tot dé place-to-be voor jong Oslo. We hebben de hele namiddag onder een brandende zon gewandeld en doodmoe vatten we de (klimmende) terugweg naar het hotel aan voor de verfrissende douche, waarnaar we snakken. Vanavond keren we per tram terug, want we zijn doodmoe! Maar... de douche doet zo goed haar werk, dat we ons na een uurtje voldoende uitgerust voelen om toch maar tevoet terug naar de stad te trekken, op zoek naar een goed restaurant. Dat vinden we in Aker Brygge, op de kaai langs de zeer geanimeerde jachthaven. Heel mooi en gezellig zitten en zéér lekker eten: (groene) vissoep en gestoomde zalm. De combinatie van een en ander maakt het echter wél het duurste restaurant van de reis: we betalen in totaal 4.100 frank! Wél inbegrepen een lekkere fles sauvignon blanc van ... slechts 50 cl! Ik wist niet eens dat dit bestond. Ik denk dat ze die speciaal voor Noorwegen maken. Er is geen wolkje aan de hemel en het is heerlijk koel wanneer ik ‘s avonds op ons balkon mijn dagboek invul. Een meevaller dat we hier morgen nog een nacht blijven. En dan moeten we absoluut eens het restaurant van ons eigen hotel proberen. Dat ziet er immers ook goed uit. 

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

600 beelden door één man gemaakt

Zaterdag 19 juli 1997
We hebben deze morgen iets langer geslapen: tot 8 uur... Het wordt een lange, rustige dag in Oslo, want eigenlijk hebben we het allergrootste deel gisteren al gehad! Om 10 uur staan we al in het Vigelandpark. We zijn er niet alleen! Hele bussen toeristen worden al aangevoerd en in het park lopen er hele groepen achter de opgestoken paraplu van hun gids aan. Japanners, Duitsers, Hollanders,.... Het park was ons door verschillenden aanbevolen en het is inderdaad zéér de moeite waard!  Het is niet te geloven wat één man in een mensenleven aan beelden kan bijeen kappen! Hier staan meer dan 600 figuren in 192 beeldengroepen. En ze zijn stuk voor stuk prachtig! Ook hier hebben we het geluk alles tegen een prachtige blauwe lucht te kunnen aanschouwen. De stevige witte wolkjes steken scherp af tegen de azuurblauwe hemel en geven het decor karakter. Daarna trekken we naar Bygdøy, het schiereiland even buiten de stad, waar men de belangrijkste musea heeft samengebracht. Wij beperken ons tot het Vikingschipmuseum. Het is een tamelijk klein museum, waar hoofdzakelijk een drietal schepen van de Vikings te bewonderen zijn. De sierlijke hals van de boeg is in alle boeken over Noorwegen terug te vinden. Mooi! Tegen de middag doen we niet alleen onze inkopen voor de picknick (die we straks op het balkon van onze hotelkamer zullen houden), maar we slaan ook enkele specialiteiten in om mee te nemen naar huis: enkele bokaaltjes haring in diverse sauzen; confituur van aardbeien en bergframbozen en uiteraard de bruine geitekaas, die ons hier elke morgen bij het ontbijt zo lekker heeft gesmaakt.
‘s Namiddags trekken we nog maar eens naar de stad, waar we het Rådhus bezoeken. Het is een reusachtig en imposant bakstenen gebouw, waarvan de verschillende zalen telkens door een andere Noorse kunstenaar zijn versierd. De stijl van de immense muurschilderijen is ongewoon en bekoort ons eerder door hun “aparte” karakter dan door hun schoonheid. De rest van de namiddag brengen we rustig door in de stad: een terrasje, nog wat flaneren in de Carl Johan Gate, een bankje in het park. Tot geritsel in de struiken achter onze rug ons doet opschrikken: een dikke bruine rat maakt een abrupt einde aan ons genot en we pakken onmiddellijk onze biezen! Zoals we ons gisteren hadden voorgenomen, blijven we vanavond in het hotel. We zijn, op één echtpaar na, de enigen maar we beklagen het ons niet. Het is een stijlvol en stemmig restaurant en de eland filet is voortreffelijk! Na het eten doen we nog een rustig wandelingetje in de buurt en genieten bij één van de laatste Jupiler-blikjes nog een laatste maal van het balkon. Morgen vroeg uit de veren, want we hebben 375 kilometer te doen! Althans... dat zouden we willen, maar er is pas ontbijt vanaf 8 uur. Dus toch nog even “uitslapen”.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Een mooi afscheid van Noorwegen

Zondag 20 juli 1997
De 365km die we voor de boeg hebben, jagen ons toch wel wat op. We zijn stipt om 8 uur aan het ontbijt en om 8u30 zijn we al de baan op! Onze eesrte stop is de prachtige staafkerk van Heddal. Op de parking zien we een hele familie, kinderen incluis, in traditionele klederdracht. Ze zijn waarschijnlijk verzameld voor een doopplechtigheid. Met duidelijke trots poseren ze voor de camera. Even later verlaten we de hoofdweg en nemen de RV41. Dit blijkt de Telemarkvegen te zijn, een toeristische route die absoluut de moeite loont. Ik had deze weg eigenlijk alleen maar uitgestippeld als alternatief op de weg van de heenreis en was er mij niet van bewust dat dit een zo mooie streek zou zijn. Een meevaller dus! We rijden langs meren en meertjes, dennebossen, bergrivieren en doorheen een vriendelijk heuvelend landschap. Zo krijgen we nog onverwacht op onze laatste dag een mooi afscheid van Noorwegen. Tenminste... tot ongeveer 20km voor Kristiansand. En dan Kristiansand  zelf: een triest, doods stadje dat er op deze snikhete zondagnamiddag tamelijk verlaten bijligt. Ons hotel is van hetzelfde allooi: groezelig en onfris. Onze kamer ligt aan de zonnekant en tot 21u30 schijnt de zon brandend onze kamer binnen, zoadat de temperatuur niet naar beneden te krijgen is. De avond wordt nog goed gemaakt door een (weliswaar bescheiden) avondmaal op een zeer aangenaam terras aan de jachthaven. De bootjes varen er voortdurend aan en af en het is er echt gezellig. Op deze laatste Noorse avond tellen we nog even onze laatste Noorse kronen na en er kan nog net 2 espresso’s af op het terras van ons hotel. We worden snel bediend, doch twee (oost)duitsers hebben minder geluk: men verwart onze 2 espresso’s met de hunne en zij krijgen niets en... moeten toch betalen!

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT

Een Duitse verrassing

Maandag 21 juli 1997
Opstaan om 5u45; ontbijt om 6u30; om 7u00 aan de boot en dan met de “snelboot” in 2 uren en 25 minuten de overtocht van Kristiansand naar Hirtshals. Dat is dus in ijltempo en om 10u25 staan we al in Denemarken. Adieu Noorwegen, tot een volgende keer... De splinternieuwe boot (bouwjaar 1996) is sierlijk en indrukwekkend, maar verre van aangenaam. Ondanks het feit dat alles zeer nieuw is, is de binnenkant vuil en vies. Er zijn genummerde vaste plaatsen en de  hele reis kan je niet aan dek komen. Gelukkig gaat het snel: bijna 2 uur sneller dan de heenreis. We hebben ruim een halve dag om nog een stukje Denemarken te verkennen. Maar dat valt dik tegen! We komen in een totaal andere wereld terecht: gedaan met de blauwe hemel: hier is hij grijsblauw en er is nauwelijks contrast tussen de “blauwe” lucht en de wolkjes. Het weer is aanvankelijk zonnig, maar het wordt meer en meer bewolkt. Het blijft wel zeer warm. Eerst bezoeken we in Hjörring het strand, waar men met de auto tot vlak aan zee rijdt. Hier zetten ze dan hun zeteltjes uit om tussen de geparkeerde wagens te zonnebaden. Is dat een geslaagde integratie van het automonster in de natuur? Er moeten volgens mij betere manieren te bedenken zijn! Daarna gaat het langs saaie, drukke secundaire wegen verder en er is werkelijk niets te zien! Er is maar één land dat qua banaliteit met dit hier te vergelijken is: ...Vlaanderen! Alleen de opschriften en wegwijzers wijzen erop dat we in een ander land zijn. Onderweg worden we stilaan terug onszelf en beginnen we ons al wat in te leven in de komende dagelijkse sleur van thuis. We stellen vast dat we bij thuiskomst geen aardappelen zullen hebben en vinden het een goed idee ze van hier mee te nemen. Want (“niet voor het een of het ander”) ze hebben hier veel betere patatten dan bij ons! Aan verscheidene boerderijen staan bordjes: “Kartoffler”. De eerste bordjes melden: 3 kilo voor 10 kronen. We wachten nog wat, want zo dicht bij de kust zijn ze wellicht te duur! Later wordt het echter 2,5 kilo en nog verder 2 kilo voor 10 kronen. Wanneer de bordjes nog schaarser worden, mogen we niet meer uitstellen en waar wij kopen is het 1 zakje voor 10 kronen. Wanneer we ze thuis wegen, is het exact...1,5 kilo!
Kort na de middag wijzigen we onze plannen en zoeken asap opnieuw de autosnelweg op om zo snel mogelijk door Denemarken te zijn. Onderweg moet ik werkelijk vechten tegen de vermoeidheid en af en toe dringt een stop zich op. Tegen 17 uur bereiken we dan toch de Duitse grens en kort nadien slaan we af naar Schleswig. Dit is een aangename verrassing: een prachtige stad aan de monding van de Schlei in de Oostzee. Vooral het oude stadsgedeelte Holm, met zijn kraaknette kleine huisjes met kleurige deurtjes en ramen, is schattig. Het doet een beetje aan Damme denken! Even buiten de stad vinden we een mooi hotel, maar voor het eten verkiezen we toch een restaurant met terras aan de haven en we eten er heerlijke vis! Dit is zeker niet het Duitsland van het bevooroordeeld stereotype beeld dat wij ervan hebben.

Terug naar 1997 Noorwegen OVERZICHT