Posts tonen met het label 2005 Peru. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2005 Peru. Alle posts tonen

zaterdag 8 november 2014

Naar Peru

We waren nog nooit op het Zuid-Amerikaanse continent geweest en daar wilden we verandering in brengen. Alleen hadden we er geen idee van in welk land: Peru, Chili, Argentinië, Bolivië, Guatemala, of wat ligt daar nog allemaal? We hoorden zeer positieve geluiden over Chili; we zagen zeer mooie beelden van Boliviaanse vrouwen met hun typische bolhoedjes; Hendrik en Karien kwamen enthousiast terug van Guatemala, maar ze vonden dat het misschien toch niet echt voor ons zou zijn; Mexico leek ons zeer toeristisch en meer op zonnekloppers afgestemd, kortom we kregen weinig houvast. Dan maar weer eens te rade bij Anders dan Anders, want een goede reisorganisatie leek me voor dergelijke bestemmingen ook niet onbelangrijk. Het aanbod bleef ruim: niet minder dan 7 verschillende bestemmingen! Een grondige studie van de programma’s drong zich op en o.m. Peru kwam daarbij naar voor als een zeer afwisselende reis: de indrukwekkende natuur van het Andesgebergte, de intrigerende Incacultuur, de kleurrijke bevolking, de staalblauwe hemel... maar de extreme hoogte stelde toch wel hoge fysieke eisen. Aan de andere kant dachten we nog fit genoeg te zijn en we vreesden dat dat er met de jaren niet op zou verbeteren. 
Reisroute
We wisten dat Johan en Lieve, die we in Thailand leerden kennen, vorig jaar in Peru waren en we besloten eens naar hun ervaringen te luisteren. Het verhaal van de problemen met de hoogte bleek te kloppen: nagenoeg iedereen in hun groep was ziek geweest en sommigen zelfs vrij ernstig. Desondanks waren ze zéér enthousiast over de reis en over Karel, de reisleider. Ze vonden het een onovertrefbare ervaring en waren alleen bang dat ze nu zowat het beste gehad hadden, zodat andere toekomstige reizen gedoemd waren om in de schaduw van Peru te blijven. Ook de werkelijk schitterende fotoalbums van Lieve trokken ons over de streep. Onze huisarts bevestigde onze goede conditie en we trokken naar de jaarlijkse reisvoorstellingen van Anders dan Anders in Zwijnaarde. Hier enkel bevestiging, maar Karel, die voor Johan en Lieve een zeer groot aandeel had gehad in het succes van hun reis, bleek van plan het wat kalmer aan te doen en zou zich volgend jaar laten vervangen door Tore, een jongeman die hij intussen had opgeleid. Jammer! Maar het programma “Schaduw van de Inca” en de dia’s waren zeer aanlokkelijk en Tore leek ons ook een geschikte kerel, zodat onze bestemming van 2005 vast lag: Peru zou onze eerste Latijns-Amerikaanse reisbestemming zijn.


Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

24 uren onderweg

Woensdag 13 juli 2005 
Vroeg uit de veren: om 4 uur al loopt de wekker af. Zoals steeds in de nacht voor de afreis, heb ik ook nu onrustig geslapen en bij de eerste klanken van de radiowekker spring ik onmiddellijk uit bed. Aangezien D&D-reizen geen goedkoop luchthavenvervoer voorziet, hadden we een beetje een probleem, want de auto 3 weken in de parking van Zaventem achterlaten is niet alleen wat onveilig, maar vooral zeer duur. Gelukkig kwam Volvo (ongevraagd) ter hulp door ons de diensten van Reginald aan te bieden, de directiechauffeur. Hij is er zoals afgesproken stipt om 5 uur en op deze nevelige, maar mooie zomerochtend rijdt hij ons naar de nationale luchthaven. Het verkeer is verrassend druk, maar toch zijn we al om 5.45 uur in Zaventem. We zijn natuurlijk ruim op tijd en aan rij 9 van Iberia is nog niemand te zien. Of toch... een oudere heer met een sterk West-Vlaams accent heeft de ‘Anders dan Anders’-sticker op onze koffers gezien en spreekt ons aan. Of wij ook naar Peru gaan? Zijn naam is André, hij komt uit Koksijde en had vorig jaar al willen inschrijven voor Peru, maar alles was toen volgeboekt. Hij denkt dat we vooraan in de vertrekhal moeten zijn en inderdaad daar staan nog enkele reisgezellen. We kunnen onmiddellijk inchecken en wanneer Marleen van Master Tours om 6.10 uur (het uur van de afspraak) aankomt, is nagenoeg de hele groep al volop aan het inchecken. Marleen vertelt ons dat... Karel onze reisleider zal zijn. Dát valt dus alvast mee! 
Nu volgt het gebruikelijke lange wachten, want onze vlucht naar Madrid is pas voorzien om 8.10 uur, maar we krijgen de tijd gemakkelijk om: koffietje, winkeltjes, ... Bij de veiligheidscontrole zijn ze strenger dan normaal wegens de recente terreur o.m. in. Londen. Vooral Christiane heeft er last van: ze moet haar heupgordel afdoen en nóg blijft het toestel piepen. Ze moet afgetast worden, en als ze ook dan nog niets vinden, mag ze –gelukkig maar - toch door. Onze vlucht is mooi op tijd en in Madrid zijn we zelfs een tiental minuten te vroeg. We beginnen al een paar groepsleden te kennen en gaan samen op zoek naar informatie over de aansluiting naar Lima. “Delayed!” en nog geen klein beetje: “Estimated Time: 15.20 uur”, dat is 3 uren later dan voorzien! We gaan alvast op zoek naar de juiste terminal en dat blijkt niet bij de deur te zijn. We worden er met een bus naar toe gebracht, maar de meeste anderen moeten veel langer zoeken en komen er pas een half uur later aan. Zij hebben het hele traject te voet afgelegd. Wij hebben intussen vernomen dat de passagiers voor Lima om 13 uur een lunch krijgen aangeboden in het Iberia-restaurant. In afwachting gaan we nog wat “shoppen”, maar dat valt tegen: shops genoeg, maar niets interessants. Ik besef plots dat ik geen schriftje mee heb voor mijn dagboeknotities, dus we hebben meteen een doel voor onze shoppingactiviteiten. Na lang zoeken, in zo wat de laatste shop, vind ik een wat kinderachtig schriftje met... olifantjes op de kaft. Niet echt toepasselijk voor deze reis, maar ja... lamaatjes hebben ze niet. Aan het restaurant van Iberia is het aanschuiven. De zaal, het is meer een grote refter, zit vol Limareizigers aan wie in massa een eenvoudig menu wordt “gevoerd”: champignonsoep, braadkip met frieten, een ijsje en water en rode wijn. Slecht maar ja... honger is de beste saus. Aan tafel maken we kennis met Anja, een Antwerpse van Nederlandse origine die een 24 jaar van haar leven in Zuid-Afrika heeft gewoond en 7 jaar in Australië. Ze is weduwe en geeft les aan de International School in Ukkel. Het grootste deel van het gesprek gaat echter met onze andere tafelgenote: een jonge vrouw op terugreis naar Lima, waar ze woont. Ze spreekt enkel Spaans en zo komt het dat we niet echt veel te weten komen over haar stad en haar land. 
Na het eten staat onze vlucht aangekondigd voor 16.00 uur, opnieuw 40 minuten later dus. We krijgen tegenstrijdige berichten over de gate. André, onze man uit Koksijde, toont zich zeer ondernemend en gaat op informatie uit. Hij werkt voor Bekaert en is duidelijk het reizen gewoon. We hebben de tijd om de rest van de groep wat beter te leren kennen. Er is nog een koppel vijftigers, Antwerpenaren: Willy en Lisette. Hij werkt bij BASF en is een verwoed fotoliefhebber. Hij lacht met het compacte digitale Sony-toestelletje van zijn vrouw. Zelf zweert hij bij de ouderwetse dia’s, die “een warmte hebben die geen enkele digitale foto kan evenaren”. Verder is er nog Christiane, een alleenreizende jonge vijftiger uit Dilbeek en drie jonge mensen, twee mannen en een vrouw. Ik hoor vanop afstand dat zij bij Opel in Antwerpen werken in de vaste nachtploeg. De rest van de groep waart ergens anders rond. Om 15.40 uur begint de boarding, maar het is uiteindelijk toch half vijf als onze Airbus 340-600 van de grond gaat, dat is vier uren later dan gepland. De vlucht duurt 12 uren, dus we zullen pas om 21.30 uur plaatselijke tijd in Lima zijn en dan zullen we exact 24 uren uit ons bed zijn. Het vliegtuig biedt gelukkig mooie, ruime plaatsen. Het is een nieuw toestel, maar er zijn geen individuele videoschermpjes. Nieuw én sensationeel zijn de live beelden bij Peru 5het opstijgen van een camera op de staart van het toestel. Aanvankelijk was het mij niet duidelijk of het echte filmbeelden waren of een animatie, maar het blijkt toch live te zijn. Knap! Tegen 17.45 uur krijgen we een lunch geserveerd, of is het een dinner? Het bestaat uit een slaatje, smaakloze pasta en een gebakje. Zeer flauw. We hebben nog 9 uren te gaan; er is dus al een kwart achter de rug en inmiddels is het donker geworden. Ik begin wat te lezen in een avontuur van inspector Morse en voel me al gauw slaperig worden (ik heb een flesje rode wijn versierd...én een brandy met een koekje). Ik slaag er tenslotte in om een uurtje te slapen. 
Het is bijna 21 uur (4 uur bij ons want zij lopen 7 uur achter) als we in Lima aankomen. Vierentwintig uur geleden liep de wekker af. We zijn van de eersten bij de Immigratiecontrole en na amper 10 minuten zijn we al klaar en is het wachten op onze bagage. Het is druk in de luchthaven die er tamelijk nieuw uitziet en opgefleurd wordt Peru 6door rood-witte versieringen, voorbodes van de nakende Nationale Feestdag. Er staat een hele haag mensen die allemaal wel iemand komen verwelkomen. Sommigen dragen spandoeken met “Bienvenido Amigos” en er staat zelfs een heuse muziekband, met de typische Zuid-Amerikaanse pan- en andere fluiten. Sfeer genoeg. Midden op de eerste rij staat een rijzige man met Burberry-sjaal en beige blazer: Karel, onze gids. Hij spreekt veel en nogal geaffecteerd en doet zowel denken aan een Kurt Van Eeghem-achtige gentleman als aan een taterende verkoper op de markt. Hij bevestigt dat hij nog slechts één à twee groepen per jaar begeleidt, dus we hebben geluk. 
Het is winter in Peru, dus het is hier maar 14° C en er valt af en toe een zeer fijne motregen. Na onze eerste geldwissel (1 sol is ongeveer 10 Bfr), stappen we op de bus die ons in een halfuurtje naar ons hotel brengt. Het is relatief druk op de wegen en vooral de vele grote en kleine bussen vallen op. Onderweg krijgen we de eerste informatie over dit grote land en vernemen dat Peru het derde grootste land van Latijns-Amerika is na Brazilië en Argentinië. Het is ongeveer zo groot als Frankrijk en Spanje samen en telt 27 miljoen inwoners, waarvan er 8 à 9 miljoen in de agglomeratie van Lima wonen. We rijden over brede boulevards langs grootwarenhuizen en bioscopen met reusachtige lichtreclames en doorkruisen de chique San Isidro-wijk op weg naar Miraflores, het luxueuze stadsdeel langs de kust. Daar ligt ons hotel “Sol de Oro” of de gouden zon. We worden er ontvangen met een pisco sour, dé nationale drank, die we vanaf nu bijna dagelijks zullen voorgeschoteld krijgen. Het is een cocktail op basis van pisco (sterke brandewijn), limoensap en geklopt eiwit. Zeer lekker en verfrissend, maar behoorlijk sterk! Karel geeft hier de eerste briefing voor morgen. Het wordt een bezoek aan de hoofdstad en voor ’s middags belooft hij ons meteen een culinair hoogtepunt. Dat begint hier dus goed. Hij legt ons uit waar we hier in de buurt van alles kunnen vinden: grootwarenhuis, internetcafé, winkeltjes voor frisdrank, de zee, een grote marktplaats, enz. Ik vraag me alleen af wanneer we de tijd zullen vinden om die te bezoeken? Morgen vertrekken we immers al om 10 uur. Iedereen is moe en veel zin om in de bar te blijven hangen, heeft wel niemand, of... toch weinigen. Wij zijn op onze kamer om 23.20 uur en vallen weldra in een diepe slaap.

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

Alle vuilnis op het dak

Donderdag 14 juli 2005 
Ik heb als een blok geslapen, wel regelmatig eens wakker geweest maar telkens onmiddellijk weer ingedommeld. We worden beiden pas wakker om kwart vóór acht en zijn wonderwel goed uitgeslapen. We hebben het tijdsverschil blijkbaar al overbrugd, zou dat kunnen? De anderen waren in ieder geval al veel vroeger wakker; de meesten hebben maar geslapen tot half vijf . Aan tafel maken we kennis met Paul en Tijs, vader en zoon. Paul is zelfstandig consulent in communicatie maar heeft voordien jarenlang voor BASF gewerkt. Tijs is een pas afgestudeerd industrieel ingenieur, maar hij gaat volgend jaar verder studeren voor burgerlijk ingenieur. Paul had vorig jaar al naar Peru willen komen, maar hij was te laat en is toen naar Guatemala geweest. Hij was meteen verkocht voor Zuid-Amerika en voor ‘Anders dan Anders’. Het ontbijtbuffet is zeer gevarieerd en lekker; het restaurant daarentegen is allesbehalve gezellig en vooral koud. Na het eten benutten we het vrije uurtje om snel eens tot aan de Stille Oceaan te wandelen en om een voorraadje water in te slaan. Iedereen heeft ons op het hart gedrukt dat we vooral veel moeten drinken. We zullen dat dus maar van in het begin doen. 
Om 10 uur stappen we op een moderne dubbeldeksbus en nemen plaats op de eerste rij van de bovenverdieping. Beter kan je niet zitten voor een sightseeingtour doorheen Lima. Wat een uitzicht en natuurlijk de ideale positie om te filmen. Lima is een grote en drukke stad en daarenboven tamelijk jong. In 1930 telde het amper 300.000 inwoners maar de bevolking is in de tweede helft van de twintigste eeuw gegroeid tot maar liefst 9 miljoen. Daar is o.a. de vlucht van de bergbewoners voor het ‘Lichtend Pad’ niet vreemd aan, maar ook de politiek treft schuld: zij lokten met mooie politieke beloften mensen van overal naar de hoofdstad. Ze kwamen echter van een kale reis in de armoede en de sloppenwijken terecht.Karel noemt de regering trouwens “clowns”, die er niets van bakken. Vooral Fujimori, die uitblonk in wanbeheer en fraude en sinds 2000 in ballingschap leeft in Japan, heeft het land in de dieperik gestort. De huidige president Toledo is er evenmin in geslaagd om de economie terug op gang te trekken, zodat er naar het schijnt zeer veel Peru 7Peruanen zijn die willen dat Fujimori terugkomt. Opnieuw vallen de vele kleurrijke autobussen op. Karel vertelt ons dat er niet minder dan 280.000 zijn in Lima en vele ervan zien eruit als oldtimers. Er zijn ook opvallend veel politieagenten: 90.000. Politieagent is overigens een beroep met aanzien in Peru; zij verdienen evenveel als een leraar, namelijk 200 Euro per maand, waar het gemiddelde maandinkomen schommelt tussen 150 en 225 Euro. De stad en de drukke boulevards bieden een kleurrijk spektakel: behalve autobussen zijn er ook zeer veel taxi’s. Fietsen en bromfietsen zijn er nauwelijks, maar het zijn vooral de mensen die het straatbeeld kleuren: eetkarretjes en -kraampjes, kinderen die alle mogelijke koopwaar aanbieden bij de rode verkeerslichten, vrouwen in felgekleurde kledij. Overal zijn rode vlaggen in alle formaten te zien. De voorbereidingen voor de Nationale Feestdag, die over 2 weken gevierd wordt, zijn volop aan gang. Ze zullen ons nagenoeg de hele reis opvallen. In het stadscentrum is een straat afgezet want op de weg ligt een hoop planken, oud ijzer en allerlei rommel. Ik denk onmiddellijk aan een brand, maar Karel legt ons uit wat er precies aan de hand is. De mensen in de stad hebben de gewoonte al hun grof huisvuil en rommel gewoon op hun dak op te stapelen. Eén keer per jaar moet dat dan “geruimd” worden en dan gooien ze gewoon alles naar beneden. Simpel! 
Peru 8
We stappen af in het centrum en staan meteen op de imposante Plaza Mayor, die in 1997 volledig werd opgeknapt. In het midden spuit een vrolijke fontein en rondom staan schitterende koloniale gebouwen met hun typische okergele gevels en prachtige balkons met overvloedig houtsnijwerk. Het meest opvallende gebouw is echter de kathedraal die grotendeels in dezelfde gele kleur is geverfd. We krijgen een uitgebreid bezoek en Karel laat zich Peru 9meteen van zijn beste kant zien. Hij ontpopt zich als een boeiende verteller en we hangen meteen allemaal aan zijn lippen. Zo komen we niet alleen te weten dat Francisco Pizarro, de Spaanse conquistador en stichter van de stad Lima, hier begraven ligt, maar ook dat hier zelfs een geschenk prijkt dat uit Gent afkomstig is, nl. een kist die werd geschonken door Keizer Karel. We luisteren geboeid naar het verhaal van Pizarro’s zoektocht naar El Dorado, de Gouden Stad en de heldhaftige moed en doorzetting die hij aan de dag legde bij de vijf pogingen die hij daarvoor heeft nodig gehad. Maar het verhaal wordt helemaal overschaduwd en ontluisterd door de vele wreedheden die de Spanjaarden in hun zucht naar goud begingen ten aanzien van de vredelievende Inca’s. Geen mooi verhaal en zeker niet in lijn met wat wij in het westen daarover te horen kregen. Karel maakt ook van de gelegenheid gebruik om wat uit te wijden over de zogenaamd diepe godsdienstbeleving van de Peruanen. Hij relativeert die sterk en beweert dat het eerder een naïeve gehechtheid is aan zowel christelijke als heidense rituelen, waaraan vooral de arme bevolking zich vastklampt in de hoop hun lot te doen keren. Zo zijn er in de Incarituelen elementen terug te vinden die verwijzen naar de katholieke eucharistieviering, terwijl er in de Latijns-Amerikaanse katholieke kerk ook wereldse afgoden en symbolen terug te vinden zijn. Als we de kathedraal verlaten, maken we in groep een wandeling door de buurt rond de Plaza Mayor. In een winkelgalerij worden sommigen van ons bestormd door een joelende bende schoolkinderen in keurig uniform, die ons om een handtekening bedelen. Op aanraden van Karel doet iedereen in het postkantoor postzegels in, want die zijn elders naar het schijnt moeilijk te vinden. Ze zijn superduur: 50 Bfr per kaart! We bewonderen verder het Presidentieel Paleis met de presidentiële wacht en vooral het uitbundig versierde Aartsbisschoppelijk Paleis in weelderige Spaanse Barok. 
En dan brengt de bus ons terug naar Miraflores, naar het restaurant “Senioria de Sulco”, volgens Karel één van de beste adressen in Lima. Peru 10
Er wacht ons een overvloedig, kleurrijk en gevarieerd buffet met tientallen aanlokkelijke schotels, koud en warm. De kok geeft ons uitleg bij de lokale specialiteiten en na het aperitief – een heerlijke pisco sour – schuiven we aan. Er zijn téveel specialiteiten om alles te kunnen proeven, ook al neem je maar kleine hapjes, maar de ceviche (rauwe vis gemarineerd in limoensap) valt het meest in de smaak. Daar nemen we dan ook meer dan één hapje van. De groep hangt al vrij goed aan elkaar; iedereen gaat met iedereen om en van kliekjes is er absoluut geen sprake. Na het eten verwijlen we nog even langs de kust in een groot modern winkelcomplex, midden de moderne hoogbouw van Miraflores. Er is een zeer mooie winkel met allerlei ambachtelijke producten en vooral mooi materiaal in alpacawol. We vinden het echter nog veel te vroeg om nu al te kopen; de reis is nog lang en we komen vast nog op goedkopere plaatsen dan de hoofdstad. Ik laat ook een mooi fotoboek over Peru liggen en daar zal ik later nog spijt van hebben.
 
Om 17 uur vertrekken we naar de luchthaven voor onze eerste binnenlandse vlucht. We trekken naar Chiclayo, zo’n 780 kilometer naar het Noorden. Veel keuze hebbenPeru 11we niet, want er is geen treinverbinding, enkel een nachtbus die volgens Karel levensgevaarlijk is. Hij wordt alleen gebruikt door zakenmensen. Er wordt eten geserveerd aan boord net zoals in een vliegtuig en de bus legt de afstand af in amper 9 uur, en dat langs slechte en onverlichte wegen! De vlucht van LAN, de gemeenschappelijke luchtvaart-maatschappij van Argentinië, Peru en Ecuador, verloopt rustig en comfortabel en duurt een klein uurtje. Bij aankomst in Chiclayo is het al donker. Het is 18°C en tamelijk winderig. Het Grand Hotel Chiclayo heeft vier sterren en oogt mooi. Het heeft een casino en een karaokebar maar de accommodatie is toch wel minder luxueus. Vooral de geluidsisolatie laat te wensen over en er is zeer veel lawaai op straat. Er is geen eten voorzien (we kregen een hot snack op het vliegtuig) maar we nemen toch nog een drankje in de bar. Zo leren we weer een paar groepsleden iets beter kennen: Luc en Maria en Henri en Annemie. Luc werkt op de commerciële dienst van Honda in Gent en Maria staat in het onderwijs. Wat Henri precies doet is minder duidelijk, maar hij is ongetwijfeld een zakenman want hij beklaagt er zich over dat hij de Financial Times nergens heeft kunnen vinden en dat hij die dagelijks wenst te lezen. Hij drinkt bier en rookt stinkende sigaren.

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

De Heren van Sipan

Vrijdag 15 juli 2005
Er was de hele nacht veel lawaai op straat: voortdurend aan- en afgerij, gepraat, geroep, geclaxonneer. Al deze geluiden werden daarenboven om het kwartier aangevuld met een koelkast die met veel lawaai aan- en afsloeg. Tegen de ochtend nam het claxonneren steeds maar toe, al was het bij sommigen eerder een zacht elektronisch gepiep of gefluit. Het wordt duidelijk als ik door het venster kijk: ons hotel ligt op de hoek van twee drukke straten en elke auto of moto die het kruispunt nadert, kondigt zijn komst aan met een korte claxonstoot. Het straatbeeld van deze kleine provinciestad wordt gedomineerd door tientallen bromfietstaxi’s. De reden waarom we dit overigens onbelangrijke stadje aandoen is de nabijheid van het “Museo Tumbas Reales de Sipan”, dat Peru 14we vandaag gaan bezoeken. Het museum is inderdaad een revelatie en nu al een hoogtepunt van de reis. In een moderne architectuur – een soort piramide die een Moche-tempelvan 1500 jaar geleden symboliseert – is een werkelijk schitterend museum ondergebracht. De graven van deHeren van Sipan zijn pas ontdekt in 1978 en worden beschouwd als één van de belangrijkste historische vondsten in de 20e eeuw, na Machu Picchu in 1911 en het graf van Toetanchamon in 1921. In het Duitse Mainz werden de opgegraven lijken van de Heren van Sipan zorgvuldig laag per laag ontmanteld, waarbij niet alleen de gehele begraaftechniek werd blootgelegd maar ook ontelbare aardewerken, koperen en gouden voorwerpen. De heren liggen trouwens niet eenzaam in hun graf: samen mét hen zijn ook hun geliefden, huisdieren en slaven mee begraven. We krijgen niet genoeg van de pracht en geraken behoorlijk onder de indruk. Dit hebben we in onze geschiedenislessen nooit leren kennen. Het beeld van de vooral Griekse en Romeinse oudheid, dat wij hebben meegekregen, blijkt toch al te eenzijdig te zijn. Karel is bijna lyrisch en haalt zijn grootste superlatieven boven. Gedurende bijna drie uren weet hij ons te boeien met zijn uitleg. Hij vindt deze plek één van de belangrijkste in de wereld. Overdrijft hij? Ik kan het historische belang niet schatten, maar één ding is zeker: het is indrukwekkend. We mogen in het museum jammer genoeg niet filmen of fotograferen, maar gelukkig kunnen we in de museumshop een mooi geïllustreerd boek kopen. 
’s Middags gaan we nog even terug langs het Grand Hotel in Chiclayo voor de lunch. Ik ben de kleine sleuteltjes van onze valies kwijt. Het personeel van het hotel gaat op zoektocht op onze kamer, maar vindt niets. Vervelend, maar niet zo erg; desnoods forceren we de slotjes en kopen nieuwe. Na de lunch wacht ons een lange busreis naar Trujillo door een woestijngebied dat 5 keer de oppervlakte van België beslaat. Peru 15
We rijden op de fameuze Pan-American Highway en het is nauwelijks te geloven dat hier 8 jaar geleden nog geen enkele weg lag. Dit is het ideale moment voor Karel om ons nog wat extra-informatie te geven over Peru. Hij vertelt o.m. dat hier de vrije markteconomie pas in 2001 is ingevoerd door Fujimori, en dat voordien in de grootwarenhuizen enkel “wc-papier en... wodka” te koop was. Fujimori heeft nadien het land verkocht aan westerse industriëlen en ook nu nog is een groot deel van de nijverheid en landbouw in handen van superrijke enkelingen. Zo rijden we kilometerslang door suikerrietplantages die behoren aan een zekere heer Casagrande. Hij heeft 20 minuten nodig om met zijn auto full speed van de ene kant van zijn grond naar de andere kant te rijden. In dit soort coöperatieven, die eigenlijk al lang geen coöperatieven meer zijn, heersen echte koloniale toestanden, je reinste slavernij en er breekt dan ook af en toe een opstand uit onder het personeel. Ook de kippenkweek is het monopolie van één persoon voor heel Peru. Ontelbaar zijn de kippenkwekerijen die we langs de kust voorbijrijden; allemaal eigendom van dezelfde man! We rijden door dorpjes die er primitief, zeer arm en vervallen uitzien. Geen wonder als je weet dat de kuststreek die we doorkruisen, heeft af te rekenen met het natuurfenomeen El Niño, een orkaan en tsunami die om de 7 jaar de hele kuststreek onder water zet. Het is geleden van de winter 1998, dus normaal gezien had hij dit jaar moeten toeslaan, doch dat is niet gebeurd. Dat betekent alleen maar dat de kans reëel is dat hij de volgende keer dubbel zo hard toeslaat. De honderden taxibromfietsen bieden een kleurrijk aanzicht, maar het algemene beeld geeft ons niet zo’n cultuurschok als Thailand en Afrika. De dorpjes en de natuur zijn eerder een mengeling van Azië en Afrika. De woestijn wordt voortdurend afgewisseld met groene zones dank zij uitstekende irrigatiesystemen, waarvan de oorsprong vaak tot de Inca’s teruggaat. In de omgeving van Trujillo wordt rijst gekweekt. Hij ligt in grote hoeveelheden langs de weg te drogen op grote vellen plastiek.
 
Intussen is de zon gaan schijnen en het wordt echt warm op de bus, maar van airco is geen sprake. Om 16.30 uur, na een rit van een goede 200 kilometer, bereiken we Trujillo, met 800.000 inwoners de derde stad van Peru. Ons hotel ligt aan de schitterende Plaza de Armas, die rondom omgeven is door koloniale gebouwen met gele, blauwe en steenrode gevels, bijna allemaal voorzien van het typische witte stucwerk, kunstig bewerkte houten balkons en fijn smeedijzeren traliewerk voor de ramen.
Peru 16
De avondzon laat de kleuren extrawarm en diep uitkomen en dit is natuurlijk hét moment voor foto’s. We trekken onmiddellijk de stad in. Op en rond het plein heerst een lawaaierige drukte. Daar zorgen vooral de vele gele taxi’s voor die toeterend hun voorrang opeisen. Ook in de verkeersvrije hoofdstraat is het zeer druk. De vele mensen en de kleine winkeltjes en kraampjes leveren mooie foto- en videobeelden op. We stappen even binnen in de kathedraal en hier zien we nog maar eens hoe devoot de mensen hier zijn, zowel jong als oud. Zeer pathetisch en luidop gebeden prevelend knielen ze deemoedig voor één van de vele heiligenbeelden neer. De altaren zijn overdadig versierd met zilverwerk, borduursel, lichtjes en plastieken bloemen. We slaan een voorraadje Gatorade op, naar het schijnt het ideale drankje tegen uitdroging. Om 20 uur gaan we aan tafel in het chique restaurant van ons hotel. Bijna iedereen blijkt al aan tafel te zitten en we zijn genoodzaakt alleen aan een andere tafel te gaan zitten. Henri en Annemie komen na ons binnen, maar zij verkiezen een ‘tête-à-tête’ en zo lijken we gedoemd tot een eenzame avond. Ik had gisteren al gemerkt dat zij niet zeer sociaal ingesteld waren en zich een beetje boven de groep verheven voelden. Gelukkig komen even later Johan en Rita nog opzetten en zo wordt het nog een gezellige avond met zijn vieren. Johan is een huisarts uit Brussel. Het eten valt best mee, maar is vrij duur: 70 dollar voor ons tweeën! We hadden er wél pisco sour, ceviche, rijst met zeevruchten respectievelijk lamb stew voor én een behoorlijke Peruaanse rode wijn. Bij ons zou het nog duurder zijn.

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

Miljoenen adobestenen

Zaterdag 16 juli 2005
’s Morgens ziet het er opnieuw vrij triestig uit: motregen, mist in de bergen en vrij koud. Dit wordt onze tweede Mochico-dag. De Mochico- of Mochecultuur situeert zich aan de Peruaanse Noordkust en dateert van 200 tot ongeveer 600 na Christus. Zij aanbaden de hemellichamen en bouwden o.m. even buiten Trujillo de immense zonne- en maantempels, de Huacas del Sol y de la Luna. Het zijn die tempels die we vandaag gaan bezoeken. We verlaten de stad en rijden door een vruchtbare streek waar we kennismaken met het échte Noord-Peruaanse leven: over een onverharde en smalle weg, waar de bus amper door kan, rijden we langsheen een breed irrigatiekanaal door een landbouwdorpje: armtierige, vuile huizen, verdroogde tuintjes, wasdraden, overal honden en vriendelijk wuivende mensen.
 Peru 17De Zonnetempel ziet er vanuit de verte als een gewone heuvel uit. Hij bestaat echter uit adobestenen, in de zon gedroogde klei, gemengd met stro. Volgens Karel waren er voor deze tempel niet minder dan 15 miljoen nodig. Volgens mijn Nelles Reisgids waren het er maar één miljoen, maar op een andere bladzijde is er zelfs sprake van 50 miljoen! Ik heb ze niet geteld, maar het waren er in ieder geval zéér veel. De tempel is niet mooi, maar wordt pas interessant door de opnieuw boeiende uitleg van Karel. Onder de grond zitten hier volgens hem nog talloze schatten verborgen. Als je de juiste plek vindt, hoef je maar enkele tientallen centimeters te graven om intact aardewerk te vinden. Dat is hier in het verleden trouwens ook massaal gebeurd en zo is er een schat aan historisch materiaal clandestien verkocht en het land uit gesmokkeld of in privé-bezit terecht gekomen. In Peru is het nog altijd toegelaten om een privé-museum thuis te hebben op voorwaarde dat je de vondsten officieel aangeeft en laat registreren. De vraag is maar of dat ook werkelijk gebeurt. In ieder geval moet je aan de douane, als je het land verlaat, een attest van “onechtheid” kunnen voorleggen, dat verklaart dat het voorwerp dat je uitvoert, een kopie is en niet echt. De omgekeerde wereld dus.
We wandelen verder naar de Maantempel die dateert van ongeveer 700 na Christus. Peru 18Hier begroeven de Moches en de Chimu hun doden. Er zijn prachtig bewaarde muurschilderingen te zien, waarvan sommige pas enkele maanden geleden werden blootgelegd en die Karel dus ook nog nooit heeft gezien. Van de tempel als constructie is niet veel overgebleven, maar het woestijnzand en het droge klimaat hebben ervoor gezorgd Peru 19
dat de rood-zwart-gele tekeningen die vooral symmetrische figuren en vervaarlijke monsterkoppen voorstellen, zeer goed bewaard zijn. Op een grote, recent ontdekte muur zijn een hele rij primitieve afbeeldingen van krijgers voorgesteld. Mooi om zien is ook hoe de adobestenen stuk voor stuk de stempel dragen van de persoon of de familie die ze gemaakt heeft. Op een eenvoudige manier, één of meerdere gaten met de vinger aangebracht, zijn de stenen gemerkt, wat soms leuke effecten geeft zoals bv. een soort bowlingbal-patroon, een smily-achtig gezichtje, enzovoort. Het bezoek aan beide tempels heeft ruim 2,5 uren geduurd, maar toch zijn we een beetje voor op ons schema en Karel vergast ons op een extraatje. Aan de rand van de stad ligt de Huaca del Dragon, Peru 20een schitterende Chimu-tempel met lemen basreliëfs, die zo gaaf zijn dat ze er zelfs té jong uitzien. Ze doen denken aan de zandsculpturen die bij ons jaarlijks op het strand van Blankenberge worden opgezet. De tekeningen zijn zeer primitief en tonen mensen en dieren. Vaak zijn ze met elkaar verbonden door parallelle lijnen die de regenboog voorstellen, een natuurfenomeen dat natuurlijk ook vereerd werd.
 
Het is inmiddels middag geworden en dus tijd om te eten. Dat zal gebeuren in het vissersdorpje Huanchaco. Eerst doen we echter even het strand aan waar de typische rieten boten van Peru 21de vissers met hun scherpe boeg omhoog tegen de kademuur geplaatst staan. Ze zijn 3 à 4 meter lang en dateren al uit de Chimu-tijd. Ze houden eigenlijk het midden tussen een kano en een surfplank. De visser bestuurt de boot namelijk geknield of rechtopstaand en laat zich op de golven meeglijden. Deze kuststrook is trouwens één van de beste surfkusten ter wereld. De visserssloepen worden vandaag waarschijnlijk vooral in leven gehouden voor de toeristen en het duurt dan ook niet lang of er duikt een visser op die zijn kunsten demonstreert. De man stuurt zijn vaartuig zeer behendig waarheen hij wil en dat is waarschijnlijk niet zo evident, zeker niet als je weet dat zo’n boot 90 kilo weegt! Elke foto kost natuurlijk een solletje. We wandelen doorheen de smalle straatjes van Huanchaco naar een lokaal visrestaurant. De huizen geven ondanks hun kleurrijk geverfde gevels en traliewerk voor de ramen een armoedige en wat troosteloze aanblik. Het hele stadje ziet er trouwens nogal slordig en verwaarloosd uit en ook het strand straalt weinig vakantiesfeer uit, maar dat zal wel grotendeels te wijten zijn aan het grijze en mistige weer. Restaurant ‘Club Colonial’ oogt wél aantrekkelijk: via een poortje en een stemmig binnenplaatsje komen we in een gezellige eetzaal met zwart geschilderde muren en talloze voorwerpen in retrostijl. Vooral de grote spiegel, de moderne schilderijen aan de muur en de rood-groene art-décoglasramen zorgen voor sfeer, ook al zal daar weinig typisch lokaal aan zijn. Wellicht heeft de Brusselse uitbaatster geprobeerd de Europese en Zuid-Amerikaanse cultuur hier wat te verzoenen. De hoge verwachtingen die we bij een visrestaurant aan de kust altijd hebben, worden al evenmin bevredigd. Geen vis bij het voorgerecht en de onbestemde vis van het hoofdgerecht is wel vers, maar platgekookt. 
Chan-Chan is ongetwijfeld één van de belangrijkste historische plaatsen van Noord-Peru. Op een oppervlakte van 24 vierkante kilometer strekt zichPeru 22 de grootste pre-Columbiaanse stad van Peru en de grootste adobestad ter wereld uit. Hij werd in 1200 door de Chimu gebouwd als hun hoofdstad en telde 60.000 inwoners. De huidige ruïnes bestaan uit verschillende straatjes, enkele grote pleinen en een paar paleizen, waarvan het Tchulli-paleis het grootste en mooiste is. Door hun symmetrie en met hun strakke lijnen en eenvoudige gestileerde figuren, geven sommige delen een verrassend moderne en minimalistische indruk. Hier kan je oneindig blijven fotograferen. Het geheel is een echte doolhof en naar het schijnt werden hier tot 10 jaar geleden nog regelmatig toeristen van al hun bezittingen beroofd en zonder kleren achtergelaten, waarna de daders spoorloos in het labyrint verdwenen. Om kwart na vijf zijn we terug in ons hotel in Trujillo. Bij aankomst spoeden C en ik ons naar de Plaza de Armas, waar een kleurrijke processie ter ere van de Virgen del Carmen voorbijtrekt. Het is een zeer devote, maar ook vrij luidruchtige bedoening. Het publiek bestaat hoofdzakelijk uit in het zwart geklede dames van middelbare leeftijd. Vooraan rijdt een auto met luidspreker waaruit de voorbede weerklinkt die door de gelovigen telkens overtuigend beantwoord wordt.
Peru 23
Daarna worden een Mariabeeld en een beeld van het kindje Jezus op de schouders getorst. Er wordt mij een bidprentje in de handen gestopt, maar daarvoor hoort uiteraard een “donatio”. Als we in het hotel komen, blijken we de briefing voor morgen te hebben gemist, wat Karel naar het schijnt niet zeer geapprecieerd heeft. Maar deze kans – ik beschouw zo’n processie als een typische uiting van de Latijns-Amerikaanse volksgeest – mochten we toch niet laten voorbijgaan. Ik verontschuldig mij bij Karel, maar zo erg vond hij het niet. We maken nog een wandeling door de Calle Pizarro en slaan een nieuwe voorraad water en Gatorade in voor morgen.

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

Een idyllisch plekje aan de Stille Oceaan

Zondag 17 juli 2005         
Vandaag verlaten we het Noorden en rijden in een lange busrit (550 kilometer) langsheen de kust van de Stille Oceaan terug naar Lima. We moeten dan ook al om kwart na vijf uit de veren, want de bus vertrekt al om 6.30 uur. Mijn darmen rammelen als ik opsta en ja hoor... ik heb Immodium nodig. Ik ben voorzichtig bij het ontbijt, maar het eten smaakt mij toch. De zon is natuurlijk niet van de partij – de winterperiode in het Noorden kenmerkt zich niet zozeer door regen, maar wel door een grijze, mistige hemel – en de kans dat we de zon vandaag nog te zien krijgen, is ook niet groot. In de stad valt op dat er geen riolen zijn. Bij regenbuien en vooral als El Niño opduikt, is het dan ook niet te verwonderen dat binnen de kortste keren overstromingen plaats hebben. Zolang dat niet het geval is, gebruiken de Peruanen de straatgoot om er hun zakjes vuilnis neer te zetten, die dan af en toe eens opgehaald worden. Aanvankelijk rijden we door een landbouwgebied dat door Peru 24excellente irrigatiesystemen op de woestijn is gewonnen. Er worden vooral asperges gekweekt, maar verder zowat van alles: artisjokken, rode pepers, maïs en marigole, een oranje bloempje dat aan kippenvoer wordt toegevoegd om het vlees een mooie gele kleur te geven. Deze streek brengt zo’n 150.000 ton asperges per jaar voort, waarvan 92% voor de uitvoer bestemd is. Wanneer we bij één van de reusachtige plantages halt houden om eens een kijkje te nemen, worden we door een opzichter tamelijk vijandig ontvangen en verjaagd. Dit heeft alles te maken met de weinig fraaie werkomstandigheden die hier naar het schijnt nog schering en inslag zijn en bewijzen dat slavenarbeid nog niet ver achter de rug ligt, als het überhaupt al achter de rug zou zijn. Op de weg rijden we talrijke vrachtwagens voorbij die op weg zijn naar de markten van Lima. Vele hebben grote takken achteraan op de vracht gebonden Ze bevatten grote scherpe doornen en dienen om de vracht tegen diefstal te beschermen. 
In Sechin stoppen we bij een ruïne van 3600 jaar oud. Dit is ongetwijfeld de oudste archeologische plek die we op onze reis zullen bezoeken. Grote monolithische grafietstenen getuigen er van een heiligdom uit de pre-Chavinperiode (1200 tot 1400 Peru 25vóór Christus). Ze zijn versierd met afbeeldingen van krijgers maar ook met symmetrische figuren die verwijzen naar mathematisch-kosmische berekeningen en tijdmetingen. Een van de hoge stenen zou zelfs een ingenieus soort jaarkalender zijn, die evenwel nog steeds niet is ontcijferd. De tempel ligt tegen een heuvel aan en we maken de klim om de site van bovenuit te bewonderen, waar we opnieuw geïnteresseerd naar de boeiende verhalen van Karel luisteren. Tegen de middag verlaat de bus plots de highway en volgt een onzichtbare weg dwars door de woestijn, tot aan zee.Peru 26Hier ligt een kleine nederzetting met een vijftal vakantiewoningen en een restaurant: ‘Las Almas Corredor’. Idyllisch en niet te vinden als je het niet weet. In de palmbomen zitten zowaar wilde papegaaien en op een omheining zit een prachtig geel-blauw exemplaar dat zich gewillig laat benaderen en fotograferen. Het zandstrand wordt afgewisseld met rotsen waartegen de branding van de Pacific met veel gedruis tegenaan beukt en bij sommigen van de groep voor natte voeten zorgt.
Peru 27
De zeebries doet deugd en de korte strandwandeling levert enkele mooie schelpjes op, en natuurlijk... mooie foto’s en videobeelden. Ondanks de eerder frisse temperatuur genieten we op het terras met een pisco sour van de zee vooraleer we aan tafel gaan. Het eten, zeebaars, is eenvoudig maar het restaurantje is zeer verzorgd en gezellig. 
Het landschap wordt meer en meer bergachtig en in combinatie met de wilde golven van de oceaan levert dat prachtige landschappen op. De busreis is dan ook verre van vervelend. Er zijn nauwelijks personenwagens te bespeuren op deze Pan-American Highway. De reden is vrij eenvoudig: op het platteland kan niemand zich een auto permitteren. De enige uitzonderingen zijn enkele oude VW-kevers, die tot voor kort in Brazilië geproduceerd werden. Ook af en toe een iets modernere Koreaanse Daewoo, maar hun kostprijs (14.000 Amerikaanse dollars) ligt ook in het bereik van zeer weinigen. We rijden doorheen Chimbote, volgens Karel één van de vuilste en meest te mijden oorden van Peru. Peru 28 Het is een vervallen industrieel stadje waar stinkend vismeel wordt verwerkt en constant een bruingrijze mist hangt. Hier komt gedurende het hele jaar geen zonnestraaltje door, nooit!... Opvallend is ook hoe hier aan bijna alle huizen elektriciteit clandestien, of beter: openbaar, afgetapt wordt. Een oogluikend toegelaten fraude, en dat zal wel niet de enige zijn, denk ik. In Super Puerto stoppen we even voor een processie met een soort “Binches”: mannen met grote kleurige struisvogelveren op hun hoofd en belletjes rond hun benen, die onophoudelijk dansen op de tonen van een povere fanfare. De stoet draagt dezelfdeVirgen del Carmen mee als gisterenavond in Trujillo. Dit is blijkbaar haar weekend. Net voor Lima splitst de baan zich: de vrachtwagens blijven beneden langs de kust en de auto’s, die inmiddels wat talrijker zijn geworden, moeten een 800 meterhoge heuvel op. Wij mogen met de bus ook de hoge weg gebruiken en aldus genieten van het mooie panorama. De drukte is toegenomen want dit is de enige toegangsweg tot Lima vanuit het Noorden. Vooral het vrachtverkeer is druk want de handelaars moeten op zondagavond op post zijn om de maandagmarkten te bevoorraden. Om een goede indruk te maken, gaan ze, vooraleer Lima binnen te rijden, eerst nog eens langs bij een van de vele ‘lavaderos’, wasplaatsen voor vrachtwagens en hun chauffeurs, waar het stof van de lange rit wordt weggespoeld. We rijden een super-de-luxe autocar voorbij met volledig geblindeerde ruiten: de nationale voetbalploeg van Peru. 
Het binnenrijden van Lima is zeer deprimerend. De weg voert namelijk langs de uitgestrekte sloppenwijken. Hier wonen niet minder dan 1,3 miljoen mensen in Peru 29erbarmelijke omstandigheden. In 1950 is er een grote trek naar Lima op gang gekomen, gelokt door mooie politieke beloften en als vlucht uit de bergstreken voor de moordende rebellen van het “Lichtend Pad”. Hier vonden de meesten niets dan teleurstelling en kwamen terecht van de regen in de drop. Nu nog breiden de sloppenwijken zich op een sluipende manier verder uit doordat desperados zonder schroom grond inpalmen door er een houten of zelfs kartonnen krot op te trekken. Zo was 15 jaar geleden Ancon dé chique badplaats van Lima, maar nu is het volledig ingepalmd door de sloppen. Dat het leven hier hard is, bewijst het feit dat één op vier bewoners lijdt aan een of andere chronische ziekte aan de luchtwegen. We zijn hier als toeristen niet welkom in deze buurt. Tot tweemaal toe wordt onze bus gestopt door de politie en onze chauffeur moet meer dan moeite doen om toch te mogen doorrijden. Karel houdt zich gedeisd, is nerveus en doet alsof hij uitleg aan het geven is. 
Om 18 uur zijn we in ons hotel, hetzelfde als woensdag, en we krijgen ook exact dezelfde kamer toegewezen. We kunnen ons dus al een beetje thuis voelen. Ik ben moe, voel me wat koortsig en heb absoluut geen eetlust. Toch ga ik mee met de groep aan tafel, maar de copieuze maaltijd kan mij niet bekoren. Het is daarenboven een onpersoonlijk westers menu (rundvlees in rode wijnsaus, gebakken aardappeltjes en groentenkrans) en ik besluit dan maar mijn hele bord aan Reggy door te schuiven, die het met dank aanvaardt en met veel smaak verorbert. Ik denk zelfs dat hij ook nog een derde bord zou aankunnen. Reggy is één van de drie jonge mensen in de groep. Hij werkt, samen met zijn vriendin Astrid, in de nachtploeg bij Opel in Antwerpen. Het is een ietwat ruwe kerel maar met een gevoelig hartje. Hij is stapelverliefd en uitermate fier op zijn vriendin, maar toont zich ook bezorgd en voorkomend tegenover iedereen in de groep. Beiden genieten zij van deze reis en vooral van de luxe van de hotels. De derde man is Tony, een tamelijk verlegen jongen met witblond geverfd punkkapsel en een oorring. Samen zullen ze de hele reis onafscheidelijk blijven en met hun drieën een kamer delen. Ze blijken een zeer stevige en gezonde band met elkaar te hebben. Als ik om 9 uur op de kamer kom, besluit ik toch eens mijn koorts te meten: 36,8 dus geen koorts. Ik heb het moeilijk om mij wakker te houden terwijl ik mijn dagboek invul en na het vervullen van deze dagelijkse “plicht”, val ik als een blok in slaap. Morgen mogen we uitslapen, in afwachting van de zware tocht naar de Colca-vallei overmorgen.

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

Een reusachtige privécollectie

Maandag 18 juli 2005
We hebben een vrije voormiddag in Lima. Ik heb prima geslapen, maar ben toch vrij vroeg wakker. Ik voel me OK en ontbijt mee. We trekken met ons tweeën naar Miraflores om het boek over Peru te kopen dat ik eerder deze week heb laten liggen. Miraflores is een druk, tamelijk modern stadsgedeelte met grote boulevards en veel winkels. Hier en daar staan mooie koloniale gebouwen met rijkelijk versierde gevels. Eerst gaan we langs de Mercados Artisanales of de Indianenmarkt zoals Karel dat noemt. Hier zouden we mooi en niet duur ambachtelijk werk kunnen kopen, maar dat valt dik tegen. Het is een supertoeristisch winkelcentrum waar kitsch troef is en daarenboven gaan de meeste winkeltjes maar om 10 uur open. Daar gaan we niet op wachten en we besluiten om ook Miraflores verder te laten voor wat het is en een taxi te nemen naar het centrum van Lima. We hebben geleerd dat je met een taxichauffeur best eerst de prijs afspreekt en dat doen we dan ook: 10 Soles of zo’n 100 Bfr lijkt ons redelijk en we stappen in. Onderweg bekruipt me echter plots de twijfel: heeft hij nu ‘diez’ gezegd of ’ciento’? Duizend frank zou wel heel veel zijn, maar ja... Ik hou gewoon 10 soles klaar en wanneer we bij de Plaza Mayor uitstappen, stop ik ze samengevouwen in de chauffeur zijn hand. Hij aanvaardt ze en zegt niets. We maken ons voor alle zekerheid maar snel uit de voeten. 
De Plaza is door de politie afgesloten en er heerst een grote drukte. De presidenten van de Latijns-Amerikaanse Indianenstaten (Peru, Venezuela, Chili, Bolivië, ...) houden er een topconferentie. We praten even met een journaliste uit Venezuela, die ons aanbeveelt ooit eens de Venezolaanse jungle te gaan bezoeken. We beloven haar niets en gaan op zoek naar het Monasterio San Francisco dat o.m. beroemd is als voormalige begraafplaats van de stad. Peru 30In de catacomben liggen duizenden schedels en honderdduizenden menselijke beenderen netjes gerangschikt in grote kisten. Er zijn zelfs hier en daar symmetrische figuren mee gemaakt, kwestie van lugubere esthetiek. De Spaanse bouwstijl van het klooster uit zich in een mooie binnenplaats met zuilengalerijen, veel barok houtsnijwerk en vooral in de kleurrijke keramiektegels of azulejos tegen de wanden. Voor de rest is het klooster ook wel een bezoek waard, ook al zijn er geen grote kunstwerken te bewonderen. Er zijn weliswaar een aantal grote schilderijen die aan de School van Rubens worden toegeschreven, maar ik heb moeite om dat te geloven. Het zal in alle geval niet van zijn beste leerlingen geweest zijn. Op sommige muurschilderingen is er een ovaal gat waar normaal het hoofd moet zitten. Dat komt omdat de weinig getalenteerde kunstenaars geen gezichten konden schilderen en die werden dan achteraf ingevuld met hoofden die door betere kunstenaars werden gemaakt. De gids trekt onze aandacht op een groot schilderij dat het Laatste Avondmaal voorstelt. Dat men het met de historische juistheid niet zo nauw nam, bewijst een gebraden cavia, typisch Peruaanse specialiteit, midden op de tafel. Het schilderij blijkt gemaakt te zijn door een Vlaamse kunstenaar die zich “Della Ponte” liet noemen. De gids is de Nederlandse naam vergeten, en ik gok op Verbruggen of Van der Bruggen of zoiets, wat zij meteen enthousiast bevestigt. We bezoeken verder nog de prachtige bibliotheek en de refter maar voor de kerk rest ons geen tijd meer. Een taxi brengt ons (opnieuw voor 10 soles...) terug naar ons hotel en we zijn net op tijd op de afspraak van 12.30 uur. Wij blijken de enigen te zijn die tot in Lima zijn geraakt. De anderen zijn in de buurt van het hotel blijven hangen. Mijn darmen zijn opnieuw aan het rommelen. Ik neem een pilletje en ik besluit niet te eten.
Vooraleer naar de luchthaven te rijden voor onze vlucht naar Arequipa, gaan we het Museo Larco Herrera bezoeken, dat in een buitenwijk van de stad is gelegen. Peru 31Karel vertelt van een toerist die zich per taxi naar het museum liet brengen en tot zijn verbijstering werd afgezet bij de gelijknamige psychiatrische kliniek. Het is werkelijk een schitterend museum met een unieke en reusachtige privé-collectie van voorwerpen uit Inca- en pre-Incatijd. Behalve een zeer gevarieerde en mooi gepresenteerde vaste collectie van aardewerk, gouden en koperen sieraden en prachtig bewaard textiel is ook de zaal te bezoeken waar een duizelingwekkende hoeveelheid aardewerk in rekken is opgeslagen: duizenden beeldjes, beugelvaasjes en kruikjes, alle 100% gaaf bewaard. We sluiten ons bezoek af in een afzonderlijke zaal, kinderen niet toegelaten: de afdeling met de erotische beeldjes. Copulerende koppeltjes, mannetjes wiens penis langer is dan hun benen, en dergelijk fraais zorgen voor hilariteit in de groep. Het is duidelijk dat de Moches en andere er veel minder moeite mee hadden dan wij, moderne en vrijdenkende burgers uit de éénentwintigste eeuw. Zou dát beschaving zijn? Het museum heeft ook een mooie shop en hier willen we toch een souveniertje kopen. Onze keuze valt op twee beeldjes uit de Chancay-cultuur (1300 à 1500 na Chr.), een mannetje en een vrouwtje. Er is ook prachtig breiwerk in alpacawol en we kopen er ook onze eerste sjaal. De cape in vicuña (meer dan 100.000 Bfr...) is ons te duur. We zijn al blij dat we er eens mogen aan voelen.
 
De vlucht naar Arequipa duurt 45 minuten en verloopt zeer vlot. We zijn meteen op 2300 meter hoogte en dat zal wellicht wat wennen worden. Op de luchthaven ontmoeten we een Oostendse moeder met haar dochter. Zij zijn hals over kop naar Peru afgereisd en weten nog helemaal niet waarheen. Ze zijn zich al evenmin bewust van de grote hoogte waarop ze zich bevinden noch van de mogelijke ongemakken die dat met zich kan meebrengen. We nemen ze in onze bus mee naar de stad en Karel brengt hen in contact met een ‘goed reisbureau’. Ja, handig is hij wel... We logeren in het mooie Libertador Hotel ‘Ciudad Bianca’ even buiten de stad. Er staat geen dinner meer op het programma, dus moeten we het stellen met het ciabatabroodje van de luchthaven. Maar om eerlijk te zijn: niemand heeft echt honger. Karel wijdt lang uit over de fameuze hoogteziekte en maant ons aan tot voorzichtigheid: zeer véél drinken maar geen alcohol, rustig stappen, cocabladeren kauwen of cocathee drinken, enz. Hij overdrijft misschien wel een beetje en eigenlijk jaagt hij ons eerder nog wat meer schrik aan dan hij ons geruststelt. Enfin, we zullen wel zien. Op de kamer hebben we nog heel wat werk om de bagage te herschikken want morgen mogen we enkel handbagage meenemen. Onze kleine reistas en de rugzak blijken toch wat te klein te zijn.

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT

Het hoogtepunt: 5.000 meter

Dinsdag 19 juli 2005
We worden al om 6.15 uur gewekt want er wacht ons niet alleen een lange maar vooral een vermoeiende busrit vandaag. We trekken naar de Colca-vallei doorheen het Andesgebergte waarbij we het hoogste punt van onze reis, een pas op bijna 5.000 meter zullen oversteken. Dit is een optionele uitstap maar iedereen van de groep blijkt erop ingeschreven te hebben. De ‘Anders dan Anders’-brochure waarschuwt nochtans dat er een goede gezondheid voor vereist is en dat het wenselijk is het advies van de dokter in te winnen. Dit moet dus, letterlijk én figuurlijk, een hoogtepunt van de reis worden. Aan de ontbijttafel blijkt dat Johan niet meegaat. Hij heeft de hele nacht last gehad van krampen in zijn been en heeft het zuurstofgehalte in zijn bloed gemeten. Dat bleek op een niveau gedaald te zijn dat in België een spoedopname zou verantwoorden. Als geneesheer weet hij uiteraard het beste wat de risico’s zijn en hij acht het geraadzaam om hier te blijven. Een nog grotere hoogte zou tot hartproblemen kunnen leiden en hoezeer het hem, maar vooral Rita, zijn echtgenote, ook spijt, hij neemt het zekere voor het onzekere. “Ik kan je trouwens verzekeren” vertrouwt hij mij toe, “dat er nog een paar in de groep zijn die er minstens even erg aan toe zijn.” C en ik voelen ons fit. Na lang aarzelen beslist ook Rita toch maar mee te gaan; zij heeft zó naar dit hoogtepunt uitgezien! En zo blijft Johan alleen achter in Arequipa voor twee dagen. De stemming in de groep is er zowaar wat door gedrukt, maar dat duurt niet echt lang. Er is tenslotte niets ergs gebeurd. 
Aan de rand van de stad staan grote groepen mannen, die dagelijks met vrachtwagens worden opgehaald om op het land te gaan werken. Dit is natuurlijk vooral een landbouwstreek waar hoofdzakelijk uien en look worden geteeld, maar er is ook enige koperontginning. Voor de rest is de vallei eerder dor en er groeit vooral ichu, een harde en stekelige grassoort waar de kuddes zich tegoed aan doen.Peru 32Voor we de bergen intrekken, houdt de bus nog even halt aan een winkeltje net buiten de stad. Hier moeten we niet alleen drank inslaan voor twee dagen, maar we kunnen hier ook cocabladeren en cocasnoepen kopen. Jimmy, een plaatselijke gids die ons op deze tocht zal begeleiden, leert ons hoe we de bladeren moeten kauwen. Het smaakt naar... bladeren en hooi. Je moet er een klein stukje geconcentreerde as tussen mengen en gedurende 20 minuten met speeksel vermengen tot een stevige bol. Het smaakt vies, maar geleidelijk aan voel je heel duidelijk het verdovende effect. De mond en de tong zijn lichtjes verdoofd, zoals bij de tandarts en het geeft een licht opgewekt gevoel in het hoofd. Slechts weinigen doen zich de moeite, en erger nog: ik zie nauwelijks iemand drinken. C en ik doorstaan de cocabladeren en drinken zeer regelmatig, ook al hebben we geen dorst. Het duurt dan ook niet lang of de eersten beginnen last te krijgen van de maag, duizeligheid en koppijn. Luc, Paul en de andere Christiane zijn er het ergst aan toe. Later op de dag moet Paul zelfs zuurstof toegediend krijgen, evenals zijn zoon Tijs wiens vingertoppen zelfs blauw waren geworden. 
De rit van vandaag is 160 kilometer lang waarvan de eerste 90 geasfalteerd zijn. We stijgen zeer snel. Het landschap is van bij het begin prachtig: hoge bergtoppen, waaronder enkele vulkanen van boven de 6.000 meter, omringen een brede vallei. Vooral de kegelvormige Misti met zijn besneeuwde krater vormt een schitterend zicht.
 Peru 33
Karel gaat er prat op dat Peru het enige land ter wereld is met asfaltwegen boven de 4 à5.000 meter. De hemel is staalblauw met mooie witte wolkjes, echt fotoweer en de bus maakt dan ook zeer regelmatig een fotostop. In de vlakte grazen lama’s en alpaca’s – we kunnen ze nog niet zo goed van elkaar onderscheiden – maar plots heeft Karel een groepjevicuña’s in de gaten. Dat is een buitenkans, want ze leven in het wild en zijn zeer schuw. Het is een zeer elegante en slanke soort lama die veeleer aan een antilope of ree doet denken. Ze leveren veruit de zachtste wol ter wereld en zijn natuurlijk beschermde dieren; er zijn er in Peru momenteel naar schatting nog een 80.000. Eenmaal per jaar worden de dieren door officiële jachtopzichters bijeengedreven en geschoren. Wie er zich clandestien aan waagt, wordt onherroepelijk gearresteerd en zeer zwaar beboet. Dat we hier op grote hoogte zitten wordt al duidelijk van zodra we uit de bus stappen om een foto te nemen. Het volstaat je even te bukken of een stapje te snel te zetten om volledig buiten adem te zijn. De lucht is zó ijl dat je er draaierig van wordt in het hoofd. Stilaan zijn er nog maar een paar die zich kiplekker voelen, en daar zijn we beiden nog altijd bij. De cocabladeren en de Gatorade maken blijkbaar inderdaad het verschil. Sommigen voelen zich ronduit ellendig en verlaten zelfs de bus niet meer. Wij halen ons hartje op en weten niet waar we eerst moeten fotograferen en filmen: een moeras met Andesganzen, een kudde met een herderin in kleurrijke klederdracht, bevroren riviertjes, met mos begroeide rotsblokken, een immense ijsformatie en dat alles in een schitterend decor. Na een bocht staan we plots voor een herder met een kleine kudde lama’s. Onmiddellijk stopt de bus en kunnen we uitstappen voor een nieuwe fotosessie, alsof het speciaal zo geënsceneerd zou zijn. Dit zijn werkelijk de beelden die ik hoopte te kunnen maken. De beesten zijn nogal nerveus en onwillig en je komt er best niet te dichtbij, maar fotogeniek zijn ze wél met hun kleurrijk geweven lintjes en rode strengetjes wol om hun oren gestrikt.

Op het hoogste punt rijden we door het Salinas Reservaat en zitten we vlak bij de 5.000 meter. Dat is waarschijnlijk het hoogste dat we ooit in ons leven zullen komen. Christianevoelt een lichte hoofdpijn opkomen, maar verdrijft die onmiddellijk met een Dafalgan. Hier groeit op de rotsen de jaretta, de hoogst groeiende plant die per jaar slechts 1 à 2 millimeter groeit. Van op afstand ziet het er uit als mos, maar van dichtbij kan je heel goed de duizenden kleine vetplantjes herkennen. Door het vele stoppen is het kwart voor drie geworden als we de Colca Lodge bereiken, waar we voor twee nachten onze intrek zullen nemen. De lodge 
Peru 35bestaat uit een uitgestrekt complex van gebouwtjes, schitterend gelegen in de vallei, midden in de natuur en ver van de bewoonde wereld. Het is ooit begonnen als een familiehotelletje maar is voortdurend gegroeid en intussen opgenomen in de Libertadorketen, die het voorzien heeft van wat meer luxe en alle comfort. Toch heeft het geheel zijn familiale karakter en gezelligheid bewaard. Waar we ook kijken, het zijn postkaartgezichten en het is er doodstil; alleen het geluid van de rivier is hoorbaar, maar dat werkt al even rustgevend. Er staat een aantrekkelijk buffet op ons te wachten en we laten het ons smaken. We delen de tafel met Christiane en vernemen dat ze tamelijk recent weduwe is geworden en dat Johan haar huisarts is. Hij heeft haar deze reis aanbevolen om haar zinnen wat te verzetten en zo het verlies van haar echtgenoot beter te verwerken. Het weer is mooi en de zon zorgt voor een aangename, zelfs warme temperatuur. Onze kamer is volledig gelijkvloers en heeft een terrasje van waaruit we niets anders zien dan de imposante Colca-vallei en de hoge bergtoppen rondom. Hier genieten we Peru 36even, maar zeer lang duurt het niet want al om 16 uur verdwijnt de zon achter de bergen en het wordt zeer snel koud. We voelen nu toch ook de vermoeidheid en het is mijn beurt om een Dafalgan te nemen. Ziek zijn we geen van beiden, maar Karel zegt dat ook diegenen die nu nog niets voelen, niet mogen denken dat ze al veilig zijn, het kan zelfs na 2 of 3 dagen nog komen. We zien wel. Eerder om te voorkomen ga ik wat op bed liggen om te rusten. Gelegen op mijn rug in bed, lijkt ons venster wel een groot schilderij met een prachtig berglandschap. Ik lig niet helemaal comfortabel want ik voel een hard voorwerp onder de dekens in mijn rug drukken. Grote hilariteit wanneer blijkt dat het een ouderwetse warmwaterkruik is. Dat voorspelt een koude nacht en ook de kleine elektrische radiator op de kamer zal hier wel niet voor niets staan. 
Bij de ondergaande zon wandelen we naar de andere kant van het domein, nog steeds de indrukwekkende omgeving bewonderend, en zoeken de warmwaterbronnen op. Die mochten we volgens Karel niet missen en we hebben dus maar ons badpak aangetrokken. Een deel van de groep zit intussen al Peru 37van het heerlijke warme bad te genieten en ook wij trekken onze kleren uit. De buitentemperatuur is nauwelijks 10 graden maar het water is des te warmer: 34 tot 39° Celsius. Alle vermoeidheid stroomt zo uit je ledematen weg en het vergt heel wat moed om terug uit het water op te staan. Even lijkt het erop dat Tony een stommiteit gaat begaan wanneer de anderen hem aansporen om een bad te nemen in de ijskoude bergrivier. Hij stapt uit het warme bad, waar hij inmiddels al anderhalf uur blijkt in te liggen, en stapt recht de rivier in. Hij komt echter niet verder dan ijskoude voeten en gelukkig maar wint zijn verstand het uiteindelijk toch van zijn overmoedige drang om indruk te maken. Rillend van de kou keert hij op zijn stappen terug. Na een halfuurtje houden wij het voor bekeken en als herboren stappen we door de kou terug naar onze kamer, waar we nog een tweetal uurtjes hebben vóór het avondeten. Ik neem toch nog maar een pilletje, want de hoofdpijn lijkt weer wat op te zetten. C voelt zich echter prima. Tegen 19 uur zakken we af naar de bar waar we niet kunnen weerstaan aan een pisco sour, ook al zouden we dat misschien beter niet doen op deze hoogte. Maar ja, als je aan het genieten bent... Het dinner in het gezellige restaurant met open haard is verzorgd en lekker, maar veel eten doen we niet. Aan tafel wordt er vooral over de hoogteziekte gepraat. Iedereen heeft wel iets waardoor hij zich mottig voelt: hoofdpijn, duizeligheid, maag- of darmproblemen, slappe benen. De slaap zal voor iedereen goed doen. Buiten blijkt het niet zo koud als we gevreesd hadden en er is ook niet de prachtige sterrenhemel die we verwachtten. Het één heeft natuurlijk met het andere te maken en hopelijk zijn de wolken morgen verdwenen en is de zon er opnieuw, want het is een belangrijke dag: we gaan naar de condors!

Terug naar 2005 Peru OVERZICHT