Posts tonen met het label 2009 Puglia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2009 Puglia. Alle posts tonen

vrijdag 14 november 2014

Terug eens Italië

banner Puglia
Zonder enige twijfel behoort Italië tot onze favoriete landen. Daar is natuurlijk de onvolprezen Italiaanse keuken mede schuldig aan, maar het is in de eerste plaats de onvergelijkbare sfeer die in elk Italiaans stadje of dorp hangt. Dank zij de meestal uitbundige zon leven de Italianen hoofdzakelijk buiten en, vooral in de vooravond, genieten ze ervan om lekker lui naar de piazza te slenteren om er elkaar te ontmoeten en, al dan niet bij een fris wijntje, de voorbije dag met vrienden of kennissen te bespreken. Dat loopt vaak uit in een ogenschijnlijk bitse discussie waarbij de stemmen steeds hoger verheven en armen en handen steeds beweeglijker worden, maar kort nadien vallen ze elkaar alweer lachend in de armen. Wat is er heerlijker om als kille toerist dit dagelijkse schouwspel vanop een terrasje gade te slaan?  
We hebben al vaak Italië bezocht: Toscane, Umbrië, Campanië, Sicilië, de Amalfitaanse kust. We deden citytrips naar Rome en Milaan en ooit deden we in Noord-Italië zelfs een ‘elfstedentocht’ waarbij we o.a. Parma, Modena, Bologna, Ravenna, Ferrara, Venetië, Paduaen Verona aandeden. Onvergetelijk! Aangezien onze laatste Italiëreis alweer dateert van 5 jaar geleden, vonden we het de hoogste tijd om er nog eens terug te keren en dan liefst in een streek waar we nog niet eerder waren. Onze ervaring had ons geleerd dat hoe zuidelijker je gaat, hoe “echter” Italië wordt en zo kwamen we terecht in Puglia. Zuidelijker kan niet, want we zouden tot in het meest zuidelijke puntje van de hiel van de laars gaan. Dat beloofde! Met de jaren is onze norm voor hotels steeds hoger gaan liggen en ook nu weer besloten we om liever enkele dagen korter te gaan en goede hotels uit te zoeken. Dus waar konden we beter terecht dan bij Caractère, met wie we een schitterende rondreis deden op Sicilië, en waar we in ronduit luxueuze hotels verbleven. Het kostte geen moeite om ook voor Puglia bij Caractère onze gading te vinden. Zo stippelden we een rondreis uit, voornamelijk in Salento, het meest zuidelijk gedeelte van Puglia. We zouden op 5 plaatsen overnachten en in elk hotel telkens 2 nachten verblijven: Lecce, Gagliano del Capo, Taranto, Matera en Martina Franca. Onze ervaring heeft ons geleerd dat je op die manier het best een stadje en de omgeving kan verkennen: een dag om van de ene verblijfplaats naar de andere te rijden en een dag om het stadje zelf te leren kennen. 
Puglia ligt te ver om er met de eigen wagen naartoe te rijden, dus we verkozen een vliegreis en een huurauto ter plaatse. Mits een beetje zoeken en je data af te stemmen op de goedkoopste momenten, kan je tegenwoordig zeer voordelig vliegen. Zo slaagden we erin om bij Ryanair tickets te bestellen voor nog geen 200 Euro heen en terug voor 2 personen en dan nog met een rechtstreekse vlucht op Brindisi. Nauwelijks te geloven! Het internet leverde ons trouwens ook voor onze hotels groot voordeel: i.p.v. bij Caractère boekten we dezelfde hotels via Booking.com voor in totaal 300 Euro minder. Op die manier kon er zeker een duurder hotel van af…

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Start in Brindisi

Maandag 21 september 2009 (1)
Onze vlucht naar Brindisi vertrekt in Charleroi om 7.35 uur. Dat heeft als voordeel dat we al vroeg op onze bestemming zullen aankomen, maar als nadeel dat we in het holst van de nacht moeten opstaan. We moeten om halfzes op de luchthaven zijn. We nemen niet graag risico’s en besluiten om 4 uur te vertrekken. Het is nog zéér donker en stil in onze straat en op de krantenman na, die net onze krant komt leveren, is er geen kat te zien. Het weer is droog en rustig en op de autosnelweg is er uiteraard weinig verkeer. Van zodra we op Waals grondgebied komen is het pikdonker: de verspillende maar o zo comfortabele verlichting van de autosnelwegen is blijkbaar geen Belgisch, maar een Vlaams fenomeen. Daarenboven zijn er verschillende wegenwerken aan de gang en in de buurt van Charleroi is er zelfs een slecht aangeduide omleiding waardoor we toch even moeten zoeken om de luchthaven van “Brussels South” te vinden. Hier hebben we in het Lock Park een bewaakte parkeerplaats gereserveerd, die ons bijna evenveel kost als ons vliegticket, maar ja… de auto staat er veilig en in Charleroi kost dat geld natuurlijk. Om 5.30 uur precies sluiten we de auto af om hem voor 10 dagen achter te laten.  
Waar vroeger de luchthaven van Charleroi beschamend klein en slordig was, komen we nu terecht in een groot en nieuw gebouw: modern, luchtig en zeer netjes, kortom een internationale luchthaven die naam waardig. Ondanks het vroege uur is het er al behoorlijk druk. Een hele vleugel van het nieuwe luchthavengebouw is voorbehouden voor Oost-Europese bestemmingen: Praag, Warschau, Riga,… Vanaf 7.05 uur kunnen we inchecken en dat gebeurt stipt op tijd en zeer vlot. Eigenlijk moet alleen de bagage ingecheckt worden want onze tickets hebben we al zelf via het internet gedownload en afgedrukt. Ryanair kent geen gereserveerde plaatsen waardoor er bij het instappen toch wel een beetje gedrumd wordt, maar al bij al verloopt alles vlot. Ook aan boord is duidelijk te merken wat ‘low cost flight’ betekent: weinig beenruimte, de zetels kunnen niet achterover, geen opbergnetje in de rug van de zetel vóór je, geen asbakken en eten of drank natuurlijk enkel tegen betaling. Maar, eerlijk gezegd, dat deert me niet want de lage kostprijs weegt ruimschoots op tegen het beetje gebrek aan comfort. Tegen het einde van de vlucht komt de stewardess ook nog rond met krabloten “voor een goed doel”... Om 9.30 uur zet de piloot de daling in en om 10 uur stipt landen we op de luchthaven van Brindisi onder een licht bewolkte hemel en bij een aangename 23°C. Ook hier loopt alles op wieltjes en na het ophalen van onze bagage gaan we op zoek naar het Avis-kantoor waar we onze huurauto gaan ophalen. Het is een donkergrijze Hyundai I30 CRDi, een modern ogend en comfortabel uitziende middenklassewagen. Bij elke Italiëreis hoop ik op een Alfa Romeo, maar ook deze keer niet dus. Het zal al gauw blijken dat we met deze auto zeer tevreden mogen zijn: hij rijdt soepel en tamelijk vinnig, zit zeer comfortabel en, ook belangrijk: de koffer is meer dan ruim genoeg voor onze bagage. Het is pas 10.45 uur als we al op weg zijn voor onze eerste rit op Italiaans grondgebied. Vandaag moeten we naar Lecce. De afstand is te kort om er meteen naar toe te rijden, dus we besluiten een ommetje te maken door het binnenland. Maar eerst gaan we op zoek naar de Chiesa di Santa Maria del Casale, een van de interessantste bezienswaardigheden van Brindisi en naar het schijnt vlakbij de luchthaven gelegen. De omgeving van de luchthaven is nogal troosteloos en er is een vrij complex netwerk van wegen, die er meestal verlaten bijliggen. Puglia 01De verkeerssignalisatie op de kruispunten is nogal chaotisch, maar toch vinden we na wat rondtoeren een wegwijzer naar de befaamde kerk. Tot het volgende rondpunt, waar we verkeerd gokken en steeds verder langs de kustweg van Brindisi weg rijden. We keren na enkele kilometers op onze stappen terug en ja, uiteindelijk vinden we de kerk op amper een paar honderd meter van de luchthaven, helemaal desolaat in een troosteloze vlakte. Aan de buitenkant is de kerk zeer sober en allesbehalve indrukwekkend. Sinds 1875 is de kerk, met haar wat rare mengeling van Romaanse en Byzantijnse stijl, een nationaal monument. We zijn er helemaal alleen en stappen naar binnen. Ook het interieur is sober en naast de bouwstijl zijn het vooral de fresco’s in zachte bruine, gele en lichtblauwe pasteltinten die opvallen. Echt onder de indruk zijn we niet.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Lelijk landschap, mooie dorpjes

Maandag 21 september 2009 (2)
Voor de rest besluiten we Brindisi links te laten liggen. Het is vooral een drukke havenstad en veel bezienswaardigheden zijn er niet. Langs binnenwegen rijden we naar Mesagne, een klein stadje op enkele kilometers van Brindisi. We rijden langs eerder trieste wegen door een dor landbouwgebied en, mede door de grijze hemel, hebben we helemaal niet het gevoel in Zuid-Italië te zijn. De wegen zijn in slechte staat en op vele plaatsen ligt het vuilnis langs de weg opgestapeld. De weinige huizen staan er onverzorgd bij. Dat verandert een beetje als we in het centrum van Mesagne aankomen: een mooi plein, een oud kasteel, een palmboom en een monumentale ingangspoort naar de oude stad. We parkeren de auto op een ‘parcheggio a pagamento’, maar vinden nergens een betaalautomaat. Een voorbijganger zegt me dat ik aan de parkeerwachter moet betalen, maar als ik opmerk dat ik die nergens kan bespeuren, zegt de man: “Geen probleem. Als hij toch nog zou komen, steekt hij wel een briefje, maar veel zal dat niet kosten.” Ik vertrouw het niet erg maar heb geen keuze en we wagen het er op. Het is intussen middag, dus we gaan meteen op zoek naar een restaurant, het is tenslotte al meer dan 11 uren geleden dat we nog iets gegeten hebben. In een klein maar sympathiek Puglia 04kruidenierswinkeltje met opschriften als “prodotti tipici” en “oggi minestrone”vragen we naar een restaurant. Ze zijn zeer vriendelijk en willen weten of we ”Tedeschi” zijn? Sinds onze Italiaanse lessen weten we dat dat Duitsers zijn. “No, Belghi” antwoord ik in fout Italiaans. We hebben in onze cursus nochtans geleerd dat we “Belga” zijn, zowel in het enkelvoud als in het meervoud, zowel mannelijk als vrouwelijk, maar dat waren we alweer vergeten. Ze sturen ons naar “Il Veliero” aan de buitenkant van de stadsmuren. Na enig zoeken vinden we het en stappen aarzelend naar binnen, want het ziet er niets bijzonders uit en er is geen kat te zien. We komen terecht in een vrij grote huiskamer met kitscherige meubels en dito versieringen. De radio in de keuken wedijvert met de luidruchtige tv in de hoek waarop de begrafenis wordt uitgezonden van 6 Italiaanse soldaten die in Afghanistan gesneuveld zijn. De patron wijst ons een tafel aan, geeft ons de menukaart en volgt verder aandachtig de gebeurtenissen op tv. We bestellen linguine ai frutti di mare en een half litertje witte wijn. We krijgen een bord pasta met vongole en mosselen, die zo klein zijn dat sommige kleiner zijn dan de vongole. Eenvoudig en niet slecht; écht Italiaans. We hebben al lang gedaan met eten als de eerste andere klanten binnenkomen en weldra zit het restaurant bijna vol. Puglia 03We weten meteen dat je hier niet vóór 13 à 13.30 uur moet komen middageten. Na het eten gaan we nog even verder op verkenning in het centro storico en we komen meteen in de sfeer. Dit is wat we zochten: smalle straatjes, leuke pleintjes, barokke gevels, trapjes, deurtjes, mooie balkons. We hebben het stadje helemaal voor ons alleen en slaan meteen aan het fotograferen en filmen. De zon laat het jammer genoeg afweten maar de temperatuur is aangenaam en het blijft droog, ook al horen we het in de verte donderen.  We slenteren ruim een uur door het stadje. Als we terug bij de auto komen, zijn we opgelucht dat de parkeerwachter niet is langs geweest. Hier nemen ze blijkbaar zeer lange lunchpauzes. 
Het volgende dorpje dat we willen aandoen, is Torre SS (die twee letters staan voor Santa Susanna). De bewegwijzering is zo abominabel dat we het helemaal niet vinden en maar noodgedwongen doorrijden naar Erchie. Afgezien van enkele uitgestrekte en mooi onderhouden olijfgaarden met prachtige, eeuwenoude bomen is er onderweg zeer weinig te zien. Opmerkelijk is een reusachtig terrein vol zonnepanelen en verder een enkele wijngaard waar de blauwe, bijna zwarte druiven weelderig en meer dan plukkensklaar hangen te blinken. Puglia 05Erchie heeft een mooie piazza met een indrukwekkend Palazzo Ducale en een tweetal zeer elegante kerkjes, zeker een korte stop waard maar niets in vergelijking met Mesagne. Hier liggen grote plassen, dus het moet hier hard geregend hebben! Het is intussen 16 uur en we besluiten nu maar naar Lecce door te rijden. Onze wegenkaart is te weinig gedetailleerd en het is nogal moeilijk om door de wirwar van veldwegen de juiste weg te vinden. Over opvallend hoge bruggen rijden we een paar keer de autostrade over vooraleer we de oprit vinden en dan gaat het via een mooie brede viervaksbaan naar Lecce. Er is nauwelijks verkeer. Plots is het echter gedaan met de brede baan en worden we doorheen de armtierige en vuile buitenwijken van een stadje geleid. Op elk kruispunt is het hier uitkijken naar een wegwijzer en die staat de ene keer links, de andere keer rechts van de weg en nu eens op een wit, dan weer op een blauw of bruin bordje. Een enkele keer staat hij er helemaal niet, en dan is het gokken…

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Barocco Leccese

Maandag 21 september 2009 (3)
We slagen er uiteindelijk in om Lecce te bereiken en om 16.45 uur staan we voor de deur van Hotel Patria Palace, midden in het oude stadscentrum in de verkeersvrije zone. Het was even zoeken, maar met de hulp van een vriendelijke toeriste, die in hetzelfde hotel logeert, hebben we het toch vrij vlot gevonden. De bell boy neemt onze auto over en brengt hem naar de hotelgarage, waar hij voor 2 dagen zal blijven staan; morgen hebben we namelijk een hele dag uitgetrokken voor een bezoek aan de stad. Patria Palace is een deftig vijfsterrenhotel in het hartje van de oude stad.Puglia 07Vanuit onze kamer kijken we op een van de mooiste barokgevels van de stad, namelijk die van de Basilica Santa Croce. Natuurlijk verwijlen we niet lang op onze kamer want we zijn nieuwsgierig voor een eerste stadsverkenning. Lecce moet meteen één van de hoogtepunten worden van de reis: een rijke stad met talloze kerken en schitterende gebouwen in de weelderige ‘barocco leccese’. Deze typische stijl neigt door zijn overdadige ornamenten een beetje naar kitsch omdat er zo kwistig met krullen en bloemen wordt omgesprongen dat het bombastisch wordt. De locale zandsteen, de pietra leccese, is zo zacht dat beeldhouwen bijna even snel gaat als bij de zandsculpturen op het strand van Blankenberge. De broze steen is ook een dankbare prooi voor de zure regen en dat is aan vele gevels dan ook goed te merken. We trekken meteen naar de Piazza Sant’Oronzo, het centrale plein waar het sociale leven zich afspeelt: hier zijn de meeste terrasjes en hier maken de Italianen hunPuglia 06 dagelijks avondwandelingetje, de ‘passeggio’. Onder een dreigende wolkenhemel nemen we plaats op het terras van Caffè Alvino, volgens onze Lonely Planetgids dé place-to-be. Het wordt al wat frisjes, maar we genieten van de sfeer op het plein en van de ‘spritz’, een mengeling van prosecco en aperol. We nemen de tijd om het stadsplan te bestuderen voor onze dag van morgen en voor een restaurant voor vanavond. We kiezen voor de Osteria degli Spiriti die in onze gids zeer goed staat aangeschreven. We trekken er meteen naartoe om alvast te reserveren, maar het restaurant opent pas om 20 uur zijn deuren. Dan maar terug naar het hotel voor een verfrissende douche. Om 20 uur stipt (wat zeer vroeg is volgens de Italiaanse normen…) staan we opnieuw voor de osteria maar we hebben pech: tutto completo! We reserveren dan maar een tafeltje voor morgenavond en besluiten vanavond in ons hotel te eten. DePuglia 08 kaart zag er namelijk veelbelovend uit met diverse Pugliese specialiteiten. Het restaurant is uiteraard zeer chique, maar de sfeer valt tegen: het is er ongezellig en alle is stijf en onpersoonlijk. Er zitten enkel een paar eenzame zakenmannen elk alleen aan een tafeltje. Er is geen muziek en het is er zeer stil. Het eten is ok maar mist karakter. Zoals vaker ondervinden we dat de beste hotels niet noodzakelijk de beste restaurants hebben. We vinden troost in de ronduit lekkere wijn uit Puglia, een frisse sauvignon blanc voor maar 16 euro. Na het eten kunnen we niet nalaten nog een korte wandeling in de stad te maken om de sfeer nog even te proeven en uiteindelijk, na een lange dag, tegen 22.30 uur in bed te duiken.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Een barokke parel

Dinsdag 22 september 2009 (1)
We beginnen de dag met een mooi ontbijtbuffet: broden, kazen, fruit en vooral veel zoetigheden, stuk voor stuk speciaal, zeer vers en superlekker. Bij de kazen ook bolletjes gerookte scamorza, een streekspecialiteit. Eventjes nog is de zon van de partij, maar al gauw wordt ze verdreven door de wolken en het zal de hele dag grijs blijven. We beschikken over een hele dag om Lecce te bezoeken. Om 9.30 uur verlaten we het hotel en er vallen zowaar enkele regendruppels. De oude stad met zijn smalle straatjes geeft een verzorgde indruk en ligt er met zijn grote blinkende plaveien verrassend proper bij. Lecce is een rijke oase in het arme Puglia. Onze eerste halte is opnieuw de Piazza Puglia 09Sant’Oronzo waar de ruïnes van een Romeins amfitheater liggen en de Chiesetta di San Marco, wiens elegante gevel jammer genoeg voor restauratie is weggestopt achter doeken. De gevleugelde leeuw boven de mooie ingangsdeur is gelukkig wel nog vrij gehouden. Op weg naar de duomo springen we even binnen in de Chiesa Santa Irena met haar prachtige altaren in zeer rijke barok. Er Puglia 11zijn er wel een tiental, het ene al groter dan het andere, maar alle zijn ze even overweldigend gesculpteerd. In de smalle straat naar de duomo vinden we, niet zonder moeite, een boekenwinkel waar ze een goede wegenkaart verkopen. Hiermee moet het vanaf morgen wat makkelijker worden om op de Pugliese wegen onze weg te vinden. Via een soort poort komen we uiteindelijk op de weidse Piazza del Duomo waar we weer op retauratiewerken stuiten. Hier is het de campanile van de duomo die volledig aan het gezicht onttrokken is en dus een stukje van de schoonheid van het immense plein verbergt. Rondom is de piazza omringd door mooi onderhouden imposante gebouwen: de kathedraal, het bisschoppelijk paleis en het seminario. Bij de ingang houdt een stoere politieman de wacht al lijkt hij er vooral te staan om te pronken met zijn mooi uniform en zijn blinkende moto. Er hangt een ingetogen sfeer op het plein en zelfs de groepen toeristen worden er even stil van. Puglia 12Toch wel indrukwekkend. Binnen in de kathedraal is het zeer donker waardoor de fel gekleurde glasramen in de kleine vensters des te beter uitkomen. In de moderne kolossale deur van de hoofdingang komt het licht naar binnen doorheen een knalgele maan een bloedrode zon in glas. De altaren zijn van weelderig versierd ingelegd marmer van verschillende kleuren en overal staan kunstig gesculpteerde houten en stenen beelden, die het interieur een zeer weelderig uitzicht geven, een zoveelste voorbeeld van hoe de Kerk met haar rijkdom altijd te koop heeft gelopen, was het niet om God te eren, dan was het zeker om haar macht over de arme en behoeftige geloofsgemeenschap te manifesteren. We wandelen verder tot aan de Porta Rudiae, een van de drie overgebleven oude stadspoorten. Net buiten de poort is er een overdekte markt die we natuurlijk niet Puglia 13mogen overslaan. We treffen er één grote kleurenzee van groenten en fruit: tussen alle tinten van groen liggen er de knalrode tomaten, grote gele meloenen, paarse aubergines en nog zoveel meer. Opvallend en voor ons minder bekend zijn de ’lampascioni’ of kleine uitjes, die typisch zijn voor deze streek. Puglia 14Er is ook een mooi kraam met allerlei kazen, o.a. gerookte en niet gerookte scamorza en de heerlijke (dat zullen we later proefondervindelijk vaststellen) burata, een bolletje mozzarella-achtige buffelkaas, waar de room uitloopt als je het opensnijdt.  We lopen de rest van de voormiddag straatje in en straatje uit en maken massa’s foto’s en videobeelden.  Niet alleen de mooie barokke gebouwen bieden daar ruim de gelegenheid toe - Lecce telt niet minder dan 40 kerken en 60 palazzi - maar ook de talloze schilderachtige deurtjes, balkonnetjes en steegjes. Naar het schijnt, zijn er in de binnenstad in al die historische gebouwen 600 Bed & Breakfasts en daar zijn echte pareltjes bij!
Het is middag als we aan de andere kant van de binnenstad aan de Porta San Biagio aanbelanden. Vlak bij de poort ligt een aantrekkelijk restaurantje met terras: de Blu Notte, maar het is nog te vroeg voor de lunch, dus we wandelen nog even terug naar ons hotel voor een tussenstop en gaan ook nog eens kijken naar de kaart van Le Due Corsi, een ander leuk restaurantje. Daar hangt echter geen kaart uit en we hebben ook geen zin om binnen te gaan zitten. We keren dus maar terug naar Blu Notte, helemaal aan de andere kant van de stad. Het is er vrij druk, maar gelukkig is er nog één tafeltje vrij op het terras. Er komen veel lokale zakenlui voor de lunch en dat is meestal een goed teken. We zullen er geen spijt van krijgen want de antipasti die we daar voorgeschoteld krijgen, zullen we niet gauw vergeten. Er zijn twee versies: de ‘terra’ en de ‘mare’. Puglia 12bIk kies het tweede en er komen niet minder dan 6 goed gevulde kommetjes en bordjes op tafel: mosseltje, gamberi, octopus en polipi in verschillende maten en op verschillende manieren bereid: natuur, gefrituurd en in rode wijn. Zó mals en smaakvol heb ik ze nog nooit gegeten. Fantastisch! C geniet van haar ‘sagne’ (brede tagliatelle) met tomaat en ricotta. De halve liter wijn die we erbij drinken, kost slechts 3 Euro; in totaal betalen we maar 28 Euro voor ons tweeën. Dit loonde echt wel de moeite van de hele stad nog eens tevoet te doorkruisen. We blijven zolang mogelijk aan tafel nagenieten want tussen 12 en 17 uur is de stad hier leeg en stil want alles blijft er gesloten.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Een monumentaal kerkhof

Dinsdag 22 september 2009 (3)
We wandelen langs de buitenring met zijn grote villa’s achter hoge hekken en in exotische tuinen naar het Museo Provinciale waar een tentoonstelling loopt over muziek in de Griekse Oudheid. Het statige gebouw is best indrukwekkend maar dringend aan restauratie toe. Door de aan gang zijnde werken is een deel van het museum gesloten, maar we kunnen toch de afdelingen archeologie en prehistorie bezoeken. Alleen al voor enkele prachtige Griekse vazen is dit bezoek de moeite waard. We keren terug langs de stadsmuren tot bij het Castello di Carlo V, een nogal logge mastodont die jammer genoeg helemaal in de steigers staat. Een bezoek is wegens de restauratiewerken niet mogelijk. We wandelen dus maar opnieuw de oude stad in, doorheen de kleine straatjes naar het centrum. Onderweg stappen we even binnen bij een oude antiquair-meubelmaker, die ons met veel trots de antieke meubelen toont die hij eigenhandig gerestaureerd of zelfs helemaal gecopieerd heeft. De man is zeer vriendelijk en in zijn piepklein atelier hangt een opvallend rustige sfeer. We zijn blij dat we ons met ons Italiaans behoorlijk uit de slag kunnen trekken en dat de mensen op die manier ook makkelijker los komen. Het valt ons trouwens op dat de mensen hier in het algemeen veel rustiger zijn dan bv in Napels en op Sicilië. Dat geldt trouwens ook voor het verkeer en alles ligt er ook veelPuglia 17properder bij. We komen langs nog enkele mooie palazzi en kerken en belanden aan het andere uiteinde van de stad bij de Porta Napoli. Buiten de poort ligt een netjes onderhouden parkje met prachtig bloeiende oleanders , dat uitloopt tot bij een obelisk die symbool staat voor de unie tussen de 4 belangrijkste steden van de ‘Terra d’Otranto’: Lecce, Taranto, Brindisi en Gallipoli. We steken de drukke ring over en gaan op zoek naar de Chiesa dei SS Nicolo e Cataldo, volgens onze Lonely Planetgids Puglia 18een van de merkwaardigste kerken van Lecce. Het is een mengeling van Byzantijnse en Romaanse stijl waarover later bij restauraties nog een barok sausje is gegoten. Dat alles resulteert in een ietwat bizarre eclectische stijl die tegelijkertijd mooi en lelijk is. Achter de kerk ligt een uitgestrekt kerkhof dat er uitziet als een heus dorp. De monumentale grafzerken hebben hier de allure van huizen en grote kapellen, sommige zelfs van heuse kerken. Overal staan indrukwekkende beelden en op vele graven bloeien bloemen, maar het geheel geeft eerder een slordige en vervallen indruk. Toch wel de moeite van een bezoekje waard, vind ik.   
We trekken terug de stad in (we zullen ettelijke kilometers gewandeld hebben vandaag…) en komen langs de Basilica di Santa Croce, dé barokke parel die we eigenlijk nog niet van binnenuit bekeken hebben. Dat doen we dus nu maar even, maar stellen vast dat de buitenkant indrukwekkender is dan het interieur. Achter de basiliek wandelen we de Parchi Publici in, waar stadsarbeiders volop bezig zijn de prachtige palmbomen te snoeien en zorgvuldig in te pakken voor de winter. We komen voor de zoveelste keer op de Piazza Oronzo. Het terrasje van gisterenavond is gesloten en we nemen plaats onder de arcaden waar we even uitblazen bij een lekkere spremuta d’arancia, vers geperst sinaasappelsap. Er heerst nog steeds een lekkere temperatuur en af en toe probeert de zon door te breken. Dat lukt haar nauwelijks, maar we zijn allang blij dat we vandaag nog geen regen gehad hebben. Vanop het terrasje slaan we nog even de drukte gade en maken wat foto’s. Het toestel van C blijft echter af en toe haperen en ze maakt zich wat zorgen voor de rest van de reis. Ik van mijn kant krijg een beetje last van een opkomende verkoudheid. Beiden een beetje ons hart vasthouden dus en hopen op beterschap.  
Het is 18.15 uur als we terug op onze hotelkamer komen. Even uitblazen, een verkwikkende douche en snel even de route voor morgen bestuderen: Galatina, Otranto en dan langs de Adriatische kust naar beneden tot Gagliano-del-Capo. We weten intussen dat we niet te vroeg aan tafel mogen gaan en keren (nog maar eens…) terug naar de Piazza Oronzo voor een aperitiefje. We bekijken geamuseerd de dagelijkse ‘passeggio’ en de gezellige avonddrukte op het plein. Regelmatig komt een bedelaar langs ons tafeltje en op het plein rijden de elektrische wagentjes van de politie voortdurend af en aan. Dus toch niet zo vredig als op het eerste gezicht? Tegen 20.30 uur trekken we naar de Osteria degli Spiriti, volgens Lonely Planet en Michelin de beste in Lecce. We zijn nog bij de eerste klanten van de avond. We verwachten er veel van, maar de kaart valt een beetje tegen: hoofdzakelijk gegrild vlees. Wij gaan voor een typisch streekgerecht uit Puglia: ‘ciceri e tria’: zeer brede tagliatelle met kikkererwten en pasta fritta, gebakken pasta. Een mooi voorbeeld van decucina dei poveri, de keuken van de armen: goedkoop, eenvoudig maar lekker. Daarna kiezen we voor salsiccia (worst), ook typisch voor de streek, maar ze hebben maar één portie meer. C kiest dan maar de ‘turcinelli’, involtini met de ingewanden van lam. Hierbij hoort uiteraard een lekkere rode wijn van de streek. Het wordt een Salice Salentino 2003 van het huis Appolonio, een donkerrode wijn met een zeer volle smaak. Al bij al hangt in het eenvoudige, maar stijlvolle restaurant een prachtige sfeer en het smaakt ons zeer goed. Als we om 22.30 uur voldaan en tevreden het restaurant verlaten, dienen er zich nog steeds nieuwe klanten aan. Ze eten hier inderdaad zeer laat! Buiten is het nog steeds 22° en er is veel volk op straat. We hebben enorm veel gewandeld vandaag maar we voelen ons desondanks helemaal niet moe. Toch ben ik ervan overtuigd dat we zéér goed zullen slapen. Morgen begint onze rondreis.

Langs de Adriatische kust

Woensdag 23 september 2009 (1)
De zon schijnt vandaag! Om 9.30 uur stappen we in onze Hyundai die gisteren een hele dag in de hotelgarage is gebleven tijdens onze verkenning van Lecce, maar vandaag moet hij ons naar Gagliano-del-Capo brengen, een 65 kilometer naar het zuiden. We zijn echter niet van plan om er rechtstreeks naar toe te rijden, maar wensen een stuk van de Salento te verkennen, de hiel van de Italiaanse laars. Het valt niet mee om de juiste uitvalsweg te vinden, maar uiteindelijk zijn we toch op de goede weg naar Galatina. Het verkeer is druk en langs de hele weg is er niets moois te zien. Als we Galatina bereiken, ziet het er gelukkig iets beter uit: een groot park met palmbomen en een standbeeld en een aantrekkelijke piazza vóór de kerk. We beginnen met een bezoek aan de Chiesa dei SS Pietro e Paolo (de Italianen hebben vaak aan één patroonheilige niet genoeg…) en worden er verrast door de ronduit schitterende fresco’s op het plafond. Dan trekken we verder hetcentro storico in en ontdekken diverse mooie barokgevels. We stuiten ook op twee prachtige oude winkeltjes, eentje van gebak en eentje van kaas. Van beiden is zowel de buitengevel al het interieur in 100 jaar niet veranderd, maar het zijn vooral de smakelijk uitziende verse Puglia 19producten die ons de ogen uitsteken. Bij de kaasboer stappen we binnen en de uiterst vriendelijke winkelier laat ons zijn specialiteiten proeven: we krijgen een flink stuk scamorza te proeven en krijgen er uitgebreid de uitleg bij. Alles is natuurlijk ambachtelijk gemaakt. Buiten hangt op een andere oude gevel een al even oud uithangbord “Caccia e Pesca”, jacht en visvangst, maar het winkeltje is jammer genoeg gesloten. Toch mooi voor een foto. Even verder komen we op een pleintje bij dé parel van Galatina: de Basilica di Santa Caterina d’Alessandria, één van de mooiste kerken van de Salento. De hele kerk is vol van schitterende fresco’s, adembenemend mooi! Je mag er niet filmen, maar ik slaag er toch in om stiekem enkele beelden te schieten. We bezoeken ook de sacristie met haar mooi beschilderd plafond en een prachtig besneden kast, en wandelen door de kloostergang en het museum. Het is intussen zeer warm geworden. 
Gezien het gevorderde uur besluiten we Maglie links te laten liggen en meteen door te rijden naar Otranto. Van zodra we Galatina verlaten, maken we kennis opnieuw met de slechte wegen van Puglia en met de ongediciplineerde chauffeurs. Ook op de kaarsrechte stukken mag je maar 50 rijden, maar bij 80 kilometer per uur, vliegen ze me nog voorbij. Ondanks de vele waarschuwingen voor snelheidscontroles, lijkt niemand zich hier aan de snelheidsbeperkingen te houden, evenmin als aan de verkeerslichten trouwens. Hier bepaal je blijkbaar zelf wanneer je stopt of rijdt, én aan welke snelheid. Toch wel even wennen… en uitkijken! We passeren enkele dorpjes, maar telkens weer leiden de wegwijzers ons doorheen de buitenwijken. Op het platteland rijden we ook nu weer langs uitgestrekte olijfgaarden. Tegen de middag bereiken we Otranto, het meest oostelijke punt van Italië. Het ligt aan een kleine baai, dus hier zien we voor het eerst de zee. Puglia 20We zijn aan de Adriatische kust. We parkeren de auto op een parking bij de haven, die er zo goed als verlaten bijligt, en wandelen langs een klein strandje naar een piazza op een hoger gelegen plateau bij de ingang van de oude stad. Op het blauwe water dobberen tientallen kleurrijke bootjes maar er is weinig of geen volk te bespeuren. We vinden een aantrekkelijk restaurantje met terras dat een mooi uitzicht biedt op de zee en schuiven aan tafel voor een snelle lunch. Er wordt ons meteen een schotel gepresenteerd met diverse vissen, levend vers uit de zee, waaruit we een keuze kunnen maken. We kiezen beiden voor ‘triglia’ of rode mul die meteen naar de keuken wordt gebracht om hem voor ons klaar te maken. We eten er enkel een slaatje bij en lekker vers brood, dat hier door toevoeging van kaneel een opvallend gele kleur heeft. Dit is toch wel de zuiderse sfeer! Het ruime terras loopt weldra vol met buitenlandse toeristen: Fransen, Duitsers en Hollanders. Twee van hen worden opgebeld vanop hun werk en vinden het nodig om uitgebreid en met luide stem problemen te staan oplossen. Een Duitser en een Hollander natuurlijk…  
Na het eten trekken we de oude stad in. Op dit uur van de middag is alles er in een vreedzame rust gedompeld en we hebben de verlaten straatjes en pleintjes en de indrukwekkende oude burcht voor ons alleen. Vervolgens rijden we met de auto verder zuidwaarts langs de rotsachtige Adriatische kust. Hier en daar maken we een stop  voor een mooi zicht op de baaien en de kliffen. Bij de Torre Minervino, even buiten Otranto, treffen we Belgische toeristen met een jeep. De toren staat hoog boven de rotskust in een dorre vlakte met speciale plantengroei. Er is weinig zon en er staat een strakke wind, maar koud is het niet. Verder langs de route vallen vooral de mooie pijnbomen en de vele cactussen op, die doorhangen van de rijpe rode cactusvijgen. Ook hier zijn er weer veel olijfbomen. Ze zijn aangeplant op terrassen van opgestapelde groffe rotsblokken wat menig schilderachtig plaatje oplevert, zeker in combinatie met de grillige vijgenbomen en de kleine huisjes van opgestapelde stenen die Puglia 21er her en der tussen opgebouwd zijn. We bezoeken een paar kleine dorpjes, S. Cesarea Terme en Tricase Porto, waar we de “rustige drukte” van de vissershaven observeren.  Aan een klein zandstrandje zitten enkele vrouwen vergeefs naar vis te hengelen en op de kaai herstellen vissers hun netten, gadegeslagen door een groepje mannen op een bankje. Alles ziet er een beetje verlaten en triest uit, maar het ademt rust uit nu het diep in september is en de toeristen het land hebben verlaten. De grijze hemel maakt alles jammer genoeg nog wat troostelozer maar een en ander levert toch mooie plaatjes op.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Grappa in plaats van koffie

Woensdag 23 september 2009 (2)
Intussen zijn we onze bestemming voor vandaag genaderd: Gagliano del Capo, een klein stadje even van de kust weg. Het is 17 uur en we hebben 125 kilometer gereden. Hier logeren we in een oude tabaksfabriek, die omgebouwd is tot een groot en modern viersterrenhotel. Eigenlijk verwijst alleen de naam Il Tabacchificio nog naar de geschiedenis van het gebouw want binnenin is er niets meer van de oude fabriek te merken.  De kamers zijn zeer ruim maar de inrichting, die het midden houdt tussen een klooster en een hospitaal, is weinig smaakvol en voelt eerder kil en onpersoonlijk aan. De sfeer is nog koeler nu het laagseizoen is begonnen en wij nagenoeg de enige gasten zijn. In de receptie zit een meisje werkloos en verveeld op onze komst te wachten. Ze vertelt ons dat het restaurant alleen open is voor het ontbijt maar dat er op wandelafstand twee goede osterias zijn. We besluiten om ze meteen te gaan opzoeken. 
Gagliano del Capo is een klein stadje zonder veel bezienswaardigheden. Er staat nogal wat lelijke nieuwbouw maar ook enkele totaal vervallen oude huizen. Het pleintje vóór de kerk is echter verrassend mooi en gezellig. De klokken kondigen het begin van een eredienst aan en de mensen stromen inderdaad in vrij grote getale toe. Bij de ingang van Puglia 22de kerk gaan de kerkgangers eerst langs bij een man aan een tafeltje van wie ze iets schijnen te kopen. Het blijkt te gaan om bidprentjes voor een of andere heilige. We gooien snel even een blik in de kerk en die zit behoorlijk goed gevuld en er klinkt luid gezang. Dit is een sfeer die we bij ons niet meer vinden. We wandelen door de smalle straatjes achter de kerk waar we de eerste osteria vinden: Santa Barbara. Die ziet er alvast aantrekkelijk uit maar ze gaat pas om 19 uur open. Dan maar even teruggewandeld naar de Piazza Immacolata waar het tweede restaurant, Osteria Torremeo, er al even aantrekkelijk uitziet. We zitten alvast goed voor twee avonden! Ik film een groepje kaartende oude mannen, die op de stoep van een bar voor veel ambiance zorgen, en daarna nemen we plaats op een terrasje voor een aperitief. We bestellen een aperol en krijgen er ongevraagd 5 soorten hapjes bij: chips, olijven, nootjes, koekjes en toast met tomaten. In totaal betaal ik maar 4 Euro voor ons beiden. Het is nog steeds bewolkt en de vallende avond zorgt voor een frisse maar zachte temperatuur. Hier is het aangenaam toeven en we geven onze ogen de kost. Het valt ons op dat er bijna alleen maar mannen op straat zijn. Ze staan of zitten op de terrassen van de bars te praten, meestal zonder iets te drinken. De vrouwen komen alleen buiten om naar de kerk te gaan of voor een late boodschap. Uiteindelijk gaan we nog even langs onze kamer om ons wat te verfrissen, al valt dit dik tegen: de airco blijkt niet te werken en het is er minstens 30° warm.
We besluiten vanavond te beginnen met de osteria Santa Barbara. Het restaurant bestaat uit twee kleine kamertjes, die zeer eenvoudig zijn ingericht. We zijn er alleen en nemen plaats tussen de dozen wijn, die waarschijnlijk deze namiddag geleverd zijn en nog niet de weg naar de kelder gevonden hebben. Een vriendelijke dame komt ons de (beperkte) menu voorstellen en we genieten van de eenvoudige maar o zo lekkere spaghetti alle vongole (ik) en spaghetti con alici (C). Daarna eten we respectievelijk pesce spada fresco con pomodorini en riciola grigliata. Heerlijk! Achteraf bestellen we een koffie om af te sluiten, maar… de koffiemachine is al een paar dagen kapot en er wordt ons ter compensatie een grappa of een vino dolce gratis aangeboden door het huis! Als we daarna door de verlaten straatjes en bij nog steeds 22° naar het hotel terugwandelen, lopen we op wolkjes.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

De roep van de sirene

Donderdag 24 september 2009 (1)
Ik heb niet te best geslapen vannacht. Dat komt niet alleen door  mijn verkoudheid en de hitte op de kamer, maar ook omdat het eten van gisterenavond op mijn maag is blijven liggen. Het zwom inderdaad allemaal nogal in de olie! Uiteindelijk heb ik toch maar de airco opgezet en dan ging het beter. Van zodra ik opsta, zet ik de terrasdeur open voor wat frisse lucht en meteen komt een grote herdershond snuffelend de kamer binnen. Op het binnenkoertje komen vier kamers uit en in één ervan hebben de hotelgasten blijkbaar hun hond mee. Het is een braaf dier en hij wandelt even snel weer naar buiten. De hemel is opnieuw zwaar bewolkt. We zijn benieuwd naar het ontbijt. Het restaurant is archilelijk ingericht: een grote, kille zaal met enorme lampenkappen en aan alle muren hangen reusachtige kleurenfoto’s van eten. Een totaal mislukte poging om het geheel een wat eigentijds karakter te geven.  Op een jong Zwitsers koppeltje na (mét hond...) zijn we alleen in het restaurant waar ons een bescheiden ontbijtbuffet wacht. 
Tegen 9.30 uur zijn we op weg voor een verkennende rit langs de Ionische kust, maar eerst rijden we nog even langs de Adriatische Zee tot in Marina de Leuca, het uiterste puntje van de hiel van de laars, waar de Ionische en de Adriatische Zee samenkomen. We stoppen een eerste maal op de brug nabij Ciolo van waar we een mooi zicht hebben op de zee, die er jammer genoeg weinig uitnodigend bijligt onder de grijze lucht. Het water heeft zowaar de sombere kleur van de hemel aangenomen en beukt met schuimende spatten tegen de rotskust. In de zomer moet dit een heel ander beeld zijn, vermoed ik. Als we rond 11 uur Marina de Leuca bereiken, komt de zon er even door en bereikt de thermometer zelfs de 25°, Puglia 23warm genoeg om de lange broek af te ritsen tot een short. Het plezier is echter van korte duur, want de wolken verdrijven heel snel de deugddoende zon en het begint even te regenen, genoeg om maar weer de lange broek aan te ritsen. Marina de Leuca is een niet onaardig kuststadje, maar het ligt er verlaten bij en de grijze hemel is ook al niet van aard om de sfeer op te beuren. Er staan een paar bizarre villa’s in rode kleur met kantelen en frivole torentjes, maar ook zij slagen er vandaag niet in om het stadje op te vrolijken. Ik had me het meest zuidelijke punt van Italië eerlijk gezegd anders voorgesteld. We blijven er niet lang hangen en zetten onze weg verder, langs de Ionische kust deze keer, richting Gallipoli. We rijden langs grote campings die er nu eenzaam bijliggen en ook de talrijke restaurantjes langs de weg zijn troosteloos en verlaten. Hier heerst in de zomer het massatoerisme, maar nu maakt alles een slordige en vuile indruk en er is nauwelijks een mens te bespeuren, alleen af en toe een sportieve fietser. We verliezen even de kustweg en komen zo in enkele dorpjes in het binnenland terecht: Alliste, Racale, Taviano, stuk voor stuk triestig en vuil. Het grijze weer zit er natuurlijk ook voor iets tussen, maar dit is geen streek om later nog eens terug te komen. We houden onderweg één enkele stop om foto’s te maken van de indrukwekkende oude olijfbomen. Er rijden twee ‘Api-wagentjes’, je weet wel van die piepkleine bestelwagentjes op drie wielen, die in Italië gebruikt worden voor alle mogelijk lokaal transport. Deze zijn volgeladen met rode peperoncini en bieden dus een kleurrijk beeld, maar ik ben jammer genoeg te laat om ze op film vast te leggen.  
Tegen de middag zijn we in Gallipoli, een eerder bescheiden stadje dat in de 16e en 17eeeuw echter een van de rijkste steden was van de Salento. Het was beroemd om zijn prima olijfolie die het uitvoerde in heel Europa waar ze gebruikt werd voor de stadsverlichting van o.a. Napels, Parijs en Londen. We vinden een parkeerplaatsje aan de voet van het kasteel bij de ingang van de oude stad. Het lijkt me eenPuglia 24voorbehouden parking voor het gemeentepersoneel, maar een voorbijganger zegt mij dat we er gerust kunnen blijven staan. “Non si paga” zegt hij en dank zij onze Italiaanse les weten we nu dat je dan niet hoeft te betalen. We gaan op stap in een lichte motregen, maar we zijn pas op de vismarkt aangekomen als het begint te stortregenen. Er zit niets anders op dan onder het zeil van een viskraampje te blijven schuilen en dat laat ons toe de grote diversiteit aan vissen te bewonderen en te fotograferen. Ze liggen er in alle formaten en kleuren, maar vooral de inktvissen (polipi) en de grote zwarte mosselen (cozze nere) vallen op. Eigenlijk is de markt al gedaan, maar er zijn toch nog enkele kraampjes open. Jammer dat we hier geen uurtje vroeger waren. Gelukkig houdt het al snel op met regenen en we kunnen op zoek gaan naar een restaurantje voor deze middag in de Borgo Antico, het oude stadsdeel op een schiereilandje. We wandelen langs smalle straatjes tot bij de mooie barokke basiliek, maar vinden niet onmiddellijk een aantrekkelijk restaurant. We wandelen dus maar verder tot boven op de vestingmuren en hebben intussen besloten ons deze middag tevreden te stellen met een panino of hooguit een pizza. Maar dat is zonder Puglia 25de trattoria Scoglio della Sirena gerekend, aan wiens lokroep we niet kunnen weerstaan. We nemen plaats op het gezellig terrasje met een mooi uitzicht over de zee en delen een antipasto di frutti di mare en een misto di frutti di mare crudi, twee heerlijke assortimentjes van superverse producten rechtstreeks uit de zee. Het is een heerlijk moment, niet in het minst door de prachtige ligging. Het is 25° en op een paar kleine druppels na blijft het droog. We blijven tot 14 uur aan tafel zitten en genieten bij een koel glas wijn na van de heerlijke vis en de sfeer. Daarna slenteren we nog wat langs het strand en door de straatjes en tegen 15 uur zetten we onze reis verder richting Nardò.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Als in een Disneyfilm

Donderdag 24 september 2009 (2)
We rijden langs prachtige masseria’s, de rijke villaboerderijen die meestal tussen hun enorme wijn- of olijfgaarden verborgen liggen. Voortdurend valt een lichte motregen uit de hemel en het is vaak moeilijk om de juiste weg te vinden. Toch lukt het ons vrij behoorlijk om Nardò te bereiken. Behalve een forse burcht is er weinig tePuglia 26beleven, dus na een korte wandeling en even ‘bijtanken’ aan een bankautomaat, rijden we verder door naar Maglie, een iets groter stadje en de geboorteplaats van Aldo Moro, één van de bekendste Italiaanse politici uit de recente geschiedenis. Hier vinden we echter hetzelfde scenario: een tweetal pleinen met mooie oude gebouwen, maar verder niet veel te zien, al zijn er in de hoofdstraat enkele chique winkels. We eten een lekkere gelato uit het vuistje en het is al 18 uur als we terug vertrekken en de duisternis al stilletjes begint in te vallen. De weg terug naar Gagliano is amper 30 kilometer en loopt langs één grote baan, dus het moet wel lukken om vóór donker thuis te zijn. Maar een aantal oponthouden en de ingewikkelde straten rond de dorpen zorgen ervoor dat we pas om 19.10 uur terug aan het hotel aankomen en het is intussen zo goed als donker. De temperatuur is gezakt tot 21°, maar er zijn tussen de donkere wolken enkele opklaringen te zien. Zou het weer toch wat beteren?  Vandaag hebben we in totaal 172 kilometer afgelegd. 
Vanavond trekken we naar Osteria Torremeo, de tweede van de restaurants die ons in het hotel zijn aanbevolen. Het restaurant bestaat al langer maar is recent door een jong koppel overgenomen en smaakvol opgefleurd. Ze presenteren een mooie kaart met speciale gerechten. Vooraf drinken we een aperitief op de piazza, in de bar waar we gisteren zo loyaal met hapjes werden bedeeld. Ik stap naar binnen om aan de toog te bestellen. Ze blijken over wel 10 soorten amaro te beschikken en ik kies er willekeurig een uit. “ghiaccio o liscia?” vraagt het meisje achter de bar en dank zij de Italiaanse les weet ik dat dat “mét of zonder ijs?” betekent. We krijgen elk een klein glaasje dat lekker smaakt, maar vandaag zijn er blijkbaar geen hapjes bij. We bestellen dus maar een tweede glaasje om de tijd te doden en amuseren ons eens te meer met het observeren van het leven op straat, waarin mannen en honden de hoofdrol blijken te spelen. Ook nu weer zijn er zo goed als geen vrouwen te bespeuren. Om 20 uur trekken we naar Torremeo en worden er zeer vriendelijk ontvangen door twee jonge dames. Vanavond wordt er “purtroppo”  niet bediend op het terras wegens te koud. We bestellen elk een antipasto en een primo piatto : huisgerookte zwaardvis met ui en augurk, gevulde inktvis met rozemarijn en aardappelgratin en daarna open ravioli met triglie en spaghettini met saus uit Gallipoli. We overgieten alles met een frisse fles sauvignon blanc uit Salento en voor het geheel betalen we op het einde slechts 56 Euro ! Tegen het einde van de maaltijd komen twee honden aan de deur bedelen om eten, een grote die het voortouw neemt en een kleine die schroomvallig op de achtergrond blijft. Ze krijgen niet meteen iets maar blijven geduldig en likkebaardend zitten. Als we door de verlaten straatjes naar ons hotel terugwandelen, zwerven beide, samen met nog een paar andere honden, rond de vuilbakken tot plots een fluitje weerklinkt. Dan stuiven ze allemaal als de bliksem de straat uit, recht naar Torremeo, waar men blijkbaar gewacht heeft tot alle klanten buiten waren om de honden te bedienen. Een tafereel dat zo uit een Disneyfilm lijkt geplukt. Het is frisjes en er valt opnieuw een lichte regen.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Langs de Ionische kust

Vrijdag 25 september 2009 (1)
Het weer is niet beter vandaag integendeel, volgens de dienster in het hotel blijft het ook de volgende dagen grijs en regenachtig. Aan de ontbijttafel zijn we vandaag de enige gasten, dus de dienster in het restaurant, de bediende in de receptie en het hele ontbijtbuffet zijn er alleen voor ons. Puglia 27Vandaag trekken we verder door het Zuiden van Puglia naar Taranto, een grote stad aan de gelijknamige golf van de Ionische Zee. Eerst houden we even halt op enkele kilometer van Gagliano-del-Capo in Specchia, één van de weinige authentiek gebleven dorpjes in deze streek. En inderdaad, we treffen er een mooie piazza met enkele historische gebouwen, waarvan sommige nog in volle restauratie. Het is er rustig en we vinden hier de sfeer die we eigenlijk in het hele Zuiden verwacht hadden. De palazzi, de smalle straatjes met bebloemde balkons en witte beddenlakens die in de wind hangen te drogen, leveren mooie foto’s op. Geleidelijk komen er ook meer opklaringen en we krijgen zowaar een beetje blauwe hemel te zien. Maar dat is van korte duur en er staat duidelijk meer wind dan gisteren zodat de temperatuur blijft hangen rond de 22 à 23 graden. Via Parábita en Nardò rijden we verder richting Ionische kust, maar we schieten opnieuw niet veel op zodat het tegen de middag draait als we Porto Cesareo bereiken. Het stadje Puglia 28ligt aan een breed uitgesmeerde jachthaven en het is er doodstil en verlaten, maar de splinternieuw aangelegde ruime parkings verraden dat hier in het hoogseizoen grote toeristische drukte heerst. Werkmannen zijn bezig met het snoeien van de hoge palmbomen. Er zijn tientallen kleine restaurantjes, maar het lijken stuk voor stuk goedkope toeristenvallen en bovendien zijn ze bijna allemaal gesloten. Hier blijven we niet, we zullen onderweg wel iets beters vinden.  
We volgen de kust langs de litoranea of kustweg maar dat is rapper gezegd dan gedaan: op verschillende plaatsen sta je plots voor eenrichtingsverkeer en word je omgeleid en dan is het uitkijken! Overal staan grote plassen op en langs de weg en onze auto zit algauw onder de modder alsof we een rally gereden hebben. Plots zien we een bord naar een masseria-restaurant. Daar willen we heen. Een hele tijd lijken we het spoor bijster, maar dan, na ongeveer 5 kilometer, staat er toch opnieuw een bord. We moeten opnieuw kilometers rijden vooraleer uiteindelijk “Masseria Bosco, 700 meter”. Een onverharde weg leidt ons doorheen uitgestrekte olijfgaarden en dan staan we voor een mooi onderhouden idyllische masseria. Nu maar hopen dat ze niet gesloten zijn en... dat zijn ze niet! Het restaurant is chique en zeer stijlvol en ondergebracht in een grote overwelfde ruimte. We willen niet overdrijven deze middag -het is intussen trouwens al bijna halftwee- en besluiten het voorgerecht te delen: le antiche sapori della masseria. Vooraf krijgen we een lekker aperitiefje aangeboden door het huis met een vers gebakken stukje quiche en daarna komt een assortiment van antipasti op tafel dat zou kunnen volstaan als hoofdgerecht voor twee personen: tomaten, courgettes, aubergines, kappertjes, inktvis,... wat een bord! Als hoofdgerecht hebben we respectievelijk gekozen voor cavatelli alle richezze dello Ionio(zeevruchten) en tagliolini alla frantonara con ricotta speziata e paté di olive neri, ook twee reuzenporties! We krijgen beiden ons bord maar half op. Met een half litertje huiswijn (2 Euro!), mineraal water en twee koffies komt de rekening op slechts 34 Euro. Ongelooflijk! Ons geduld en onze lange zoektocht zijn uiteindelijk beloond. Dit is een klassezaak. Water en wijn worden geserveerd in mooie aarden bekers en we worden bediend door een vriendelijke ober, die zijn best doet om Duits tegen ons te spreken. Er zijn hier inderdaad regelmatig Duitse en Zwitserse toeristen te zien, maar Nederlanders zie je zelden en slechts twee keer heb ik een Belgische auto gezien.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT

Een schitterend hotel

Vrijdag 25 september 2009 (2)
Om 14.30 uur zijn we weer weg. De hemel ziet nu niet meer grijs, maar zwart en aldra begint het te stortregenen. We zoeken weer de kustweg op. We rijden langs duinen en zandstranden en hier en daar trotseert een eenzame surfer de hoge golven. Het blijft de hele tijd zwaarbewolkt, maar het houdt op met regenen. We naderen Taranto, duidelijk een grote stad. Hier moeten we op zoek naar de Mar Piccolo waar ons hotel is gelegen, maar we zien geen enkele wegwijzer. We vinden toch de goede richting, maar komen terecht op een splinternieuwe brede baan, die nog niet op onze wegenkaart staat en verliezen opnieuw het noorden. We draaien wat in het rond tot we uiteindelijk op twee vriendelijke politiemannen botsen die ons de weg wijzen. Om 17 uur, met 200 kilometer op de dagteller, bereiken we ons hotel, Histò Relais San Pietro, een schitterend gerenoveerde  middeleeuwse manor van grote historische waarde. Hier hebben al sinds de Romeinse tijd mensen gewoond en onder het hotel ligt zelfs nog een heuse aquaduct. Je komt binnen in het domein langs een bewaakte poort en wandelt dan vanop de uitgestrekte parking een tweede poort door die naar een eerste binnenkoer leidt. Hier staat rechts het statige hoofdgebouw en links een derde poort uitkomt op een vierkante oude kloostertuinPuglia 29 waarlangs de meeste kamers liggen. Her en der staan grote terracottapotten met olijfbomen en grote bloeiende cactussen. Het hele complex straalt in alle eenvoud en soberheid toch grote luxe uit. Alles is gerestaureerd met duurzame moderne materialen maar de basis van de oude gebouwen is compleet behouden. De ruime kamers zijn zelfs ultramodern ingericht met dure designmeubelen en accessoires en een plasmascherm-televisie met digitale tv en radio. Jammer genoeg is het te koud om van het verlokkelijke zwembad gebruik te maken, dus we beperken ons tot een wandeling doorheen het domein. Aan de rand ervan staat nog een heuse basiliek met oude muurfresco’s, die is uitgerust als een zeer stijlvolle seminarieruimte. Men is er alles in gereedheid aan het brengen voor een congres van medici over vaccinatietechnieken, dat hier morgen plaats heeft. We hebben ruim een half uur nodig vooraleer we het hele complex rond zijn en we zijn sprakeloos van bewondering. Dit is beslist een van de mooiste hotels waar we al ooit gelogeerd hebben. Hier kunnen we vanavond niet weg want Taranto en vooral de weg er naartoe schrikt ons een beetje af, dus we reserveren een tafel in het restaurant. We hebben ruim de tijd voor een verkwikkende douche en voor het reisverslag, om wat te lezen en wat tv te kijken terwijl we genieten van een (gratis) drankje uit de minibar. Tegen 20 uur gaan we eten. Ook het restaurant is pure klasse en even sober maar stijlvol als de rest. Alleen is de sfeer een beetje kil wegens te weinig volk. Het personeel is uiterst vriendelijk en, het belangrijkste, de keuken is prima! Na het eten willen we al meteen reserveren voor morgenavond, maar dat blijkt niet te kunnen wegens een evenement dat hier morgenavond het hele restaurant in beslag zal nemen. Er is wél roomservice mogelijk.

Terug naar 2009 Puglia OVERZICHT